
35 jaar geleden, reclame voor moto’s van het merk Honda (april 1990)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek





Een lange en slopende tocht van 246 kilometer, startend en eindigend in het hart van Hoei, met als ultieme scherprechter de gevreesde Muur.
Die dag in 1985 was speciaal, want het betekende de geboorte van een nieuw tijdperk voor de Waalse Pijl.

Voor het eerst lag de finishlijn bovenop de Muur van Hoei, een beslissing die de koers voorgoed zou veranderen en de Muur tot een beklimming in de wielerkalender zou maken.
De eerste die zijn naam aan deze legendarische aankomst koppelde, was Claude Criquielion.
Zijn overlijden in 2015, exact dertig jaar na zijn eerste triomf, was een groot verlies voor de wielersport.

Gelukkig werd zijn nalatenschap in datzelfde jaar geëerd met een monument in de steilste bocht van de Muur, een bocht die nu voor altijd de naam van deze kampioen draagt.
Achter Criquielion streden Moreno Argentin en Laurent Fignon voor de ereplaatsen, terwijl de lokale trots, Eric Van Lancker uit ons eigen Oudenaarde, een verdienstelijke negende plek behaalde.

Van de vele renners aan de start, wisten er uiteindelijk 84 de finishlijn te passeren. Een dag om nooit te vergeten!



In de Joepie van 16 april 1975, waren Engelbert Humperdinck en Tom Jones nog vrienden.
Er zijn verschillende geruchten en verklaringen over de oorzaak van hun vete.
Zo gaan er al lang geruchten dat Engelbert Humperdinck avances zou hebben gemaakt naar Charlotte Laws, die destijds, in 1979, een relatie had met Tom Jones.
Laws zelf heeft in interviews bevestigd dat Humperdinck inderdaad ongepaste acties heeft ondernomen in haar bijzijn.
Hoewel ze stelt dat de vete al voor dit incident bestond, kan het de relatie zeker geen goed hebben gedaan.
Tom Jones heeft in het verleden zeer onvriendelijke dingen over Engelbert Humperdinck gezegd in interviews, hem onder andere een “klootzak” noemend. Engelbert Humperdinck reageert over het algemeen milder in het openbaar, maar de vijandigheid lijkt wederzijds.
Engelbert Humperdinck heeft zelf in interviews gesuggereerd dat de werkelijke reden van hun breuk iets anders was dan wat in de media wordt gespeculeerd, maar hij wilde er niet in detail over uitweiden.
Ondanks dat Engelbert Humperdinck in het verleden heeft aangegeven de strijdbijl te willen begraven en zelfs zijn medeleven betuigde toen zijn vouw Linda Woodward van Tom Jones in 2016 overleed, is er zeker geen sprake van een hereniging.
Tom Jones heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat hij geen interesse heeft in een vriendschap met Humperdinck.


De gigantische vuurzee in de kartonnen fabriek eiste zeven doden.

In 1960 werd de fabriek gebouwd in de New Orleansstraat.
De architect van dienst was Hugo Van Kuyck.
Het werd een functioneel gebouw in strakke architectuur en voorzien van dakvleugels.
Het bestond uit een productie gedeelte en een kantoorgebouw.
Op het ogenblik van de brand werkte er 600 mensen.
Toen de fabriek in 1970 uitbrandde, werd Van Kuyck opnieuw ingeschakeld bij de herbouw.

Na de brand, en uit angst dat het vuur terug zou aanwakkeren, bleef de brandweer en het Rode Kruis nog twee dagen op het terrein. (foto 3 brandweer lezen in de krant over hun actie tijdens de brand)
In 1983 gingen de fabrieken in Gent en Buggenhout verder onder de naam: Bowater Containers, waarna er overnamen volgden in 1987, door Eurobox en Schoellershammer en in 1988 door Eurolim.
In 1989 werd Bowater overgenomen door de SCA Groep en ging SCA Packaging heten.
Deze groep, die meerdere vestigingen in België bezit, bestaat nog steeds.
In 2012 werd SCA Packaging overgenomen door DS Smith Packaging.


