Deze week, 45 jaar geleden, bereikte de single Give Love A Second Chance van de Spaanse zangeres Luisa Fernandez de zesde plaats in de Brt Top 30.

In Nederland deed de single het minder en bereikte daar de zeventiende plaats in de Top 40.

Het nummer werd geschreven door David Parker, die ook de producer was van haar debuutalbum Disco Darling.

Zanger en producer David Parker zal later ook nummers schrijven voor onder meer Goombay Dance Band en Taco).

Luisa Fernandez werd geboren in Vigo, Galicië, in 1961 en begon al op jonge leeftijd te zingen.

Begin jaren 70, verhuisde het gezin naar Hamburg, Duitsland.

Daar studeerde ze voor kapster, maar ze nam ook deel aan verschillende talentenjachten en werd daar op haar zestiende ontdekt, en ze kreeg meteen een platencontract.

Haar debuutalbum, Disco-Darlin, kwam uit in 1978 en haar debuutsingle Lay Love on Me, was meteen goed voor een top 10 in verschillende Europese landen.

In Vlaanderen goed voor een vierde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland was het nummer goed voor een derde plaats in de Top 40.

In 1982 trouwde ze met de Duitse zanger en producer Peter Kent (echte naam Peter Hedrich en die we kennen van de hits It’s A Real Good Feeling en Stop’n go en ontdekker van de groep Spider Murphy Gang), met wie ze verschillende duetten opnam, zoals Solo por ti, Con esperanza en Quizás, quizás, quizás.

Samen hebben ze twee kinderen, een zoon en een dochter.

Ze bleef muziek maken, maar met minder commercieel succes en treedt af en toe op in nostalgische shows of tv-programma’s. (reclame voor het debuutalbum Disco-Darling van Luisa Fernandez (Diverse bronnen, Wikipedia, Joepie en reclame oktober 1978)

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, Kylie Minogue covert oude Locomotion hit

Het nummer werd in 1962 geschreven door Gerry Goffin en Carole King.

Het nummer werd toen een grote hit voor Little Eva (geboren als Eva Narcissus Boyd en helaas ook al overleden op 10 april 2003).

Little Eva bereikte met dit nummer de eerste plaats in de Verenigde Staten en de tweede plaats in het Verenigd Koninkrijk.

De versie van Kylie Minogue uit 1988 bereikte de tweede plaats in het Verenigd Koninkrijk.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een vierde plaats in de Brt Top 30.

In Nederland bereikte de single de zesde plaats in de Top 40.

Het nummer stond ook op haar debuutalbum Kylie dat in Vlaanderen en Nederland werd uitgebracht onder de titel Kylie Minogue.

De productie was in handen van Stock, Aitken & Waterman en het album bevatte nog andere succesvolle singles, zoals I Should Be So Lucky, Got to Be Certain en Je ne sais pas pourquoi.

Gisteren nog vandaag

60 jaar geleden, de Italiaanse zangeres Milva met haar nummer Canzone.

Maria Ilva Biolcati, beter bekend als Milva, was een van de grootste Italiaanse zangeressen van haar generatie.

Ze had verschillende bijnamen, zoals “La rossa”, de roodharige, of “La pantera di Goro”, de panter van Goro, het dorp waar ze geboren was.

Ze genoot niet alleen faam in Italië, maar ook in andere landen, vooral in Spanje, Latijns-Amerika en Duitsland.

Ze nam meer dan 170 albums op en verkocht er meer dan 80 miljoen van.

In de jaren 60 en 70 nam Milva vaak deel aan het beroemde liedjesfestival van Sanremo, maar ze won nooit.

Ze zong ook liederen van Jacques Brel, Mikis Theodorakis, Vangelis, Ennio Morricone en werkte samen met bandoneonspeler en componist Astor Piazzolla.

Na haar carrière in de populaire muziek werd Milva actief als operazangeres in de voornaamste Europese operahuizen.

Ze werkte dikwijls samen met opera- en theaterregisseur Giorgio Strehler voor enkele producties op basis van teksten van Bertolt Brecht en muziek van Kurt Weill, zoals de “Driestuiversopera”, of met avantgardecomponist Luciano Berio.

Milva speelde in 1987 ook een kleine rol in de film “Der Himmel über Berlin” van Wim Wenders.

Ze viel op door haar vuurrode haar en flamboyante persoonlijkheid.

Rood was ook de kleur van haar politieke overtuiging, waar ze vaak uiting aan gaf.

Het socialistische lied “Bella Ciao” maakte altijd deel uit van haar repertoire.

