
P Magazine van 20 december 2000

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek







De naam verwijst ook naar de verdwenen Predikherenkerk die hier aan de overkant van de Leie, bij de Predikherenbrug, stond.
Deze 13de-eeuwse kerk, ook wel bekend als de kerk van de Jacobijnen en palend aan het vroegere Dominicanenklooster Het Pand, werd in 1860 afgebroken.
Op architecturaal vlak springt vooral het neogotische hoekpand aan de Sint-Michielshelling in het oog.
Dit zandstenen gebouw vormt een visuele brug tussen het koor van de Sint-Michielskerk en het eclectische postgebouw aan de overkant.
Iets verderop, op de hoek met de Nodenayesteeg, vind je op nummer Het Groen Kruis.
Dit was ooit de woning van Michael Mast, telg uit een familie die al sinds de 14de eeuw aanzien genoot in Gent.
Hoewel het pand in 1977 werd beschermd, was het in 1980 bijna slooprijp.
Gelukkig volgde in 1988 een vakkundige restauratie.
Vandaag staat de lei aan de vooravond van een grote metamorfose. Omdat de kaaimuren instabiel zijn en de balustrade aan vervanging toe is, wordt de hele omgeving heraangelegd.
Deze werken moeten eind 2026 klaar zijn.
Het asfalt maakt plaats voor natuursteen en de kaaimuren worden, net als aan de Graslei, deels verlaagd om het contact met het water te herstellen.
Er komt een steiger voor kano’s en kajaks, en met extra zitbanken, geveltuinen en bijna 70 fietsstalplaatsen wordt de Predikherenlei een groene en aangename verblijfsplek.

De Franse zangeres en actrice Line Renaud, geboren als Jacqueline Ente op 2 juli 1928 in het Noord-Franse Nieppe, is een levend monument van de Franse cultuur.
Ze begon haar carrière als muzikante in het orkest van haar vader, maar haar leven veranderde voorgoed toen ze in 1945 auditie deed in Parijs en de componist Loulou Gasté ontmoette.
Hij werd niet alleen haar mentor die haar artiestennaam bedacht, maar ook de liefde van haar leven, met wie ze getrouwd bleef tot aan zijn dood.
Het is inmiddels zo’n 75 jaar geleden dat Line Renaud definitief doorbrak bij het grote publiek.
In de jaren rond 1950 was ze niet meer weg te denken uit de scène en scoorde ze een enorme hit met Ma cabane au Canada.
Dit markeerde het begin van een glorieuze tijd waarin ze de onbetwiste koningin van de revue werd in het legendarische Casino de Paris.
Dit theater aan de Rue de Clichy was destijds de absolute tempel van de musichall en stond wereldwijd symbool voor de Parijse elegantie.
Haar grootste triomf daar was de revue Plaisirs.
Deze productie ging in 1959 in première, maar was zo’n gigantisch succes dat de show jarenlang onafgebroken op het affiche bleef staan.
Wie bijvoorbeeld in december 1960 het theater bezocht, zag nog steeds dezelfde grandioze show waarmee Line avond aan avond volle zalen trok.
Ze werd op het podium bijgestaan door een indrukwekkende cast van internationale topartiesten, zoals haar vaste Argentijnse danspartner Fernando Rego, de begenadigde solodanseres Danielle Darmance en karakterdanser René Sartoris.
Ook de muzikale omlijsting was van hoog niveau, met bijdragen van artiesten als Freddy Conde, Régine Rumen, het virtuoze Trio Marnhy en de vocale groep Les 4 de Paris.
Het visuele spektakel werd compleet gemaakt door het huisballet Les Girls du Charley Ballet, een dansgroep die vanwege hun glamour en stijl ook wel bekendstond als The Dancers of Las Vegas.
Die Amerikaanse bijnaam voor de danseressen was een voorbode voor het vervolg van haar eigen carrière, want in 1954 vertrok Line naar de Verenigde Staten.
Daar werd ze als eerste Française een ster in de casino’s van Las Vegas en raakte ze bevriend met wereldsterren als Frank Sinatra en Elvis Presley.
Naast haar zangcarrière bouwde ze een indrukwekkende staat van dienst op als actrice, waarbij ze in 2008 opnieuw ongekend populair werd door haar rol als de hartelijke moeder in de filmhit Bienvenue chez les Ch’tis.
Line Renaud, die zich sinds de jaren 80 ook onvermoeibaar inzet voor de strijd tegen aids, blijft voor de Fransen het ultieme symbool van optimisme, wilskracht en de gouden jaren van het Parijse nachtleven.

