Vandaag, precies 50 jaar geleden, op 1 november 1975, maakte de single Dansez maintenant van de Nederlandse zanger zijn entree in de Brt Top 30.

De herkenbare melodie was gebaseerd op Moonlight Serenade van Glenn Miller (1939), met een Franse tekst van zijn echtgenoot Patrick Loiseau en productie van Jean Jacques Souplet.

Het werd een enorme hit: in Vlaanderen en Nederland bereikte het de eerste plaats (op 6 december 1975) in de Brt Top 30 en in de Nederlandse Top 40 (10 november 1975)

Achter de artiestennaam Dave gaat Wouter Otto Levenbach schuil, geboren in Amsterdam in mei 1944.

Hij begon zijn carrière op twintigjarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single Girl of my dreams uitbracht.

De voornaam van “Dave Rich” hield hij aan als zijn artiestennaam.

In zijn begintijd zong Dave nog in het Nederlands.

In 1967 verhuisde hij echter naar Frankrijk.

In een aflevering van het tv-programma Volle Zalen (13 maart 2025) vertelde hij hierover aan Cornald Maas.

Hij gaf aan dat hij als jonge man met een vriend naar Frankrijk vertrok, zonder enig toekomstplan. Hij wist niet waar hij zou belanden, maar voelde dat hij iets moest veranderen; alleen zou hij die stap waarschijnlijk niet gezet hebben.

Hoewel hij in Frankrijk woonde, had hij in 1969 nog een eerste, bescheiden Nederlandstalige hit in Vlaanderen en Nederland met Natalie. Met het nummer Natalie nam hij trouwens deel aan het Songfestival van Knokke in 1969.

In datzelfde jaar deed hij met het Nederlandstalige Niets gaat zo snel mee aan het Nationaal Songfestival.

Uiteindelijk schakelde hij definitief over naar het Frans.

Zijn eerste grote hit in Frankrijk scoorde hij in 1974 met Trop Beau, een Franse vertaling van Sugar Baby Love van The Rubettes.

Na zijn hoogtijdagen in de jaren 70 keerde Dave in de 21e eeuw terug in de schijnwerpers.

Zijn autobiografie Soit Dit En Passant (2003) zorgde ervoor dat hij veelvuldig op de Franse radio en tv verscheen.

Dit leidde tot nieuwe successen: in 2004 gaf hij drie concerten in het Olympia in Parijs en zijn album Doux Tam Tam (2004) werd goed verkocht.

In 2006 bracht hij het album Levenbach uit, vernoemd naar zijn achternaam, met zeer persoonlijke teksten.

Dave bleef een bekende persoonlijkheid in zowel Frankrijk als Vlaanderen en Nederland.

Hij was te zien in de Franse film Une chanson pour ma mère (2013) en speelde een prominente rol in beide afleveringen van het Nederlandse tv-programma Chansons! met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps.

De afgelopen jaren kende hij persoonlijke tegenslagen. In 2021 ontsnapten hij en zijn partner Patrick aan een koolmonoxidevergiftiging.

Een jaar later raakte Dave ernstig gewond na een ongelukkige val van de trap in hun Parijse huis.

Hiervan is hij redelijk hersteld, al heeft hij nog last van de gevolgen; zo zijn zijn smaak- en reukzin nog steeds niet teruggekeerd.

Desondanks blijft hij actief.

Eind maart 2025 gaf hij voor het eerst een optreden in Carré in Amsterdam.

Joepie 21 augustus 1974

Gisteren nog vandaag

Dave, rusten op bevel (Joepie van 2 september 1979)

Gisteren nog vandaag

Dave (Juni 1979)

Gisteren nog vandaag

In de herfst van 1975, nu vijftig jaar geleden, maakten Vlaanderen en Nederland kennis met Natalie Cole, de getalenteerde dochter van de legendarische zanger Nat King Cole.

Ze brak door met haar debuutsingle ‘This Will Be’, een nummer afkomstig van haar eerste album ‘Inseparable’.

Achter de schermen waren Chuck Jackson en Coles toenmalige partner Marvin Yancy de drijvende krachten.

