75 jaar geleden werden de Vlamingen in België vaak miskend en gekrenkt.

Niet onverdeeld zou de geschiedenis haar oordeel vellen over de periode die zojuist achter de rug lag.

Over één ding waren alle historici het echter eens: namelijk dat de vierde koning, bevoegd op het heil van volk en land, niet terecht was geprezen en bereid was gevonden om zijn persoon op te offeren, door al te troosten den grooten van zijn Zoon.

Met zijn troonsbestijging had koning Leopold geen ander doel dan het samenbinden der verspreide krachten van het land.

Hij zag het als zijn taak om de verdeelde opinies uit de weg te ruimen en de monarchale en grondwettelijke instellingen te versterken en te verzoenen.

Na deze week werd een nieuw tijdperk in de Belgische geschiedenis ingeluid. Men was ervan overtuigd dat men in de toekomst met trots zou kunnen terugblikken op het land en zijn vorstenhuis tijdens de honderdtwintig jaren van zijn bestaan.

Zoals de natuur na een geweldig onweer overvloed en herademing brengt, zo was het ook in de Belgische staatskunde na een lang opgeladen bewering tot bezinning, tot rust, tot vrede gekomen.

Honderdduizend jaren waren verstreken sinds de brave Surlet de Chokier het eerste regentschap aanvaardde.

Binnenslands was de verjaardag van de bijna even lang geleden troonsbestijging van Leopold I, stichter van het vorstenhuis, gevierd.

Dat wilde niet zeggen dat alles voor alle onderdanen naar wens was verlopen onder het bewind van de vier koningen, die elkaar in grondwettelijke continuïteit hadden opgevolgd.

Doch als het in het groot al zo vaak tot rust en vrede kwam, was het dan niet te verwachten in de veel grotere huishouding van een hele natie?

Geen enkele menselijke daad – ook niet die van koningen – is volmaakt.

Vooral de Vlamingen in België hadden geleden en waren gekrenkt.

Zij konden zich moeilijk thuis voelen onder het regime dat hun taal en hun wezen veronachtzaamde, dat hun pelgrimsrecht en geen rechten schonk.

Het begrip „België” was daardoor in hun ogen lange tijd een vreemde school geworden, die in de loop der eeuwen telkens op een passende manier werd herleid.

Desondanks waren de Vlamingen trouw gebleven aan het Vorstenhuis en hadden zij groot vertrouwen gesteld in hun koning.

Het was hun hoop dat dit uit hun hart kwam, een koning die hun taal sprak en niet ongevoelig was voor hun verwachtingen en voor hun wensen.

Moge Boudewijn zulk een koning zijn!

Vandaag, 75 jaar geleden, was de Italiaanse actrice Giovanna Galletti te gast op het filmfestival in Knokke.

Giovanna Galletti was een veelzijdige Italiaanse actrice wier carrière zich uitstrekte over bijna vijf decennia in zowel film als theater.

Ze werd geboren op 27 juni 1916 in Bangkok, Thailand, een ongebruikelijke geboorteplaats die voortkwam uit de expatstatus van haar familie destijds.

Haar passie voor acteren bracht haar echter al vroeg terug naar Italië, waar ze in de vroege jaren dertig haar debuut maakte op het toneel.

Om haar vaardigheden verder te verfijnen, volgde ze een opleiding aan het prestigieuze Centro Sperimentale di Cinematografia in Rome.

Daar leerde ze niet alleen de fijne kneepjes van het klassieke theater, maar bekwaamde ze zich ook in het acteren voor de camera, wat in die periode een sterk ontwikkelend medium was.

In 1938 maakte Galletti haar filmdebuut met een bescheiden rol in de komedie La dama bianca. Haar grote doorbraak bij het internationale publiek kwam vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen regisseur Roberto Rossellini haar castte in zijn meesterwerk Roma città aperta uit 1945.

In deze film, die het begin van het Italiaanse neorealisme inluidde, speelde ze de rol van Ingrid, een kille en sadistische Gestapo-agente.

Deze indringende vertolking van een meedogenloze nazi-collaborateur behoort tot de meest geprezen prestaties uit haar loopbaan en vestigde haar naam definitief in de Europese filmindustrie.

