We vieren een bijzondere mijlpaal in onze stad, want het is precies 500 jaar geleden dat de eerste steen van het stadhuis van Oudenaarde werd gelegd.

In 1526 legde stadsgouverneur Philips de Lalaing die allereerste steen voor een ontwerp van de Brusselse bouwmeester Hendrik van Pede.

Philips de Lalaing behoorde tot een van de invloedrijkste adellijke families van die tijd en was nauw verbonden met het hof van keizer Karel V.

Zijn functie als stadsgouverneur was overigens niet hetzelfde als die van een burgemeester.

Het dagelijks bestuur en de rechtspraak lagen in handen van de schepenen en burgemeesters uit de lokale burgerij.

Een stadsgouverneur daarentegen werd rechtstreeks door de centrale vorst aangesteld om namens de kroon toezicht te houden op de strategische garnizoensstad aan de Schelde, de stadsverdediging te overzien en de belangen van de keizer te bewaken.

Dat Lalaing de eerste steen mocht leggen, gaf het ambitieuze bouwproject dan ook een enorm keizerlijk en adellijk aanzien.

De keuze voor architect Hendrik van Pede was eveneens een bewuste zet van het zelfbewuste stadsbestuur.

Oudenaarde beleefde in die periode een enorme economische bloei dankzij de lakenhandel en de internationaal vermaarde wandtapijtweverij, en zocht voor het nieuwe stadhuis de allerhoogste kwaliteit om te kunnen wedijveren met steden als Brussel, Leuven en Gent.

Van Pede, telg uit een befaamde Brusselse dynastie van steenhouwers en bouwmeesters, was sinds 1506 stadsbouwmeester van Brussel en genoot groot aanzien.

Hij had toen al gewerkt aan prestigieuze projecten zoals het Brusselse Broodhuis op de Grote Markt in opdracht van Karel V, het paleis van de familie van Nassau en opdrachten op de Koudenberg.

Hij beschikte over directe connecties met het hof van keizer Karel V en beheerste de Brabantse laatgotiek tot in de finesses.

Bovendien bezat hij het technisch vernuft om het nieuwe gebouw naadloos te laten aansluiten op de al bestaande veertiende-eeuwse lakenhal.

Vanuit Brussel reisde Van Pede regelmatig naar Oudenaarde om persoonlijk toezicht te houden op de werf en de steenhouwers.

Het stadhuis zou uitgroeien tot zijn absolute kroonjuweel en geldt als een van de laatste grote hoogtepunten van de burgerlijke gotiek in onze gewesten.

Het nieuwe gebouw verrees naast de veertiende-eeuwse lakenhal en verving het oude houten schepenhuis op de Markt.

Na amper tien jaar bouwen, tussen 1526 en 1537, stond het er al: een meesterwerk in Brabantse laatgotiek met een L-vormige plattegrond, rijk versierd met beeldhouwwerk, maaswerk en bladgoud.

Vandaag is dit prachtige monument dan ook erkend als UNESCO-werelderfgoed.

Boven op de belforttoren prijkt een bronzen beeld van Hanske de Krijger, onze bekende volksheld en het embleem van de stad Oudenaarde.

De oorsprong van de legendevorming is het vergulde roodkoperen beeld dat sinds 1538 het stadhuis van Oudenaarde bekroont.

Het toont een vaandeldrager uitgerust als een Spaanse soldaat.

De Oudenaardse goudsmid Willem Blansterins maakte dit beeld al in 1530.

Het verhaal gaat dat, toen keizer Karel V Oudenaarde bezocht, de stadswachter Hanske de Krijger, die op uitkijk stond, hem niet had zien aankomen.

Hanske zou toen in slaap zijn gevallen, omdat hij te veel Oudenaards bier had gedronken.

Volgens deze zestiende-eeuwse legende zou de keizer daarom hebben opgedragen om een bril in het wapenschild te zetten.

In werkelijkheid is het embleem in het wapenschild echter geen bril, maar een gotische letter A van Audenaerde.

Tegenwoordig herbergt het stadhuis ook het MOU, een museum dat de geschiedenis van Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen vertelt aan de hand van wandtapijten, schilderijen en archeologische vondsten.

Het stadhuis werd door de jaren heen ontelbare keren gefotografeerd, waarbij de oudst bekende foto dateert uit 1864.

Voor een bijzondere foto-expo bundelen de cursisten fotografie van CVO Groeipunt en de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Oudenaarde hun krachten.

Hedendaagse foto’s van de cursisten worden er naast historische beelden uit de collectie van het stadsarchief geplaatst.

