De single was goed voor een negentiende plaats in de Super Top 50.
De Spaanse versie deed het beter en bereikte bij ons in september 1979 de eerste plaats in de BRT Top 30.
Een muziekcarrière was eigenlijk ‘plan b’, of zelfs ‘plan c’ voor Julio.
Hij was eind jaren 60 namelijk de reservedoelman van Real Madrid, toen al een grootheid in het Europese voetbal.
Tevens was hij begonnen aan een rechtenstudie.
Een auto-ongeluk sloeg de voetbaldroom echter aan diggelen.
Hij raakte tijdelijk verlamd en was maandenlang aan het bed gekluisterd. Tijdens die periode leerde hij zichzelf gitaar spelen.
Na zijn rechtenstudie in Groot-Brittannië voltooid te hebben, deed Julio mee aan diverse liedjeswedstrijden.
Zo kwam hij in contact met producer Ramón Arcusa. Ze zouden blijven samenwerken tot ver in de 80s.
Het grote publiek leerde Julio kennen via het Eurovisiesongfestival in 1970 in Amsterdam.
Hij werd er met ‘Gwendolyne’ knap 4de. Het nummer werd echter geen hit. Pas met zijn ode aan Galicië breekt hij door in Vlaanderen en Nederland.
Julio zelf is Madrileen, maar zijn vader was afkomstig uit de streek.
Zijn vader werd overigens ooit ontvoerd door de Baskische afscheidingsbeweging ETA maar gezond en wel terug vrijgelaten.
Hierop besloot de familie Iglesias naar Miami te verhuizen.
Het wereldwijde succes kwam er pas na 1977 wanneer Julio een contract tekende met platengigant CBS. (Denis Michiels, Joepie 30 december 1979)