Ondanks haar stijgende succes op het witte doek, keerde Galletti na de oorlog deels terug naar haar eerste liefde, het theater.

Ze werkte intensief samen met het Piccolo Teatro in Milaan onder leiding van de bekende regisseur Giorgio Strehler.

Daarnaast speelde ze in diverse theatergezelschappen naast grootheden uit de Italiaanse toneelwereld.

Haar uitgebreide theaterervaring gaf haar een sterke dramatische diepgang, die ze vervolgens weer inzette voor haar latere filmrollen.

In de bioscoop werd ze vanaf die tijd steeds vaker gecast als schurk of in zeer complexe, mysterieuze bijrollen.

Vanaf de jaren vijftig en zestig nam ze deel aan een breed scala aan genres.

Zo was ze te zien in historische spektakelfilms en mythologische avonturen zoals The Loves of Hercules, maar ook in de bijbelse epiek The Bible: In the Beginning onder regie van John Huston.

Liefhebbers van de gotische horror herinneren haar ongetwijfeld als de teruggetrokken barones Graps in Mario Bava’s huiveringwekkende Kill, Baby, Kill uit 1966.

Ook in latere decennia bleef ze actief in grote internationale producties.

Zo had ze een memorabele rol als de prostituee in Bernardo Bertolucci’s spraakmakende Last Tango in Paris in 1972 en speelde ze een Siciliaanse dorpsvrouw in het rauwe oorlogsdrama The Big Red One van Sam Fuller in 1980.

Giovanna Galletti sloot haar indrukwekkende acteercarrière halverwege de jaren tachtig af.

Ze overleed op 21 april 1992 in Rome op 75-jarige leeftijd.

Met meer dan veertig filmrollen en talloze theatervoorstellingen liet ze een rijke erfenis na.

Ze wist zich met haar karakteristieke uitstraling en klassiek geschoolde techniek moeiteloos staande te houden in een sterk veranderend filmlandschap, waarbij ze uiteenlopende personages altijd met grote overtuiging wist neer te zetten.

Daarnaast zijn er nog enkele interessante weetjes over haar leven en carrière die haar veelzijdigheid onderstrepen.

Een opvallend detail is haar gedenkwaardige rol in ‘Roma città aperta’, waar de dynamiek met tegenspeelster Maria Michi vaak wordt gezien als een van de vroege subtiele uitingen van een lesbische ondertoon in de Italiaanse cinema.

Bijna dertig jaar later stonden Galletti en Michi overigens opnieuw samen op de set voor Last Tango in Paris.

Naast haar werk voor de camera was Galletti tevens een veelgevraagde stem in Italiaanse hoorspelen op de radio, waar ze haar geschoolde theaterstem optimaal kon benutten.

Haar internationale allure bracht haar bovendien naar de Belgische kust, waar ze op 20 juli 1951 te gast was op het filmfestival in Knokke.

Dit mondaine evenement in het Casino van Knokke trok in die tijd veel Europese sterren en bood haar de kans om haar netwerk in de internationale film- en kunstwereld verder uit te breiden.

Wat haar privéleven betreft, was Galletti een enorme uitzondering in een filmindustrie die vaak dreef op roddels en schandalen.

Ze hield haar persoonlijke leven volstrekt gescheiden van haar publieke persona en schermde zichzelf zorgvuldig af van de pers.

Hierdoor is er in de historische archieven vrijwel niets te vinden over eventuele huwelijken, langdurige romantische relaties of kinderen.

Ze weigerde halsstarrig om interviews te geven over zaken die niet direct met haar vak te maken hadden en negeerde de sensatiepers in Rome volkomen.

Voor Galletti draaide alles puur om het acteerwerk.

Deze bewuste keuze voor absolute discretie zorgde er niet alleen voor dat ze in alle rust kon leven, maar versterkte ook sterk de mysterieuze en ongrijpbare uitstraling die haar personages op het witte doek zo onvergetelijk maakte.

55 jaar geleden, te gast op het Knokkefestival 1971

In juli 1971 streek het muzikale circus weer neer in het casino voor de Europabeker voor Zangvoordracht, in de volksmond beter bekend als de Knokke Cup of de Knokke-Beker.

Negen landen zongen er destijds hun ziel uit het lijf voor die ene felbegeerde Europese beker.

