De Cubaanse pianist, organist en componist Pérez Prado

Dámaso Pérez Prado (1916–1989) was een Cubaanse muzikant en componist, maar de wereld kent hem vooral als de onbetwiste “Koning van de Mambo”.

Hij werd geboren als zoon van een onderwijzeres en leerde al als kind klassieke muziek spelen op de piano.

Later speelde hij orgel en piano in lokale clubs. In de jaren 40 was hij een actieve muzikant in Havana, waar hij onder meer deel uitmaakte van het Orquesta Casino de la Playa.

Nadat hij in 1946 zijn eigen band formeerde, zette hij in 1948 de beslissende stap: hij verhuisde naar Mexico-Stad.

Vanuit Mexico, waar hij het grootste deel van zijn carrière zou doorbrengen, perfectioneerde hij de mambo.

Hij creëerde een kenmerkend, explosief orkestgeluid: bombastisch, met vlijmscherpe trompetten en een onweerstaanbaar ritme, vaak aangevuurd door zijn eigen beroemde kreet: “¡Uh!”.

In de jaren 50 veroverde hij de wereld met instrumentale hits die synoniem werden met feesten.

Zijn bekendste nummers zijn “Mambo No. 5”, “Mambo No. 8” en “Patricia”. Met “Cherry Pink and Apple Blossom White” scoorde hij in 1955 zelfs een nummer 1-hit in zowel de VS als het VK.

Zijn succes leidde ook tot familieconflicten. Zijn broer, Pantaleón Perez Prado, toerde door Europa met een eigen orkest onder de naam “Perez Prado”.

Dit leidde tot een rechtszaak die Dámaso aanspande tegen zijn broer.

Pantaleón overleed in 1983 in Milaan, waar hij woonde.

Pérez Prado zelf overleed in september 1989 op 72-jarige leeftijd.

Zijn nalatenschap kreeg in 1999 een enorme boost toen Lou Bega zijn “Mambo No. 5” gebruikte als basis voor een wereldwijde hit, wat nogmaals bewees hoe tijdloos Prado’s muziek was.

Vandaag 35 jaar geleden, bereikt de single Swing The Mood van Jive Bunny and The Mastermixers de eerste plaats in de BRT Top 30.

Voor Swing the mood werd het nummer In the mood (van Glenn Miller uit de jaren 40) gebruikt.

Jive Bunny & The Mastermixers is een project van de Britse geluidstechnici Les Hemstock en John en Andrew Pickles (vader en zoon), die hun geld verdienen met het maken van cassettes en 12”-singles voor zaal-discjockeys.

Deze staan vol met bekende nummers die het op feestjes goed doen.

Andy Pickles maakt begin 1989 een medley van bekende rock ’n roll-hits voorzien van een stevige drumbeat.

De reacties zijn positief. Hij besluit deze mix op single uit te brengen. Als geen één platenmaatschappij geïnteresseerd is besluiten Les Hemstock en Andy Pickles hun eigen label, Music Factory Dance, op te richten.

Voor deze single mogen ze geen originele opnamen van Elvis Presley gebruiken.

Daarom worden All Shook Up, Jailhouse Rock en Hound Dog gezongen door de Britse Elvis-imitator Peter Wilcox.

Ook in Nederland bereikt de single de eerste plaats in de Top 40.

De opvolger That’s what I like met als thema de tune van de Tv serie Hawaii 5-0 en de derde single” That sounds good to me” deden het ook redelijk goed in Vlaanderen en Nederland.

Daarna lukte het Jive Bunny & The Mastermixers niet meer om hits te scoren. (Diverse bronnen, Joepie 10 september 1989 en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Hier werd Jive Bunny geboren (Joepie 10 december 1989)