Vijfenzeventig jaar geleden maakte de wereld voor het eerst kennis met een opvallende innovatie: de tetraëderverpakking.

In september 1951 werd in Zweden een revolutionaire uitvinding gedaan inzake melkverpakking die geroepen was om binnen zeer korte tijd de ganse wereld te veroveren.

Er was lang in die richting gezocht en talrijke proeven werden met succes bekroond.

Het was dan ook te verwachten dat de nieuwe vinding, die het mogelijk maakte verse melk in pakjes in plaats van in flessen te verpakken, door honderden miljoenen melkverbruikers met vreugde zou worden begroet.

Deze kartonnen drankverpakking in de vorm van een viervlak vormde het allereerste product van Tetra Pak, opgericht door Ruben Rausing en Erik Wallenberg in de Zuid-Zweedse stad Lund.

De kenmerkende geometrische vorm gaf het bedrijf niet alleen zijn naam, maar bleek dankzij de enorme ruimtebesparing en stapelbaarheid ook een schot in de roos.

De nieuwe verpakking bestond uit stevig papier met daarboven een huid van plastic die het papier volkomen steriel maakte.

Verder was de verpakking smaak- en reukloos en vanzelfsprekend volledig waterdicht.

Aan het nieuwe verpakkingsmiddel werd destijds de naam Tetra-verpakking gegeven.

Voor de huisvrouw betekende de nieuwe verpakking destijds een aanzienlijke aanwinst.

Zij hoefde voortaan niet meer te vrezen dat de flessen melk zouden stukvallen, hoefde de ledige flessen niet meer te reinigen en was verlost van het betalen van leeggoed aan de melkboer of in de winkel.

Ook in de melkerijen werd met ongeduld naar de nieuwe verpakkingsmogelijkheid uitgezien.

Het liet toe grotere hoeveelheden melk op te slaan, aangezien de pakjes veel minder plaats in beslag namen dan flessen.

Het melktransport werd daardoor aanzienlijk goedkoper en men hoefde geen werkkrachten meer in te zetten om flessen hygiënisch te reinigen.

Hoewel de historische bakermat en de oorsprong van de onderneming in Zweden liggen, verhuisde het hoofdkantoor later om fiscale en strategische redenen naar Zwitserland.

Vandaag de dag is Tetra Pak nog altijd een familiebedrijf.

Inmiddels staat de derde generatie van de familie Rausing aan het roer, waarvan de gezamenlijke rijkdom door zakenblad Forbes rond de 19 miljard dollar wordt geschat.

De onderneming richt zich uitsluitend op het verpakken van vloeibare levensmiddelen in zogeheten gelamineerd papier.

Het concern is uitgegroeid tot een wereldwijde reus met zo’n 21.000 werknemers, verspreid over zestig productielocaties en actief in maar liefst 150 landen.

Die schaal vertaalde zich ook in klinkende cijfers: waar de omzet in 2007 nog rond de 8,6 miljard euro lag, steeg deze in 2011 naar 10,4 miljard euro met een verkoop van bijna 70 miljard verpakkingen wereldwijd.

De bekendheid van het merk reikte zelfs tot in de stripwereld; in april 2008 bracht het bedrijf in samenwerking met Suske en Wiske een speciaal album uit onder de titel De bosbollebozen.

Het bankroet van onze badplaatsen is het gevolg van de slechte zomer van 1951.

In de zomer van 1951 was het eigenlijk nog te vroeg om de definitieve balans op te maken.

Binnen enkele weken zouden weerkundigen immers precies berekenen hoeveel regen er was gevallen, hoeveel graden de temperatuur onder het gemiddelde bleef en hoeveel wolkenvelden er in drie maanden tijd overdreven.

Economen zouden op hun beurt overzichten opstellen van de verliezen die geleden waren, de financiële tekorten en alle tegenvallers in klinkende munt.

Voor de ondernemers aan de Belgische en Nederlandse kust, zoals de uitbaters van strandtenten, stoelenverhuurders, winkeliers en eigenaars van hotels, pensions en eetgelegenheden, waren die officiële cijfers overbodig.

Zij wisten toen al ruimschoots hoe de vork in de steel zat.

Het zomerseizoen van 1951 draaide uit op een ongekende financiële tegenvaller.