Negentig jaar geleden, nam het Vlaamse tijdschrift ABC zijn lezers mee op een wandeling door het Begijnhof van Kortrijk.
Dit prachtig bewaard middeleeuws stadsdeel, gesticht in 1238 door Johanna van Constantinopel, beslaat 0,7 hectare en combineert de unieke structuren van een plein- en straatbegijnhof.
Strategisch gelegen tussen het grafelijk kasteel, de stadswallen en het Sint-Maartenkerkhof, en dicht bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Maartenskerk, heeft het Begijnhof door de eeuwen heen diverse verwoestingen ondergaan, met name door Franse troepen in 1302 (tijdens de Guldensporenslag), in 1382 (na de Slag bij Westrozebeke) en in 1684.
De 41 huisjes die het hof sieren, dateren uit de 17e eeuw. Een opvallend gebouw is het huis van de grootjuffrouw, herkenbaar aan zijn dubbele trapgevel uit 1649.
De merkwaardige traptoren is een overblijfsel van de voormalige Sint-Annazaal, gebouwd in 1682.
De oorspronkelijke gotische kapel, opgericht in 1464, werd in de 18e eeuw verbouwd.
In de 19e eeuw leidde Clementia Hiers meer dan vijftig jaar lang het Begijnhof. Tijdens haar periode werd het standbeeld van Johanna van Constantinopel, vervaardigd door Valère Dupont, geplaatst.
Het huis van de grootjuffrouw diende tot de zomer van 2008 als Begijnhofmuseum. In juli 2014 opende een belevingscentrum zijn deuren in de gerestaureerde Sint-Annazaal, en in 2015 werd een authentiek kijkwoning ingericht op nummer 41, naast de hoofdingang.
Het Begijnhof van Kortrijk was ook de thuisbasis van Marcella Pattyn (1920-2013), het laatste begijntje ter wereld.
Zij kwam in januari 1941 binnen in het begijnhof van Sint-Amandsberg, en verhuisde eind oktober 1960 naar het hof van Kortrijk.
De laatste jaren van haar leven verbleef ze in een Kortrijks verzorgingstehuis, waar ze op 14 april 2013 overleed.
Een jaar voor haar dood werd ze geëerd met een standbeeld in het Begijnhof.
Sinds 2 december 1998 behoort het Begijnhof van Kortrijk tot het cultureel en natuurlijk werelderfgoed van UNESCO, als deel van de groepsinschrijving van Vlaamse begijnhoven.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Het verhaal van The Captain & Tennille, een muzikaal duo dat ontstond toen Daryl Dragon, toen pianist bij de Beach Boys, en Toni Tennille, die optrad met een zelfgeschreven musical, elkaar in 1971 ontmoetten.
Hun samenwerking en romance bloeiden snel op.
Ze gingen samenwonen en tekenden een platencontract, wat al snel leidde tot hun doorbraaksingle “Love Will Keep Us Together”, een cover van Neil Sedaka die wekenlang de eerste plaats in de Verenigde Staten veroverde.

Voor dit nummer ontvingen ze in 1975 een Grammy Award, en later dat jaar bezegelden ze hun liefde met een huwelijk.
De jaren die volgden stonden in het teken van muzikaal succes.
In 1976 haalden ze in de Verenigde Staten de top vijf met maar liefst drie singles: “Lonely Night (Angel Face)”, “Muskrat Love” en “Shop Around” (een cover van Smokey Robinson).
Hun laatste grote hit was “Do That to Me One More Time”, een nummer 1 in de Verenigde Staten en hun enige notering in de Vlaamse en Nederlandse hitlijsten.

Gisteren nog vandaag
Dit nummer, geschreven door Toni Tennille, bereikte in Vlaanderen en Nederland de tweede plaats in zowel de BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.
Naast haar werk met The Captain, was Toni Tennille later achtergrondzangeres op de plaat “Don’t Let the Sun Go Down on Me” van Elton John en werkte ze mee aan het iconische album “The Wall” van Pink Floyd.
Ze bracht ook een aantal soloalbums uit met jazzballads en arrangementen van standards uit de jaren dertig en veertig.
In januari 2014 scheidden Dragon en Tennille na een 39-jarig huwelijk, hoewel ze bleven samenwonen.
Er werd in diverse media gesuggereerd dat deze scheiding mogelijk was ingegeven door de hoge behandelkosten voor de aan de ziekte van Parkinson lijdende Daryl Dragon.
Deze ziekte maakte een einde aan zijn carrière als pianist en performer.
Daryl Dragon overleed op 2 januari 2019 (Joepie 13 april 1980)

