Vijfenveertig jaar Bananarama: de meidengroep die de hitlijsten bleef veroveren

De meidengroep Bananarama werd in 1980 opgericht door Keren Woodward, Sara Dallin en Siobhan Fahey.

Hun eerste single was de cover Aie-a-mwana, die ze in 1981 uitbrachten.

Dit nummer verscheen oorspronkelijk in 1971 op het album Le Monde Fabuleux Des Yamasuki van het Belgische project Yamasuki’s.

In 1975 werd het in Vlaanderen een hitje voor de groep Black Blood.

Het werd geschreven door Daniel Vangarde, de vader van Thomas Bangalter van Daft Punk, en zijn landgenoot Jean Kluger.

In de studio kregen de dames hulp van Steve Jones en Paul Cook van The Sex Pistols, waarna het nummer een kleine hit werd in Engeland.

De grote doorbraak kwam al vroeg in de jaren tachtig na een succesvolle samenwerking met Terry Hall en zijn groep Fun Boy Three.

Samen namen ze ‘It Ain’t What You Do It’s the Way That You Do It’ op, een swingend jazznummer uit 1939 dat oorspronkelijk werd gezongen door Jimmie Lunceford and His Orchestra.

Het nummer werd een grote hit in Europa en gaf Bananarama de kans om aan hun eerste album te werken.

Dat debuutalbum, getiteld Deep Sea Skiving, bevatte onder meer ‘Really Saying Something’, een cover van een Motown-nummer uit 1964 van The Velvelettes dat ze eveneens samen met de Fun Boy Three zongen.

De derde single van de plaat was ‘Shy Boy’, een nummer dat geschreven en geproduceerd werd door Steve Jolley en Tony Swain, die ook bekend waren van hun werk met Imagination en Alison Moyet.

Bananarama schreef daarnaast zelf nummers voor het album, zoals ‘Young at Heart’, dat ze samen met Robert Hodgens maakten.

Hodgens zou later met zijn band The Bluebells een eigen versie van het nummer uitbrengen en daar eveneens een grote hit mee scoren.

Niet veel later veroverden ze ook internationaal de hitlijsten met aanstekelijke popnummers zoals ‘Cruel Summer’ en ‘Robert De Niro’s Waiting’.

In het midden van de jaren tachtig ging Bananarama een samenwerking aan met het beroemde producerstrio Stock Aitken Waterman, een stap die hun muzikale carrière naar een absolute piek bracht.

Met een vernieuwde, energiekere dancepopsound scoorden ze wereldhit na wereldhit, waaronder hun beroemde cover van Venus, evenals ‘Love in the First Degree’ en ‘I Heard a Rumour’.

Na het grote succes van het album Wow! besloot Siobhan Fahey in 1988 de groep te verlaten om te trouwen met David Stewart van de Eurythmics en een solocarrière te beginnen.

Fahey richtte later het succesvolle Shakespeare’s Sister op.

Ze werd kortstondig vervangen door Jacquie O’Sullivan, geboren als Jacqueline Michelle O’Sullivan, die tot 1991 bij de band bleef.

Vanaf dat moment besloten Sara Dallin en Keren Woodward als duo door te gaan.

In 1996 kregen ze een eervolle vermelding in het Guinness Book of Records als de meest succesvolle vrouwelijke groep ooit en als de meidengroep met de meeste hitnoteringen in de Britse hitparade.

Hoewel de oorspronkelijke driemansformatie in 2017 en 2018 een eenmalige en zeer succesvolle reünietournee deed, is de vaste bezetting een duo gebleven.

Sara Dallin, geboren op 17 december 1961 en inmiddels 64 jaar, en Keren Woodward, geboren op 2 april 1961 en 65 jaar, zijn nog altijd ontzettend actief op de bühne.

Ze treden regelmatig op tijdens festivals, retro-events zoals Rewind Festival en geven eigen optredens in Groot-Brittannië en daarbuiten.

Ook nieuw werk blijft een vast onderdeel van hun plannen.

Na hun succesvolle studioalbums In Stereo uit 2019 en Masquerade uit 2022 brachten ze in het voorjaar van 2024 de verzamelaar Glorious: The Ultimate Collection uit, waarop ook een paar gloednieuwe nummers stonden.

Ze schrijven en nemen in hun eigen tempo nog steeds nieuwe muziek op via hun eigen label, dus nieuw materiaal valt in de toekomst zeker te verwachten.

Dat het duo hun rijke discografie actief blijft vieren, bleek opnieuw toen hun album Now Or Never op 15 mei 2026 in een geremasterde en uitgebreide versie opnieuw werd uitgebracht op de digitale platforms.