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag

Casey ontmoette Finch begin jaren 70 in de platenzaak waar Harry werkte.
Wanneer ze een Caraïbische band aan het werk zien, besluiten ze een discogroep op te richten met Caraïbische invloeden.
De eerste single flopt, maar met ‘Queen Of Clubs’ scoren ze een eerste top 10-hit, merkwaardig genoeg wel enkel in de UK.
Op dat moment is er ook nog geen echte Sunshine Band. Harry en Richard nemen alles zelf op in de studio.
‘Get Down Tonight’ wordt in de zomer van 1975 de eerste wereldhit voor het kleurrijke gezelschap uit Miami, meteen goed voor een eerste Amerikaanse n°1.
Ondertussen was er al een echte Sunshine Band samengesteld waarmee op tournee kon worden gegaan. Met ‘That’s The Way I Like It’ scoort KC & The Sunshine Band in het najaar van 1975 zijn voorlopig grootste hit.
Naast de Billboard Hot 100 bereikte de single ook in Nederland de top van de Top 40.
In Ultratop houdt ‘I’m On Fire’ van 5000 Volts hen van de top. Hierna wordt ‘Queen Of Clubs’ in januari 1976 alsnog een top 10-hit in Vlaanderen en Nederland.
KC & The Sunshine Band scoorde tot 1980 nog hits.
Na ‘Please Don’t Go’ was het vet van de soep. In 1983 volgde een verrassende comeback met ‘Give It Up’, een Britse n°1.
Alhoewel de naam KC & The Sunshine Band behouden bleef, ging het om een soloproject van Harry W. Casey.
‘Queen Of Clubs’ werd in het najaar van 1995 weer een klein Ultratop-hitje (n°38) in de versie van het Vlaamse danceproject Timeshift (Joepie 17 december 1975 en met dank aan Denis Michiels).



Gisteren nog vandaag
Tegen het einde van de 10de eeuw groeide Gent zo snel dat de oude handelsnederzetting letterlijk uit haar eerste omwalling barstte.
De economische bloei en bevolkingsexplosie dwongen de stad om westwaarts te kijken, tot over de Leie.
Deze expansiedrift tekent tot op vandaag de kaart van Gent: nieuwe wijken vroegen om nieuwe parochies – denk aan Sint-Jacob, Sint-Niklaas en later Sint-Michiel – en om een nieuwe verdediging.
De grillige vorm van de binnenstad is een stille getuige van de grachtengordel die rond 1100 werd aangelegd.
Waar mogelijk werden de Leie en de Schelde ingeschakeld als natuurlijke barrière, aangevuld met gegraven grachten om de nieuwe wijken te omsluiten.
In de eeuwen die volgden, bleef de stad vervellen. Na het verwerven van stadsrechten in de 12de eeuw volgden nieuwe omwallingen in de 13de en 16de eeuw, en werden de versterkingen tot in de 18de eeuw voortdurend aangepast.
Pas in de 19de eeuw, toen Gent uitgroeide tot een industriële grootstad en de octrooirechten verdwenen, durfde de bevolking zich weer buiten de poorten te vestigen, wat leidde tot de typische 19de-eeuwse gordel.
Het kloppend hart van die eerste grote stadsuitbreiding – de zogenaamde ‘tweede middeleeuwse stad’ – is de Korenmarkt.
Dit plein is een rechtstreeks gevolg van de 10de-eeuwse groei: gronden werden verkaveld en de handel floreerde.
In 1208 duikt de naam voor het eerst op als forum segetum, oftewel graanmarkt.
Vanaf de 14de eeuw werd hier elke vrijdag het koren verhandeld, wat ook de oude naam ‘Koornaard’ verklaart.
Vandaag is de Korenmarkt een architecturale tijdreis. Je wordt er omringd door gevels die variëren van de 13de tot de 20ste eeuw, met als absolute blikvangers de westgevel van de Sint-Niklaaskerk en de monumentale toren van het Postgebouw ertegenover.

