Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Auteur: Patrick De Graeve
Patrick De Graeve is een gepassioneerde blogger die schrijft over zijn ervaringen en inzichten in de wereld van de popmuziek en geschiedenis. Hij is de oprichter en beheerder van de Facebookgroepen Gisteren nog vandaag en Weetjes over Popmuziek, waar hij regelmatig interessante feiten, anekdotes en trivia deelt met andere muziekliefhebbers. Patrick is ook een fervent verzamelaar van tijdschriften, vooral van het populaire Belgische blad Joepie. Hij heeft een volledige collectie vanaf september 1973 tot en met eind december 1989, die hij zorgvuldig bewaart en koestert. Patrick's blog, Gisteren nog vandaag, is een bron van inspiratie en nostalgie voor iedereen die meer wil weten over de geschiedenis van Vlaanderen en dat via oude tijdschriften, foto's, tv-reeksen, films en reclame.
In 1981 werd de stem van Kim Carnes in Amerika omschreven als een geluid dat tegelijkertijd zoet en schor was, vergelijkbaar met gekarameliseerde suiker.
Ze kon destijds inderdaad zeemzoet overkomen, om dan plots rauw uit te pakken.
Dat was destijds goed te horen op Bette Davis Eyes, haar eerste hit in onze hitlijsten.
Kim Carnes weigerde eerst om het nummer op te nemen, maar gelukkig voor haar en voor ons veranderde ze van mening na het horen van de nieuwe arrangementen die geschreven waren door Bill Cuomo.
Het nummer was destijds geschreven door Jackie DeShannon en Donna Weiss en was oorspronkelijk terug te vinden op het album New Arrangements van Jackie DeShannon uit 1975.
De single kwam op 28 maart 1981 de Billboard Hot 100 binnen en stond vanaf 16 mei 1981 negen weken op de eerste plaats.
In Vlaanderen bereikte de single de vijfde plaats in de hitlijst, terwijl de single in Nederland niet verder kwam dan de zeventiende plaats in de Top 40.
Hiermee bereikte de kleine blonde dame destijds eindelijk wat haar jaren daarvoor al was voorspeld.
Collega-muzikanten en journalisten waren het er toen immers al roerend over eens dat ze in de wieg was gelegd voor de status van superster, en met die felbegeerde eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten had ze dat doel op dat moment ook helemaal waargemaakt.
De eerste grote stap werd ruim een jaar daarvoor gezet met de hit ‘Don’t fall in love with a dreamer’, een duet van Kim met Kenny Rogers.
Dat liedje had ze destijds samen met haar echtgenoot Dave Ellingson geschreven.
Kim kende Kenny Rogers trouwens al lang, aangezien ze ooit samen lid waren van de groep The New Christy Minstrels.
Kenny Rogers was daar toen niet de zanger, maar speelde er gedurende een kleine twee jaar contrabas.
Deze groep had een sterk wisselende bezetting.
Andere bekende oud-leden zijn Barry McGuire, die na zijn vertrek in 1965 een wereldwijde hit scoorde met Eve of Destruction, Jerry Yester, die later bij The Lovin’ Spoonful speelde, Gene Clark, die later deel uitmaakte van The Byrds, en Larry Ramos, die later zanger en lid werd van The Association.
Haar eerste solo-hit in Amerika was geen eigen compositie, maar ‘More Love’ van Smokey Robinson.
Uit dezelfde eerdere elpee Romance Dance kwam destijds ook een eigen versie van ‘Cry like a baby’ van de Box Tops.
Grote namen zoals Barbra Streisand, Anne Murray en Rita Coolidge hadden haar nummers toen al vertolkt.
Barbra Streisand heeft zelfs drie verschillende nummers gezongen die door Kim Carnes zijn geschreven: ‘Love Comes from Unexpected Places’, dat Streisand opnam voor haar succesvolle album ‘Superman’ uit 1977,
‘Stay Away’, dat door Streisand werd gecoverd op haar album ‘Songbird’ uit 1978, en later het nummer ‘Make No Mistake, He’s Mine’, wat een bijzonder geval is, omdat dit nummer in 1984 werd uitgebracht als een duet tussen Barbra Streisand en Kim Carnes en terug te vinden is op Streisands album ‘Emotion’.
Anne Murray coverde ‘You’re a Part of Me’, een nummer dat oorspronkelijk door Kim Carnes werd geschreven en uitgebracht op haar titelloze album uit 1975.
Ook Rita Coolidge coverde datzelfde nummer ‘You’re a Part of Me’.
Daarnaast coverden ook grotere namen zoals Don Williams, Engelbert Humperdinck, Kenny Rogers en Tim McGraw nummers van haar hand.
Zelfs Frank Sinatra had al met haar werk te maken gehad; zij en haar echtgenoot herbewerkten en schreven destijds de tekst voor zijn nummer ‘You Turned My World Around’, een compositie van Bert Kaempfert en Herbert Rehbein die Sinatra in 1974 uitbracht als single en die ook te horen is op zijn album Some Nice Things I’ve Missed.
Kim Carnes heeft in haar carrière naar schatting tussen de 10 en 15 miljoen platen verkocht, waarbij albums en singles zijn meegeteld.
Ze heeft 2 Grammy Awards gewonnen uit haar in totaal 8 persoonlijke nominaties.
Tegenwoordig leidt ze samen met haar man een rustig leven in Nashville. Achter de schermen is ze nog altijd actief als songwriter, en ze brengt af en toe nog nieuw werk of een remix uit.
