Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Dit mooie verhaal, zo herkenbaar voor ons allen, deelde hij vier jaar geleden in onze FB-groep ‘Gisteren nog vandaag’.
‘1977: ik was 16 en het meisje met de ijsjes deed mijn hart smelten.
Op het einde van de jaren 70 was ik als jongeman zes dagen per week barman in een brasserie op de Korenmarkt.
Op weg naar het werk passeerde ik elke dag langs café Monopole, op de hoek van de Hooiaard.
In het café zelf had ik weinig interesse. Het was het meisje dat daar altijd achter haar grote diepvrieskoffer met crème glace stond dat mijn aandacht kreeg.
Een knappe verschijning. Met sproetjes – daar ben ik nog altijd even zot van. Haar naam heb ik nooit durven vragen.
Af en toe kocht ik een ijsje bij haar: twee bollekes op een horentje, mokka en chocolade. Elke keer vroeg ze me welke smaak bovenaan mocht.
Elke keer zei ik mokka, het lekkerste eerst. Veertien frank voor een ijsje en enkele woorden van haar.
Na het zoveelste ijsje durfde ik het eindelijk te vragen, of ze zin had om eens te gaan wandelen. “Oei, oei, ik heb geen tijd”, zei ze – het is waar dat we in die jaren echt veel moesten werken.
Zij was nerveus, ik kreeg een vuurrode kop.
Na die dag liep ik wekenlang een blokje om.
Ik zag haar dan in de verte, mijn hart begon sneller te kloppen, ik kreeg het benauwd en sloeg een straat eerder af.
Tot ze er op een dag niet meer stond. Ik heb nog lang gewacht, maar nooit heb ik haar nog gezien.
Had ik langer met haar moeten praten? Het nog eens opnieuw moeten vragen en niet beschaamd moeten zijn?
Ach, spijt heeft geen zin. Ik blik nu, ruim veertig jaar later, nog graag terug op die eerste, hevige verliefdheid.
En misschien voelt het nog altijd zo goed, juist omdat het altijd een mooi luchtkasteel is gebleven. Soms is het verlangen mooier dan de invulling ervan.’
Zelf heb ik deze tv-reeks nooit gezien, maar ik las wel jaren eerder als kind de boeken over hun avonturen.
De geestelijke moeder van deze meeslepende verhalen was de Britse schrijfster Enid Blyton (1897-1968), een van de succesvolste kinderboekenauteurs aller tijden.
Ze schreef de oorspronkelijke reeks van 21 boeken tussen 1942 en 1963.
De verhalen draaiden om de broers Julian en Dick, hun zusje Anne, hun stoere nichtje Georgina (die liever George genoemd wilde worden) en de hond Timmy.
Samen trokken ze er tijdens de schoolvakanties op uit, vaak rond het fictieve kustdorpje Kirrin.
Wat de boeken voor generaties kinderen zo magisch maakte, was het gevoel van ultieme vrijheid: de hoofdpersonages beleefden hun avonturen zonder toezicht van volwassenen, kampeerden op eilandjes, verkenden ruïnes en ontrafelden geheimen met verrekijkers en zaklampen.
In 1978 verscheen de populaire Britse jeugdserie De Vijf, gebaseerd op deze beroemde boekenreeks.
De hoofdrollen werden vertolkt door Marcus Harris als Julian, Gary Russell als Dick en Jennifer Thanisch als Anne. Samen met Michele Gallagher als het tomboy-meisje George en de trouwe hond Timmy beleefden ze talloze avonturen vol mysterie, geheime gangen en smokkelaars.
De serie werd geproduceerd door Southern Television voor het ITV-netwerk en omvatte 26 afleveringen verdeeld over twee seizoenen.
De makers slaagden erin de nostalgische sfeer van de boeken perfect over te brengen naar het tv-scherm, waardoor de verfilming voor veel kinderen die opgroeiden in de late jaren zeventig en tachtig de definitieve weergave werd van de klassieke verhalen.
De herkenbare begintune en de spannende verhaallijnen maakten de tv-reeks tot een grote internationale hit die ook in de Lage Landen met veel succes werd uitgezonden.
Na het afronden van de serie namen de jonge hoofdrolspelers vrijwel allemaal afstand van de acteerwereld en sloegen zij heel uiteenlopende wegen in.
Marcus Harris stopte grotendeels met acteren, stapte het bedrijfsleven in en werd later actief in de lokale politiek als raadslid en burgemeester van Wallingford.
Na een zware beroerte besloot hij een langgekoesterde droom waar te maken en publiceerde hij in 2025 zijn eerste roman, Running Away.
Gary Russell bleef als enige nog even actief in het vak, maar maakte al snel de overstap naar een succesvolle achter-de-schermen-carrière als schrijver, redacteur en producent, waarbij hij een belangrijke rol speelde in de wereld van de bekende sciencefictionserie Doctor Who.
Jennifer Thanisch koos op haar beurt voor een rustig privéleven buiten de schijnwerpers, stichtte een gezin en ging aan de slag als lerares op een basisschool in Sussex.
Het levensverhaal van Michele Gallagher kent helaas een tragisch verloop: zij trok zich volledig terug uit de openbaarheid en overleed in 2000 op 36-jarige leeftijd.
Hijo de la Luna (Spaans voor “Kind van de Maan”) is een van de meest dramatische en poëtische ballades uit de Spaanse popgeschiedenis.
Het nummer werd geschreven door José María Cano voor de legendarische Spaanse popgroep Mecano en is terug te vinden op het album Entre el cielo y el suelo, dat in Spanje werd uitgebracht op 16 juni 1986.