Hoewel de naam Martha Lagoutte vandaag de dag misschien niet meer bij iedereen een belletje doet rinkelen, was ze rond 1900 een van de vele ‘artistes lyriques’ die de Parijse theaters kleur gaven.
Deze dames waren de influencers van hun tijd: hun beeltenis werd op grote schaal verspreid en gretig verzameld door bewonderaars.
Wat deze postkaart zo bijzonder maakt, is dat Martha hier niet poseert als de chique ‘Parisienne’ in een avondjurk, maar in haar podiumkostuum.
Ze draagt een fantasievolle outfit die het midden houdt tussen een page-pakje en een pierrot-kostuum, met die wijde broek en het rijk versierde jasje.
In die tijd waren zogeheten ‘travesti-rollen’ (waarbij vrouwen een jongensrol speelden) mateloos populair in operettes en revues.
Het meest in het oog springende detail is echter die enorme Japanse parasol.
Dit plaatst de kaart direct in de context van het ‘Japonisme’, een enorme rage die Frankrijk aan het eind van de 19e eeuw in zijn greep hield.
Alles wat uit het Oosten kwam was hip. Theaters speelden hierop in met operettes die zich afspeelden in exotische oorden, zoals de destijds immens populaire stukken The Geisha of Madame Chrysanthème.
Het is zeer waarschijnlijk dat Martha op deze foto schittert in een rol voor zo’n productie, waarin de Westerse fantasie over het Oosten centraal stond.
De kaart zelf is overigens ook een stukje vakwerk. Links onderin zie je de tekst ‘Héliotypie’, wat verwijst naar een destijds zeer geavanceerde druktechniek.
Hiermee konden foto’s met een ongekende scherpte en zonder korrel worden afgedrukt, waardoor we meer dan honderd jaar later nog steeds de lovertjes op haar jasje kunnen tellen.