Zo verscheen haar laatste single “If I Was an Angel” in 2023, en bracht ze dit jaar een nieuwe versie van haar klassieker Bette Davis Eyes uit op Spotify.
Over drie dagen, op 20 juli, viert ze haar verjaardag en mag ze 81 kaarsjes uitblazen
Donny Gerrard, voluit Donald Bradford Gerrard, was een Canadese zanger die vooral bekend werd dankzij zijn indrukwekkende, soulvolle stem, waarmee hij zowel als frontman en als veelgevraagd achtergrondzanger een rijke carrière opbouwde.
Hij werd geboren op 19 maart 1946 in Vancouver en begon al als kind te zingen.
Zijn talent werd in 1961 opgemerkt tijdens een kerkelijk evenement, waarna hij als tiener zijn eerste groep oprichtte: Donny Gerrard and the Checkmates.
Na wat omzwervingen, waaronder een periode als bassist in de Night Train Revue en optredens in Las Vegas-lounges, zette hij zijn eerste grote stappen in de muziekwereld begin jaren zeventig als de leadzanger van de pop- en soulband Skylark.
Deze groep, waar ook de latere topproducer David Foster deel van uitmaakte, scoorde in 1973 een hit met het emotionele nummer Wildflower.
Het was vooral de loepzuivere en krachtige vocale prestatie van Gerrard die dit nummer tot een tijdloze klassieker maakte.
Na het uiteenvallen van Skylark halverwege de jaren zeventig, besloot hij zich te richten op een solocarrière.
In 1976 bracht hij op het platenlabel Greedy Records zijn titelloze debuutalbum Donny Gerrard uit.
De arrangementen voor deze plaat werden geschreven door Robert Louis Buchanan, die tevens de productie onder handen nam en dit samen met Henry Grumpo Marx.
Dit album is een prachtige weerspiegeling van zijn veelzijdigheid als zanger en mengt soepele soul, r&b en subtiele popinvloeden tot een elegant geheel.
Naast het grote succes van de single Words (Are Impossible) stonden er nog meer fantastische nummers op de tracklist die zijn bereik perfect benadrukten.
Luisteraars konden wegdromen bij sfeervolle nummers zoals ‘Peace For Us All’, ‘Stay Awhile With Me’, ‘Darlin’ en zijn cover ‘The Long And Winding Road’ van de Beatles, terwijl tracks als ‘Stand Up’ en ‘Greedy (For Your Love)’ juist zorgden voor een fijne, opzwepende energie.
Het geheel liet horen dat Gerrard moeiteloos kon schakelen tussen zwoele ballads en meer dynamische, soulvolle tracks.
De geschiedenis van het bekendste lied van dit album, Words (Are Impossible), begint in 1973 met de Italiaanse zanger Giampiero Anelli, beter bekend als Drupi, die het origineel uitbracht als Vado Via.
Dit werd een aanzienlijk succes in de Lage Landen: het bereikte in Vlaanderen de zeventiende plaats in de BRT Top 30 en werd in Nederland in september 1973 tot Alarmschijf verkozen, waarna het doorstootte naar de zevende plek in de Top 40.
Een jaar later, in 1974, bracht de Amerikaanse soulzangeres Margie Joseph de eerste Engelstalige versie uit, wat haar een hit opleverde in de Amerikaanse r&b-hitlijsten.
Twee jaar later, in 1976, was het de beurt aan Donny Gerrard om er zijn eigen, prachtige draai aan te geven.
Zijn uitvoering gaf zijn expressieve stembanden perfect de ruimte om te schitteren en leverde hem een bescheiden 87e plaats op in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
Hoewel zijn debuutalbum destijds door critici en muziekkenners zeer werd geprezen omwille van de vlekkeloze productie van Buchanan en Gerrards warme stemgeluid, bleef een gigantisch commercieel succes helaas uit.
Tegenwoordig wordt het echter door liefhebbers van zeventigerjaren-soul beschouwd als een vergeten pareltje dat absoluut de moeite waard is om te beluisteren.
Voor zijn tweede album, dat de titel The Romantic kreeg, moesten de fans overigens erg veel geduld hebben; dit verscheen namelijk pas in 1999.
Na zijn avontuur als soloartiest bouwde Gerrard een buitengewoon succesvolle carrière op als sessie- en achtergrondzanger.
Zijn stem was in de decennia die volgden te horen op talloze albums en tijdens optredens van absolute grootheden uit de muziekindustrie, waaronder Elton John, Bruce Springsteen, Bob Seger, Cher en Bette Midler.
Daarnaast dook hij in de jaren tachtig nog op bij bijzondere projecten.
Zo nam hij in 1985 met Amy Holland een duet op voor de soundtrack van de bekende film St. Elmo’s Fire en werkte hij in datzelfde jaar met een hele reeks bekende artiesten mee aan ‘Tears Are Not Enough’, een Canadese benefietsingle om geld in te zamelen voor de hongersnood in Ethiopië.
Bij beide projecten werkte hij overigens weer even samen met zijn oude Skylark-bandgenoot David Foster.
In de latere jaren van zijn leven was hij een onmisbare en vaste kracht in de band van gospel- en soullegende Mavis Staples.
Hij toerde wereldwijd met haar en zijn warme bariton vormde een prachtige aanvulling op haar kenmerkende rauwe stem, wat ook goed te horen is op haar succesvolle albums uit die periode.
Hij was tot aan zijn dood getrouwd met zijn vrouw Myra, met wie hij een zoon, Cooper, had.
Uit een eerdere relatie had hij ook nog een ander kind, namelijk Traie Payne.