Met zijn betoverende walsritme en theatrale orkestratie groeide het nummer al snel uit tot een gigantische internationale hit in Spanje, Latijns-Amerika en grote delen van Europa.
Dankzij het succes van de single Hijo de la Luna, uitgebracht op 25 juli 1987 in hun thuisland en in Frankrijk in 1988, werd de single bij ons uitgebracht in de winter van 1989.
De single bereikte bij ons de achttiende plaats in de Ultratop 50.
Om die plaats te bereiken, moesten ze wachten op een tweede poging in augustus 1990.
Dit dankzij Nederland, waar de single pas in juni 1990 de hitparade bereikte, om dan in juli uiteindelijk de derde plaats te bereiken in de Nederlandse Top 40.
Wat het nummer zo bijzonder maakt, is de duistere tekst die is opgebouwd als een klassiek volksverhaal.
De tekst van het nummer is enigszins geïnspireerd op de Romancero gitano van de dichter Federico García Lorca, die tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936) in Granada werd vermoord.
De universele dichter, die in de nacht van 18 op 19 augustus 1936 door de handen van falangisten om het leven kwam, schreef deze dichtbundel, geïnspireerd door de Andalusische volksziel en, meer in het bijzonder, door de wereld, de gebruiken en de symbolen die rond de zigeunergemeenschap draaien: de liefde, de jaloezie, de wraak, de maan…
Uit deze liefde voor de zigeunercultuur en uit deze thema’s over liefde, tragedie en dood ontstond zijn toneelstuk Bodas de sangre (geïnspireerd op Romeo en Julia).
Dit stuk werd in 1981 verfilmd door de regisseur Carlos Saura uit Aragón, en ook in 1963 door Francisco Rovira Beleta in Los Tarantos, met de dansers Antonio Gades en de bekende (zigeuner)danseres Carmen Amaya.
Het nummer vertelt het tragische sprookje van een zigeunervrouw die tot de volle maan bidt om een echtgenoot.
De maan verhoort haar wens, maar eist een duistere prijs: het eerste kind dat ze zal baren.
Wanneer de baby wordt geboren met een spierwitte huid en grijze ogen, vermoedt de vader overspel.
Hij steekt zijn vrouw dood en laat het kind alleen achter op een bergtop.
De maan ontfermt zich uiteindelijk over het kind, en elke keer als de baby huilt, verandert de maan in een sikkel om hem als een wiegje te wiegen.
We moeten rekening houden met de strenge wetten van de zigeunergemeenschap, die botsen met de hedendaagse ideeën over gendergelijkheid.
Toch moeten we de tekst analyseren vanuit het perspectief van die tijd en de betekenis ervan begrijpen.
De vrouw werd beschouwd als de matriarch, de schenker van het leven.
De maan, in de klassieke oudheid vertegenwoordigd door Diana, was de godin van de jagenden en behield haar maagdelijkheid.
Ze kon destijds dus geen kind baren.
Daarom heeft ze een andere vrouw nodig om haar er een te bezorgen. In de tragedie van Lorca zien we nog een voorbeeld van een vrouw die geen kinderen kan baren: Yerma.
In november 2002 blies de Belgisch-Spaanse zangeres Belle Perez deze klassieker nieuw leven in, waarvoor ze de krachten bundelde met de heren van de Belgische acapellagroep Voice Male.
Als dochter van Spaanse ouders paste de iconische ballade haar als een gegoten jas.
Waar het origineel van Mecano rust op een mystieke synthpop-sfeer met de heldere, gereserveerde stem van zangeres Ana Torroja, koos Perez samen met Voice Male voor een warmere, meer akoestische en vocaal gelaagde benadering.
Met haar krachtige stem, de harmonieuze begeleiding van de heren en subtiele flamenco-invloeden wisten ze het nummer een eigentijdse energie te geven.
De samenwerking werd een groot succes in Vlaanderen: de single piekte op de 8e plaats in de Ultratop 50 en klom zelfs op naar de 4e plek in de BRT Top 30.
Federico García Lorca werd in 1898 geboren in het Spaanse dorpje Fuente Vaqueros, dicht bij Granada.
Al op jonge leeftijd bleek zijn grote creativiteit, die zich aanvankelijk vooral uitte in zijn passie voor muziek en piano.
Toen hij in 1919 naar Madrid verhuisde om te gaan wonen in de beroemde studentenresidentie, kwam hij terecht in het bruisende hart van de Spaanse avant-garde.
Daar sloot hij hechte vriendschappen met kunstenaars als de schilder Salvador Dalí en de filmmaker Luis Buñuel. Buñuel, die later uitgroeide tot een van de meest baanbrekende en spraakmakende surrealistische regisseurs uit de filmgeschiedenis, deelde in die tijd een intense artistieke en intellectuele band met Lorca.
Hoewel hun artistieke visies later soms schuurden, beïnvloedden de ideeën van Buñuel over droomsymboliek en de scherpe maatschappijkritiek Lorca’s eigen zoektocht naar vernieuwing binnen de literaire wereld.
Deze inspirerende omgeving vormde de basis voor zijn doorbraak als een van de belangrijkste stemmen van de ‘Generación del 27’.
Deze Generación del 27 was een invloedrijke groep Spaanse dichters en kunstenaars die rond 1927 opkwam, het jaar waarin zij de driehonderdste sterfdag van de barokdichter Luis de Góngora eerden.
De beweging kenmerkte zich door een vernieuwende zoektocht naar een balans tussen de traditionele Spaanse volkspoëzie en de avant-gardistische stromingen van die tijd, zoals het surrealisme en het symbolisme.