Zij schreven niet alleen alle nummers voor het album, inclusief de hitsingle, maar namen ook de arrangementen en de productie voor hun rekening.

De single deed het goed in de hitlijsten: in Vlaanderen bereikte ‘This Will Be’ de vijfde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in Nederland tot de zestiende plek in de Top 40 schopte.

De professionele samenwerking tussen Cole en Yancy bloeide al snel uit tot een persoonlijke relatie.

Op 31 juli 1976 trouwde de zangeres met Marvin Yancy, die naast producer ook een voormalig lid was van de R&B-groep The Independents en een gewijde baptistenpredikant.

Onder zijn invloed werd Cole een vrome baptist. Samen kregen ze een zoon, Robert Adam “Robbie” Yancy, die later als muzikant met zijn moeder op tournee zou gaan.

Helaas was hun huwelijk geen lang leven beschoren; het koppel scheidde in 1980.

Het gezin werd echter getroffen door een reeks van tragedies.

Marvin Yancy overleed amper vijf jaar na de scheiding, in 1985, aan een hartaanval op de jonge leeftijd van 34 jaar.

Dertig jaar later, in 2015, overleed Natalie Cole zelf op 65-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles.

Het noodlot sloeg opnieuw toe in 2017, toen hun zoon Robbie op 39-jarige leeftijd stierf, net als zijn vader aan een hartaanval.

Vandaag is het ook al 25 jaar geleden dat Julie London is overleden.

Het nummer ‘Cry Me A River’ werd in 1953 geschreven door Arthur Hamilton.

Hij schreef het oorspronkelijk voor een film van regisseur Jack Webb, de toenmalige echtgenoot van zangeres Julie London, die Hamilton nog kende van de middelbare school.

Het was de bedoeling dat Ella Fitzgerald het bluesy nummer zou zingen in de film Pete Kelly’s Blues, maar uiteindelijk werd het liedje uit de film geknipt.

Na haar scheiding van Webb leerde Julie London de jazzpianist Bobby Troup kennen, de componist achter de klassieker ‘Route 66’.

Hij werd haar tweede echtgenoot en overtuigde haar om een LP met jazzstandards op te nemen voor Liberty Records. ‘Cry Me A River’ was het enige nieuwe nummer op dit album, getiteld Julie Is Her Name.

Het werd als single uitgebracht en groeide uit tot de eerste grote hit voor het platenlabel, met een negende plaats in de Billboard-hitparade.

Julie London zong het nummer ook in de film The Girl Can’t Help It en bracht in 1960 een nieuwe versie uit.

Bobby Troup overleed in 1999 op 81-jarige leeftijd. Een jaar later, in oktober 2000, overleed Julie London op 74-jarige leeftijd.

35 jaar geleden Enigma met hun hitsingle Sadeness.

De Duits-Roemeense producer Michael Cretu kende halfweg de jaren 80 bijzonder veel succes met zijn zingende echtgenote Sandra (o.a. van ‘Maria Magdalena’).

Maar veruit het grootste succes kende hij met zijn project Enigma. De opvallende mix van Gregoriaanse gezangen, een dance-beat en de sensuele stem sloeg in als een bom.

Het debuutalbum ‘MCMXC a.d.’ dat in december 1990 verscheen, kreeg 57 keer platina en stond in 41(!) landen op n°1.

Het was op dat moment de succesvolste plaat van Virgin Records!

De single ‘Sadeness part 1’ stond in december 1990 in 24 landen op n°1 en was een top 5-hit tot in de VS.

Sandra verzorgde, net als op de meeste nummers, de vocalen.

De gezangen zijn samples uit een album van een Duits koor uit 1976.

Aanvankelijk werd Cretu beschuldigd van plagiaat, maar uiteindelijk werd er een schikking getroffen.

Eind september lanceerde de 86-jarige Amanda Lear haar nieuwe single “Amour (s)”, een voorproefje van haar aankomende album “Looking Back” dat op 7 november 2025 verschijnt.

Het nummer, geschreven door Benjamin Dantès en Patxi Garat, is een modern Franstalig nummer dat bewijst hoe Lear zichzelf na bijna vijftig jaar in de schijnwerpers als een ware kameleon steeds opnieuw kan uitvinden.