Donny Gerrard bleef optreden en zingen tot zijn gezondheid het niet meer toeliet.
Hij overleed op 3 februari 2022 op 75-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker, terwijl hij in een hospice verbleef in zijn woonplaats Santa Fe in de Amerikaanse staat New Mexico.
De kaas werd eind 1979, voor het eerst op de markt gebracht.
Hoewel de naam direct verwijst naar het Friese dorp Kollum, dat van oudsher een rijke geschiedenis had in de handel van boter en kaas, kwam deze specifieke fabriekskaas daar oorspronkelijk helemaal niet vandaan.
De kaas werd namelijk geproduceerd door zuivelcoöperatie Frico, en later door Friesland Foods, in de zuivelfabriek Bergumerdam in het twintig kilometer verderop gelegen Burgum.
Wat de kaas destijds zo speciaal maakte, was het productieproces. Het was lange tijd de enige fabriekskaas in Nederland die werd gemaakt van rauwe melk.
Dit onverhitte proces gaf het zuivelproduct een veel stevigere en pittigere smaak dan de gangbare Goudse kazen uit de fabriek.
Hierdoor verwierf het al snel een geheel eigen plekje op de Nederlandse kaasmarkt.
De marketing rondom het merk was al even opvallend.
In reclamecampagnes werd de opzettelijk ongrammaticale slagzin ‘Wie kaas kiest Kollumer’ bedacht, wat lang in het geheugen van de consument bleef hangen.
Daarnaast was er in de jaren negentig een opmerkelijke promotieactie waarbij kopers van de kaas een gratis cd van Johnny Cash kregen, met daarop de nummers ‘A Thing Called Love’ en ‘A Boy Named Sue’.
Het bleek een originele en effectieve manier om een streekgebonden product bij een breed publiek onder de aandacht te brengen.
Aan het begin van de eenentwintigste eeuw brak er echter een moeilijkere periode aan voor de originele fabriekskaas.
De fabriek in Burgum sloot in 2003 haar deuren, waarna het recept noodgedwongen licht moest worden aangepast.
Daarnaast kreeg de zuivelindustrie in die tijd te maken met steeds strengere Europese hygiënevoorschriften omtrent de verwerking en verkoop van rauwe melk.
Gecombineerd met een langzaam krimpende afzetmarkt zorgden deze strenge regels ervoor dat Friesland Foods in 2007 besloot om de productie van de originele Kollumer rauwmelkse fabriekskaas definitief stop te zetten.
De naam en de traditie zijn echter nooit volledig uit het noorden verdwenen.
De verbintenis met het dorp Kollum blijft tot op de dag van vandaag levendig, onder meer door de jaarlijkse Kollumer Kaasdagen die herinneren aan het oude handelsverleden van de plaats.
Bovendien worden er door lokale kaashandelaren nog steeds heerlijke kazen onder de noemer Kollumer verkocht, al worden deze inmiddels volgens moderne, gepasteuriseerde methodes geproduceerd om aan alle huidige normen te voldoen.
Zo blijft de naam onlosmakelijk verbonden met de Friese zuivelgeschiedenis. Tegenwoordig is Kollumer kaas overigens ook gewoon te koop in Vlaanderen.
Omdat het een specifiek streekproduct is, vind je het weliswaar niet in elke lokale supermarkt, maar de beste opties hiervoor zijn de gespecialiseerde kaaswinkels en online webshops die naar België verzenden.
Als er iemand was die zowel de fraaie als de inktzwarte kanten van de roem kende, dan was het Britney wel.
Ze genoot van enorm succes, maar kreeg ook keiharde klappen te verwerken.
Met het nummer Baby One More Time werd ze op haar zeventiende wereldberoemd; een hit waarin ze zowel onschuld als ontluikende seksualiteit uitstraalde, verpakt in onweerstaanbare bubblegumpop.
Ze verkocht er miljoenen platen mee, meisjes imiteerden haar looks, jongens waren verliefd op haar en ze groeide uit tot een publiekslieveling.
Ze had destijds een relatie met boyband-idool Justin Timberlake, die al net zo braaf leek als zijn toenmalige vriendin.
Haar kuise imago stond echter mijlenver af van haar eigen persoonlijkheid, omdat ze simpelweg niet kon omgaan met de dubbele boodschap die ze uitstraalde.
Aan de ene kant werd haar maagdelijkheid zeer hard ingezet als verkoopstunt door zich voortdurend uit te spreken tegen seks voor het huwelijk, terwijl de wereld aan de andere kant een meisje zag dat steeds meer moeite kreeg om zich zo te gedragen en totaal doorsloeg.
Het werd bijna haar ondergang.
Na een in stomdronken toestand afgesloten bliksemhuwelijk, nog een huwelijk, een scheiding, het kaalscheren van haar hoofd, vechtpartijen en aanrijdingen met paparazzi, drugsgebruik, een opname in een psychiatrische kliniek, ontelbare foute vriendjes en een ondercuratelestelling bij haar eigen vader, ging het in de zomer van 2011 gelukkig weer de goede kant op met de gevallen muziekengel.
Aan die ellendige jaren hield ze wel twee mooie kinderen over die ze koesterde.
Ze had zich herpakt, volgde haar eigen weg in plaats van het pad dat voorheen door anderen voor haar werk was uitgestippeld, en rekende met haar album Femme Fatale definitief af met haar gecompliceerde verleden.
Het meisje was vrouw geworden en met haar nieuwe werk richtte ze zich op een ouder, extravaganter en eigenzinniger publiek. Zingen was nog steeds niet haar allersterkste punt, maar als performer bleef ze onovertroffen.