Gisteren nog vandaag
AMC, opgericht in 1954 door de fusie van Nash-Kelvinator en Hudson, probeerde te concurreren met de ‘Grote Drie’ Amerikaanse autofabrikanten.
In 1975 introduceerde AMC de opvallende AMC Pacer. Deze auto, kort als een compact model, maar breed als een luxeauto, was ontworpen om het comfort van een grote auto te bieden in een kleiner formaat.
Het hoge brandstofverbruik bleek echter een struikelblok.
Na twee succesvolle jaren kelderden de verkoopcijfers in 1977.
De Pacer, die nauwelijks onderdelen deelde met andere AMC-modellen, dreef de productiekosten hoog op, wat leidde tot aanzienlijke verliezen en AMC bijna in het faillissement stortte.
In 1980 werd de productie van de Pacer gestaakt.
Een samenwerking met Renault in de jaren 80 leidde tot de productie van modellen zoals de Alliance.
Uiteindelijk werd AMC in 1987 overgenomen door Chrysler.
Merken zoals Jeep, die deel uitmaakten van AMC, bleven succesvol, terwijl het merk AMC zelf verdween (De Post 13 april 1975).

Somers, uit een arbeidersgezin, begon als kleermakersleerling, maar vond zijn draai in het letterzetten.
In het toenmalige broeinest van syndicale actie in Antwerpen, sloot hij zich aan bij de socialistische beweging.
Samen met Jan Chapelle en Hendrik De Man richtte hij de Socialistische Jonge Wacht (SJW) op, om havenarbeiders, metaalbewerkers en diamantbewerkers te verenigen.
Hun strijd: algemeen stemrecht, stakingsrecht, en betere arbeidsvoorwaarden.
Zijn inzet bij de Kruiskensbond en zijn rol als bemiddelaar binnen de Syndikale Kommissie (SK) onderstrepen zijn toewijding.
Na zijn legerdienst werd Somers vakbondsleider bij Bell Telephone, maar zijn acties leidden tot ontslag.
Vervolgens werd hij secretaris van de Fabrieksarbeidersbond en pleitte hij voor een sterke, gewestelijke vakbond.
Van 1908 tot 1920 stond hij aan het roer van de Federatie van Vakbonden van Antwerpen, waar hij de eenheid wist te smeden vlak voor de Eerste Wereldoorlog.
Na de oorlog, met de winst van de BWP, verwierf Somers nog meer invloed.
Hij werd gemeenteraadslid en later schepen, en zat kort in de senaat.
Bij zijn overlijden werd hij alom erkend als een onmisbare organisator en propagandist voor de socialistische vakbeweging (ABC 21 april 1935)


Urbain Gerlo, geboren in Sombeke in 1897 en overleden in Waasmunster in 1986, was een Belgische kunstenaar.
Hij studeerde aan de academies van Waasmunster en Sint-Niklaas onder leiding van J. Horenbant.
Zijn leertijd bracht hij door bij schilder Felix Eyskens in Ranst en later bij een fotograaf in Brussel. Uiteindelijk vestigde hij zich in Gent, waar hij zijn opleiding vervolgde aan de Academie en tevens een kunstgalerie opende.
Gerlo’s oeuvre omvat landschappen, dorps- en hoevegezichten uit de omgeving van Gent, de Durme- en Scheldestreek, en Bretagne.

Daarnaast schilderde hij portretten, stillevens en bloemen, vaak met een voorliefde voor ochtend- en avondstemmingen.
Zijn werken kenmerken zich door een zekere weemoed en tere poëzie, gecombineerd met een stevige, constructieve vormgeving en een sober kleurenpalet.
In 1964 en 1965 exposeerde Gerlo op de Wereldtentoonstelling in New York.
Over zijn werk werd in de pers geschreven: “Het werk van U.G. bezorgt de toeschouwer weinig hoofdbrekens. Die eenvoud, het zuiver figuratieve karakter en het intieme, wat melancholische levensgevoel werd in zijn werk door tal van critici bij herhaling onderstreept.”
Urbain Gerlo is opgenomen in de naslagwerken CRICK, BAS I en Twee eeuwen signaturen van Belgische kunstenaars (Piron en ABC 26 maart 1935)

Gisteren nog vandaag