30 jaar geleden, wat verdienen de sterren van Hollywood

De honoraria liepen dertig jaar geleden al duchtig de spuigaten uit, maar wat staken de grote sterren van Hollywood in die tijd nu eigenlijk in hun zak?

Het bleef toen al een heerlijk tijdverdrijf: even binnengluren in de portefeuille van de groten der aarde.

Destijds, midden jaren negentig, werd er volop gefluisterd over de duizelingwekkende inkomsten over het jaar 1995, en het loonde zeker de moeite om die toenmalige loonbrieven eens van naderbij te bekijken.

Aan de top van die rangschikking stonden toen Steven Spielberg, die 150 miljoen dollar (circa 131,3 miljoen euro) binnenhaalde, en Oprah Winfrey, die afklokte op 171 miljoen dollar, zowat 149,7 miljoen euro.

Michael Jackson haalde in datzelfde jaar vlot 90 miljoen dollar binnen, goed voor ongeveer 78,8 miljoen euro.

Het was destijds al een hele poos haasje-over spelen tussen Oprah Winfrey en Steven Spielberg.

Oprah wist Steven dat jaar dan ook vlotjes van de eerste stek te wippen.

Zij mocht op haar belastingbrief over 1995 een bruto-inkomen van 171 miljoen dollar invullen, zowat 149,7 miljoen euro.

Dat was maar liefst 21 miljoen dollar, of circa 18,4 miljoen euro, meer dan Spielberg, die het jaar voordien nog met de kroon was gaan lopen.

Op de derde plaats stonden The Beatles, die dankzij een reeks heruitgaven en heropgevist oud materiaal zomaar even 130 miljoen dollar, circa 113,8 miljoen euro, wisten op te strijken.

De rest van de toenmalige top tien mocht er evenzeer wezen: Michael Jackson ving 90 miljoen dollar (ongeveer 78,8 miljoen euro), The Rolling Stones haalden 77 miljoen dollar (omgerekend 67,4 miljoen euro) op en The Eagles deden het haast even goed met 75 miljoen dollar, oftewel 65,6 miljoen euro.

Arnold Schwarzenegger en goochelaar David Copperfield klokten beiden af op 74 miljoen dollar, wat neerkwam op 64,8 miljoen euro.

Jim Carrey streek 63 miljoen dollar (ongeveer 55,1 miljoen euro) op, terwijl auteur en scenarioschrijver Michael Crichton, de man achter kaskrakers als Jurassic Park en de hitserie E.R., de tiende plek deelde met komiek Jerry Seinfeld, elk goed voor 59 miljoen dollar of circa 51,6 miljoen euro.

Ook elders vielen er toen aardige bedragen te rapen: de heren van R.E.M. verdienden in een jaar tijd 44 miljoen dollar (zo’n 38,5 miljoen euro) en tekenden bovendien een kersvers platencontract van 80 miljoen dollar, oftewel 70 miljoen euro.

Zelfs met stevige metal viel er toen goud te scheppen, want zowel Kiss met 35 miljoen dollar (circa 30,6 miljoen euro) als Metallica met 28 miljoen dollar (ongeveer 24,5 miljoen euro) beleefden een bijzonder lucratief jaar.

De grootste verrassing zat hem op de zestiende plaats, waar het illusionistenduo Siegfried & Roy met hun vertrouwde witte tijgers toch weer eventjes 48 miljoen dollar, goed voor 42 miljoen euro, bijeen wist te sprokkelen.

Waarnemers trokken toen al aan de alarmbel: de vergoedingen rezen werkelijk de pan uit.

Waar vijf miljoen dollar (een slordige 4,38 miljoen euro) kort daarvoor nog gold als een vorstelijke gage voor een hoofdrol, kwamen de grote kleppers hun bed al niet meer uit voor minder dan twintig miljoen dollar, zowat 17,5 miljoen euro.

Op het kleine scherm bleven de gages op het eerste gezicht wat bescheidener, al mochten de wekelijkse bedragen er absoluut zijn.

Heather Locklear zag voor elke aflevering van Melrose Place 100.000 dollar op haar rekening verschijnen, goed voor 87.500 euro, terwijl Teri Hatcher in Lois & Clark 75.000 dollar per episode incasseerde, oftewel 65.600 euro.

Dat leek al een aardige stuiver, maar Ted Danson streek in het slotseizoen van Cheers zowaar een half miljoen dollar per aflevering op, zo’n 438.000 euro.