De Belgische ploeg stond dat jaar onder de bezielende leiding van Jo Leemans, die als kranige ploegleidster meteen haar stempel drukte op het festival.

Toen een Brusselse confrater in de krant durfde te schrijven dat de Belgische ploeg te zwak was, pikte Jo dat absoluut niet.

Ze verhief dan ook prompt haar muzikale stem tegen de journalist en gebruikte daarbij zowat alle noten van de toonladder, tot de bemols toe, om het tegendeel te bewijzen.

Het repertoire dat de twee Belgische meisjes, Micha Marah en Mireille May en Joe Harris, brachten, klonk dan ook geweldig.

Achter de schermen heerste destijds de nodige spanning.

Zo dreigde L. J. Van Rijmenant ermee om de jonge zangeres Micha Marah voortijdig uit de Knokke-Beker terug te trekken.

Hij had namelijk toen een flinke lak aan ploegleidster Jo Leemans. Louis Julien van Rijmenant, zoals zijn volledige naam luidde, stond in het toenmalige artikel gekscherend bekend als de eerlijkste gangster uit België.

Hij was een invloedrijke Belgische songwriter, producer, muziekuitgever en platenbaas die onder verschillende pseudoniemen werkte, zoals Terry Rendall.

Als oprichter van Intervox en president van de Eurovox Music Group drukte hij een grote stempel op de muziekindustrie.

Later zou hij zelfs internationale bekendheid en enorm succes verwerven als de rechtenhouder en promotor van ‘De vogeltjesdans’ van De Electronica’s, die hij wereldwijd op de kaart zette.

Ondertussen liep ook Anton Peters rond in de badstad, die als regisseur en producer al jarenlang de grote man en drijvende kracht achter de Belgische ploeg was.

Samen met zijn echtgenote zocht hij na de muzikale strijd de gezelligheid op in de bar Pimm’s.

Om alle achterklap en corruptie van de baan te vegen, hanteerde de organisatie dat jaar een strikt stemsysteem waarbij de hoogste en de laagste jurywaarderingen wegvielen.

Ondanks die integere opzet zorgden de resultaten voor de nodige discussie.

Roemenië, vertegenwoordigd door Aurelian Andreescu, Mihaela Mihai en Aura Urziceanu, kwam die week glansrijk en ijzersterk uit de strijd en zou uiteindelijk zelfs de overwinning wegslepen.

Hoewel hun beheersing van het nummer Alfie knap was, vroegen critici zich af hoe een zinnige jury hen honderdvijftig punten kon toekennen als hun hele repertoire op diezelfde stijl was gebaseerd.

Spanje, dat het jaar ervoor nog won met onder andere Julio Iglesias, presteerde dit keer juist bijzonder zwak, terwijl de sterke Nederlandse ploeg, gevormd door Lenada ten Haaf, Marco Maas en Ellen Wills, onterecht met heel weinig punten werd bedeeld.

Buiten het officiële wedstrijdprogramma viel er in Knokke gelukkig ook genoeg te beleven.

De harten van het publiek werden gestolen in de 21 Club, waar de JJ-Band en de Hearts of Soul elke avond de ziel uit hun lijf bliezen en zongen.

Op louter objectieve gronden verdienden zij absoluut een extra beker.

Daarnaast stroomde de kuststad vol met bekende radio-dj’s en presentatoren van de BRT. Omdat deze verbale spraakwatervallen moesten verdwijnen bij de zender BRT 1, hadden ze plotseling alle tijd van de wereld om massaal naar Knokke af te zakken en de sfeer op te snuiven.

Vandaag is het precies 195 jaar geleden dat er een einde kwam aan het bewind van de eerste regent van België, Erasme Louis Surlet de Chokier.

Zijn politieke loopbaan begon al ruim voor de Belgische onafhankelijkheid.

Nadat het huidige België in 1815 bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd gevoegd, wierp Surlet de Chokier zich op als leider van de zuidelijke oppositie in de Tweede Kamer.

Hij maakte zich vooral hard voor parlementaire procedures en uitte felle kritiek op de grote macht van koning Willem I.

Door zijn scherpe en soms irritante houding tegenover de regering kreeg hij zelfs de bijnaam ‘de lastige baron’.

