Het bankroet van onze badplaatsen is het gevolg van de slechte zomer van 1951.

In de zomer van 1951 was het eigenlijk nog te vroeg om de definitieve balans op te maken.

Binnen enkele weken zouden weerkundigen immers precies berekenen hoeveel regen er was gevallen, hoeveel graden de temperatuur onder het gemiddelde bleef en hoeveel wolkenvelden er in drie maanden tijd overdreven.

Economen zouden op hun beurt overzichten opstellen van de verliezen die geleden waren, de financiële tekorten en alle tegenvallers in klinkende munt.

Voor de ondernemers aan de Belgische en Nederlandse kust, zoals de uitbaters van strandtenten, stoelenverhuurders, winkeliers en eigenaars van hotels, pensions en eetgelegenheden, waren die officiële cijfers overbodig.

Zij wisten toen al ruimschoots hoe de vork in de steel zat.

Het zomerseizoen van 1951 draaide uit op een ongekende financiële tegenvaller.

Tegen de tijd dat dit verslag eind augustus werd geschreven, was het nog geen enkele week aan een stuk mooi weer geweest.

Het absolute hoogtepunt bleef beperkt tot vier dagen met redelijk wat zon.

Ook de zondagen, die het seizoen normaal gesproken hadden kunnen redden, lieten het massaal afweten.

Hoewel ze elke week stipt op de kalender stonden, deden ze hun zonnige reputatie allerminst eer aan.

Voor de Belgische badplaatsen betekende vooral 15 augustus, de feestdag van Maria-Hemelvaart waar altijd met veel hoop naar werd uitgekeken, de genadeloze doodsteek.

Een fotograaf van De Post bracht die vrije dag door in Knokke en behoorde daar tot een handvol optimisten.

De grote menigte strandgangers die op zo’n topdag werd verwacht, bleef volledig weg.

De thuisblijvers kregen overigens gelijk, want het was aan zee troosteloos, kil en guur.

De meegereisde verslaggever zag niets beters te doen dan weer aan de slag te gaan, om tenminste nog een tastbaar resultaat over te houden aan deze mislukte feestdag.

Zijn beelden brachten het failliet van alle mooie verwachtingen in beeld, net als de zorgen en de wanhoop van talloze hardwerkende zelfstandigen.

Een blik op het strand om halfvier in de middag toonde de totale neergang van het seizoen.

Troostelozer kon het tafereel haast niet worden, want de verhuurders van strandcabines verdienden op dat moment geen enkele frank.

Wie zou er immers tien frank neertellen om op een strandstoel van het zonnetje te genieten als die zon nergens te bekennen was?

De weinige aanwezige bezoekers kozen er dan ook voor om op de leuning te gaan zitten, want dat was tenminste gratis.

Plaats een reactie