De media schilderden haar vaak af als een rivale van Mina, een andere Italiaanse zangeres en tijdgenote.

Maar dat ontkende ze zelf.

Milva is gestorven op 23 april 2021 op 81-jarige leeftijd in Milaan.

De Vlaamse zanger Ignace had 50 jaar geleden een grote hit met zijn nummer More Than Sympathy

Ignace Baert komt uit een muzikale Kortrijkse familie en zit al op zijn negende op een muziekschool in Kortrijk waar hij o.a. pianoles krijgt van François Glorieux en accordeonles krijgt hij privé in Heule van Hugo Hoste.

Vanaf 1967, Ignace is dan 16 jaar oud, speelt hij op het orgel en zingt bij het dansorkest “The Top Players”, waar ook zijn vader als saxofonist-klarinettist in meespeelt.

In 1968 gaat Ignace doorstuderen aan het Koninklijk Conservatorium in Gent. In 1968 komt zanger en journalist Erik Marijsse bij het orkest.

Hij wordt er gastzanger.

Ignace gaat intensief samenwerken met Marijsse als manager, hetgeen uiteindelijk eindigt in 1976 als Ignace zijn legerdienst gaat doen.

Marijsse neemt “Liefde” (melodie door Ignace en eerste compositie die op een plaat verschijnt) op, dat de B-kant wordt van zijn eerste grote hit “Leven, leven, laten leven”. De door Ignace geschreven opvolger “Kijk naar omhoog” met als B-kant “Beter geven dan krijgen”; wordt voor Erik Marijsse het grootste succes uit zijn carrière en komt op nummer 1 van de Vlaamse hitparade, waar hij moest opboksen tegen Will Tura met “Het kan niet zijn”.

Marijsse investeert een deel van zijn kapitaal in het orkest en Ignace verandert de naam in 1970 in Lilac Street Band. In eigen beheer wordt de single “Lilac” opgenomen.

De volgende single “Annelise” (een cover van een Duitstalig nummer) wordt een hit in Vlaanderen en verschijnt op het platenlabel RKM (Roland Klüger).

Al in 1971, wanneer de single “Bestseller” scoort en Radio 2 Zomerhit wordt, valt de Lilac Street Band uiteen vanwege onterechte jaloersheid.

Een groep van drie rondom Ignace gaat verder onder dezelfde naam terwijl Erik Marijsse manager wordt. In 1972 verkiest hij op de solotoer te gaan, met nog steeds Erik Marijsse als manager.

Daarnaast componeert hij in samenwerking met Erik Marijsse voor zichzelf en anderen. Hun eerste compositie voor anderen is “Baby baby” voor het duo Nicole & Hugo die er voor België mee naar het Eurovisiesongfestival trekken.

Anderen voor wie ze liedteksten schrijven zijn onder anderen Rita Deneve en Micha Marah.

Zijn eerste solohit in België scoort Ignace in 1973 met “More than sympathy”, dat ook de Nederlandse hitparades bereikt (Veronica top 40).

Het is een productie van Roland Kluger. Het jaar erop komt zijn album uit, “With more than sympathy”. In samenwerking met Claude François maakt hij in 1974 onder de naam “Jérémy” de plaat “Michèle” (vertaling van “Jo-Ann”, de single die volgde op “More than sympathy”).

Het lied “A sad sad song” wordt in het Frans “Pauvre chanson d’amour”, maar dit komt niet meer uit bij Claude François.

De samenwerking wordt stopgezet doordat de deals tussen de twee platenmaatschappijen niet overeenstemmen.

In 1975 vormt hij een gelegenheidstrio met Micha Marah en Raymond van het Groenewoud dat op Yes-Festival in Oostende de tweede plaats behaalt.

Hetzelfde jaar doet het trio ook mee aan het Nordringfestival in Oslo als vertegenwoordigers van de BRT-radio. Het jaar daarna lijft het Belgisch leger hem in voor het vervullen van zijn dienstplicht.

Vanwege zijn bekendheid in Vlaanderen wordt hij in Wallonië gelegerd.

Omdat het met zijn zang-, tekstschrijver en componeercarrière niet echt vlot, besluit Ignace in 1977 muziekles te gaan geven aan diverse scholen rondom Roeselare en verlaat, tijdelijk blijkt later, de showbusiness; hij gaf muziekles aan het VISO in Roeselare en is sedert 1 november 2015 met pensioen.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vanaf 1984 neemt Ignace de muzikale pen weerom in de hand om voor artiesten als Jimmy Frey (“Mon amour (Voor ons allebei)”), Niels William, Liliane Saint-Pierre, Marjolein en Gunther Levi liederen in elkaar te sleutelen en hun platen te produceren.

