Van The Lopez Sisters tot ‘Going Back to My Roots’ de reis van Odyssey

De muzikale reis van Odyssey begon in 1968. De van de Maagdeneilanden afkomstige zussen Carmen, Lillian en Louise Lopez richtten toen de familiegroep The Lopez Sisters op.

Jarenlang traden ze op in en rond New York, voornamelijk op feestjes, bruiloften en in kleine clubs.

Omdat het grote succes uitbleef, besloot Carmen de groep na enkele jaren te verlaten voor een leven buiten de schijnwerpers.

Lillian en Louise gaven echter niet op en zochten eind 1976 naar een nieuw geluid om door te breken.

Die frisse impuls vonden ze bij de Filipijnse bassist-zanger Tony Reynolds.

Met een mannelijke zanger en een meer op pop gerichte sound was het tijd voor een nieuwe naam: Odyssey was geboren.

De zusjes Lilian en Louise Lopez legden destijds uit dat ze voor de naam Odyssey hadden gekozen, omdat ze hun publiek wilden meenemen op reis naar verschillende landen, waarbij ze zoveel mogelijk verschillende muziekstijlen gebruikten als een echte odyssee.

De Lopez-zusters waren geboren in Stamford in de Amerikaanse staat Connecticut, maar voelden zich evenzeer Afrikaans als Amerikaans.

De songtitel ‘Going Back to My Roots’ was dan ook geen toevallige keuze, want beiden waren altijd al trots op hun afkomst, al jaren voordat de tv-serie «Roots» van Alex Haley daar een trend van maakte.

Louise vertelde dat ze hun haar toen al meer dan tien jaar op Afrikaanse wijze gevlochten droegen.

Zelf ontwierp ze ook kleding, zoals vloeiende kaftans in traditionele Ethiopische stijl, en voor hun podiumshows maakte ze Zoeloe-halskettingen en Egyptische kragen.

De doorbraak volgde in 1977 met de single ‘Native New Yorker’

Het nummer behaalde de 21e plaats in de Amerikaanse hitlijsten en werd een top 5-hit in het Verenigd Koninkrijk.

In Vlaanderen en Nederland bleef het succes toen beperkt tot een notering in de tipparade.

Overigens coverde ook Frankie Valli het nummer in diezelfde periode op zijn album ‘Lady Put The Light Out’.

Na hun debuuthit op de wip tussen 1977 en 1978 was het weer rimpelloos stil geworden rond de groep.

Er werden indertijd zes singles uitgebracht die nauwelijks de bodem van de Amerikaanse hitlijsten benaderden. Iedereen dacht toen dat men met een eendagsvlieg te maken had, zoals de discowereld er in die periode de ene na de andere uitspuwde.

De bezetting van de groep veranderde echter snel.

Ten tijde van het debuutalbum was Tony Reynolds alweer vertrokken.

Hij koos voor een heel ander pad, werd elektricien bij de politie van New York en speelde daarnaast in een plaatselijke band tot aan zijn overlijden op 2 februari 2010.

Hij werd vervangen door Bill McEachern, die een bepalende stem zou worden voor de groep.

Billy was geboren in Fayetteville in de staat North Carolina en zong al sinds zijn kinderjaren beroepsmatig.

Voordat hij zich bij Odyssey aansloot, behoorde hij tot de topzangers in de New Yorkse studio’s.

Een jaar na de stilte, in de zomer van 1980, liet Odyssey opnieuw van zich horen.

Met ‘Use It Up and Wear It Out’ scoorden ze een vierde plaats in zowel Vlaanderen als Nederland, en het nummer klom langzaam maar zeker naar een hoge notering in Engeland, waar het zelfs een nummer één-hit werd.

Een nieuwe inzinking bleef uit, want Odyssey zette de succesreeks voort met ‘If You’re Looking for a Way Out’ en ‘Hang Together’.

In de zomer van 1981 volgde hun cover van ‘Going Back to My Roots’, geproduceerd door Steve Tyrell, van ex-Motown-schrijver Lamont Dozier, wat hun hittotaal indertijd op vijf bracht.

Meestal bleef de rol van Billy McEachern binnen de groep beperkt tot harmoniezang, maar op «Going Back to My Roots» kreeg hij de leadzang toegewezen.

Billy zong dat nummer zo overtuigend in dat hij toen terecht bij de zusjes Lopez kon aankloppen om meer op de voorgrond te treden.

Met de leadzang van McEachern werd dit een groot succes in Vlaanderen, met een derde plaats in de BRT Top 30 en een vierde plaats in de Top 40.

Het zat diep bij de zussen, want ze waren in juli 1981 even trots op de eerste plaats van «Use It Up and Wear It Out» in de nationale hitlijst van Kenia als op hun sterrenstatus in de grote poplanden.

Ze verklaarden destijds in koor dat ze er alle drie van droomden om zo snel mogelijk aan een Afrikaanse tournee te kunnen beginnen.

In deze periode werd ook Lilians zoon, Steven Collazo, aan de groep toegevoegd als toetsenist, zanger en muzikaal leider. Voor wie destijds meer van de groep wilde horen, was bovendien hun pas verschenen elpee ‘I Got the Melody’ beschikbaar.

Hun laatste grote internationale hit werd ‘Inside Out’ uit 1982.

Een opvallend detail is dat de baslijn van dit nummer sterke gelijkenissen vertoont met die van ‘Watching You’ (1980) van de Amerikaanse soulband Slave, waar ook Steve Arrington (die we kennen van zijn hit ‘Feel so Real’) deel van uitmaakte.

In 1990 kreeg ‘Inside Out’ nog een tweede leven door een cover van de Engelse houseband Electribe 101.

Hoewel de originele zangeressen Lillian (overleden in 2012) en Louise Lopez (overleden in 2015) inmiddels niet meer onder ons zijn, treedt Steven Collazo samen met wisselende vocalisten (zoals Romina Johnson en Jerdene Wilson) nog regelmatig op.

Plaats een reactie