In zijn literaire werk bracht Lorca de aloude volkstradities en folklore van zijn geliefde Andalusië samen met vernieuwende, moderne vormen.
Zijn dichtbundel ‘Romancero gitano’ uit 1928 maakte hem op slag beroemd.
Daarin vlocht hij hartstocht, verlangen, de maan en het noodlot naadloos aan elkaar. Een reis naar de Verenigde Staten inspireerde hem later tot het schrijven van ‘Poeta en Nueva York’, een veel duisterder werk waarin hij de kille mechanisering en het kapitalisme van de grote stad aan de kaak stelde.
Lorca was echter niet alleen dichter, maar ook een gedreven vernieuwer van het Spaanse theater.
Met zijn reizende toneelgezelschap ‘La Barraca’ trok hij langs dorpen op het platteland om klassieke Spaanse stukken toegankelijk te maken voor het gewone volk.
Later schreef hij zelf beroemde toneelstukken zoals ‘Bloedbruiloft’, ‘Yerma’ en ‘Het huis van Bernarda Alba’.
In deze drama’s stonden thema’s als maatschappelijke onderdrukking, onbeantwoorde liefde en de beklemmende rol van de vrouw centraal.
Het leven van Lorca eindigde tragisch op veel te jonge leeftijd.
Aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 werd hij in Granada gearresteerd door aanhangers van generaal Franco.
Vanwege zijn maatschappijkritische geest, zijn progressieve sympathieën en zijn openlijke homoseksualiteit werd hij als een gevaar voor het regime gezien.
Op achtendertigjarige leeftijd werd hij neergeschoten bij Víznar. Veel historici en biografen gaan uit van de nacht van 17 op 18 augustus of de vroege ochtend van 18 augustus 1936.
In andere bronnen en officiële documenten wordt vaak 19 augustus genoemd als de datum waarop zijn dood werd aangenomen.
Hoewel zijn werk tijdens de daaropvolgende dictatuur lang werd verboden, leeft zijn stem voort als een universeel symbool voor artistieke vrijheid.
Ter gelegenheid van de negentigjarige herdenking van zijn overlijden in 2026 worden in Spanje, en met name in Granada, diverse grootschalige culturele herdenkingen georganiseerd.
Een van de hoogtepunten is het stadsbrede artistieke project ‘Réquiem por Lorca’, waarin poëzie, muziek en voorstellingen samenkomen op historische locaties zoals de kathedraal van Granada en het Alhambra.
Daarnaast bewaart Spanje talloze fysieke sporen van de dichter.
In Granada zijn zijn geboortehuis ‘Museo Casa Natal’ in Fuente Vaqueros en zijn zomerhuis ‘Huerta de San Vicente’ ingericht als museum met originele meubels en manuscripten.
Het ‘Centro Federico García Lorca’ in het stadscentrum fungeert als modern archief en expositieruimte.
Ook in het straatbeeld is hij aanwezig, onder meer met een bronzen standbeeld op de Plaza de Santa Ana in Madrid en een ontspannen zitbeeld in Granada, terwijl het stiltepark tussen Víznar en Alfacar de plek markeert nabij waar hij in 1936 het leven liet.
De Britse zangeres, songwriter en pianiste Lynsey de Paul werd op 11 juni 1948 in Londen geboren als Lyndsey Monckton Rubin.
Ze studeerde aan het Hornsey College of Art en begon haar werkzame leven in de grafische vormgeving, waar ze onder meer albumhoezen ontwierp.
Haar muzikale talent bracht haar echter al snel in de muziekindustrie terecht, waar ze aanvankelijk successen boekte als componist voor andere artiesten.
Zo schreef ze onder meer de succesvolle hits ‘Storm in a Teacup’ voor The Fortunes en ‘Dancin’ (On a Saturday Night)’ voor Barry Blue.
Haar grote doorbraak als uitvoerend artiest kwam in 1972 met de single ‘Sugar me’.
Dat nummer was oorspronkelijk helemaal niet voor haarzelf bedoeld, want ze schreef het voor Peter Noone.
Die we allen kenden als de zanger van de succesvolle popgroep Herman’s Hermits.
Op aanraden van onder meer acteur Dudley Moore besloot ze het nummer toch zelf op te nemen en uit te brengen.
Het werd een internationale hit die de eerste plaats bereikte in de hitlijsten van onder meer Nederland en België.
Hiermee schreef ze geschiedenis als de eerste Britse vrouwelijke artiest die een nummer één-hit scoorde met een door haarzelf geschreven nummer.
Rond die periode werd ook haar artiestennaam bewust gekozen.
Vanwege de spanningen rond de Olympische Spelen van München in 1972 werd haar geadviseerd een minder opvallende Joodse achternaam te gebruiken.
Haar nieuwe artiestennaam stelde zij subtiel samen uit de namen van haar ouders.
Het voorvoegsel ‘de’ kwam van de meisjesnaam van haar moeder (wiens achternaam hiermee begon, of naar verluidt verwees naar de ‘de’ uit een familienaam), en ‘Paul’ was de tweede voornaam (middelnaam) van haar vader, Herbert Paul Rubin.
In de jaren daarna volgden verschillende successen in de hitparade, waaronder ‘No Honestly’ en de ballad ‘Won’t Somebody Dance with Me’.
Met die laatste plaat schreef ze opnieuw geschiedenis bij de Ivor Novello Awards door als eerste vrouw ooit deze prestigieuze Britse prijs voor songwriters te winnen.
In 1977 vertegenwoordigde ze samen met Mike Moran het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Rock Bottom’.