Het kon dan ook niet anders dan dat het een waanzinnige show zou worden.
Het was geleden van 2004 dat Britney Spears voor het laatst in Vlaanderen en Nederland optrad, maar met haar Femme Fatale-tour was ze eindelijk weer helemaal terug.
De Femme Fatale Tour uit 2011 was commercieel gezien een succes, met een wereldwijde opbrengst van ongeveer 68,7 miljoen dollar.
Haar carrière begon bij Disney, waar ze in haar vroege tienerjaren toetrad tot The Mickey Mouse Club.
Ze had er op haar achtste al auditie gedaan, maar werd in eerste instantie afgewezen omdat ze te jong was.
Barry Manilow raakte door Britney’s breakdown geïnspireerd voor zijn eigen album 15 Minutes.
Britney verkocht meer cd’s dan welke andere tienerpopster ooit: voor haar twintigste gingen er wereldwijd meer dan 37 miljoen over de toonbank.
Op zaterdag 8 oktober 2011 stond ze in het Sportpaleis in Antwerpen en op woensdag 19 oktober 2011 was ze te zien in de Rotterdamse Ahoy.
Haar laatste wereldtournee, met de naam Piece of Me, toerde in de zomer van 2018 door Noord-Amerika en Europa.
Op 15 augustus 2018 gaf ze een volledig uitverkocht concert in het Sportpaleis in Antwerpen.
Er werden die avond 16.787 tickets verkocht. Hoewel Nederlandse fans hoopten op een show in bijvoorbeeld de Ziggo Dome of Rotterdam Ahoy, waar ze in 2011 nog stond, werd Nederland niet opgenomen in het tourschema van 2018.
Veel Nederlandse fans reisden daarom af naar Antwerpen of Berlijn om haar te zien.
Na het beëindigen van haar curatele in 2021 heeft Britney Spears in 2023 haar succesvolle autobiografie The Woman in Me uitgebracht.
Momenteel is ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van een verfilming van dit boek door Universal Pictures, onder regie van Jon M. Chu, bekend van de recente bioscoophit Wicked en Crazy Rich Asians.
Liz Meriwether, bekend als bedenker van de hitserie New Girl en haar werk aan The Dropout, is officieel aangesteld om het script te schrijven.
Haar komst brengt een sterke balans tussen emotie en humor naar het project.
Regisseur Jon M. Chu heeft aangegeven dat Britney Spears zelf een grote en actieve rol krijgt binnen het creatieve proces om ervoor te zorgen dat haar verhaal correct wordt verteld.
Interessant is dat Britney Spears via sociale media heeft gedeeld dat de film mogelijk geen standaard, zware biografische dramafilm wordt, maar dat er gekeken wordt naar een fictieve musicalvorm waarin ze zelf ook een rol zou kunnen spelen.
De Amerikaanse actrice Kim Novak en de Dominicaanse playboy Ramfis Trujillo hadden een kortstondige maar veelbesproken relatie in de eerste helft van 1958. Ramfis, voluit Rafael Leónidas Trujillo Martínez, was de zoon van de meedogenloze dictator van de Dominicaanse Republiek.
Hij verbleef in de Verenigde Staten voor een militaire opleiding.
Zijn vader, die hem nota bene al op vijfjarige leeftijd de rang van generaal had geschonken, hoopte dat hij daar discipline zou leren. Ramfis had echter andere plannen en maakte in Amerika vooral furore als jetsetter.
Hoewel hij in zijn thuisland al getrouwd was met Octavia Ricart en vader was van zes kinderen, overlaadde hij in Amerika de mooiste vrouwen met luxeauto’s, nertsjassen en peperdure sieraden.
Zijn reputatie liep zo ver vooruit dat jonge vrouwen in Los Angeles als grap een spottende bumpersticker op hun auto kleefden met de tekst dat hun wagen geen geschenk was van Ramfis Trujillo.
In Hollywood kruiste zijn pad dat van Kim Novak, net in de periode dat zij schitterde in de meesterlijke Hitchcock-film Vertigo. Novak stond in die tijd bekend om haar mysterieuze aantrekkingskracht en haar weigering om zich te schikken naar de strenge regels van de grote studiobazen.
Ramfis viel als een blok voor de actrice en vroeg haar zelfs ten huwelijk.
Hij deelde bovendien kwistig dure Europese sportwagens uit aan de actrices met wie hij omging.
Zo is het een historisch feit dat hij de beroemde Zsa Zsa Gabor een exclusieve Mercedes-Benz schonk.
Dat specifieke cadeau leidde zelfs tot een heus schandaal in het Amerikaanse Congres, waar men vreesde dat de financiële steun van de Verenigde Staten aan de Dominicaanse Republiek indirect werd misbruikt om sportwagens voor Hollywoodsterren te bekostigen.
Ook Kim Novak kreeg van de jonge playboy een fonkelnieuwe Mercedes-Benz cadeau.
Al deze weelderige geschenken en de bijbehorende roddels zorgden voor een enorm schandaal dat de filmstudio in de verlegenheid bracht.
Omdat zijn gedrag als playboy de spuigaten uitliep en hij bovendien zijn einddiploma van de militaire academie niet wist te behalen, besloot zijn vader dat het welletjes was en riep hij hem terug naar huis.
Bij zijn thuiskomst wachtte hem een koude douche, want zijn vrouw Octavia vroeg onmiddellijk de echtscheiding aan.
Terug in de Dominicaanse Republiek ontspoorde Ramfis volledig.