Daarmee deed hij zelfs beter dan Kelsey Grammer, die voor een weekje draaien aan Frasier 250.000 dollar (circa 219.000 euro) opstreek.

De absolute uitschieter was Roseanne Barr, die per aflevering van haar sitcom 600.000 dollar (ongeveer 525.000 euro) mocht noteren.

Dat was overigens nog klein bier vergeleken met haar aandeel in de winst van de reeks.

Ook David Hasselhoff wist de kassa op die manier flink te laten rinkelen.

Als acteur kreeg hij net zoals Pamela Anderson een standaardvergoeding van 60.000 dollar per aflevering, pakweg 52.500 euro, maar als uitvoerend producent mocht hij jaarlijks ettelijke tientallen miljoenen dollars in zijn rode zwembroek proppen.

Restte natuurlijk de vraag wanneer men opslag mocht vragen en wanneer men zich beter gedeisd hield.

Een insider uit Hollywood gaf destijds al de gouden raad mee: wie ook maar enigszins vervangbaar was, zweeg maar beter over loonsverhoging, hoe vlot de serie ook liep.

Actrice Suzanne Somers had die les aan den lijve ondervonden.

Toen zij voor de populaire sitcom Three’s Company een verdrievoudiging van haar wedde én tien procent van de winst eiste, werd haar personage prompt uit het script geschreven.

Ze vertrok in de volgende aflevering halsoverkop om voor haar zieke moeder te zorgen, en kwatongen beweerden toen schertsend dat ze daar nog altijd aan het bed zat te waken.

Als we die cijfers uit 1996 nu vergelijken met de situatie van vandaag, valt pas op hoe ontzettend hard het Hollywood-landschap geëxplodeerd is.

Wat destijds als onwaarschijnlijk royale jaarinkomens werd gezien, bleek achteraf slechts het begin te zijn van gigantische miljardenfortuinen en een heel nieuwe economie rond streaming en rechten.

Steven Spielberg en Oprah Winfrey voeren ook vandaag nog de lijstjes aan, al spreken we bij hen niet langer over tientallen miljoenen op jaarbasis, maar over miljardenvermogens.

Waar Spielberg in 1995 nog 150 miljoen dollar opstreek, bezit hij nu een vermogen van meer dan zeven miljard dollar, mede dankzij een percentage op elk verkocht pretparkticket bij Universal Studios dat hij al die jaren bleef innen.

Oprah Winfrey liet haar jaarlijkse gage van 171 miljoen dollar achter zich door een eigen media-imperium uit te bouwen, waardoor haar totale bezit nu op meer dan drie miljard dollar geraamd wordt.

In de muziekwereld is de vergelijking even treffend.

Michael Jackson, die toen 90 miljoen dollar binnenhaalde, overleed in 2009, maar zijn nalatenschap boert vandaag zakelijk gezien nog steviger dan tijdens zijn hoogdagen dankzij streaming, een Broadway-musical en monsterdeals voor zijn rechten.

The Rolling Stones en de overgebleven leden van The Eagles en The Beatles trekken nog altijd moeiteloos langs uitverkochte stadions, waar tegenwoordig met één enkele wereldtournee vlot meer dan honderd miljoen dollar omgezet wordt.

Hardrockbands als Metallica en Kiss zagen hun miljoenen van 1995 verbleken bij de hedendaagse inkomsten uit wereldwijde merchandising en tournees, waarbij Kiss zijn voltallige catalogus en merknaam recent zelfs voor honderden miljoenen van de hand deed.

Bij de acteurs en komieken wisten Jerry Seinfeld en Arnold Schwarzenegger, die toen respectievelijk 59 en 74 miljoen dollar verdienden, de sprong te maken naar het kransje van de officiële miljardairs.

Seinfeld deed dat door de rechten op zijn serie decennialang te blijven verzilveren, met streamingdeals die de toenmalige miljoenen in de schaduw stelden.

Schwarzenegger deed hetzelfde door zijn toenmalige filmgages slim in vastgoed en bedrijven te pompen, waardoor hij vandaag als investeerder veel meer overhoudt dan hij indertijd op een filmset kon opstrijken.

David Copperfield wist zijn 74 miljoen dollar van weleer om te zetten in een reusachtig resort- en vastgoedbezit en staat nog steeds in Las Vegas voor uitverkochte zalen.

