90 jaar geleden, mode, model met een hoed van ontwerper Erik Braagaard (januari 1935)

Erik Braagaard werd geboren op 24 augustus 1912 in Kopenhagen, in Denemarken.

Hij emigreerde op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten.

Erik Braagaard vestigde zich in New York City en werd daar een gerenommeerd hoedenontwerper.

Hij werkte onder zijn eigen naam, Erik Braagaard, en had zijn atelier in Manhattan.

Erik Braagaard stond bekend om zijn elegante en innovatieve dameshoeden.

Zijn ontwerpen waren vaak gedurfd en artistiek, met een focus op vorm, textuur en versiering.

Hij werkte met een verscheidenheid aan materialen, waaronder vilt, stro, zijde, veren, en fluweel.

Braagaard had een trouwe klantenkring van welgestelde dames uit de New Yorkse society en de entertainmentindustrie en stond bekend als de “Mad Hatter” of the “Mad Hatter of Madison Avenue” vanwege zijn extravagante en speelse ontwerpen, die soms een theatrale flair hadden.

Hij werd dan ook gezien als een kunstenaar die hoeden transformeerde tot draagbare sculpturen.

Hij maakte ook hoeden voor Broadway-producties en films.

Hij wordt beschouwd als een van de toonaangevende hoedenontwerpers van het midden van de 20e eeuw in New York.

Hoeden van Erik Braagaard zijn tegenwoordig zeldzaam en gewild bij verzamelaars van vintage mode.

Reclame over de computers de MO5 en TO7-70 van het Franse bedrijf Thomson (januari 1985)

De MO5 werd gekenmerkt door:

Een Motorola 6809E processor: Klokkend op 1 MHz, een relatief krachtige processor voor die tijd.

48 KB RAM: Waarvan 32 KB beschikbaar was voor de gebruiker.

Een rubberen toetsenbord: Niet ideaal voor langdurig typen, maar wel kostenefficiënt.

Een grafische resolutie van 320×200 pixels: Met 16 kleuren, wat voor kleurrijke spellen en programma’s zorgde.

Een ingebouwde BASIC-interpreter: Waardoor gebruikers zelf programma’s konden schrijven.

Verschillende uitbreidingsmogelijkheden: Zoals een cassette- of diskettestation voor het laden van software.

De MO5 was een groot succes, mede dankzij de agressieve marketing van Thomson en de ondersteuning van de Franse overheid. Die zag in de computer een uitgelezen kans om de Franse bevolking digitaal vaardig te maken. De MO5 werd dan ook veel gebruikt in het onderwijs, met speciaal ontwikkelde educatieve software.

De Thomson TO7-70: De krachtigere broer

Gelijktijdig met de MO5 bracht Thomson ook de TO7-70 uit. Deze computer was bedoeld voor de meer veeleisende gebruiker en bood een aantal verbeteringen vergeleken met de MO5:

Een verbeterd toetsenbord: Met mechanische toetsen, wat het typen comfortabeler maakte.

64 KB RAM (uitbreidbaar): Waarvan 48 KB beschikbaar was voor de gebruiker, meer ruimte voor complexere programma’s.

Een geavanceerdere BASIC-versie: Met meer functies en mogelijkheden.

De TO7-70 was duurder dan de MO5, maar bood dan ook aanzienlijk meer mogelijkheden.

Het was een populaire keuze voor hobbyisten en kleine bedrijven die behoefte hadden aan een krachtigere machine.

Beide computers waren ook voorzien van een “lichtpen”, een innovatieve invoermethode waarmee direct op het scherm kon worden getekend of geselecteerd.