
75 jaar geleden, reclame voor tandpasta van het merk Colgate (september 1948)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Deze stoomboot was een van de eerste passagiersschepen op de Kongo rivier, dat in 1934 werd gedoopt als koningin Astrid, ter ere van de toenmalige koningin van België.

Het schip had een lengte van 45 meter en een breedte van 8 meter. Het kon 150 passagiers en 200 ton vracht vervoeren.

Het schip speelde een belangrijke rol in de koloniale geschiedenis van Congo, want het bracht handel, missie en bestuur naar de binnenlanden.

Het schip was in dienst tot 1960, toen Congo onafhankelijk werd.
Daarna werd het schip verlaten en verroestte het langzaam aan de oever van de rivier.


Ignace Baert komt uit een muzikale Kortrijkse familie en zit al op zijn negende op een muziekschool in Kortrijk waar hij o.a. pianoles krijgt van François Glorieux en accordeonles krijgt hij privé in Heule van Hugo Hoste.
Vanaf 1967, Ignace is dan 16 jaar oud, speelt hij op het orgel en zingt bij het dansorkest “The Top Players”, waar ook zijn vader als saxofonist-klarinettist in meespeelt.
In 1968 gaat Ignace doorstuderen aan het Koninklijk Conservatorium in Gent.
In 1968 komt zanger en journalist Erik Marijsse bij het orkest. Hij wordt er gastzanger.
Ignace gaat intensief samenwerken met Marijsse als manager, hetgeen uiteindelijk eindigt in 1976 als Ignace zijn legerdienst gaat doen.
Marijsse neemt “Liefde” (melodie door Ignace en eerste compositie die op een plaat verschijnt) op, dat de B-kant wordt van zijn eerste grote hit “Leven, leven, laten leven”.
De door Ignace geschreven opvolger “Kijk naar omhoog” met als B-kant “Beter geven dan krijgen”; wordt voor Erik Marijsse het grootste succes uit zijn carrière en komt op nummer 1 van de Vlaamse hitparade, waar hij moest opboksen tegen Will Tura met “Het kan niet zijn”.
Marijsse investeert een deel van zijn kapitaal in het orkest en Ignace verandert de naam in 1970 in Lilac Street Band.
In eigen beheer wordt de single “Lilac” opgenomen.
De volgende single “Annelise” (een cover van een Duitstalig nummer) wordt een hit in Vlaanderen en verschijnt op het platenlabel RKM (Roland Klüger).
Al in 1971, wanneer de single “Bestseller” scoort en Radio 2 Zomerhit wordt, valt de Lilac Street Band uiteen vanwege onterechte jaloersheid.
Een groep van drie rondom Ignace gaat verder onder dezelfde naam terwijl Erik Marijsse manager wordt.
In 1972 verkiest hij op de solotoer te gaan, met nog steeds Erik Marijsse als manager.
Daarnaast componeert hij in samenwerking met Erik Marijsse voor zichzelf en anderen.
Hun eerste compositie voor anderen is “Baby baby” voor het duo Nicole & Hugo die er voor België mee naar het Eurovisiesongfestival trekken.
Anderen voor wie ze liedteksten schrijven zijn onder anderen Rita Deneve en Micha Marah.
Zijn eerste solohit in België scoort Ignace in 1973 met “More than sympathy”, dat ook de Nederlandse hitparades bereikt (Veronica top 40).
Het is een productie van Roland Kluger. Het jaar erop komt zijn album uit, “With more than sympathy”.
In samenwerking met Claude François maakt hij in 1974 onder de naam “Jérémy” de plaat “Michèle” (vertaling van “Jo-Ann”, de single die volgde op “More than sympathy”).
Het lied “A sad sad song” wordt in het Frans “Pauvre chanson d’amour”, maar dit komt niet meer uit bij Claude François. De samenwerking wordt stopgezet doordat de deals tussen de twee platenmaatschappijen niet overeenstemmen.
In 1975 vormt hij een gelegenheidstrio met Micha Marah en Raymond van het Groenewoud dat op Yes-Festival in Oostende de tweede plaats behaalt.
Hetzelfde jaar doet het trio ook mee aan het Nordringfestival in Oslo als vertegenwoordigers van de BRT-radio.
Het jaar daarna lijft het Belgisch leger hem in voor het vervullen van zijn dienstplicht. Vanwege zijn bekendheid in Vlaanderen wordt hij in Wallonië gelegerd.
Omdat het met zijn zang-, tekstschrijver en componeercarrière niet echt vlot, besluit Ignace in 1977 muziekles te gaan geven aan diverse scholen rondom Roeselare en verlaat, tijdelijk blijkt later, de showbusiness; hij gaf muziekles aan het VISO in Roeselare en is sedert 1 november 2015 met pensioen.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vanaf 1984 neemt Ignace de muzikale pen weerom in de hand om voor artiesten als Jimmy Frey (“Mon amour (Voor ons allebei)”), Niels William, Liliane Saint-Pierre, Marjolein en Gunther Levi liederen in elkaar te sleutelen en hun platen te produceren.
Het zet hem er vier jaar later toe aan weer op te gaan treden; hij gaat van start met een heropname van “More than sympathy”.
Vanaf 2002 treedt hij op als pianist-zanger met Bart Kaëll en het kwartet van Claire Berthorelly; gaandeweg wordt hij meer en meer begeleider van hen.
Zoon Yuri Baert is ook musicus, en ook bij hem neemt Ignace de rol van tekstschrijver en achtergrondzanger op zich.
Ignace is getrouwd met schoonheidsspecialiste Hilde Manderveld. Zij hebben samen twee kinderen, Anouk en Yuri. Het gezin woont in Deerlijk.(Diverse bronnen, Joepie, Wikipedia en poster Joepie 19 september 1973)



Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
De Nederlandse groep Navel brak in 1978 door met het nummer Only for you, een romantische ballad die helaas in Nederland en Vlaanderen niet de hitlijsten haalde.
Het nummer werd geschreven door Joris Kila en de Haagse producer Wim Oudijk van de band.
Ik leerde deze groep per ongeluk kennen dankzij de verzamelaar Hitkracht 14, Vol. 2 en Eurohits Vol. 8.
Weet iemand nog iets meer over deze groep? (Muziek Expres september 1978)

Ze was toen 14 jaar oud en het nummer was geschreven door de Franse componist en zangeres Jacqueline Taieb en de productie was in handen van Bernard Estardy.
De single was in Frankrijk goed voor een Top 20 en in Vlaanderen was de single goed voor een drieëndertigste plaats in de Nationale Top 50.
In Nederland kwam het nummer niet in de hitparade.
Het nummer is ook terug te vinden op haar debuutalbum Paris New-York And Me en uitgebracht in 1991.
Dana Dawson had een veelzijdige muzikale carrière die verschillende genres omvatte, zoals pop, soul, jazz en gospel.
Ze werkte samen met artiesten als Patti LaBelle, Céline Dion, Lionel Richie en Kirk Franklin.
Ze speelde ook in musicals als Annie, Rent, The Lion King en Little Shop of Horrors.
Ze leed aan sikkelcelanemie, een erfelijke bloedziekte die haar gezondheid en energie beïnvloedde.
Ze overleed in 2010 op 36-jarige leeftijd aan de gevolgen van darmkanker (Joepie, 25 september 1988).