Hij hield zich bezig met gruwelijkheden, waaronder groepsverkrachtingen van jonge vrouwen en het uitdelen van onbeduidende opdrachten om mensen uit de weg te ruimen.
Het liep dermate uit de hand dat zijn vader hem noodgedwongen naar een sanatorium in België stuurde, waar hij eind 1958 een elektroshockbehandeling onderging.
Lang bleef hij daar niet, want kort daarna verhuisde hij naar Parijs om zijn oude levensstijl zonder aarzelen te hervatten.
In de Franse hoofdstad leerde hij Lita Milan kennen, een Amerikaanse actrice die onder meer naast Paul Newman had geacteerd.
Zij gaf haar veelbelovende carrière op en de twee stapten al snel in het huwelijksbootje.
Ondertussen heerste zijn vader Rafael Trujillo nog steeds met ijzeren vuist. Hij was al sinds februari 1930 aan de macht en had zelfs de hoofdstad naar zichzelf vernoemd, Ciudad Trujillo.
Zijn eenendertigjarige bewind, bij de Dominicanen bekend als het Trujillo-tijdperk of El Trujillato, staat geboekstaafd als een van de bloedigste periodes ooit in de regio.
De dictator, die extreem ijdel was en zijn gezicht poederde om blanker te lijken, was met zijn regime verantwoordelijk voor tienduizenden doden.
Een absoluut dieptepunt waren de zogenaamde Peterseliemoorden in 1937, een gerichte massamoord op tienduizenden Haïtianen. Hoewel Trujillo uitsluitend dictator was van de Dominicaanse Republiek, deelt het land het eiland Hispaniola met buurland Haïti.
In de uitgestrekte grensstreek werkten destijds veel Haïtianen als goedkope arbeidskrachten op Dominicaanse plantages.
Trujillo koesterde echter een diepe racistische haat en was geobsedeerd door het idee om zijn land witter en Spaanser te maken.
Hij zag de donkerdere, Franstalige buurbevolking als een bedreiging en gaf het meedogenloze bevel om de Dominicaanse grensstreek etnisch te zuiveren.
Afhankelijk van de historische bron werden er tussen de 5.000 en 67.000 Haïtianen afgeslacht.
De naam van dit lugubere bloedbad verwijst naar de wrede taalkundige test die de soldaten gebruikten om de bevolkingsgroepen te onderscheiden.
Ze hielden een takje peterselie, in het Spaans perejil, omhoog. Omdat dit Spaanse woord een rollende r en een specifieke j-klank bevat, was het voor de Franstalige of Creools sprekende Haïtianen nagenoeg onmogelijk om dit perfect uit te spreken.
Wie het woord met een verkeerd accent uitsprak, werd onmiddellijk op brute wijze geëxecuteerd met kapmessen of bajonetten om munitie te besparen.
Aan deze jarenlange terreur kwam pas een einde toen Rafael op 30 mei 1961 werd vermoord door samenzweerders, die financieel en logistiek werden gesponsord door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.
In de onmiddellijke nasleep van de moord nam Ramfis de tijdelijke controle over het land over.
Gedreven door wraak zwoer hij alle betrokkenen bij de dood van zijn vader te straffen, een belofte die hij waarmaakte door eigenhandig tal van verdachten te vermoorden en te martelen.
De internationale en binnenlandse druk werd echter onhoudbaar, waardoor de familie Trujillo op 19 november 1961 gedwongen werd het land te verlaten.
De vlucht naar Frankrijk verliep in stijl via het luxueuze jacht Angelita, een indrukwekkend schip dat vandaag de dag nog steeds vaart onder de naam Sea Cloud.
Aan boord bevond zich ook de kist van zijn vader, die naar verluidt was bekleed met vier miljoen dollar aan contant geld, kostbare juwelen en belangrijke waardepapieren.
Na een kort verblijf in Frankrijk vestigde Ramfis, de zoon van de overleden dictator Rafael Trujillo, zich in 1962 in Spanje, waar hij bescherming genoot van Generalisimo Francisco Franco.
Daar zette hij zijn extravagante jetset-leven ongehinderd voort en besteedde hij veel tijd aan het vliegen met vliegtuigen als hobby.
Aan dit decadente bestaan kwam een abrupt einde in december 1969. In de buitenwijken van Madrid raakte Ramfis bijzonder zwaar gewond bij een auto-ongeluk.
Hij bestuurde op dat moment een blauwe tweedeurs Ferrari 330GT met serienummer 9151, een sportwagen die hij in 1966 had gekocht.
Bij de harde klap kwam de bestuurster van het andere voertuig, Teresa Bertrán de Lis, op slag om het leven.
Zij was de hertogin van Alburquerque en een zeer prominent lid van de Spaanse hoge adel. Ramfis zelf overleefde het ongeluk in eerste instantie, maar stierf elf dagen later, op 27 december 1969, in een Spaans ziekenhuis aan de complicaties van een opgelopen longontsteking.
Zijn zwaar gehavende Ferrari bleef vanaf 1969 ongerestaureerd in Spanje staan, tot het wrak uiteindelijk begin 2013 voor 50.000 dollar te koop werd aangeboden aan verzamelaars
Virna Lisa Pieralisi werd geboren op 8 november 1936 in de Italiaanse kuststad Ancona en groeide uit tot een van de meest gewaardeerde actrices van de Italiaanse cinema.
Ze verhuisde in de vroege jaren vijftig met haar familie naar Rome, waar haar geplande bedrijfstudies al snel plaatsmaakten voor een loopbaan in de filmwereld nadat ze op zeventienjarige leeftijd werd ontdekt.