Het duo eindigde op de tweede plaats en scoorde goed in verschillende hitparades in diverse Europese landen.
In augustus 1981 keerde Lindsey de Paul terug naar haar Victoriaanse huis in Londen om er na het beëindigen van haar vierjarige romance met de Amerikaanse acteur James Coburn een nieuwe elpee en een Europese en Japanse tournee voor te bereiden.
Het viel haar destijds niet gemakkelijk om weer te wennen aan het vrijgezellenbestaan.
In vier jaar tijd was ze ontzettend veranderd.
Voordat ze James leerde kennen, had ze altijd vrienden over de vloer en liep ze van de ene fuif naar de andere, maar dat zei haar toen niets meer in 1981.
Ze zat het liefst gezellig thuis achter de piano om nummers te schrijven voor haar eerste elpee in jaren.
In die periode kwam ook haar single ‘Strange Changes’ uit, een nummer dat haar gemoedstoestand weergaf.
Het nummer schreef ze samen met Sue Shifrin.
Toen bekend werd dat ze zich weer in Londen ging vestigen, kreeg ze een telefoontje van haar oude platenmaatschappij met de vraag of ze een nieuw contract wilde tekenen.
Dat voorstel nam ze in dank aan, omdat ze zo snel mogelijk weer aan de slag wilde.
Wel werd er gevraagd om snel met een single te komen.
Na drie jaar muzikaal op non-actief te hebben gestaan, wilde ze weer gaan componeren.
‘Strange Changes’ beschreef haar gevoelens en haar kijk op de wereld op dat moment.
Ze vond dat achteraf een beetje jammer, niet omdat ze dingen had verteld die ze niet meende, maar omdat ze niet de indruk wilde wekken dat ze haar zelfbeklag ten gelde wilde maken.
In haar Victoriaanse huis in Noord-Londen, dat ze in 1975 voor een zacht prijsje op de kop had kunnen tikken, was een muziekkamer ingericht met twee piano’s en een enorme collectie elpees.
Een van die piano’s was trouwens een geschenk voor haar ex-vriend.
Het hele huis puilde toen trouwens uit met souvenirs aan James en haar verblijf in de Verenigde Staten.
Deze souvenirs herinnerden haar aan goede tijden, waar ze toen met groot heimwee naar terugkeek.
Ondanks de breuk kwam James altijd gedag zeggen als hij in Londen was, en zij vond dat enorm fijn van hem.
Deze vriendschap zou dan ook blijven duren tot aan zijn dood.
Er kwam ook nog ander bezoek over de vloer, zoals haar poes Sesam, die ze op dat moment haar beste vriend noemde.
Aan een nieuwe relatie was ze toen nog niet toe.
Haar single werd zo goed onthaald dat het een hit beloofde te worden, vertelde ze toen in een interview.
Bovendien kon ze rekenen op de steun van zowel de BBC als de Britse commerciële televisie.
Voordat ze naar Amerika trok, leverde ze regelmatig titelmelodieën af voor tv-series en speelfilms, waardoor ze veel goede contacten had opgebouwd.
Men wist dat ze professioneel werk afleverde en dat hielp haar om goede promotie te krijgen.
De week na het verschijnen van de single had ze al vier aanvragen voor tv-optredens op zak.
Bovendien ging de BBC haar uitspelen in twee grote shows, die in verschillende landen zouden worden uitgezonden, en dit samen onder meer met Sheena Easton.
Ondanks een opvallende hoes, de aandacht van de pers en een beperkte 12-inch promotieversie, wist de single de hitparades niet te bereiken.
Jaren later werd het nummer wel gewaardeerd door liefhebbers en verzamelaars van vroege jaren 80-pop en disco-funk.
Er kwamen zelfs verschillende remixes uit van het nummer.
Naast haar eigen zangcarrière bleef ze actief als songwriter voor televisieprogramma’s en andere artiesten.
Ze verlegde haar grenzen verder als producer, speelde in musicals, interviewde mensen voor televisie en trad regelmatig op in diverse Britse televisieproducties.
Ook zette ze zich in voor maatschappelijke onderwerpen; zo bracht ze in de jaren negentig zelfs een instructievideo uit over zelfverdediging voor vrouwen.
Lynsey de Paul was een bewuste, zelfstandige vrouw die nooit trouwde, al waren haar bedpartners vaak beroemde mannen zoals Ringo Starr, Sean Connery, Bernie Taupin en Dudley Moore.
De Amerikaanse acteur James Coburn, haar ex-vriend, overleed op 18 november 2002 op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn huis in Beverly Hills.
Lynsey de Paul overleed op 1 oktober 2014 op 66-jarige leeftijd, volgens de BBC vermoedelijk aan de gevolgen van een hersenbloeding.
45 jaar geleden, thuis bij Lynsey De Paul (Joepie 16 augustus 1981)
Madurodam werd bedacht door Bep Boon-van der Starp, die zich liet inspireren door het Britse miniatuurstadje Bekonscot Model Village, dat in 1929 in Beaconsfield werd gesticht.
Als lid van de Raad van Bijstand van de Stichting Nederlands Studenten Sanatorium, een organisatie die Nederlandse studenten met tuberculose in staat stelde een kuur te ondergaan en te studeren, zocht Bep Boon-van der Starp naar een manier om blijvend inkomsten voor de stichting te verwerven.
Door een miniatuurstadje te laten bouwen, hoopte hij dat doel te bereiken.
Zijn naam leeft in het park tot op de dag van vandaag voort in het fictieve dorpje Starpenheuvel.