Hoewel de koning hem in 1816 tot baron benoemde, zorgde diezelfde Willem I er in 1828 persoonlijk voor dat hij niet werd herkozen.

Zijn reputatie als onvermoeibaar opposant werd verder versterkt door de verdediging van Jean-François Hennequin, de burgemeester van Maastricht die een koninklijk bevel had genegeerd.

Surlet de Chokier wist hem vrijgesproken te krijgen, wat hem bij de regering nog minder geliefd maakte door zijn agressieve pleitbezorging.

Ondanks deze aanvaringen zocht hij soms ook de verzoening op, wat hem burgemeestersposten in Gingelom opleverde.

Toch sloot hij zich uiteindelijk aan bij het unionisme, het verbond tussen katholieken en liberalen dat zich tegen het beleid van Willem I keerde.

Tijdens de Belgische Revolutie in 1830 pleitte hij aanvankelijk nog voor het behoud van de Oranjedynastie met een bestuurlijke scheiding, maar de gebeurtenissen haalden hem snel in.

Hij werd verkozen in het Nationaal Congres en werd daar de eerste voorzitter.

In die rol bleef hij op de achtergrond en stelde hij zich neutraal op, waarbij hij vaak simpelweg met de meerderheid meestemde om de eenheid te bewaren.

Toen de zoektocht naar een geschikte koning moeizaam verliep, werd hij op 24 februari 1831 aangesteld als regent.

Zijn vijf maanden als regent waren turbulent. België verkeerde in chaos door interne verdeeldheid tussen aanhangers van Nederland en Frankrijk, terwijl de economie verslechterde.

Surlet de Chokier regeerde uiterst voorzichtig en minimalistisch.

Hij was zelf een voorstander van aansluiting bij Frankrijk en zag weinig heil in de kandidatuur van Leopold van Saksen-Coburg.

Toch verliep de overgang soepeler dan hij vreesde. Toen Leopold op 21 juli 1831 de eed aflegde, trok de regent zich direct terug uit de nationale politiek.

Hij keerde terug naar zijn kasteel in Gingelom, waar hij tot zijn dood in 1839 burgemeester bleef.

Vandaag de dag leeft zijn naam voort in het straatbeeld en de cultuur.

In Brussel is het Surlet de Chokierplein naar hem vernoemd, gesierd door een monumentaal standbeeld ter ere van de Belgische onafhankelijkheid.

Ook in Gingelom is hij niet vergeten, met een eigen straat en een borstbeeld in het gemeentehuis.

Voor wie de geschiedenis letterlijk wil proeven, wordt er sinds 2000 zelfs een amberkleurig bier genaamd de Chokier gebrouwen om de herinnering aan deze markante figuur levend te houden.

Jeane Manson: 50 jaar na de doorbraak met haar wereldhit Avant De Nous Dire Adieu.

Jeane Manson werd geboren op 1 oktober 1950 in Cleveland, Ohio.

Ze volgde haar studies aan het Coast College in Californië, waar ze haar grote liefde voor muziek ontdekte.

Haar opvallende uiterlijk trok ook de aandacht van Hugh Hefner, wat ertoe leidde dat ze in augustus 1974 en mei 1977 poseerde voor Playboy.

In 1974 werd ze verkozen tot Playmate van de Maand.

Na slechts kleine rolletjes in Hollywood besloot ze alles op alles te zetten: ze vertrok naar Europa met de droom om daar als actrice, zangeres en model naam te maken.

Om verwarring met de Franse mannelijke naam Jean te voorkomen, paste ze haar voornaam aan tot Jeane.

Jeane was destijds al vegetariër en beoefende veel aan yoga, al zei ze zeker geen nee tegen een glas wijn.

In Frankrijk begon ze al snel rollen te bemachtigen in diverse speelfilms, waaronder de komedie Bons Baisers de Hong Kong in 1975.

Tijdens een gala in 1975 raakte de Franse componist en producer Jean Renard gecharmeerd van haar en werd haar vaste producer.

Hij schreef in 1976 samen met Michel Mallory haar grootste hit ‘Avant de nous dire adieu’,.

Het nummer was zeer succesvol in de Benelux en bereikte de zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de twaalfde plaats behaalde.