Het zet hem er vier jaar later toe aan weer op te gaan treden; hij gaat van start met een heropname van “More than sympathy”.

Vanaf 2002 treedt hij op als pianist-zanger met Bart Kaëll en het kwartet van Claire Berthorelly; gaandeweg wordt hij meer en meer begeleider van hen.

Zoon Yuri Baert is ook musicus, en ook bij hem neemt Ignace de rol van tekstschrijver en achtergrondzanger op zich. Ignace is getrouwd met schoonheidsspecialiste Hilde Manderveld.

Zij hebben samen twee kinderen, Anouk en Yuri. Het gezin woont in Deerlijk.(Diverse bronnen, Joepie, Wikipedia en poster Joepie 19 september 1973)

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het ook al 40 geleden dat de Franse zanger Tino Rossi (geboren als Constantino Rossi) is overleden.

Tino Rossi was de zoon van Laurent en Eugenie Rossi, en groeide op in een gezin met 8 kinderen.

Zijn vader was kleermaker en zijn moeder verdeelde haar aandacht over het familiebedrijf en het huishouden.

Constantin kreeg de naam, een eerder geboren kind dat eind 1906 al jong was overleden.

Zijn geboortehuis stond aan de Rue Cardinal Fesch 43 in Ajaccio

Als kind zong hij al graag en veel. Iedereen in zijn omgeving merkte dat hij een heel zuivere stem had.

Gisteren nog vandaag

Hoewel hij goed kon leren, ging hij liever spijbelen. Zijn stem had een lichte, vloeiende en wat omfloerste klank: een fluwelen stem met een bereik van bijna drie octaven.

Tino Rossi’s populariteit als zanger begon pas echt na zijn verhuizing naar Parijs in 1934.

Toen het Casino de Paris hem enkele maanden later contracteerde, betekende dat zijn doorbraak.

Het publiek stroomde al gauw toe. Vooral vrouwen stonden soms urenlang massaal voor de deur, alleen maar om een glimp van hem op te vangen.

Gisteren nog vandaag

Hij gold als een charmezanger bij uitstek en werd voor wat betreft zijn uiterlijke aantrekkingskracht wel vergeleken met Rudolf Valentino.

Marcel Pagnol, de schrijver en regisseur met wie Rossi later enkele films maakte, zei toen al van hem: Al zingt Tino uit het telefoonboek voor, de vrouwen beginnen te janken of te juichen, al naargelang zijn stemgebruik.

Tijdens een optreden in 1941 leerde hij Lilia Vetti kennen. Na drie kortere huwelijken werd ze de echtgenote met wie hij zijn leven verder zou delen.

Tino Rossi zong hits als Vieni… vieni…, Ave Maria en J’attendrai, maar bijvoorbeeld ook Yesterday van The Beatles.

Zijn meest verkochte nummer is Petit Papa Noël, het meest geliefde Franstalige kerstliedje.

Gisteren nog vandaag

Hij was de eerste artiest die wereldwijd miljoenen platen verkochte en kreeg een speciale massief gouden langspeelplaat uitgereikt voor de afzet van minstens 250 miljoen grammofoonplaten. Totdat Elvis Presley op het toneel verscheen, was er geen artiest die deze aantallen zelfs maar benaderde.

Tino Rossi trad ook op als acteur speelfilms en operettes. Hij maakte bij elkaar 25 films, waarvan Candide’ in 1960 de laatste was.

In deze films speelde hij meestal de rol van de jonge held. In een interview zei hij daarover: Te veel en te lang. Ik liet me leiden door mijn ijdelheid. Die ijdelheid illustreerde hij ook met de pakken die hij droeg: Ik laat mijn kostuums altijd iets te groot maken, dan zeggen de mensen: “Goh, Tino, je bent magerder geworden” in plaats van “Goh, je wordt steeds dikker”.

Nadat zijn loopbaan leek afgelopen, beleefde hij in 1969 een verrassende terugkeer met de musical De Zonnekoopman.

Hij trad op in veelbekeken tv-shows.

Zijn laatste optreden als zanger was in 1982, in het Casino de Paris, waar het ooit ook was begonnen.

Gisteren nog vandaag

In een interview na het optreden toen zei hij het volgende: Ik miste er mijn oude vrienden Gabin, Fernandel, Maurice Chevalier en Mistinguett te zeer. Ik voelde me er een eenzame oude man, die tevergeefs zocht naar de gezellige jaren van weleer.