De productie was in handen van Alain Mendiburu, met wie ze al sinds 2006 samenwerkt, en Georges Landtsheere.

Het nieuwe album, “Looking Back”, wordt omschreven als een verkenning van hedendaagse Franse chanson, met verrassende uitstapjes naar genres als de blues.

Het bevat, maar liefst acht nieuwe nummers die speciaal voor haar zijn geschreven door talenten als Pierre Lapointe, Sacha Rudy en Patxi Garat.

Naast nieuw materiaal kunnen we ook een versie van de klassieker “Strangers In The Night” verwachten.

Een opvallende samenwerking is die met de legendarische Amerikaanse DJ Chris Cox, die een krachtige dance-remix maakte van het nummer “When I Was Your Favourite Singer”.

Een ander uniek detail is dat de albumhoes een schilderij is van Amanda Lear zelf.

Het album zal zowel op lp als op cd verkrijgbaar zijn.

45 Jaar Geleden: Nick Hall’s “Hop on the bus” in de Nationale Hitparade.

De Britse zanger en songwriter Nick Hall, geboren als Nicolaas R. Hall, woonde sinds eind jaren zestig in Nederland.

Hij bracht de leuke single “Hop on the bus” uit, die de vierenveertigste plaats in de Nederlandse Nationale Hitparade bereikte.

Hoewel het de Top 40 niet haalde, kwam het wel tot de twaalfde plaats in de Tipparade. In Vlaanderen kwam de single niet in de hitlijsten voor.

Het nummer is terug te vinden op zijn enige album, “A Very Special Case” dat werd geproduceerd door Pim Koopman.

Naast zijn muzikale carrière had Hall een heel andere baan. Hij werkte jarenlang als croupier in verschillende Nederlandse casino’s, met als voornaamste standplaats Zandvoort.

Na zijn pensioen vond hij een nieuwe passie. Samen met zijn vrouw Jane, een vertaalster en artieste die hij al in 1967 in een Engels kunstcentrum had ontmoet, startte hij het project ‘Nursery Tracks’.

Hun YouTube-kanaal ontstond als een natuurlijk vervolg voor het koppel, dat naast hun passie voor muziek en beeldende kunst werd overvallen door een nog grotere passie: hun kleinkinderen.

Voor dit project schreef Nick de muziek, terwijl Jane de animaties verzorgde.

Het koppel woonde in Nederland en had twee kinderen en vijf kleinkinderen.

Nick Hall overleed op 7 juni 2021.

Vandaag, 45 jaar geleden, komt het nummer “Some Broken Hearts Never Mend” van Telly Savalasbinnen in de Brt Top 30

Hoewel de meeste mensen Telly Savalas kennen als de iconische inspecteur Kojak, had de acteur ook een opmerkelijke zangcarrière.

Al in 1975 scoorde hij in Vlaanderen en Nederland een hit met zijn cover van de Bread-klassieker ‘If’.

Gisteren nog vandaag

Zijn grootste muzikale succes volgde echter in 1980 met ‘Some Broken Hearts Never Mend’.

Dit nummer, oorspronkelijk van Don Williams, nam hij op in de Wisseloord-studio’s in Hilversum.

Op 27 september 1980 kwam de single binnen in de BRT Top 30 en klom gestaag door tot de eerste plaats op 25 oktober.

Ook in Nederland was het een grote hit die de vijfde plek in de Top 40 behaalde.

Telly Savalas overleed op 22 januari 1994, een dag na zijn zeventigste verjaardag, aan de gevolgen van prostaatkanker.

Vandaag 95 jaar geleden werd Ray Charles geboren (23 september 1930)

Charles improviseerde dit nummer toen hij in december 1958 bij een van zijn optredens de gehele setlist gespeeld had, maar nog zin had om verder te spelen.

Het nummer is dus geschreven door Ray Charles zelf en de productie was in handen van Jerry Wexler.

Het was voor Ray Charles zijn eerste top 10-hit in zijn thuisland Amerika.

Het werd in 2002 opgenomen in het National Recording Registry.

In een door het muziekblad Rolling Stone samengestelde lijst van de vijfhonderd beste liedjes stond What’d I Say op de tiende plek.