Haar debuut volgde in 1953 met een rol in de muzikale film E Napoli canta.
In deze vroege periode viel ze in eigen land niet alleen op door haar rollen in komedies en historische spektakelfilms, maar ook door een uiterst populaire tandpastareclame op televisie waarin de gevleugelde woorden ‘Met die mond kan ze zeggen wat ze wil’ een begrip werden in de Italiaanse popcultuur.
In de jaren zestig kreeg ze internationale belangstelling door haar optreden in Franse producties zoals La Tulipe Noire met Alain Delon.
Dit trok de aandacht van Hollywood, waar men na het overlijden van Marilyn Monroe zocht naar een nieuwe blonde sensatie.
Ze tekende een contract bij Paramount Studios en maakte in 1965 haar Amerikaanse debuut naast Jack Lemmon in de satirische komedie How to Murder Your Wife.
Kort daarna was ze te zien met Tony Curtis in Not with My Wife, You Don’t! en speelde ze aan de zijde van Frank Sinatra in de avonturenfilm ‘Assault on a Queen’ uit 1966.
Hoewel ze genoot van de professionaliteit in Amerika, raakte ze snel gefrustreerd door de stereotype rollen van de verleidelijke, blonde verschijning.
Om die reden weigerde ze de hoofdrol in de film Barbarella, verbrak ze haar contract in Hollywood en keerde ze terug naar Europa.
Na haar terugkeer in Italië en Frankrijk richtte ze zich bewust op meer gelaagde en complexe personages.
Ze speelde in komedies zoals Signore en signori en maakte indruk in het drama Al di là del bene e del male uit 1977, waarin ze de neurotische zus van de filosoof Friedrich Nietzsche vertolkte.
Haar absolute artistieke hoogtepunt beleefde ze in 1994 met haar vertolking van de kille en berekenende Catharina de’ Medici in het historische drama La Reine Margot.
Voor deze rol ontving ze de prijs voor beste actrice op het Filmfestival van Cannes en won ze een Franse César.
In de latere decennia van haar leven werkte ze veelvuldig voor de Italiaanse televisie en bleef ze actief tot aan haar laatste speelfilm Latin Lover.
In haar privéleven koos ze altijd voor discretie en stabiliteit, ver weg van de typische schandalen in de filmwereld.
Ze trouwde in 1960 met de architect en projectontwikkelaar Franco Pesci, met wie ze drieënvijftig jaar samenbleef tot aan zijn overlijden in 2013.
Samen kregen ze een zoon, Corrado.
Ze gaf regelmatig aan dat haar gezin altijd haar grootste prioriteit was en dat ze zonder aarzelen rollen liet schieten om tijd met hen door te brengen.
Virna Lisi overleed op 18 december 2014 op 78-jarige leeftijd in haar slaap in Rome, nadat er kort daarvoor longkanker bij haar was vastgesteld.
In dit boek van Petra Rosseau volgen we drie vriendinnen die elkaar dertig jaar geleden leerden kennen op de parking van de Gamma tijdens een concert van De Kreuners.
Die ontmoeting veranderde hun leven voorgoed.
Het resultaat is een hartverwarmend en persoonlijk verhaal vol muziek, backstageverhalen, koude nachten en bovenal een onverwoestbare vriendschap.
De lezer krijgt een unieke inkijk in een stukje belpopgeschiedenis, rijkelijk geïllustreerd met foto’s die destijds werden genomen met hun eerste eenvoudige fototoestellen.
De reacties op het boek zijn lovend.
Zo noemt Rick Tubbax het een bijzonder goed geschreven en meeslepend relaas dat hij in één ruk heeft uitgelezen.
Hij genoot van de rake typeringen en de humor in het verhaal.
Zelfs Walter Grootaers merkte op dat zelfs Ben Crabbé het boek kan waarderen.
Dit succes is te danken aan de unieke dynamiek tussen de drie hoofdrolspelers.
Christelle de Bosschere is de sociale spil van de groep.
Dankzij haar durf en haar uitgebreide netwerk kregen de vriendinnen vaak toegang tot de backstage en kwamen samenwerkingen met namen als Jean Blaute en Rick de Leeuw tot stand.
Natacha van Meenen vormt het creatieve brein.
Hoewel ze inmiddels in Ierland woont en een deel van haar eigen archief verloor, wist zij met haar oog voor vormgeving van alle oude foto’s en herinneringen een prachtig geheel te maken.
Petra Rosseau is de drijvende kracht en organisator.
Met haar scherpe geheugen en haar vlotte pen fungeerde zij als de schrijver die alle avonturen op papier kreeg.
Wanneer hoofd, hart en handen op deze manier samenkomen, ontstaat er iets bijzonders.
Drie meiskes uit Gent is daarvan het levende bewijs: een ode aan vriendschap die garant staat voor urenlang leesplezier.
Bon Giorno is een Nederlands merk van ondergoed dat al meer dan vijftig jaar een bekende naam is op de markt.
Oorspronkelijk was het merk eigendom van Willink Tricotage, maar aan het eind van de jaren zestig kwam het in handen van Hollandia Tricot uit Veenendaal.
Onder deze eigenaar groeide de bekendheid enorm, mede dankzij actieve en opvallende reclamecampagnes.
In de beginjaren stonden verschillende bekende Nederlanders, waaronder Patricia Paay, Champagne, Jerney Kaagman en Herman Brood, model voor het merk.
Gisteren nog vandaag
Dit zorgde ervoor dat de naam stevig verankerd raakte bij het grote publiek.
