Producer en componist Jaap Eggermont mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen

Jaap Eggermont werd geboren op 31 oktober 1946 in Den Haag en groeide uit tot een van de meest invloedrijke producers en slagwerkers in de Nederlandse popgeschiedenis.

Zijn professionele levensmotto liet daarbij aan duidelijkheid niets te wensen over: als het niet perfect kan, dan begin ik er niet aan.

Zijn muzikale loopbaan begon al in zijn Haagse schooltijd achter de drumkit bij de formatie The Pirates.

In 1964 plukten George Kooymans en Rinus Gerritsen hem daar weg om als drummer aan te treden bij The Golden Earrings, als opvolger van Fred van der Hilst.

Met Eggermont achter de trommels brak de band definitief nationaal door.

Eggermont drumde mee op bepalende vroege hits zoals ‘Please Go’, ‘That Day’, ‘Sound of the Screaming Day’ en de allereerste nummer 1-hit ‘Dong-dong-di-ki-di-gi-dong’ uit 1968, en hij speelde ook mee op albums zoals Just Earrings, Winter-Harvest en Miracle Mirror.

In 1969 reisde de groep af naar de Verenigde Staten voor een tournee.

The Golden Earrings waren in die tijd nog een typische popband en kregen aan de overkant van de oceaan nauwelijks voet aan de grond.

Ze werden niet uitgefloten, maar het publiek reageerde simpelweg nauwelijks.

Het was het tijdperk waarin zwaardere rockacts zoals Led Zeppelin doorbraken en het stevigere werk de toon zette.

Het enige stuk uit hun set dat aansloot bij die verschuiving was hun uitgesponnen cover van ‘Eight Miles High’ van The Byrds.

Nadat Rinus Gerritsen tijdens dat nummer als een bezetene een virtuoze bassolo ten gehore bracht en de zaal daarmee platpeelde, besloot de band het roer definitief om te gooien naar een hardere rockkoers.

Voor Eggermont was dat toen een kantelpunt.

Hij gaf de voorkeur aan een carrière achter de schermen in de platenindustrie boven het zware toeren, verliet de formatie en werd opgevolgd door Cesar Zuiderwijk.

Zijn studioloopbaan ging van start bij platenmaatschappij Polydor, waar hij het vak van producer en opnametechnicus leerde en een vlijmscherp oog ontwikkelde voor commerciële arrangementen.

In de jaren zeventig bouwde hij als zelfstandig producer een ijzersterke reputatie op binnen het Nederlandse muziekcircuit.

Hij zat achter de knoppen voor onder meer de Haagse bluesrockers Livin’ Blues met hun klassieker ‘Wang Dang Doodle’, het duo Spooky & Sue met ‘Swinging On A Star’, de glamrockband Catapult en Long Tall Ernie and the Shakers met klinkende successen zoals ‘Do You Remember’.

Zijn allergrootste wereldwijde triomf ontstond aan het begin van de jaren tachtig.

De kiem lag bij een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele Beatles-opnamen en andere popnummers aan elkaar waren gemixt over een discobeat.

Zodra muziekuitgever Willem van Kooten deze bootleg in handen kreeg, onderkende hij direct de commerciële potentie en vroeg hij Eggermont om een geheel officiële, legale bewerking in te blikken.

De goudader werd vervolgens aangeboord in de Soundpush-studio in Blaricum.

Om het project vocaal geloofwaardig neer te zetten, verzamelde Eggermont een uiterst vakkundig zangteam om zich heen. Bas Muys, zanger van de band Smile, nam de partijen van John Lennon voor zijn rekening.

Hij deed dat met zoveel precisie dat zelfs Julian Lennon later opmerkte dat de stem van Muys dichter bij die van zijn vader lag dan die van hemzelf.

Hans Vermeulen kroop vlekkeloos in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.

Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers en Jody Pijper onmisbare vocale bijdragen.

Zodra de radio het oppikte, was het duidelijk dat het een succes zou worden, maar dat ‘Stars on 45’ een ware ravage zou aanrichten in de internationale hitlijsten leek vooraf een utopie.

Tal van navolgers probeerden met vaak inferieure producties een graantje mee te pikken en de discussies tussen voor- en tegenstanders overstegen al snel het niveau van het verhitte kroeggesprek.

In de vakpers en binnen de platenindustrie werd de formule tot op het bot geanalyseerd, terwijl zakenlui hoopten dat de hype oneindig zou voortduren.

Eggermont zelf bleef ondertussen nuchter op de achtergrond.

Zijn werkdagen begonnen in die periode al om zes uur in de ochtend.

Terwijl hij werkte aan een compleet album en een derde single, weigerde hij zich blind te staren op de gekte; hij wilde afwachten hoe het liep om daarna weer gewone platen te gaan produceren.

De buitenlandse journalistieke aandacht voor zijn eigen persoon bleef dan ook bescheiden.

Voor de opvolgende opnames trok hij onder meer naar Brussel om te werken met de strijkers van Albert Speguel, die hij prees om hun uitzonderlijke klasse.

Hij koesterde sowieso een grote voorliefde voor België, waar je om vier uur ’s nachts nog uitgebreid aan tafel kon schuiven en tussen straatvegers en nachtarbeiders in het restaurant zat, een gemoedelijke menging die in Nederland toentertijd ondenkbaar was.

De commerciële balans van het studiowerk overtrof elke verwachting.

Alleen al in 1981 gingen er van de eerste single meer dan vijf miljoen exemplaren over de toonbank.

Op 20 juni 1981 veroverde de Beatles-medley de felbegeerde eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een historische mijlpaal die werd bekroond met platina voor meer dan een miljoen verkochte stuks in de Verenigde Staten alleen.

De single voerde de hitparades aan in meer dan tien landen, waaronder Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië.

De zegereeks werd in hetzelfde jaar doorgetrokken met het debuutalbum, dat in de Verenigde Staten verscheen onder de titel Stars on Long Play en meer dan 2,5 miljoen kopers vond.

Naast The Beatles kregen ook andere acts hun eigen succesvolle medley, zoals de Abba-medley, de Stevie Wonder-medley en de Frank Sinatra-medley.

Deze opvolgers nestelden zich eveneens bovenin de hitlijsten en stuwden de totale wereldwijde verkoop van alle Stars on 45-titels in 1981 naar een geschat aantal van tien tot vijftien miljoen stuks.

In september 1981, precies vijfenveertig jaar geleden, blikte Jaap Eggermont terug op deze muzikale lawine. Het megaproject leverde hem in 1982 de Conamus Exportprijs op.

Na dit overweldigende succes bleef hij decennialang een toonaangevende figuur in het audiocircuit via zijn eigen productiemaatschappij en studiofaciliteiten, gespecialiseerd in audionabewerking, mastering, commercials en filmgeluid.

De transformatie van beatdrummer in de jaren zestig tot architect van een wereldwijd hitfenomeen bezorgde Jaap Eggermont een unieke en blijvende status in de muziekgeschiedenis.