Het park werd genoemd naar George Maduro, een Curaçaose student die zich tijdens de meidagen van 1940 als cavalerieofficier onderscheidde in de slag om de residentie, en in februari 1945 overleed in concentratiekamp Dachau.
Zijn ouders schonken het beginkapitaal voor het project, dat door de familie Maduro wordt beschouwd als een monument voor hun enige zoon.
Gisteren nog vandaag
Sinds 1993 is in Madurodam een schaalmodel van het uit 1895 daterende geboortehuis van Maduro op Curaçao te zien.
Naast de maquette van het huis is een plaquette bevestigd met de tekst dat Nederland in Maduro zijn oorlogshelden uit de strijd van 1940-1945 eert.
De inkomsten van Madurodam gaan naar goede doelen via de Stichting Madurodam Steunfonds.
Het Steunfonds verleent financiële steun aan algemeen nut beogende instellingen die zich met hun activiteiten richten op jongeren of duurzame projecten ten behoeve van jongeren.
Voorbeelden van lopende projecten zijn onder andere het Jeugdsportfonds, het KNCV Tuberculosefonds en het Cruyff Court Laakkwartier in Den Haag.
Het oorspronkelijke stedenbouwkundige ontwerp is van de Groningse architect Siebe Jan Bouma, destijds directeur van het Zuiderzeemuseum.
In het midden van de jaren tachtig werd een nieuwe wijk ontworpen door de architect Carel Weeber.
Begin jaren negentig werd het grondgebied van Madurodam uitgebreid en kon de nieuwe wijk worden aangelegd, waardoor er meer ruimte kwam voor grote objecten zoals Schiphol en de Rotterdamse haven.
Het vernieuwde Madurodam werd op 15 mei 1996 heropend door toenmalig koningin Beatrix.
In 2003 werd het model van de Luchthaven Schiphol vernieuwd en vergroot, tot dan toe het grootste gebouwde object in de geschiedenis van het park.
In de loop der jaren is de miniatuurstad steeds verder vernieuwd.
Gisteren nog vandaag
Zo is er een nieuwe themazone bijgekomen met moderne en bekende Rotterdamse gebouwen, evenals een authentieke wijk die een breed beeld geeft van het Nederlandse straatbeeld.
In de zomer van 2025 opende daarnaast een attractie die bezoekers meeneemt in de kracht van de wind.
Naast deze geschiedenis kent Madurodam tal van bijzondere weetjes die het park extra uniek maken.
Het hele stadje is gebouwd op een exacte schaal van 1 op 25.
Prinses Beatrix werd bij de opening in 1952 de allereerste burgemeester van Madurodam.
Pas toen zij in 1980 koningin werd, legde ze die functie neer en werd ze beschermvrouwe.
Tegenwoordig kiest een jeugdgemeenteraad elk jaar een nieuwe scholier als burgemeester.
Ook de natuur in het park is bijzonder.
Er staan zo’n 4.000 tot 5.000 echte bomen in het park, waaronder eiken, iepen en beuken.
Door intensief snoeien en speciale bemesting worden het volwaardige miniatuurbomen die nooit groter worden dan een meter, en sommige van deze boompjes staan er zelfs al sinds de opening in 1952.
Om de vrolijke en levendige sfeer van de stad te bewaken, ontbreken een ziekenhuis en een begraafplaats bewust in het park.
Alle miniaturen en bewegende vervoermiddelen worden tot op de millimeter nauwkeurig gemaakt in het eigen atelier van het park, waar vakmensen continu schaven aan de kleinste verhalen van Nederland.
Aretha Franklin zag op 25 maart 1942 het levenslicht in Memphis als dochter van een baptistenpredikant.
Ze groeide op in Detroit, waar haar muzikale talent al op zeer jonge leeftijd tot bloei kwam in het kerkkoor van haar vaders New Bethel Baptist Church.
Haar jeugd werd echter gekenmerkt door een snelle opeenvolging van ingrijpende gebeurtenissen.
Op veertienjarige leeftijd werd ze al voor het eerst moeder van een zoon, Clarence, vernoemd naar zijn vader.
Slechts een jaar later schonk ze het leven aan haar tweede zoon, Edward, van een andere vader.
Omdat Franklin haar zangcarrière verder moest uitbouwen, nam haar grootmoeder de dagelijkse zorg voor de twee jongens op zich.
Met de volle steun van haar vader verhuisde ze in 1960 naar New York.
Een demoband belandde op het bureau van John Hammond, de vermaarde ontdekker van Billie Holiday, die haar meteen een platencontract bezorgde bij Columbia Records.
Nog datzelfde jaar verscheen haar debuutsingle ‘Today I Sing the Blues’, een jaar later gevolgd door het album ‘Aretha’.
In de vroege jaren zestig boekte ze bescheiden successen met nummers zoals ‘Rock-a-bye Your Baby with a Dixie Melody’ en ‘Operation Heartbreak’.
Hoewel de grote hitstream toen nog uitbleef, doopte een radiodj in Chicago haar in die periode al om tot ‘The New Queen of Soul’.
Op persoonlijk vlak koos ze in 1961 voor een huwelijk met Ted White, wat tegen de wil van haar vader in ging.
White nam de rol van manager over van haar vader, en in 1964 verwelkomden ze hun zoon Ted Junior.
Achter de schermen ging het er stormachtig aan toe; volgens intimi werd Franklin door haar echtgenoot fysiek mishandeld.
In 1966 dwong White haar om Columbia Records te verlaten en te tekenen bij Atlantic Records.
Deze overstap luidde haar definitieve doorbraak in.