Na een faillissement van Hollandia Tricot ontstond er een doorstart via een personnel buyout onder de naam Holland Trend.
In 1988 werd het bedrijf overgenomen door Timpa en bereikte het merk zelfs de top drie van de Nederlandse ondergoedmarkt.
Toen dit succes na enige tijd begon terug te lopen, kwam de naam in handen van het in Hongkong gevestigde American Phil Textiles, dat via een Europese dochteronderneming de productie, kwaliteit en styling weer in eigen beheer wilde sturen.
Gisteren nog vandaag
Uiteindelijk werd het ondergebracht bij Semper Paratus in Tholen.
Vandaag de dag staat Bon Giorno nog steeds bekend om comfortabel ondergoed dat als een tweede huid zit.
Naast de traditionele katoenen slips en boxers, zoals de bantam en de tanga, biedt het merk inmiddels ook moderne collecties van bamboe aan.
Omdat de naamsbekendheid in Nederland al decennia groot is, zijn opvallende reclamecampagnes tegenwoordig minder noodzakelijk en bedient het merk vooral een trouwe klantenkring via grote ketens en diverse gespecialiseerde webshops.
Het transportvliegtuig was onderweg vanuit Italië, waar het militaire muziekkorps had deelgenomen aan een festival. Vlak voor de landing raakte het toestel onverwacht in moeilijkheden door een botsing met een zwerm vogels.
De piloten probeerden op lage hoogte nog een doorstart te maken, maar deze mislukte, waarna de Hercules met een enorme klap op de grond neerstortte.
Hoewel bijna alle inzittenden de zware initiële impact overleefden, brak er na de crash vrijwel direct een felle brand uit.
Vanaf dat moment stapelden de fatale misverstanden en fouten zich in een snel tempo op.
De toegesnelde brandweerlieden probeerden aanvankelijk uitsluitend het vuur te bestrijden en deden weinig moeite om de deuren van het toestel te openen.
Pas later bleek dat de brandweer op dat moment nog niet wist dat er mensen vastzaten in het vrachtruim.
Ook de verkeersleiding was er bij het uitbreken van de brand totaal niet van op de hoogte dat het toestel naast de bemanning een voltallig fanfarekorps vervoerde.
De opgesloten militairen in het transportvliegtuig probeerden intussen wanhopig en tevergeefs de nooduitgangen te forceren.
De meesten kwamen uiteindelijk op tragische wijze door verstikking om het leven.
Slechts zeven inzittenden wisten het verschrikkelijke ongeluk te overleven.
De conclusies van het latere onderzoek naar de oorzaak en afhandeling van de ramp waren ronduit schokkend.
Het Crisisonderzoeksteam van de Leidse Universiteit stelde later dat jaar vast dat zowel de top van de Koninklijke Luchtmacht als de autoriteiten in Eindhoven in grote mate medeverantwoordelijk waren voor de enorme omvang van deze tragedie.
De autoriteiten waren volgens het onderzoeksteam nalatig door een slordig management en faalden bij het naleven van het vastgestelde rampenbestrijdingsplan. Zo had de bewuste zwerm vogels verjaagd moeten zijn nog voordat het toestel aan zijn landing begon.
De persoon die hiervoor verantwoordelijk was, ging er echter ten onrechte van uit dat de Hercules pas veel later op de avond zou arriveren.
Daarnaast wees het onderzoek ook op cruciale beoordelingsfouten van de Belgische bemanning.
In de cockpit werd verkeerd ingegrepen toen er onverwacht vogels in een van de motoren terechtkwamen.
De piloten maakten vervolgens een doorstart met een veel te lage snelheid, waardoor ze de volledige controle over het zware toestel verloren.
Volgens de onderzoekers was de piloot niet op zijn taak berekend in deze complexe noodsituatie en had de boordcommandant naar verhouding weinig ervaring.
Op vijftien juli tweeduizendzestien, precies twintig jaar na het drama, werd bij het stadhuis van Eindhoven een openbaar monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers onthuld.
Dit gedenkteken is voor iedereen vrij toegankelijk, in duidelijke tegenstelling tot het allereerste monument dat op de afgesloten vliegbasis Eindhoven staat en uitsluitend toegankelijk is voor de nabestaanden.
Na het sensationele debuutalbum met de klassieker ‘Sultans of Swing’ was het misschien niet zo vreemd dat de tweede plaat enigszins teleurstelde.
Met Making Movies had Knopfler, de centrale figuur in de band – zich echter ongelooflijk herpakt.
Het geluid bleef herkenbaar als Dire Straits, maar was nu verrijkt met verrassende loopjes, invallen en variaties die men van een muzikant als hij mocht verwachten.
Tijdens de opnames van het derde album Making Movies in New York liepen de spanningen tussen de broers echter hoog op.
Ze konden artistiek en persoonlijk niet meer door één deur.
Na heftige discussies verliet David de band.
Mark nam vervolgens alle gitaarpartijen van David opnieuw op en David werd niet eens vermeld op de hoes van het album.
Sinds het pijnlijke vertrek van David uit Dire Straits in 1980 spreken de twee broers elkaar niet meer.
David heeft in interviews aangegeven dat de situatie een zware schaduw over hun levens en families heeft geworpen.
Hij omschreef het destijds als een situatie waarin ze in de studio met hun ogen naar de vloer gericht liepen en er geen sprake meer van communicatie was.
De diepte van de breuk werd nogmaals pijnlijk duidelijk toen Dire Straits in 2018 werd opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.