De single, ‘Avant de nous dire adieu’, werd wereldwijd meer dan 2 miljoen keer verkocht. Niet slecht voor een debuutsingle, zou ik zeggen.

De daaropvolgende jaren bleef ze scoren met nummers zoals ‘Une femme’, ‘La chapelle de Harlem’ en ‘Vis ta vie’.

In 1979 mocht ze Luxemburg vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Jeruzalem met het nummer ‘J’ai déjà vu ça dans tes yeux’, waarmee ze uiteindelijk op de dertiende plaats eindigde.

Gedurende de jaren tachtig en negentig bleef Jeane ontzettend productief. Ze experimenteerde met countrymuziek en gospel, trad regelmatig op in musicals en theatershows en bleef een opvallende persoonlijkheid in de media.

Naast haar veelzijdige talenten was ze ook gewoon moeder van twee dochters.

Haar oudste dochter Shirel trad in haar voetsporen en bouwde eveneens een succesvolle carrière op als zangeres en actrice, onder meer met een opvallende rol in de musical Notre-Dame de Paris.

Jeane bracht in totaal ruim 26 albums uit, haalde meerdere gouden platen en verkocht naar schatting tussen de 24 en 30 miljoen albums en singles.

In haar privéleven was het een emotionele achtbaan.

Ze is vier keer getrouwd geweest: in 1968 met Dave Ghormley, van 1977 tot 1979 met André Djaoui, van 1981 tot 1983 met Robert Viharo en van 1984 tot 1986 met Richard Berry.

Daarnaast had ze relaties met de journalisten Allain Bougrain-Dubourg en Bernard Giroux.

Vanaf 2012 kwam er een zware periode. Jeane raakte verwikkeld in een intense juridische strijd met de Franse belastingdienst.

De situatie escaleerde zo erg dat deurwaarders beslag legden op haar bezittingen.

Ze werd gedwongen haar prachtige Normandische woning te verkopen en haar paarden weg te doen.

Sindsdien woont ze in een klein dorp in Spanje.

Haar financiële problemen werden nog erger door torenhoge advocaatkosten, onder meer door spraakmakende rechtszaken over beschuldigingen van incest.

De Amerikaanse actrice en zangeres raakte in opspraak na beschuldigingen van incest door Coline Berry-Rojtman, de dochter van haar ex-man Richard Berry.

Coline beschuldigde Manson van betrokkenheid bij seksueel misbruik toen zij minderjarig was.

In januari 2021 diende Coline een aanklacht in tegen haar vader Richard Berry en Jeane Manson.

Ze beweerde dat ze in 1984 en 1985 tot seksuele spelletjes werd gedwongen en beschuldigde Manson ervan deel uit te maken van een pedofiele sekte.

Jeane ontkende deze aantijgingen met klem.

Omdat ze de beschuldigingen als leugens beschouwde, spande ze een rechtszaak wegens smaad en laster tegen Coline aan.

Coline werd in eerste instantie in 2022 veroordeeld, maar in juli 2024 werd ze door het hof van beroep in Lyon vrijgesproken.

De zaak kwam daarna voor het Franse Hof van Cassatie.

Eind 2025 oordeelde het Hof dat het arrest over de vrijspraak deels moest worden vernietigd, wat leidde tot nieuwe juridische ontwikkelingen.

Het strafrechtelijke onderzoek naar Richard Berry zelf werd in september 2022 geseponeerd wegens verjaring.

Daarnaast kreeg Jeane ook zware fysieke klappen te verwerken, waaronder een hartaanval tijdens een van haar rechtszaken in Lyon in 2024 – iets wat een enorme wissel trok op haar leven en haar werkkracht.

Ondanks al deze tegenslagen is de nu 75-jarige zangeres nog steeds actief.

Ze treedt regelmatig op, brengt nog nieuwe albums en singles uit.

In 2025 verscheen haar album Encore Une Fois en begin 2026 kwam haar nieuwe jazzalbum Jazz Bleu Nuit uit: een prachtige verzameling herwerkte jazzstandards en klassiekers uit het verleden, met live-elementen en remixes.