In april 1967 bracht ze bij haar nieuwe label de single ‘Respect’ uit, een bewerking van een nummer van Otis Redding.
Het album groeide niet alleen uit tot een gigantische hit, maar ook tot het officieuze volkslied van de Civil Rights Movement.
Franklin werd de stem van zwart Amerika genoemd.
Hoewel ze zelden meeliep in protestmarsen, gebruikte ze haar bekendheid om grote menigten te trekken, geholpen door de hechte vriendschap tussen haar vader en Martin Luther King.
In 1968 verzilverde ze twee Grammy Awards voor ‘Respect’ en veroverde ze de hitlijsten met de feministische klassieker ‘Think’.
Ze schreef geschiedenis door als tweede zwarte beroemdheid ooit, na Martin Luther King, de cover van Time Magazine te sieren.
Privé bleef het echter roerig.
Haar huwelijk met Ted White liep definitief op de klippen, wat eind 1968 leidde tot een scheiding.
Daarna kreeg ze een knipperlichtrelatie met haar roadmanager Ken Cunningham.
Uit deze relatie werd hun zoon Kecalf geboren, een naam gevormd door de initialen van beide ouders.
Vanaf 1976 raakte haar carrière tijdelijk in een slop.
Voor het eerst in acht jaar greep ze naast de Grammy’s, haar verkoopcijfers bij Atlantic Records zakten in en het album ‘Sweet Passion’ werd een commerciële en artistieke tegenvaller.
Na twaalf jaar beëindigde ze haar samenwerking met Atlantic en stapte ze over naar Arista Records.
Haar grote terugkeer kwam er in 1980 dankzij een geslaagde cover van ‘What a Fool Believes’ van The Doobie Brothers, kort daarna gevolgd door een iconische rol in de filmklassieker ‘The Blues Brothers’.
Toch werd ze opnieuw geconfronteerd met tegenslagen.
Het overlijden van haar vader en een traumatisch vliegtuigongeval, dat resulteerde in een hardnekkige vliegangst en agorafobie, (mensen met agorafobie ervaren intense angst of paniek in situaties buiten hun vertrouwde thuisomgeving), dwongen haar om zich tijdelijk uit het openbare leven terug te trekken.
In 1985 maakte ze een sterke comeback met de plaat ‘Who’s Zoomin’ Who?.
Op dat succesvolle album blonk ook haar krachtige samenwerking met Eurythmics uit.
Het feministische duet ‘Sisters Doin’ It for Themselves’, opgenomen met Annie Lennox, groeide uit tot een wereldwijde pop- en R&B-hit die de kracht van beide zangeressen perfect bundelde.
Ook op persoonlijk vlak kreeg ze terug zware klappen te verwerken: haar tweede huwelijk met acteur Glynn Turman strandde officieel in 1984, na een scheiding van tafel en bed in 1982.
Daarnaast verloor ze haar naaste familieleden aan de gevolgen van kanker; haar jongere zus Carolyn overleed in 1988 op 43-jarige leeftijd aan borstkanker, haar broer Cecil, die tevens haar manager was, overleed in 1989 op 49-jarige leeftijd, en haar oudere zus Erma overleed in 2002 op 64-jarige leeftijd aan keelkanker.
Een van de meest opvallende hoogtepunten uit deze periode was haar samenwerking met George Michael.
In januari 1987 brachten ze het ijzersterke duet ‘I Knew You Were Waiting (For Me)’ uit.
Voor George Michael, die net de groep Wham! had verlaten, was het een droom die uitkwam om met zijn idool te zingen.
Het nummer werd een wereldwijd succes en veroverde de eerste plaats in zowel de Amerikaanse Billboard Hot 100 als de Britse hitlijsten.
Het leverde Franklin haar allereerste Britse nummer 1-hit op en de twee mochten er in 1988 zelfs een Grammy Award voor Best R&B Performance by a Duo or Group mee in ontvangst nemen.
Ondanks alle persoonlijke beproevingen bleef de erkenning voor haar muzikale oeuvre gigantisch.
Naast een indrukwekkende reeks Grammy Awards voor beste r&b-zangeres, werd ze geëerd met een Grammy Legend Award (1991) en een Lifetime Achievement Award (1994).
In 1997 schreef ze geschiedenis als de eerste vrouw die werd opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.
Twee jaar later ontving ze de National Medal of Arts, de hoogste artistieke onderscheiding in de Verenigde Staten.
Een absoluut hoogtepunt in haar latere carrière was haar optreden tijdens de inauguratie van president Barack Obama in 2009.
Eind 2010 werd bekend dat er alvleesklierkanker bij haar was vastgesteld.
Na langdurige speculaties in de media liet de zangeres weten dat ze de ziekte had overwonnen en zich weer volledig op haar muziek wilde richten.
Dat onderstreepte ze met het album ‘A Woman Falling Out of Love’ in 2011.
In 2014 volgde ‘Aretha Franklin Sings the Great Diva Classics’, waarop haar krachtige versie van Adeles ‘Rolling in the Deep’ hoge ogen gooide.
In 2017 kondigde ze haar pensioen aan, niet lang na het uitbrengen van het album ‘A Brand New Me’ met The Royal Philharmonic Orchestra.
Een geplande reeks afscheidsconcerten moest ze helaas grotendeels afzeggen vanwege haar broze gezondheid.
Want de kanker stak opnieuw de kop op.
Na een periode waarin ze thuis door haar naasten werd verzorgd, overleed Aretha Franklin op 16 augustus 2018 op 76-jarige leeftijd in haar woning in Detroit, omringd door haar familie en vrienden.