Mark Knopfler weigerde simpelweg te komen opdagen, mede om te voorkomen dat hij met zijn broer geconfronteerd zou worden.
David liet daarop via social media weten dat Mark de reünie en de fans had koudgesteld.
Tot vandaag is het conflict nooit bijgelegd; beide broers hebben hun eigen weg gekozen in de muziek en leven volledig langs elkaar heen.
Terwijl David zijn eigen weg zocht, ploegde Mark met zijn band door een loodzware tour.
Hij had, zoals hij zelf zei, “the road kills me” – en toch wilde hij niets anders.
Elke avond speelde hij alsof zijn leven ervan afhing, puur uit respect voor het publiek.
De fans betaalden immers flink voor een ticket, en een rockband die haar publiek serieus neemt, levert elke avond het beste wat ze in huis heeft.
Op de vraag of ‘Sultans of Swing’ niet begon te vervelen, antwoordde hij dat hij niet elke avond stond te popelen om het te spelen, maar dat het publiek het nummer nu eenmaal wilde horen.
Bovendien zag hij het als een uitdaging om zo’n klassieker elke avond opnieuw fris en levendig te laten klinken.
Tijdens een optreden moet een muzikant talloze, soms sterk uiteenlopende emoties uit zijn instrument en zijn lijf toveren.
Mark vertelde dat het nummer hem nog altijd raakte, omdat hij de intentie erachter kende: hij had het geschreven, erop gezweet, erom gehuild en gevloekt.
Die emoties kwamen terug zodra hij de nummers speelde.
Nummers als ‘Expresso Love’ en ‘Solid Rock’ waren pure krachtexplosies en snelheid.
Hij had geleerd dat je aan zulke songs niet te lang moet sleutelen, anders verlies je het momentum.
De langzamere nummers, zoals ‘Tunnel of Love’, kwamen voort uit een dieper deel van zijn wezen.
Daar had hij weken aan gewerkt, stap voor stap, op zoek naar perfectie – al gebruikte hij dat woord met enige aarzeling.
Zo’n energieverslindende tournee leek funest voor de creativiteit, maar volgens Mark viel dat reuze mee.
Ondanks te weinig slaap, constante geestelijke en lichamelijke ontwrichting en elk gevoel voor tijd en plaats kwijt, was hij voortdurend met muziek bezig: de show moest blijven vlammen, en daarnaast broedde hij al op ideeën voor het volgende album.
Die zou pas echt vorm krijgen zodra hij zijn normale ritme weer terug had.
Destijds was hij een voorstander van snel werken: een album in een week of zes opnemen, gevolgd door een week voor de eindmix. Perfect of niet, het was rock-’n-roll en dat moest vaart hebben.
Op de vraag of ‘Making Movies’ zo goed was geworden omdat de pers ‘Communiqué’ zo zwak vond, antwoordde Mark dat dat onbewust misschien een rol had gespeeld.
Hij had echter nooit gedacht dat ‘Communiqué’ het einde van Dire Straits zou betekenen.
Hooguit een kleine impasse, al was hij daar niet eens zeker van.
Men vergeleek alles altijd met zijn allerbeste nummer, wat hij onterecht vond.
Na het eerste album werd hij de hemel in geprezen, na de tweede onder het tapijt geveegd.
Hij geloofde niet dat het kwaliteitsverschil zo groot was.
Het voordeel was wel dat de derde plaat alleen maar kon meevallen – en volgens pers en publiek was dat in juli 1981 overduidelijk het geval.
Van het legendarische Making Movies (1980) gingen naar schatting 5 tot 7 miljoen exemplaren over de toonbank.
In hun thuisland behaalde de plaat dubbelplatina, goed voor meer dan 600.000 verkochte albums.
In de Verenigde Staten werd het album bekroond met de platinastatus (minstens 1 miljoen exemplaren), terwijl het in Italië in 1981 zelfs het bestverkochte album van het jaar was met meer dan 1 miljoen verkochte stuks.
Het succes van Dire Straits is dan ook indrukwekkend: wereldwijd verkocht de band tussen de 100 en 120 miljoen platen.
Hun absolute meesterwerk Brothers in Arms (1985) is met ruim 30 miljoen exemplaren een van de bestverkochte albums aller tijden.
Mark Knopfler zelf, die in 1949 werd geboren in Glasgow en op zijn zevende naar Newcastle verhuisde, heeft als soloartiest naar schatting 10 tot 15 miljoen albums verkocht, waarbij Sailing to Philadelphia (2000) met meer dan 2,5 miljoen stuks zijn commercieel meest succesvolle plaat is.
De inmiddels 76-jarige muzikant is nog altijd actief, al is hij definitief gestopt met live toeren.
Zijn meest recente soloalbum is One Deep River (2024).
Hij woont al tientallen jaren in Londen, nabij zijn eigen British Grove Studios in Chiswick, en bezit daarnaast een landelijk huis in de regio New Forest waar hij zich regelmatig terugtrekt.
Na zijn vertrek uit Dire Straits in 1980 heeft David Knopfler een constante en productieve solocarrière opgebouwd, waarin hij meer dan 15 soloalbums heeft uitgebracht.
Naast het maken van muziek is hij ook actief als dichter en auteur.
Hij treedt daarnaast sporadisch op en werkt nauw samen met zijn vaste producer en muzikant Harry Bogdanovs.
Deze maand, op 4 juli 2026, bracht hij de single Tell Me Something uit, een samenwerking met de Britse singer-songwriter Colin Goodger.
Dire Straits, als van ouds (Veronica, 15 juli 1981)