80 jaar geleden, reclame voor aanstekers van het merk Conti

De geschiedenis van het Belgische aanstekerbedrijf Conti (Conty)

Conti, beter bekend als Conty, was een Belgisch merk van kwaliteitsaanstekers dat vooral in de jaren 1930 tot 1950 populair was.

Het bedrijf, dat waarschijnlijk voluit Cie Continentale d’Appareils heet, produceerde stijlvolle benzine- en petroleumaanstekers met een vuursteenmechanisme.

De aanstekers vielen op door hun semi-automatische systemen: met één druk op een knop of hendel opende het deksel en draaide het vuursteenwiel, wat het gebruik erg gebruiksvriendelijk maakte.

Dit mechanisme werd rond 1945 gepatenteerd.

Conty richtte zich op rokers die een betrouwbare, compacte zakaansteker wilden.

Een mooi voorbeeld van hun marketing is deze reclame uit juli 1946, kort na de Tweede Wereldoorlog.

De Franse advertentie toont een kangoeroe met de slogan: “Dans la poche de tout fumeur: Un briquet” (In de zak van elke roker: een aansteker).

Het illustreert hoe het merk na de oorlog probeerde terug te komen op de markt met speelse, aantrekkelijke reclames.

Hoewel Conty geen wereldwijd gigamerk werd zoals Zippo of Ronson, stond het bekend om degelijk Belgisch vakmanschap.

De aanstekers worden tegenwoordig nog steeds gewaardeerd door verzamelaars vanwege hun mechanische innovatie en historische charme.

Na de jaren vijftig raakte het merk geleidelijk op de achtergrond door de opkomst van goedkopere massaproductie uit Japan en Amerika.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het exact honderd jaar geleden dat de Deinse wielrenner Lucien Buysse de Ronde van Frankrijk op zijn naam schreef.

Deze twintigste editie in 1926 staat te boek als de langste en zwaarste Tour uit de geschiedenis, met een recordafstand van maar liefst 5.745 kilometer verspreid over 17 etappes.

Om deze legendarische overwinning te herdenken, kun je in de kerk van Wontergem momenteel een bijzondere tentoonstelling bezoeken.

Aan de hand van foto’s, wielerattributen en unieke herinneringsstukken komen zijn indrukwekkende wielercarrière en zijn hechte band met het dorp helemaal tot leven.

De tentoonstelling is nog tot en met 30 september dagelijks gratis toegankelijk van 10 uur tot 17 uur.

Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat Lucien Van Impe de Ronde van Frankrijk won.

In 1976 vocht hij in de bergen een felle strijd uit met Joop Zoetemelk.

Hoewel Zoetemelk de rit op Alpe d’Huez op zijn naam schreef, stelde Van Impe zijn eindzege definitief veilig in de Pyreneeën op de flanken van de Pla d’Adet.

Het was sowieso een memorabele editie voor de Belgische renners, die destijds enorm schitterden.

Freddy Maertens bleek onstuitbaar en verzamelde maar liefst acht ritzeges.

Hij won de proloog in Saint-Jean-de-Monts, de eerste etappe naar Angers en de derde etappe in Le Touquet-Paris-Plage.

Later voegde hij daar nog de zevende etappe naar Mulhouse, beide delen van de achttiende etappe naar Langon en Lacanau-Océan, de eenentwintigste etappe naar Versailles en het eerste deel van de slotrit in Parijs aan toe.

Ook andere landgenoten droegen bij aan het Belgische succes. Willy Teirlinck won de dertiende etappe naar Saint-Gaudens,

Lucien Van Impe pakte zelf de veertiende etappe naar Saint-Lary-Soulan, Michel Pollentier zegevierde in de zestiende etappe naar Fleurance en Ferdinand Bracke won een dag later de rit naar Auch.

Ook Nederland presteerde dat jaar buitengewoon goed.

Hennie Kuiper opende de Nederlandse successen in de vierde etappe met aankomst in Bornem.

Joop Zoetemelk toonde zijn klasse in het hooggebergte en won drie zware ritten: de negende etappe naar L’Alpe d’Huez, de tiende etappe naar Montgenèvre en de twintigste etappe naar de Puy de Dôme.

Tot slot pikte Gerben Karstens zijn ritten mee door het derde deel van de achttiende etappe in Bordeaux te winnen, om vervolgens ook het tweede deel van de slotrit in Parijs op zijn naam te schrijven.