Dit album verscheen oorspronkelijk in september 2012 ter gelegenheid van hun dertigjarig bestaan en een Amerikaanse tournee.

De vernieuwde digitale uitgave telt zes nummers, waaronder de titeltrack ‘Now Or Never’, ‘La La Love’, hun cover van Maroon 5 en Christina Aguilera, namelijk ‘Moves Like Jagger’, en een heropgenomen versie van de jarennegentigtrack ‘Movin’ On’, aangevuld met nieuwe mixes van Ian Masterson.

Op 30 juni 2026 brachten Sara Dallin en Keren Woodward opnieuw een speciale release uit, ditmaal rond hun iconische hit Venus.

Deze release bevat de geremasterde originele versie, zeldzame 12-inchmixen, instrumentale tracks en niet eerder digitaal beschikbare dancemixes die destijds in 1986 op de maxi-single verschenen.

Hiermee zetten ze de legendarische track, die ze oorspronkelijk overnamen van Shocking Blue en waarmee ze de eerste plek in de Amerikaanse Billboard Hot 100 veroverden, opnieuw in de schijnwerpers.

Met een carrière die inmiddels meer dan vier decennia overspant, blijven Sara en Keren wereldwijd optreden en nieuwe muziek maken, waarmee hun status als iconen van de popmuziek definitief vaststaat.

Vandaag 45 jaar geleden, Sid Vicious overlijdt in het appartement van een vriendin, in Manhattan 63 Bank St. in New York City aan een overdosis.

Sid Vicious wordt op 10 mei 1957 in Lewisham, een district in Londen geboren als John Simon Ritchie.

Kort na de bevalling eindigde de relatie tussen zijn vader Ritchie en moeder Anne Beverley.

Anne Beverley en de jonge Sid verhuizen voor enkele maanden naar Ibiza.

In 1965 trouwde Anne Beverley met Christopher Beverle.

Ritchie nam de voornaam van zijn vader en de achternaam van de stiefvader en stond bekend als John Beverley.

In 1977 verving Sid Vicious Glen Matlock als bassist in The Sex Pistols en leerde hij zijn vriendin Nancy Spungen kennen. Niet dat Sid enige ervaring had met het bespelen van een instrument.

Tijdens de opnames van de eerste (en enige) plaat ‘Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols’ lag Sid in het ziekenhuis met hepatitis.

Voor concerten leerde hij de melodie van ‘I Don’t Wanna Go Down to the Basement’ van The Ramones en speelde dat tijdens nagenoeg elk liedje.

Nancy kwam uit gegoed Joods-Amerikaans middenklasse milieu en besloot op haar vijftiende om fulltime groupie te worden. Haar drang tot zelfdestructie sloot perfect aan bij die van Sid.

Bowie en Iggy flirten destijds met het ‘live fast, die young’ ideaal. Voor Sid werd het een missie.

In 1978 werd Sid wakker in kamer 100 van het beruchte Chelsea Hotel in New York met een spuit heroïne in zijn arm.

Zijn vriendin Nancy Spungen lag dood op de vloer in de badkamer.

Na een paar nachten in Rikers Island, was Sid weer op vrije voeten.

Zijn kameraden hadden zijn borgsom betaald.

Daarna was het snel klaar. Een gevecht met de broer van Patti Smith in een club en nachten doorhalen met heroïne-gremlins.

Kwatongen beweren dat zijn eigen moeder (die zelf ook worstelde met een heroïneverslaving) hem z’n laatste shot gaf. Sid was 21. Nancy was 20.

Kort na de dood van Sid Vicious beweerde zijn moeder, Anne Beverley, dat Vicious en Spungen een zelfmoordverdrag hadden gesloten en dat de dood van Vicious niet toevallig was.

Beverley beweerde dat nadat Vicious was gecremeerd, ze een handgeschreven notitie vond in de zak van Vicious leren jas.

Op het briefje staat: We hadden een doodspact en ik moet nog mijn deel doen van de afspraak. Begraaf me alsjeblieft naast mijn baby. Begraaf me in mijn leren jasje, jeans en motorlaarzen. Vaarwel

In 1996 vertelde Beverley aan journalist Alan G. Parker dat ze opzettelijk een fatale dosis heroïne aan Vicious had gegeven.

Zodoende hem te begoeden om niet meer naar de gevangenis te moeten gaan.

Anne Beverley stierf in 1996, ook aan een overdosis drugs

Sid Vicious (Joepie van 15 februari 1979)