Met haar overlijden kwam er een einde aan het leven van een van de allergrootste en meest invloedrijke stemmen uit de muziekgeschiedenis.
Naast haar indrukwekkende levensloop zijn er heel wat bijzondere weetjes die de unieke persoonlijkheid van de Queen of Soul illustreren.
Zo stond Franklin bekend als een buitengewoon begenadigd pianiste, een talent dat ze zichzelf grotendeels op het gehoor aanleerde zonder formeel noten te leren lezen.
Haar iconische status werd na haar overlijden nogmaals bevestigd toen het prestigieuze tijdschrift Rolling Stone haar uitriep tot de allerbeste zangeres aller tijden.
Ook haar extreme vliegangst zorgde voor opmerkelijke situaties; vanaf de jaren tachtig weigerde ze absoluut om nog in een vliegtuig te stappen, waardoor ze al haar tournees aflegde in een speciaal aangepaste, luxueuze touringcar en optredens buiten Noord-Amerika zo goed als uitgesloten waren.
Haar legendarische optreden op de begrafenis van Martin Luther King in 1968 onderstreepte haar diepe verbondenheid met de burgerrechtenbeweging, terwijl haar muzikale veelzijdigheid op briljante wijze bleek toen ze tijdens de Grammy Awards van 1998 op het allerlaatste moment inviel voor de zieke Luciano Pavarotti en moeiteloos het klassieke operastuk ‘Nessun Dorma’ ten gehore bracht.
Tot slot bezat ze een heel eigenzinnige gewoonte tijdens concerten: vanwege slechte ervaringen in haar beginjaren eiste ze steevast dat ze voor elk optreden contant werd uitbetaald, waarna ze haar goedgevulde handtas gedurende het hele concert op of naast de vleugel liet staan
Op 16 augustus 1986 vond in het Engelse Castle Donington een gedenkwaardige editie plaats van het Monsters of Rock-festival.
Ozzy Osbourne was die dag de absolute headliner. Hij sloot het festival af met een spectaculaire show waarin hij een gigantische opblaasbare duivel als decorstuk gebruikte.
Voor Def Leppard was het optreden een enorm emotioneel moment.
Drummer Rick Allen speelde er zijn allereerste grote festivalshow sinds hij eind 1984 zijn linkerarm verloor bij een zwaar auto-ongeluk.
Met een speciaal voor hem ontworpen elektronisch drumstel speelde hij feilloos, wat leidde tot een van de meest legendarische en ontroerende publieksovaties in de geschiedenis van het festival.
De affiche bevatte veel grote namen uit de hardrock en heavymetal.
Naast Ozzy Osbourne en Def Leppard stonden ook Scorpions, Motörhead, Bad News en Warlock op het podium.
De Duitse metalband Warlock schreef die dag geschiedenis dankzij frontvrouw Doro Pesch.
Zij was de allereerste vrouwelijke artiest die ooit op het podium van Monsters of Rock in Donington optrad.
De komische rockband Bad News, ontstaan uit de Britse comedyserie The Comic Strip Presents, speelde als openingsact.
Het publiek ontving de parodieact met een beruchte Castle Donington-traditie: de band werd tijdens het hele optreden bekogeld met plastic flessen, modder en blikjes, iets wat de groep overigens met de nodige humor onderging.
Het festival trok naar schatting zo’n zestigduizend tot tachtigduizend enthousiaste rockfans naar het legendarische racecircuit.
Na het succes in Engeland trok de festivalformule die zomer als rondreizende tournee door naar het Europese vasteland, met succesvolle edities in onder andere Neurenberg, Mannheim en Stockholm.
Het idee voor deze foto is afkomstig van een bekende foto van Jayne Mansfield.
Buiten zangeres, actrice en zakenvrouw schreef Madonna 20 jaar geleden geschiedenis door haar eerste kinderboek ‘De Engelse rozen’ uit te brengen.
Twee jaar later, in 2005, bracht ze al haar vijfde boek ‘Lotsa De Casha (Heel Veel Geld)’ uit.
De Portugese kunstenaar Rui Paes illustreerde het boek.
In Lotsa De Casha vertelt Madonna het verhaal van de rijkste man ter wereld.
Die raakt alles kwijt, maar hij krijgt er een echte vriend voor terug.
Lotsa De Casha is bedoeld voor kinderen van 6 jaar en ouder.
Het boek benadrukt de eeuwenoude moraal dat geld niet gelukkig maakt.
Ilene Cooper, de recensente van The American Library Association, vindt dat Madonna dezelfde fout maakt als andere sterren die aan het schrijven zijn geslagen.
‘Zij denken dat zij kunnen schrijven, maar wat zij doen is vreselijk, echt vreselijk‘.
Ondanks deze kritiek gaan Madonna’s boeken als warme broodjes over de toonbank.
Haar uitgever laat weten dat meer dan twee miljoen exemplaren van de reeks zijn verkocht.
De boeken zijn in veertig talen vertaald en in meer dan honderd landen te koop.
Gimondi werd geboren in Sedrina, nabij Bergamo, en liet als amateur al zijn talent zien door onder andere de Ronde van de Toekomst te winnen.
Zijn grote doorbraak volgde in 1965, toen hij als neoprof meteen de Ronde van Frankrijk op zijn naam schreef.
Zijn succes in de Grote Rondes bleef groeien.
Twee jaar later won hij de Ronde van Italië, een prestatie die hij in 1969 en 1976 herhaalde. Door in 1968 ook de Ronde van Spanje te winnen, trad hij toe tot een exclusief gezelschap.