Desondanks had hij nog toekomstplannen die hij niet kon uitvoeren nadat hij begin 1983 in het ziekenhuis werd opgenomen en kanker aan de alvleesklier bleek te hebben.

Tegenover de buitenstaander deed hij alsof hij weer de oude was.

Bij de viering van het 42-jarig huwelijksjubileum met Lilia Vetti, had hij het nog over een terugkeer op het podium, net als in 1969:

Ik werk hard aan een nieuw repertoire, want ik wil nog meer schitteren dan vorig jaar. Ik zit alleen met een probleem, ik ben veel sneller moe.

Toch wil ik mijn plannen doorzetten, want ik denk dat ik me zonder de muziek zal vervelen en snel oud zal worden.

Hij overleed echter op 27 september 1983 in het l’Hópital Américain in Neuilly, 76 jaar oud. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Vandaag ook al 20 jaar geleden, Robert Palmer overlijdt in Parijs aan de gevolgen van een hartstilstand.

Robert Palmer wordt als Alan Palmer op 19 januari 1949 in Balley in Yorkshire geboren, zijn jeugd brengt hij door op het eiland Malta.

Terug in Yorkshire leert Palmer gitaar spelen en richt hij zijn eerste bandje op. Hij doet professionele ervaring op in de Alan Brown Set.

In 1970 versterkt hij de uit twaalf man bestaande jazzrockband Dada.

Later werd Dada omgedoopt tot Vinegar Joe.

Vinegar Joe bestaat naast Robert Palmer uit Elkie Brooks, Mike Deacon, Pete Gage, Pete Gavin en Steve York. Ondanks een ijzersterk repertoire en een aantal prima platen breekt Vinegar Joe niet door, en begin 1974 stopt Vinegar Joe er dan ook mee.

Vanaf 1974 is Robert Palmer actief als soloartiest en scoort zijn eerste hit met Sneakin’ Sally Through The Alley.

In Vlaanderen en Nederland heeft Robert Palmer in 1978 zijn eerste hit met Best Of Both Worlds.

In de jaren tachtig heeft Palmer diverse hits, waaronder: Johnny And Mary, Looking For Clues, Addicted To Love en Bad Case Of Loving You.

1985 richt Robert Palmer, samen met John en Andy Taylor van Duran Duran, de gelegenheidsband The Power Station op, en heeft daarmee internationale erkenning met de hits Some Like It Hot en de T.Rex cover Get It On.

Robert Palmer woonde de laatste jaren in Zwitserland en is 54 jaar geworden. (diverse bronnen en Wikipedia)

35 jaar geleden, Futurama-festival in zaal Brielpoort in Deinze (25 september 1988)

Voice Of The Beehive was een Amerikaans-Britse poprockband die in de late jaren 80 en vroege jaren 90 succesvol was.

De band bestond uit de zussen Tracey (artiestennaam Tracey Bryn) en Melissa Belland, die de zang verzorgden, Daniel M. Woodgate en Mark Bedford die beide daarvoor lid waren van de groep Madness en Mike Jones.

Een van hun bekendste nummers was I Say Nothing, dat in 1988 verscheen op hun debuutalbum Let It Bee. Het nummer werd geschreven door de leden Mike Jones en Tracey Bryn van de groep en de productie was in handen van Peter Collins.

I Say Nothing bereikte de vijftiende plaats in de Britse hitlijst. In Vlaanderen en Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, de Britse zangeres Yazz met haar cover The Only Way Is Up

Het nummer The Only Way Is Upis geschreven door George Jackson en Johnny Henderson en uitgebracht door de soul zanger Otis Clay in 1980.

Yazz maakte er een danceversie van, samen met de band Coldcut, die bekend stond om hun innovatieve remixen.

De single bereikte de eerste plaats in de Britse, Nederlandse en Belgische hitlijsten en werd een van de bestverkochte singles van dat jaar.

Yazz werd geprezen om haar krachtige stem en energieke uitstraling.

Ze bracht nog enkele andere singles uit, zoals Stand Up for Your Love Rights en Fine Time, maar kon het succes van The Only Way Is Up niet evenaren.

Ze bleef echter actief in de muziekwereld en richtte zich later op meer spirituele en gospelachtige muziek. (Poster september 1988)

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Alessi Brothers met hun nummer All For A Reason

De Amerikaans broers Billy en Bobby Alessi schreven jet nummer zelf en de productie was in handen van David Helfman (artiestennaam David Lucas)

De single bereikte in Vlaanderen niet de hitparade, in Nederland was het nummer goed voor tweeëntwintigste plaats in de Top 40.