De Nederlandse TI-Raleigh-equipe won de 5e etappe, deel A: de ploegentijdrit van Leuven naar Leuven.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 55 jaar geleden, Eddy Merckx voor de derde keer winnaar van de Ronde van Frankrijk

Het verschil tussen Eddy Merckx en Joop Zoetemelk, die tweede eindigde, bedroeg 9 minuten en 51 seconden.

Op de derde plaats eindigde Lucien Van Impe.

In totaal namen er 35 Belgen en 21 Nederlanders deel aan de Tour van 1971.

Belgische etappezeges

Eric Leman won de 1e etappe, deel A van Mulhouse naar Bazel, de 6e etappe, deel A van Roubaix (Robaais) naar Amiens en de 7e etappe van Rungis naar Nevers.

Albert Van Vlierberghe won de 1e etappe, deel C van Freiburg im Breisgau naar Mulhouse.

Eddy Merckx won de 2e etappe van Mulhouse naar Straatsburg, de 13e etappe van Albi naar Albi, de 17e etappe van Mont-de-Marsan naar Bordeaux en de 20e etappe van Versailles naar Parijs.

Walter Godefroot won de 9e etappe van Clermont-Ferrand naar Saint-Étienne.

Herman Van Springel won de 16e etappe, deel B van Gourette/Les Eaux Bonnes naar Pau.

Nederlandse etappezeges

Gerben Karstens won de 1e etappe, deel B van Bazel naar Freiburg im Breisgau.

Rini Wagtmans won de 3e etappe van Straatsburg naar Nancy.

Jan Krekels won de 19e etappe van Blois naar Versailles.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag bereikt het nummer Only Crying van Keith Marshall de eerste plaats in de BRT-Top 30.

In juli 1981 maakte de voormalige tienerster Keith Marshall, ooit de leadgitarist van de groep Hello, een onverwachte comeback met zijn succesvolle hit ‘Only Crying’.

Rond het midden van de jaren zeventig had het in Engeland nog gekrioeld van de teenybopper-groepen, met ‘Mud’, ‘The Sweet’ en ‘The Bay City Rollers’ als de absolute blikvangers.

Zij hadden echter allemaal moeten ondervinden dat de roem in die specifieke tak van de popindustrie vaak van korte duur was.

Kleinere groepjes zoals Kenny, Slik en Hello waren in 1981 al bijna volledig in de vergetelheid geraakt.

Toch had dat verrassende popjaar twee nieuwe namen uit die oude formaties naar voren geschoven.

Midge Ure vond, na een kort verblijf bij the Rich Kids en Thin Lizzy, zijn weg naar Ultravox en loodste die groep naar een wereldhit met Vienna.

En toen dook plots Keith Marshall weer op.

De glorieperiode van Hello had indertijd slechts een jaar geduurd. Toch had dat viertal, dat verder bestond uit Jeff Allen, Vic Faulkner en Bob Bradbury, in die korte tijd enkele prima pophits afgeleverd.

Een leuk detail uit die begintijd is dat Keith zijn bandleden al kende van school en dat ze rond 1971 werden ontdekt door niemand minder dan Rod Argent van de band The Zombies.

Hun single Tell Him behaalde eind 1974 de zilveren status in Engeland.

Het jaar daarop werd New York Groove, een nummer dat was geschreven door Russ Ballard en geproduceerd door de manager van Gary Glitter, Mike Leander, zelfs uitgeroepen tot plaat van het jaar in Duitsland.

Dit sterke nummer werd enkele jaren later in de Verenigde Staten bovendien nog succesvol gecoverd door Ace Frehley van de hardrockband Kiss.

Na nog wat singles en de film Side by Side wilde Hello het serieuzer gaan aanpakken.

Engelse rockjournalisten voorspelden een enorme toekomst voor de enige groep uit dat genre die volgens hen echt wat in zijn mars had, maar het grote publiek haakte onverwachts af.

Nadat hun platenfirma Bell failliet ging, viel definitief het doek voor Hello.

Zo verdween ook de blonde gitarist Keith Marshall, destijds de absolute lieveling van de meisjes, uit de belangstelling.