Vandaag, precies vijftig jaar geleden, deed een aanstekelijk nummer zijn intrede in de Vlaamse BRT Top 30: “Moviestar”.

Het was de creatie van de Zweedse zanger Jan Svensson, beter bekend onder zijn artiestennaam Harpo.

Het lied vertelt het verhaal van iemand die droomt van een grootse filmcarrière, maar in werkelijkheid slechts een rolletje in een tv-reclamespot heeft bemachtigd.

Een opvallend detail is dat de achtergrondzang werd verzorgd door niemand minder dan Anni-Frid Lyngstad, die toen wereldberoemd aan het worden was met Abba.

“Moviestar” groeide uit tot een grote hit en bereikte de vierde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland zelfs de tweede plaats in de Top 40.

Ondanks dit succes zou Svensson het niveau van “Moviestar” nooit meer evenaren, waardoor hij vaak als een eendagsvlieg wordt bestempeld.

Toch is Harpo nooit gestopt met optreden.

Naast zijn muziekcarrière legde hij zich later met succes toe op het fokken van paarden.

Deze passie kende echter een donkere keerzijde. In 1980 raakte hij ernstig gewond toen een van zijn paarden hem meermaals in het gezicht trapte, wat hem zijn reukvermogen en het zicht in één oog kostte.

Ondanks deze tegenslag bleef de muziek een constante in zijn leven.

In 2021 bracht hij zelfs zijn tiende album uit, getiteld “Songwriter”.

Op dit album staan enkele pareltjes zoals “We Should Be Building Bridges”, “Love Is Great And Butterflies Are Angels” en “The Boy In The Psychedelic T-Shirt”, waarmee hij bewijst dat de “Moviestar” nog steeds niet is uitgespeeld.

Vandaag, 45 jaar geleden, op 19 april 1980, stond Blondie met het nummer “Call Me” bovenaan de Billboard-hitlijst.

Producer Giorgio Moroder schreef de muziek van “Call Me” en Debbie Harry de tekst.

Giorgio Moroder had oorspronkelijk zangeres Stevie Nicks van Fleetwood Mac in gedachten, maar toen zij het aanbod afsloeg, liet hij Debbie Harry het nummer zingen.

Overigens waren Debbie Harry en haar man, Chris Stein, fan van de muziek van Giorgio Moroder. Voor het nummer ‘Heart Of Glass’ lieten ze zich inspireren op zijn producties.

In de studio waren alleen Debbie en Chris aanwezig, omdat Giorgio Moroder zijn eigen muzikanten verkoos boven de andere leden van Blondie.

Zo horen we onder meer Harold Faltermeyer (keyboards) en Keith Forsey (drums).

Ook Chris Stein moest toegevingen doen en zijn gitaarspel werd bewerkt met processing.

“Call Me” werd ook gebruikt voor de film “American Gigolo” en is de bestverkochte single van Blondie in Amerika.

De single werd ook genomineerd voor een Grammy.

Het leven van Sheldon Allan Silverstein, de componist van het nummer The Ballad Of Lucy Jordan.

Sheldon Allan Silverstein, beter bekend als Shel Silverstein, werd geboren op 25 september 1930 in Chicago, Illinois.

Hij groeide op in de wijk Logan Square en ontwikkelde al op jonge leeftijd een passie voor tekenen en schrijven.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, was hij niet alleen de componist van het nummer “The Ballad of Lucy Jordan,” maar een buitengewoon veelzijdig artiest: dichter, songwriter, muzikant, componist, illustrator, scenarist en schrijver van kinderboeken.

Silverstein begon zijn carrière in de jaren 50 tijdens zijn militaire dienst in Japan en Korea.

Daar tekende hij cartoons voor het militaire dagblad Stars and Stripes. Deze periode legde de basis voor zijn latere succes als illustrator.

Na zijn diensttijd keerde Silverstein terug naar Chicago en begon hij te werken voor verschillende tijdschriften.

Zijn doorbraak kwam in 1956 toen Hugh Hefner, de oprichter van Playboy, hem inhuurde als vaste cartoonist.

Zijn cartoons, bekend om hun scherpe humor en unieke stijl, werden een vast onderdeel van het magazine en droegen bij aan zijn groeiende bekendheid.