Tyra Banks is een schoolvoorbeeld van iemand die haar carrière in de mode-industrie succesvol heeft weten om te buigen tot een krachtig media-imperium.
Ze belichaamt daarmee precies de definitie die ze zelf hanteert over haar status.
Hoewel de term topmodel al in de vroege jaren zestig werd gebruikt voor goedbetaalde modellen, maakt Banks een strikt onderscheid.
Volgens haar zijn topmodellen weliswaar ontdekt en gerespecteerd binnen de modewereld, maar hebben ze daarbuiten weinig faam.
Een supermodel daarentegen is een wereldwijd begrip met een carrière die het vak overstijgt.
Haar eigen verhaal begint in Inglewood, Californië, waar ze op vijftienjarige leeftijd aan haar modellencarrière begon.
Hoewel ze in het begin door verschillende bureaus werd afgewezen, vertrok ze naar Parijs.
Daar maakte ze direct een onuitwisbare indruk door in haar eerste modeweek een recordaantal van 25 shows te boeken.
Ze liep voor de grootste modehuizen ter wereld, zoals , Yves Saint Laurent en Dior.
Naast de catwalk bewees ze haar status als supermodel door ook in de popcultuur zichtbaar te zijn.
Ze is te zien in Michael Jackson legendarische video Black or White, in de scène waar acteur Glen Chin in haar verandert.
Ook schitterde ze in de video Too Funky van George Michael, samen met collega-supermodel Linda Evangelista.
Toch ligt haar grootste kracht in haar vermogen om te navigeren tussen haute couture en commercieel succes.
Toen haar lichaam vrouwelijker vormen kreeg en de high-fashion wereld haar te dik begon te vinden, besloot ze zich niet aan te passen, maar haar strategie te wijzigen.
Ze richtte zich op lingerie en badmode, wat een gouden greep bleek.
Banks schreef geschiedenis als de eerste zwarte vrouw op de cover van het prestigieuze tijdschrift GQ en de Sports Illustrated Swimsuit Issue.
Ook werd ze een van de bekendste gezichten van lingerieketen Victoria’s Secret.
Rond de eeuwwisseling besefte Banks dat een modellencarrière eindig is en maakte ze de overstap naar film en televisie.
Haar eerste rol speelde ze in het spraakmakende drama Higher Learning.
Daarna volgden diverse andere rollen: ze speelde samen met Lindsay Lohan in de Disney-film Life-Size, had een bijrol in Love Stinks, een zeer kleine rol in Coyote Ugly en verscheen later in Hannah Montana: The Movie.
Ook muzikaal liet ze van zich horen. Ze maakte samen met NBA-ster Kobe Bryant de single K.O.B.E. en verzorgde een soundtrack voor de film Life-Size.
In 2005 nam ze haar eerste hitsingle op, getiteld Shake Ya Body. De videoclip van dit nummer werd een bijzonder project, omdat de kandidaten van haar programma America’s Next Top Model erin meespeelden.
Dat programma, America’s Next Top Model, werd haar grote doorbraak als zakenvrouw in 2003.
Als bedenker, producent en presentatrice veranderde ze hiermee het landschap van reality-tv.
Ze nam de rol aan van de strenge, maar liefdevolle mentor en introduceerde termen als smizen (lachen met je ogen).
De invloed van de show is onmiskenbaar: het format werd wereldwijd in tientallen landen verkocht.
Naast de modellenwedstrijd had ze jarenlang haar eigen talkshow, The Tyra Banks Show, waarmee ze twee Emmy Awards won.
In deze show ontving ze ooit Janice Dickinson, het model dat beweert de term supermodel zelf te hebben bedacht.
Dickinson gaf Banks daar het ultieme compliment door haar een van de laatste van the great supermodels te noemen.
In dezelfde show werd Banks een voorvechter van een positief lichaamsbeeld.
Een iconisch moment was haar reactie op tabloids die onflatteuze foto’s van haar publiceerden, waarbij ze in badpak verscheen met de legendarische woorden: Kiss my fat ass.
In haar privéleven heeft Banks relaties gehad met enkele bekende namen, waaronder regisseur John Singleton, basketballer Chris Webber en zanger Seal.
Zelf heeft ze aangegeven liever een normale man te hebben om de media-aandacht te ontwijken.
In januari 2016 verwelkomden Banks en haar vriend Erik Asla hun eerste kind, een zoon, die via een draagmoeder ter wereld kwam.
In de jaren daarna heeft ze zich steeds meer op het ondernemerschap gestort.
Ze voltooide een managementopleiding aan de Harvard Business School en gaf gastcolleges over persoonlijke branding aan Stanford University.
Tegenwoordig houdt ze zich bezig met diverse projecten, waaronder haar eigen ijsmerk SMiZE & DREAM, waarmee ze bewijst dat ze de transitie van topmodel naar zakenvrouw volledig heeft volbracht.


Hij zag het levenslicht in Wetteren als oudste zoon in een groot gezin van negen kinderen.
Dat hij een grafische richting uitging, was misschien geen toeval: zijn vader Leo Joseph was immers drukker-uitgever.
Zijn artistieke fundamenten werden gelegd aan de academie van zijn geboortedorp Wetteren, waar hij tot 1924 les volgde bij Prosper Böss.