Deze gratis expo loopt van 31 oktober tot en met 15 november in de kapel van het Onze-Lieve-Vrouwhospitaal, telkens van donderdag tot en met zondag tussen 10 uur en 18 uur.

Ook na het jubileum blijft 500 jaar eerstesteenlegging zichtbaar in de stad.

De historische stadswandeling krijgt een permanente bewegwijzering met klinknagels in de grond, die herkenbaar zijn aan een afbeelding van het stadhuis en wandelaars de weg wijzen langs het historische centrum.

90 jaar geleden, foto van de Sint-Leonarduskerk in Zoutleeuw

In de twaalfde eeuw ontstaan als een Romaanse kapel, gesticht door Benedictijnen uit Vlierbeek. en gewijd aan de kluizenaar Leonardus.

Vanaf de veertiende eeuw uitbreidingen en verfraaiingen in gotische stijl, met toevoeging van kapellen en een indrukwekkend sacramentshuis (1552).

In de achttiende eeuw werden er barokke elementen toegevoegd, zoals de preekstoel.

De kerktoren is ook een belfort en erkend als UNESCO Werelderfgoed.

De kerk bezit een waardevolle kerkschatten met liturgische voorwerpen, zoals onder meer:

De Ottoons-Romaanse Christus gesneden tussen 1060 en 1070 is niet te missen in de kerk als oudste werk van de collectie.

Het beeld hing mogelijk eerst in de Sint-Sulpitiuskerk, de eerste kerk van Zoutleeuw.

Bij het bewonderen van het houtsnijwerk, merk je op dat deze Christus geen doornenkroon draagt, en wordt om die reden in verband gebracht met Christus als triomfator over de dood.

De woorden van de Heilige Paulus “De dood is de laatste vijand, die vernietigd wordt” vinden hier hun weerklank.

Centraal in het thema van de Sint-Leonarduskerk, vind je het vita-retabel van de Heilige Leonardus.

De retabel werd in 1378 gesneden en vertelt de legende met de verschillende fasen in het leven van de heilige.

Als patroon van de stad Zoutleeuw, is hij ook de beschermheilige van de gevangenen, geesteszieken, de reumalijders, de gehandicapten, de mijnwerkers, de zwangere vrouwen en het vee.

Je kunt hem herkennen aan de ketting of boeien die hij vaak als attribuut draagt.

Als zoon van een hoveling van koning Clovis I, zou hij het voorrecht gekregen hebben om gevangenen vrij te laten.

De koning bood hem de bisschopshoed aan, maar deze weigerde hij om kluizenaar te worden in Saint Léonard de Noblat in de Franse Limousin.

Toen de Frankische hoogzwangere koningin samen met de koning in de buurt van de kluizenaar op jacht was en in problemen verzeild raakten, zou de Heilige Leonardus door zijn gebed gezorgd hebben voor een goede bevalling.

In de Sint-Leonarduskerk vind je een reusachtige, geelkoperen paaskandelaar van bijna zes meter hoog. Renier I van Thienen heeft hem in 1483 gegoten en werd ontworpen naar een model van de Brusselse kunstenaar Jan Borman.

Aan de voet van de kandelaar wisselen de trouwe hond en de dappere leeuw elkaar af.

Vandaar volgen je ogen de kandelaar van beneden naar boven en merk je dat deze in de hoogte eindigt met Christus aan het Kruis, waaronder zich drie heiligen bevinden, Maria, de apostel Johannes en Maria-Magdalena.

Op 13 augustus 1550 ondertekende Maarten van Wilre, heer van Oplinter, het contract voor het sacramentshuis.

Cornelis II Floris maakte daarop een complex totaalkunstwerk.

Hij bracht de antieke- en renaissancekunst uit Italië samen met Vlaamse traditie.

De toren uit Avesnessteen is achttien meter hoog en telt negen verdiepingen.

Met reden kan dit het indrukwekkendste sacramentshuis uit de Zuidelijke Nederlanden van de zestiende eeuw genoemd worden.

Aan de hoeken van elke verdieping zijn beelden aangebracht. Het aantal personages is bijna niet te tellen.

Ook de geelkoperen balustrade is opgenomen in de Topstukkenlijst.

Maarten van Wilre en zijn vrouw Maria Pyllirpeerts liggen begraven voor het sacramentshuis.

Hun grafsteen werd later naar de muur verplaatst.

De kerk bevat ook schilderijen van onder anderen Pieter Coecke van Aelst en Gaspar de Crayer.

Families de Merode en de Villers liggen begraven in de kerk.

Zoutleeuw organiseert jaarlijks de “Kroningsfeesten” die verwijzen naar het glorieuze verleden (Diverse bronnen, Site Vlaamse Meesters, Wikipedia en foto eind 1934)