Gimondi is namelijk een van de slechts zeven renners die alle drie de Grote Rondes hebben gewonnen, samen met Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Alberto Contador, Vincenzo Nibali en Chris Froome.
De renner, die de bijnamen de buizerd van Bergamo en de aristocraat droeg, blonk uit in constantheid; in al zijn vijf deelnames aan de Ronde van Frankrijk eindigde hij in de top tien.
Zijn minste resultaat was een zevende plaats, en hij pakte in totaal zeven Touretappes.
Naast zijn successen in rittenkoersen was Gimondi een specialist in eendaagse klassiekers.
Hij won tweemaal de Ronde van Lombardije, in 1966 en 1973.
Daarnaast schreef hij Parijs-Roubaix in 1966 en Milaan-San Remo in 1974 op zijn naam, en kroonde hij zichzelf in 1973 tot wereldkampioen.
Zijn carrière kende ook een schaduwzijde toen hij tijdens de vijftiende etappe van de Ronde van Frankrijk in 1975 positief testte op doping.
Dit kostte hem tien minuten straftijd in het algemeen klassement, een boete van duizend Zwitserse frank en een voorwaardelijke schorsing van een maand.
Gimondi overleed in 2019 op 76-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval, die hem trof tijdens het zwemmen in zee aan de oostkust van Sicilië.
Hoewel de officiële doodsoorzaak van Elvis Presley na zijn overlijden op 16 augustus 1977 werd vastgesteld op hartfalen, werpt zijn voormalige huisarts een ander licht op de zaak.
Elvis werd destijds dood op het toilet aangetroffen en de arts die hem probeerde te reanimeren, dokter Nichopoulos, stelt in zijn boek ‘The King and Doctor Nick’ dat de zanger gered had kunnen worden als hij een operatie niet had geweigerd.
Nichopoulos, die de laatste twaalf jaar van Elvis’ leven deel uitmaakte van zijn entourage, onthult daarin schokkende details over de werkelijke gezondheidstoestand van de King.
Volgens de arts leed Elvis aan een erfelijke darmverlamming die leidde tot een extreme vorm van constipatie.
Zijn dikke darm had een abnormale diameter van vijftien tot achttien centimeter, wat aanzienlijk groter is dan de normale zes tot negen centimeter.
Nichopoulos schrijft dat de doodsoorzaak aanvankelijk onzeker was, maar dat nieuw onderzoek de puzzelstukjes uiteindelijk in elkaar heeft doen vallen.
In de darmen van Elvis werd stoelgang aangetroffen die daar al vier tot vijf maanden vastzat.
Deze aandoening verklaart volgens de dokter ook het beruchte overgewicht van de zanger; dit kwam niet door te veel of te vet eten, maar was een direct gevolg van de ernstige verstopping.
De ziekte had een enorme impact op het leven van de zanger.
Elvis schaamde zich er diep voor en had soms zelfs ongelukjes op het podium, waardoor hij zich tijdens optredens halsoverkop moest omkleden.
Omdat constipatie in de jaren zestig en zeventig nog in de taboesfeer zat en nauwelijks bespreekbaar was, zocht hij onvoldoende hulp, hoewel de behandelingen intussen sterk zijn geëvolueerd.
Nichopoulos is er dan ook van overtuigd dat Elvis wellicht nog in leven had kunnen zijn als hij destijds de nodige darmoperatie had ondergaan.
Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van S.C. Toof & Co., een commerciële drukkerij in Memphis.
Het landgoed werd vernoemd naar Toofs dochter, Grace, die de boerderij later erfde.
Spoedig daarna kreeg dit gedeelte van het land de naam Graceland.
In 1939 bouwde Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een landhuis in koloniale stijl op het terrein.
Het landhuis telt drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.
De badkamer waar het levenloze lichaam van Elvis werd gevonden, bevindt zich pal boven de entree.
Deze ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren, en bij het portiek waken aan weerszijden twee grote leeuwen.
Toen Elvis Graceland kocht, liet hij ingrijpende aanpassingen uitvoeren.
Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren poort met een muziekthema, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde Jungle Room, die voorzien is van een overdekte waterval.
In februari en oktober 1976 werd deze Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio.
Hier nam Elvis bijna alle nummers op voor zijn laatste twee studioalbums, ‘From Elvis Presley Boulevard’, ‘Memphis, Tennessee’ en ‘Moody Blue’.
Dit waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.
Om tot rust te kunnen komen, liet Elvis in de tuin de Meditation Garden aanleggen.
Hij bleef op het landgoed wonen tot aan zijn overlijden op 16 augustus 1977.
Na zijn dood werd Elvis begraven in deze Meditation Garden, net als zijn ouders Gladys en Vernon en zijn grootmoeder.
Ook ligt er een gedenksteen voor Elvis’ tweelingbroer Jesse Garon, die tijdens de geboorte overleed.
De Meditation Garden werd al in 1978 opengesteld voor het publiek, en op 7 juni 1982 opende Graceland officieel de deuren als museum.
Inmiddels is het landgoed uitgegroeid tot een waar bedevaartsoord en vormt het, naast de muziek, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.
Met jaarlijks zo’n 600.000 tot 700.000 bezoekers is het landhuis in Memphis, Tennessee, het op één na meest bezochte woonhuismuseum van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.
Een ticket kost afhankelijk van het gekozen type rondleiding tussen de 53 en 148 dollar voor volwassenen (ongeveer 48 tot 134 euro)
Sinds de openstelling voor publiek op 7 juni 1982 tot aan 2026 hebben in totaal ruim 23 miljoen bezoekers een bezoek gebracht aan Graceland.