Gisteren nog vandaag
Nadien trok hij naar de Academie van Gent om zijn talent verder te polijsten onder leiding van meesters als Jan Frans De Boever en Oscar Coddron.
Met succes, want in 1933 studeerde hij er af als laureaat.
Later zou hij zijn kennis zelf doorgeven als docent aan de School of Arts van Hogeschool in Gent.
In zijn privéleven trad hij in de zomer van 1935 in het huwelijk met Bertha Maria De Block, met wie hij een dochter kreeg, Huguette.
Verbaere was een uiterst productief kunstenaar die duizenden aquarellen op zijn naam heeft staan.
Zijn inspiratie vond hij vooral buiten: hij schilderde talloze landschappen en pittoreske dorpjes langs de Schelde, aan de kust, in Zeeland en in de Kempen.
Hij stond bekend om zijn opmerkelijke penseelvaardigheid, zijn sterke gevoel voor compositie en stond bekend om zijn meesterlijk kleurgebruik.
Maar zijn faam reikte verder dan het schildersezel.

Gisteren nog vandaag
Verbaere genoot internationale erkenning dankzij zijn illustraties en affiches voor diverse wereldtentoonstellingen.
Een absoluut hoogtepunt was de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs, waar zijn affiches met Vlaamse landschappen bekroond werden.
Ook in eigen land was zijn werk alomtegenwoordig in het straatbeeld.
Vanaf 1948 werkte hij belangeloos mee aan een aantal projecten van de Provincie Oost-Vlaanderen en de Federatie voor Toerisme in Oost-Vlaanderen. Zijn talloze illustraties voor De spiegel van Oost-Vlaanderen getuigen van zijn liefde voor de stad Gent en zijn provincie.
Tussen 1935 en 1967 ontwierp hij talrijke affiches voor de NMBS en hij werkte ook voor de privésector, waaronder voor het bedrijf De Vreese-Van Loo uit Lokeren.
Daarnaast is zijn werk bekend bij verzamelaars, dankzij de reeks postzegels die hij tussen 1962 en 1970 ontwierp.
Herman Verbaere overleed op 26 augustus 1993 en liet een indrukwekkend en gevarieerd oeuvre na.

Gisteren nog vandaag
De naam ‘Bijloke’ verwijst naar een omsloten, moerassig gebied waar ooit een kronkelende Leie-arm liep.
Het huidige Bijlokevaardeken herinnert nog aan die verdwenen waterloop.
De bouwgeschiedenis start begin 13de eeuw toen Ermentrude Uten Hove haar Mariahospitaal noodgedwongen vanuit de binnenstad naar deze meersen verhuisde.
Om de zorg te garanderen, werd naast het hospitaal een nieuwe cisterciënzerinnenabdij gesticht.
De site breidde al snel uit met een voor die tijd enorme ziekenzaal (1251-1255), een kapel en het ‘Craeckhuys’ (ca. 1511) voor ernstig zieken.
Na zware verwoestingen tijdens de calvinistische republiek (1577-1584) volgde in de 17de eeuw herstel.
De Franse annexatie in 1797 zorgde voor een nieuwe breuk: de abdij werd afgeschaft.
Later keerden de zusters terug in een deel van de gebouwen, terwijl de rest dienstdeed als oudemannenhuis.
Vanaf 1817 drukte de universiteit haar stempel op de site: de middeleeuwse ziekenzorg maakte plaats voor medisch onderwijs.
Omdat de oude gebouwen niet voldeden, bouwde architect Adolphe Pauli tussen 1863 en 1880 een nieuw neogotisch ziekenhuiscomplex.
Sinds de jaren 80 onderging de Bijloke een gedaanteverwisseling van zorg- naar cultuursite.
De kunstacademie (nu KASK) nam er haar intrek en de middeleeuwse ziekenzaal werd in 1988 omgevormd tot concertzaal.
In 2010 opende het STAM (Stadsmuseum) zijn deuren.
Met de recente komst van de Kunstenbibliotheek en de aanleg van het open park ‘Bijlokeveld’ is de site nu een groene campus waar historisch erfgoed, onderwijs en cultuur samenkomen.