De broers Billy en Bobby Alessi begonnen al op jonge leeftijd met muziek maken en richtten samen met twee vrienden de band The Country Gentlemen op, die optrad op hun middelbare school West Hempstead High School.

Na hun afstuderen kregen ze de kans om mee te spelen in de Broadway musical “Hair”, waar ze Peppy Castro ontmoetten, een voormalig lid van de psychedelische rockgroep Blues Magoos.

Met Castro en drummer Mike Ricciardella vormden ze de band Barnaby Bye, die twee albums uitbracht bij Atlantic Records: “Room to Grow” (1972) en “Touch” (1973).

Een derde album bleef onuitgebracht tot 2008.

De Alessi Brothers besloten om als duo verder te gaan en tekenden een contract bij A&M Records.

Hun eerste album “Alessi” (1976) bevatte hun grootste hit “Oh Lori”, die in verschillende landen de top 10 bereikte.

In Vlaanderen was de single goed voor veertiende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte ze de zesde plaats in de Top 40.

Ze waren ook liedjesschrijvers, arrangeurs en producers voor andere artiesten, zoals Paul McCartney, Deborah Gibson, Frankie Valli, Richie Havens, Olivia Newton John en Christopher Cross.

Ze schreven ook een nummer voor de film “Ghostbusters” (1984), getiteld “Savin’ the Day”.

Ze schreven ook veel jingles en reclamespots, en dit samen met producer David Lucas.

De Vlaamse componist François Glorieux kwam vandaag te overlijden tijdens zijn slaap in de nacht van vrijdag op zaterdag.

Na studies voor piano bij Marcel Gazelle aan het Koninklijk Conservatorium van Gent en bij Yves Nat te Parijs vatte hij een internationale loopbaan aan.

Hij speelde overal ter wereld als solist met diverse orkesten en dirigenten, waaronder André Cluytens.

Sinds 1977 doceert hij kamermuziek aan het Koninklijk Conservatorium van Gent.

Eveneens is hij gastprofessor aan de Yale-universiteit in de Verenigde Staten en directeur van de Internationale Piano Meesterclass in Antwerpen.

Hij stichtte diverse ensembles, waaronder in 1979 het François Glorieux Brass and Percussion Orchestra, en het Revivat Scaldis Chamber Orchestra.

Opmerkelijk is dat hij zich hoofdzakelijk op muziek voor koperblazers en slagwerk toelegt, overigens zonder de piano te verwaarlozen.

Een reeks van zijn Panoply for Brass werd door het Britse gezelschap Locke Brass Consort opgenomen.

Zijn Movements werd in 1962 voor het Ballet van de XXste Eeuw in opdracht van Maurice Béjart gecomponeerd.

Twee jaar later werd de integrale versie uitgevoerd door het Nationaal Orkest van België onder leiding van André Cluytens in het Paleis voor Schone Kunsten, met de componist aan de piano.

In dit werk voor piano, koperblazers en uitgebreide slagwerksectie heeft de componist aan alle uitvoerders een even belangrijke rol toebedeeld.

Naast het Ballet van de XXste Eeuw werkte hij ook samen met onder andere het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, het Nederlands Danstheater uit Den Haag en Het Nationale Ballet uit Amsterdam.

In 1989 vertrekt Glorieux naar Los Angeles voor een ontmoeting met Michael Jackson waar hij o.a. zijn klassieke opnames van MJ-hits ten gehore brengt.

Jackson signeert een foto die later de platenhoes zal worden.

Hoewel men Glorieux 2 minuten gesprekstijd met Jackson gunt, wordt het een meer dan 2 uur durend gesprek over muziek. (Bron: Artikel verscheen in “Dag Allemaal”, Belgisch weekblad)

Hij dirigeert een groot aantal orkesten uit de hele wereld, zoals Stan Kenton Band in de VS, het Locke Brass Consort of London, het National Symphony Orchestra van het Verenigd Koninkrijk, het BBC Radio Orchestra, de New Tokyo Symphony, het Kiev Chamber Orchestra (Oekraïne) en het Mainzer Kammerorchester (Duitsland).

Als pianosolist werkte hij onder andere samen met het Orkest van Rias Berlijn, Münchner Rundfunkorchester, Hamburger Symphoniker, Orchestre Colonne (Parijs) en Orchestre de la Suisse Romande (Genève).

Zijn oeuvre omvat meer dan 300 werken (Diverse bronnen, Wikipedia, Dag Allemaal en De Post 9 april 1972)