Blog: Gisteren nog vandaag
Het nummer is geschreven door de Nederlandse componist Joop Portengen.
Hét grote succes van Samantha (geboren als Christiane Bervoets) is Eviva España, een lied gecomponeerd door Leo Caerts met tekst van Leo Rozenstraten.
Samantha is de oorspronkelijke uitvoerster van het lied, maar er bestaan honderden coverversies van.
Zo scoorde Imca Marina met haar cover in Nederland en Duitsland.
In Engeland en Scandinavië was het succes van Y viva España voor Sylvia.
In Spanje is, naast de Spaanse versie van Samantha, vooral de versie van Manolo Escobar bekend.
In totaal werden van Y viva España meer dan 40 miljoen exemplaren verkocht, ongeveer 450.000 hiervan zijn versies gezongen door Samantha.

Yvonne De Carlo die vooral bekend werd door haar rol als Lily Munster in de komische horrorserie The Munsters.
Maar naast acteren had ze ook een passie voor zingen.

Gisteren nog vandaag
In 1957 bracht ze haar eerste en enige album uit, getiteld Yvonne De Carlo sings.
Het album bevatte twaalf nummers, variërend van pop tot jazz tot musical.
De Carlo zong met een warme en expressieve stem, die soms deed denken aan Marilyn Monroe of Doris Day.

Het album was geen groot commercieel succes, maar ze werd toen wel beschouwd als een van de mooiste vrouwen van Hollywood, met haar donkere haar, groene ogen en voluptueuze figuur.
Henri Liebrecht was een Belgische schrijver en historicus, die vooral bekend is om zijn werk over de Franstalige literatuur en het theater in België.
Hij werd geboren in Pera (Istanboel) op 29 juli 1884, waar zijn vader als ingenieur werkte, en verloor zijn moeder op jonge leeftijd.
Hij studeerde aan het Atheneum van Brussel en begon al vroeg met het schrijven van poëzie, onder invloed van Valère Gille.
Hij publiceerde verschillende dichtbundels, zoals Les Fleurs de soie (1905) en Les Jours tendres (1908), maar richtte zich later meer op het toneel.
Hij schreef een aantal komedies in verzen, die doen denken aan de Italiaanse, Molièrese en Marivauxse tradities, zoals L’École des valets (1905), L’Effrénée (1906) en Les Fourberies amoureuses (1912).
Hij schreef ook twee romans, Le Masque tombe (1907) en Un cœur blessé (1911), die zich afspelen in de theaterwereld.
Hij was hoofdredacteur van Le Soir Illustré voordat hij de leiding kreeg over de literaire afdeling van de krant Le Soir.
Na de Eerste Wereldoorlog legde hij zich toe op de geschiedenis van de Franstalige literatuur en het theater in België.
Hij publiceerde onder meer Histoire de la littérature belge d’expression française (1909), Histoire du théâtre français à Bruxelles au XVIIe et au XVIIIe siècle (1923) en Histoire illustrée de la littérature belge de langue française, des origines à 1930 (1931), in samenwerking met Georges Rency.
Deze werken werden bekroond door de Académie française en de Académie royale de Belgique.
Liebrecht was ook de oprichter van het Comité de la Gravure originale belge in 1923, samen met de graveur Émile-Henry Tielemans, en de secretaris-generaal van het Musée du Livre.
Hij was professor aan de Académie royale des Beaux-Arts in Brussel en lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique, waar hij van 1945 tot 1955 de negentiende zetel bezette.
Hij overleed in Brussel op 27 september 1955.
Zijn belangrijkste bijdrage aan de Belgische cultuur was zijn studie van het folkloristische element in de literatuur, die hij uitwerkte in twee boeken: Folklore, tome I: Le Folklore dans la littérature belge d’expression française (1948) en Folklore, tome II: Le Folklore dans le théâtre belge d’expression française (1950).
Hierin toonde hij aan hoe de Belgische schrijvers zich lieten inspireren door de lokale tradities, legenden, sprookjes en humor.
Natuurlijk heb ik zowel het eerste, ls het tweede deel in mijn verzameling.

Blog Gisteren nog vandaag

Blog Gisteren nog vandaag

Blog: Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag






Gisteren nog vandaag



Gisteren nog vandaag