Hij zou meer dan 25 jaar voor Playboy werken.

In de jaren zestig verbreedde Silverstein zijn artistieke horizon en begon hij met het schrijven van kinderboeken.

Deze boeken, zoals The Giving Tree (1964), Where the Sidewalk Ends (1974) en A Light in the Attic (1981), werden wereldberoemd.

The Giving Tree was aanvankelijk afgewezen door veel uitgevers die het te verdrietig vonden voor kinderen.

Het werd uiteindelijk een van de meest geliefde en besproken kinderboeken aller tijden.

Zijn verhalen, vaak vergezeld van zijn eigen kenmerkende illustraties, waren geliefd om hun fantasierijke verhalen, humor en diepere boodschappen.

Zijn boeken zijn vertaald in meer dan 47 talen en er zijn wereldwijd meer dan 20 miljoen exemplaren van verkocht.

Naast zijn werk als illustrator en kinderboekenschrijver was Silverstein een begenadigd songwriter.

In 1969 schreef hij het nummer “A Boy Named Sue” voor Johnny Cash dat een wereldwijde een hit werd.

Dit humoristische lied, verteld vanuit het perspectief van een man die door zijn vader met een meisjesnaam is opgezadeld, won een Grammy Award voor Best Country Song.

Silverstein schreef later inderdaad een vervolg hierop, “The Father of a Boy Named Sue,” vanuit het perspectief van de vader.

Hij schreef ook het nummer “25 Minutes to Go” voor Johnny Cash, dat gaat over een ter dood veroordeelde die aftelt tot zijn executie

Silverstein schreef liedjes voor vele andere artiesten, waaronder The Irish Rovers (“The Unicorn”), Brothers Four, en Loretta Lynn.

Zijn succesvolste samenwerking was echter met de band Dr. Hook & The Medicine Show (later ingekort tot Dr. Hook).

Silverstein schreef alle nummers voor hun debuutalbum, Dr. Hook (1971), en een groot deel van hun opvolgende albums.

De single “Sylvia’s Mother”, een tragikomisch verhaal over een man die probeert zijn ex-vriendin telefonisch te bereiken, werd een internationale hit en bereikte in 1972 de vijfde plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Voor Dr. Hook schreef Silverstein ook “The Ballad of Lucy Jordan” in 1974.

Hoewel het nummer oorspronkelijk door Dr. Hook werd opgenomen, bereikte het pas echt wereldfaam toen Marianne Faithfull het in 1979 coverde voor haar album Broken English.

Haar indringende vertolking van het melancholische verhaal over een huisvrouw die haar dromen ziet vervagen, werd een klassieker.

Faithfull’s versie werd later ook gebruikt in de films Thelma & Louise en Montenegro.

Eerder werd het nummer ook al gecoverd door Johnny Darrell (1975) en Lee Hazlewood (1976).

Hij kreeg 2 Grammy Awards en was genomineerd voor een Oscar en een Golden Globe.

Shel Silverstein overleed onverwacht aan een hartaanval op 10 mei 1999 in Key West, Florida, op 68-jarige leeftijd.

Silverstein werd in 2002 postuum opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame.

Dan Hartman, van ruige rocker tot discokoning en zijn tragisch einde.

Dan Hartman, was niet alleen de schrijver, maar ook de producer van deze discohit die hij samen zong met de krachtige stem van Loleatta Holloway, een Amerikaanse zangeres die we kennen van onder meer de nummers “Love Sensation”, “Hit and Run”, “Love Sensation” en de prachtige ballade “Cry To Me” uit haar debuutalbum met dezelfde titel en dit jaar ook al 45 jaar geleden uitgebracht in 1975.

Weet je trouwens dat “Love Sensation” later gesampled werd voor het nummer “Ride on Time” van Black Box en “Good Vibrations” van Marky Mark and the Funky Bunch?

Om dan nog maar te zwijgen, over de cover van Relight My Fire door de jongens van Take That met zangeres Lulu, waardoor het nummer terug hoog scoorde in de hitparade.