Tegen de tijd dat dit verslag eind augustus werd geschreven, was het nog geen enkele week aan een stuk mooi weer geweest.

Het absolute hoogtepunt bleef beperkt tot vier dagen met redelijk wat zon.

Ook de zondagen, die het seizoen normaal gesproken hadden kunnen redden, lieten het massaal afweten.

Hoewel ze elke week stipt op de kalender stonden, deden ze hun zonnige reputatie allerminst eer aan.

Voor de Belgische badplaatsen betekende vooral 15 augustus, de feestdag van Maria-Hemelvaart waar altijd met veel hoop naar werd uitgekeken, de genadeloze doodsteek.

Een fotograaf van De Post bracht die vrije dag door in Knokke en behoorde daar tot een handvol optimisten.

De grote menigte strandgangers die op zo’n topdag werd verwacht, bleef volledig weg.

De thuisblijvers kregen overigens gelijk, want het was aan zee troosteloos, kil en guur.

De meegereisde verslaggever zag niets beters te doen dan weer aan de slag te gaan, om tenminste nog een tastbaar resultaat over te houden aan deze mislukte feestdag.

Zijn beelden brachten het failliet van alle mooie verwachtingen in beeld, net als de zorgen en de wanhoop van talloze hardwerkende zelfstandigen.

Een blik op het strand om halfvier in de middag toonde de totale neergang van het seizoen.

Troostelozer kon het tafereel haast niet worden, want de verhuurders van strandcabines verdienden op dat moment geen enkele frank.

Wie zou er immers tien frank neertellen om op een strandstoel van het zonnetje te genieten als die zon nergens te bekennen was?

De weinige aanwezige bezoekers kozen er dan ook voor om op de leuning te gaan zitten, want dat was tenminste gratis.

Vandaag 100 jaar geleden, start van de 15e editie van de internationale Gordon Bennett Cup voor gasballonnen

De 17 ballonnen stegen een voor een op vanuit Wilrijk.

Vrijwel direct na de start kregen de piloten te maken met zeer zware weersomstandigheden. Een krachtige storm blies veel ballonnen direct richting het noordoosten (Nederland).

Door de gevaarlijke rukwinden moesten meerdere deelnemers al snel de landing inzetten. Vier internationale ballonnen maakten diezelfde middag en avond een noodlanding in het midden en westen van Noord-Brabant (onder andere in Chaam en Loosbroek).

De piloten die de stormachtige nacht wisten te overleven, landden in de vroege ochtenduren verspreid over Europa.

De Amerikaanse piloten kapitein Hawthorne C. Gray en luitenant Douglas Johnson landden rond 04:00 uur ’s ochtends in de Duitse regio Mecklenburg na een vlucht van 12 uur (goed voor de tweede plek).

De Amerikaanse ballon Goodyear III, bestuurd door Ward T. Van Orman en Walter W. Morton, wist de grootste afstand af te leggen.

Zij landden na een riskante vlucht van 864 kilometer nabij Sölvesborg in Zweden en wonnen daarmee de felbegeerde Gordon Bennett-trofee.

105 jaar geleden bedroeg de jaarlijkse wereldwijde aardolieproductie 383,7 miljoen vaten.

Zoals u in de tabel kunt zien, was Roemenië destijds de vierde grootste olieproducent.

In de omgeving van de stad Ploiești in Roemenië opende in 1857 een van de eerste aardolieraffinaderijen van Europa.

Tegenwoordig verbruiken we 85 miljoen vaten per dag, wat neerkomt op 31 miljard vaten per jaar.

Dat is bijna 5 vaten olie per jaar per wereldburger, oftewel circa 2 liter per persoon per dag.

Uiteraard is het verbruik veel hoger in de geïndustrialiseerde landen en lager in ontwikkelingslanden.

De wereldwijde aardolievoorraad neemt elke dag af met 85 miljoen vaten, dat is ongeveer 1000 vaten per seconde.

De vraag is wanneer de wereldwijde maximale olieproductie wordt bereikt (het zogenaamde Hubbert-piekmoment, ook wel Peak Oil genoemd), waarna de productie zal afnemen.

Sommige mensen beweren dat dit piekmoment al achter ons ligt, terwijl anderen (oliemaatschappijen, OPEC) voorspellen dat het tussen 2025 en 2030 zal plaatsvinden (foto Ons Volk 14 maart 1920).