Het contrast met het verleden is het meest merkbaar in de televisiewereld.

De halve miljoen dollar van Ted Danson en de zeshonderdduizend dollar van Roseanne Barr per aflevering deden destijds monden openvallen.

Later werd die lat echter verlegd naar één miljoen dollar per aflevering voor de casts van Friends en The Big Bang Theory, en vandaag tellen streamingdiensten als Netflix, Walt Disney, Prime en Apple TV+ voor prestigieuze miniseries zonder verpinken één tot twee miljoen dollar per enkele aflevering neer voor een hoofdrolspeler.

Het grote verschil met toen is wel dat de gulle, levenslange royalty’s bij klassieke herhalingen op televisie, waar de sterren uit 1996 decennia op konden teren, door het streamingmodel bijna volledig zijn weggevallen.

De Amerikaanse actrice en zangeres Amy Davis

Amy Davis Irving werd op 10 september 1953 geboren in Palo Alto, Californië, in een gezin waar de podiumkunsten centraal stonden.

Haar vader Jules Irving was een gerespecteerd theaterregisseur en medeoprichter van de Actor’s Workshop in San Francisco, terwijl haar moeder Priscilla Pointer een gevierde actrice was.

Het was dan ook geen verrassing dat Amy al op zeer jonge leeftijd vertrouwd raakte met het theater.

Ze bracht een groot deel van haar jeugd door achter de schermen en stond als kind al op de planken.

Haar formele opleiding volgde ze aan het American Conservatory Theater in San Francisco en later aan de prestigieuze London Academy of Music and Dramatic Art.

In de jaren zeventig maakte ze de overstap naar film en televisie. Haar grote doorbraak op het witte doek kwam in 1976 met de rol van Sue Snell in de invloedrijke horrorfilm ‘Carrie’, geregisseerd door Brian De Palma.

Haar ingetogen en kwetsbare vertolking maakte meteen indruk, waarna De Palma haar opnieuw castte in de bovennatuurlijke thriller ‘The Fury’ uit 1978.

Rond diezelfde periode deed ze tevens auditie voor de rol van prinses Leia in ‘Star Wars’, een rol die uiteindelijk naar Carrie Fisher ging, maar het toonde aan hoe snel haar naam circuleerde in het filmlandschap van Hollywood.

Naast haar dramatische acteertalent beschikte Amy Irving over een opmerkelijke zangstem.

Dat liet ze horen in de muzikale dramafilm ‘Honeysuckle Rose’ uit 1980, waarin ze schitterde naast countrylegende Willie Nelson en zelf diverse nummers inzong.

Datzelfde jaar bewees ze haar veelzijdigheid in ‘The Competition’, waarin ze een getalenteerde klassieke pianiste speelde aan de zijde van Richard Dreyfuss.

Een van de absolute hoogtepunten in haar filmcarrière volgde in 1983 met ‘Yentl’, geregisseerd door Barbra Streisand.

Voor haar rol als de zachtmoedige Hadass ontving Irving een nominatie voor de Academy Award voor beste vrouwelijke bijrol.

Haar vocale kwaliteiten leverden haar in 1988 een van de meest herkenbare bijdragen aan de popcultuur op.

In de animatie- en liveactionklassieker ‘Who Framed Roger Rabbit’ leende ze haar zangstem aan het verleidelijke personage Jessica Rabbit, voor wie ze het jazzy nummer ‘Why Don’t You Do Right?’ vertolkte, terwijl Kathleen Turner de spreekstem verzorgde.

Datzelfde jaar schitterde Irving in de romantische komedie ‘Crossing Delancey’, een vertolking die haar een Golden Globe-nominatie opleverde en door critici werd geprezen om haar warmte en authenticiteit.

Ondanks haar successen in Hollywood bleef het theater altijd haar artistieke thuisbasis.

Ze bouwde een indrukwekkende staat van dienst op Broadway en Off-Broadway op.

Zo speelde ze de rol van Constanze in Amadeus, schitterde ze in producties als Heartbreak House en The Three Sisters, en maakte ze deel uit van de veelgeprezen originele Broadway-cast van Tom Stoppards trilogie The Coast of Utopia.

Haar toewijding aan het klassieke en moderne toneel leverde haar diverse prijzen en nominaties op in de theaterwereld.