Eind verleden jaar, oktober 2024 bracht Cascada (geboren als Natalie Horler, Bonn, 23 september 1981) haar cover uit van deze dance klassieker.

Het nummer leverde Hartman en Holloway in België een zevende plaats op in de BRT Top 30, en in Nederland zelfs een indrukwekkende derde plaats in de Top 40.

Maar voordat hij de discowereld veroverde, liet Hartman in 1976 al van zich horen met zijn debuutsingle “High Sign”, die een veel ruiger geluid had.

Misschien verrassend, maar Hartman speelde in die beginjaren zelfs basgitaar in de band van Johnny Winter en was later gitarist en zanger bij de Edgar Winter Group!

De wereld leerde Hartman pas echt goed kennen in de hoogtijdagen van de disco, met name door zijn hit “Instant Replay” uit 1978.

Dit nummer bereikte in verschillende landen de top van de hitlijsten en wordt nog steeds gezien als een absolute discoklassieker.

Wist je dat de baslijn van “Instant Replay” geïnspireerd was door “Philadelphia Freedom” van Elton John?

In 1984 was het weer raak met “I Can Dream About You”, een nummer dat niet alleen hoog in de hitlijsten belandde, maar ook te horen was in de actiefilm “Streets of Fire” uit datzelfde jaar.

Hij schreef “I Can Dream About You” oorspronkelijk voor Hall & Oates, maar besloot het uiteindelijk zelf op te nemen!

Een jaar later, had hij terug een hit met het nummer We Are The Young.

In 1986, had hij een bescheiden hit met het nummer Waiting To See You.

Zowel “We Are The Young” als “Waiting To See You” kon in Nederland reken op radio steun, want beide waren toen goed als de Alarmschijven van de week.

Maar ondanks die steun, bleef het succes dus beperkt.

Helaas kwam er in 1994 een einde aan het leven en de carrière van Dan Hartman. Hij overleed namelijk op slechts 43-jarige leeftijd in Westport, Connecticut aan de gevolgen van een hersentumor (Joepie 9 december 1979).

Vandaag, 50 jaar geleden, bereikt Leo Sayer met zijn nummer Long Tall Glasses de tweede plaats in de Brt Top 30.

“Long Tall Glasses (I Can Dance)” bereikte nummer 4 in het VK Singles Chart en in Amerika was de single goed voor een negende plaats in de billboard top 100.

In Vlaanderen was de single dus goed voor een tweede plaats en in Nederland zelfs goed voor een eerste plaats.

Deze single is afkomstig van zijn tweede album “Just a Boy” verscheen in 1974 en het album bereikte de vierde plaats in het Britse Albums Chart.

Voor het album werkte hij samen met twee producers, namelijk:

De gekende ex-zanger Adam Faith, die begin jaren 70 een management voor artiesten was begonnen.

Sayer was toen een van zijn eerste klanten.

David Courtney, een songwriter, drummer en producer die met Faith samenwerkte.

Hij schreef ook mee aan de nummers op het album en dit samen met Sayer, die trouwens ook alle teksten schreef.

De arrangementen zijn geschreven door Del Newman.

Buiten het nummer Long Tall Glasses (I Can Dance), die als derde single uit kwam, verscheen er in Vlaanderen en Nederland nog twee andere singles uit het album, namelijk:

“One Man Band” en Bereikte toen nummer 6 in het VK Singles Chart.

In Vlaanderen Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

“Train” werd vreemd niet in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht, maar wel dus in andere landen, waaronder Vlaanderen en Nederland.

Het nummer was in Vlaanderen goed voor een vijfentwintigste plaats en in Nederland deed het nummer beter en bereikte daar de vijftiende plaats.

Op dit album verscheen ook het door hem geschreven nummer Giving It All Away, die een groot succes was voor Roger Daltrey in 1973.

Voor het album werkte Sayer met de volgende muzikanten:

Gerry Conway: Drums

Alan Tarney: Basgitaar

Dave Courtney: Keyboards

Cliff White: Gitaar

De albumhoes van Just a Boy is ontworpen door Humphrey Butler-Bowdon, zijn oude leerkracht die hem les gaf aan op academie (Leo Sayer, eindelijk weer mezelf zijn uit de Joepie van 25 december 1974).