Een opmerkelijk weetje is dat Keith destijds definitief besefte dat het voorbij was met Hello toen hij in 1979 een stapel platen zat te signeren voor hun fanclub in Duitsland.

Het drong toen tot hem door dat de band louter nog teerde op oud succes bij een kleine, overgebleven groep fans op het vasteland, en dat een nieuwe internationale doorbraak uitgesloten was.

In alle stilte werkte hij daarna verder aan zijn solocarrière.

Tijdens zijn periode bij Hello had hij al enkele eigen nummers geschreven, en daar besloot hij zich aanvankelijk op te concentreren.

Omdat Europa, en in het bijzonder Duitsland, altijd een uitstekend wingewest was geweest voor zijn oude band, richtte hij zijn pijlen op het vasteland.

Noch Keith, noch de Europese fans waren de voorbije successen vergeten.

Zijn allereerste eigen solosingle in Duitsland in 1979, het zelfgeschreven ‘Remember Me’, werd meteen een hit en werd nadien zelfs door Duitse vedetten in hun eigen taal opgenomen.

Omdat platenlabels in Groot-Brittannië niet meteen happig waren om hem een contract aan te bieden, weigerde hij een snelle klim af te dwingen en bleef hij resoluut op de Duitse markt mikken.

Daar toerde hij succesvol met groepen als Racey en Clout, waarna hij pas echt zijn zinnen weer op Engeland zette.

De manager van Keith had inmiddels zijn eigen platenlabel Arrival Records opgericht, en daar bracht hij in het voorjaar van 1981 ‘Only Crying’ uit.

Het was meteen weer raak.

Het wat beklemmende maar uiterst melodieuze nummer bereikte vlot de top tien in Engeland en leidde tot een succesvolle rondreis die hem in onze streken zelfs een nummer één-notering opleverde.

Op 18 juli 1981 bereikte het nummer ‘Only Crying’ effectief de eerste plaats in de BRT-Top 30.

In Nederland was de single eveneens een succes en goed voor een derde plaats in de Top 40.

Dat Keith Marshall helemaal terug was, bewees hij in de zomer van 1981 ook met de release van zijn eerste solo-elpee, waarvoor hij onder andere de muzikale steun had gekregen van Jim Rodford, de bassist van The Kinks.

Daarnaast nam hij ook de rol van producer op zich, onder meer voor de meisjesgroep The Teezers, van wie in diezelfde periode hun debuutalbum, en later zou blijken, hun enige album, The Best Part Of Breaking Up, werd verwacht.

In juli 1981 was Keith precies vijfentwintig jaar oud.

Hij was op 5 juni 1956 in het Londense Hackney ter wereld gekomen als de zoon van Violet en Albert Marshall.

Al op elfjarige leeftijd had hij zich tot de showbusiness aangetrokken gevoeld.

Hij leerde zichzelf gitaar, mondharmonica en een beetje piano spelen, waarna hij zijn kans waagde in het bekende BBC-programma Opportunity Knocks, wat vergelijkbaar was met Ontdek de Ster.

Naast muziek hield Keith destijds enorm van eten, drinken, slapen en zonnebaden, maar hij had een hartgrondige hekel aan reizen per boot of wagen.

Indisch eten droeg zijn absolute voorkeur weg en als er dan toch gedronken moest worden, koos hij het liefst voor een glas Southern Comfort.

Muzikaal gezien bleef hij opkijken naar Russ Ballard en koesterde hij een grote bewondering voor Diana, Presley en Jimi Hendrix.

Keith zocht zijn favoriete filmsterren vooral in vervlogen jaren, met name Errol Flynn en Marilyn Monroe, en dit lijstje werd destijds ongetwijfeld nog aangevuld.

In de zomer van 1981 was het overduidelijk dat Keith Marshall er weer stond, en men hoopte dat er deze keer geen snel afscheid zou volgen.

De nu 70-jarige zanger is nog steeds actief in de muziekwereld, zij het op verschillende manieren.

Tegenwoordig is hij onder andere werkzaam als barista-trainer, muziekverzamelaar en af en toe actief als dj in Dublin.

Daarnaast treedt hij nog op, verzorgt hij muziek in de regio en werkt hij aan eigen muziek.