In latere jaren bleef ze actief in uiteenlopende filmprojecten, waaronder het ensemble-misdaaddrama ‘Traffic’ van Steven Soderbergh, de Braziliaanse romantische komedie ‘Bossa Nova’ en de psychologische thriller ‘Unsane’.

In de afgelopen jaren heeft Irving zich meer op de muziek gericht. Ze bracht haar geprezen debuutalbum Born in a Trunk uit, waarop ze covers zingt die gelinkt zijn aan haar leven en carrière.

Kort daarna volgde een tweede album genaamd Always Will Be, een eerbetoon met covers van countrylegende Willie Nelson, met wie ze in 1980 in de film ‘Honeysuckle Rose’ speelde.

Haar privéleven trok in de jaren tachtig veel internationale media-aandacht door haar huwelijk met regisseur Steven Spielberg, met wie ze destijds zoon Max kreeg.

Na hun scheiding in 1989 trouwde ze met de Braziliaanse regisseur Bruno Barreto, met wie ze eveneens een zoon kreeg.

Vandaag de dag woont de inmiddels 73-jarige actrice samen met haar huidige echtgenoot, documentairemaker Kenneth Bowser.

Daarnaast onderhoudt ze nog altijd een goede, vriendschappelijke band met haar beroemde ex-man Steven Spielberg.

Vandaag 45 jaar geleden, lanceerde David Geffen zijn nieuwe platenfirma Geffen Record.

David Geffens carrière in de entertainmentindustrie begon bescheiden in 1964, op de postkamer van het William Morris Agency.

Hij klom snel op tot talentscout, en hoewel zijn ambitie in de filmwereld lag, werd hij vanwege zijn jonge leeftijd richting de rockmuziek gestuurd.

Na een succesvolle periode bij Ashley Famous Agency, waar hij de muziekafdeling hielp uitbouwen, startte hij samen met Elliot Roberts het managementbureau Geffen-Roberts.

Hun bureau boekte een enorm succes door voor Atlantic Records de supergroep Crosby, Stills & Nash (& Young) te contracteren.

Toen Geffen vervolgens probeerde om artiest Jackson Browne bij Atlantic onder te brengen, gaf Atlantic-baas Ahmet Ertegün hem de gouden tip: begin je eigen platenlabel.

Met de belofte van Ertegün voor productie en distributie werd in 1972 Asylum Records geboren.

Het label kreeg al snel een neus voor talent; na Jackson Browne contracteerde Geffen ook diens huisgenoten J.D. Souther en Glenn Frey, de latere oprichter van de Eagles.

Tussen 1972 en 1975 bracht Asylum een reeks iconische albums uit, waaronder werk van de Eagles, Joni Mitchell en Bob Dylan.

In 1975 verkocht Geffen het label voor 7 miljoen dollar aan Warner, waar het fuseerde met Elektra Records.

Geffen bleef aan als hoofd van de nieuwe divisie en werd later benoemd tot vicevoorzitter van de filmtak, Warner Bros. Pictures.

Zijn uitstap naar de filmwereld was echter van korte duur. Na een botsing met de bureaucratie en een aantal minder succesvolle films, besloot hij terug te keren naar de muziek.

Op 22 september 1980 lanceerde hij zijn nieuwe label, Geffen Records, en tekende diezelfde dag nog John Lennon en Elton John als zijn eerste artiesten.

Voor Lennon betekende dit het einde van een zes jaar durende stilte, wat resulteerde in het album ‘Double Fantasy’, dat kort voor zijn tragische dood verscheen.

In deze periode produceerde Geffen ook de succesvolle Broadwaymusicals ‘Dreamgirls’ en ‘Cats’.

In 1990 verkocht hij Geffen Records voor 550 miljoen dollar aan MCA, een bedrag dat een jaar later bij een overname zelfs opliep tot 670 miljoen.

Nadat hij het label in 1995 verliet, richtte hij daarvoor al 1994 samen met Steven Spielberg en Jeffrey Katzenberg de filmstudio DreamWorks SKG op.

Deze studio zou verantwoordelijk worden voor Oscarwinnaars als ‘American Beauty’, ‘Gladiator’ en de animatiehit ‘Shrek’.

Naast zijn zakelijke successen kwam Geffen ook in de media door zijn relatie met Cher in de jaren zeventig.

Later kwam hij openlijk uit voor zijn homoseksualiteit en werd hij een belangrijke filantroop, met name door grote donaties aan het wetenschappelijk onderzoek naar aids (foto Wikipedia)