
85 jaar geleden, foto van Coco Chanel bij haar thuis (1939)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek







Met in de hoofdrollen:
Ingrid Bergman als Irene Wagner, Mathias Wieman als Professor Albert Wagner en Renate Mannhardt als Johanna Schultze.
De film is gebaseerd op de novelle “Angst” van Stefan Zweig.
Het verhaal draait om Irene Wagner, een vrouw die een affaire heeft.
Ze wordt gechanteerd door een vrouw die dreigt haar geheim te onthullen aan haar man.
Irene raakt hierdoor in paniek en wordt bijna tot zelfmoord gedreven. Uiteindelijk blijkt dat haar man achter het complot zat.
De film is ook bekend onder de titel “Non credo più all’amore” (Ik geloof niet meer in de liefde) en de Duitse titel was Angst.
De muziek is gecomponeerd door Renzo Rossellini, de zoon van de regisseur.
De film wordt over het algemeen beschouwd als een dieptepunt in de carrières van zowel Rossellini als Bergman.
De film was dan ook geen commercieel succes en kreeg dan ook geen lovende kritieken (De Post 19 december 1954).

Kim Fowley, geboren op 21 juli 1939, in Los Angeles, Californië, als Kim Vincent Fowley en zijn ouders waren Douglas Fowley, een bekende film- en televisieacteur die vaak de rol van “tough guy” speelde en zijn moeder Mildred was ook een actrice.
Zijn ouders scheidden toen hij jong was en hij groeide op in de schaduw van Hollywood, omringd door de entertainmentindustrie.
Leed als tiener aan polio, wat zijn gezondheid en mobiliteit beïnvloedde.
Ontwikkelde al vroeg een diepe passie voor muziek, vooral voor rock-‘n-roll, R&B en doo-wop.
Begon zijn carrière als songwriter en producer, met wisselend succes in 1959.
Schreef en produceerde “Alley Oop” van The Hollywood Argyles (1960), een nummer dat de eerste plaats bereikte in de Billboard Hot 100.
Schreef mee aan “Nut Rocker” van B. Bumble and the Stingers (1962), een instrumentaal rocknummer gebaseerd op Tsjaikovski’s Notenkraker dat een hit werd in de VS en het VK.

Werkte als producer, songwriter, manager en promotor voor talloze bands en artiesten en omarmde de psychedelische rock- en garagerockscene.
Hij werkte onder meer samen met Frank Zappa & The Mothers of Invention (korte samenwerking in de vroege jaren 60), Gene Vincent, Warren Zevon, Cat Stevens, Kris Kristofferson, Helen Reddy, Alice Cooper, KISS (schreef mee aan een paar nummers voor het album Destroyer), The Modern Lovers en The Seeds.
Bracht verschillende soloalbums uit, die echter commercieel niet succesvol waren, maar later wel cultstatus kregen.
Stond bekend om zijn extravagante podiumoptredens en bizarre imago.
Zijn meest bekende project was het samenstellen, produceren en managen van de all-female rockband The Runaways, met onder anderen Joan Jett en Lita Ford.
Fowley was een controversiële figuur in de geschiedenis van de band, met beschuldigingen van manipulatief en uitbuitend gedrag.
Bleef actief in de muziekwereld als producer, songwriter en performer, hoewel hij nooit meer het succes van zijn eerdere jaren wist te evenaren.
Werkte met een breed scala aan artiesten, van underground bands tot mainstream acts.
Schreef boeken en gaf lezingen over de muziekindustrie.
Fowley was meerdere keren getrouwd, maar deze huwelijken waren allemaal van korte duur.
Stond bekend als de “Burgemeester van de Sunset Strip”.
Ondanks zijn controversiële reputatie wordt hij erkend als een invloedrijk figuur in de ontwikkeling van rock-‘n-roll, garagerock en punk.
Beschreef zichzelf vaak als een “culturele terrorist” die de gevestigde orde wilde ontwrichten.
In 2003 werd er een documentaire over hem gemaakt, getiteld “Mayor of the Sunset Strip”.
Hij kwam te overlijden op 15 januari 2015 en dit op de leeftijd van 75 jaar, ten gevolge van blaaskanker in West Hollywood, Californië.

Louise de Vilmorin werd in 1902 geboren in Verrières-le-Buisson, telg uit een vooraanstaand geslacht van botanisten.
Ze had een ouder zusje en vier jongere broers, die ze later aanmerkte als haar beschermende klaverblad; het klavertjevier waarmee ze haar brieven ondertekende, haar handelsmerk.
Haar moeder leidde een mondain leven, had een salon, waar vorsten, diplomaten en schrijvers elkaar kruisten.

Als kind was Louise door ziekte vaak gekluisterd aan haar ‘Rossinante’, haar bed op wielen; een positie aan de zijlijn die haar observatievermogen en haar fantasie scherpte.
Haar liefdesleven was tumultueus.
In 1923 verloofde ze zich met haar neef Saint-Exupéry; in 1925 trouwde ze met de Amerikaan Henry Leigh-Hunt, met wie ze drie dochters kreeg.
In 1933 had ze kort een verhouding met André Malraux.
In 1937 trouwde ze met de Hongaarse graaf Pali Pálffy; ook dat huwelijk hield geen stand.
In 1947 leerde ze Coco Chanel kennen en tien jaar later bracht ze haar biografie uit, Mémoires de Coco.

Vanaf 1950 vestigt ze zich in het huis van haar familie in Verrières-le-Buisson, waar ze in haar ‘salon bleu’ kunstenaars, schrijvers en regisseurs ontvangt.
Enkele meesterwerken van haar zijn Sainte-Unefois, Julietta, L’Heure Maliciôse, Lettre dans un taxi en poëziebundels als Fiançailles pour rire en L’Alphabet des aveux.
Louise schreef zelf het scenario voor Les Amants, van Louis Malle, uit 1958.
De film is gebaseerd op de novelle Point de lendemain van de Franse auteur Vivant Denon, met onder meer in de hoofdrol Jeanne Moreau en Alain Cuny.

Aan het eind van haar leven krijgt ze opnieuw een verhouding met André Malraux.
De media-aandacht die dat oplevert, doet haar verzuchten: ‘Ik ben niet langer Louise de Vilmorin, ik ben Marilyn Malraux.’
Ze stierf op de leeftijd van zevenenzestig jaar op 26 december 1969 en drie dagen later begraven op 29 december 1969 (diverse bronnen, Wikipedia en foto 1 André Malraux troost één van haar dochters, foto 2 de Franse acteur Paul Meurisse en foto 3 Ingrid Bergman en haar man)



Gaston groeide op in een welgesteld brouwersgezin in Zulte. Hij was geen briljante student, maar blonk wel uit in sport.
Zijn specialiteit was verspringen.
Hij werd viermaal Belgisch kampioen en hield van 1905 tot 1919 het Belgisch record in handen.
Hij behaalde ook twee medailles op de Belgische kampioenschappen atletiek in het kogelstoten.
Martens schreef vooral volkse toneelstukken met humoristische en sentimentele elementen.
Enkele van zijn werken zijn:
“De Heirweg” (1924, “Het Dorp der Mirakelen” (1932), “En waar de ster bleef stille staan” (1933), “De Mannen van Goed Gewil” (1936) en “Paradijsvogels” (1934, zijn succesvolste stuk)
Het verhaalt de lotgevallen van de bewoners van Leydonck-Waterland, een fictief dorpje aan de Leie in de tweede helft van de jaren twintig van de twintigste eeuw.
Het werd vertaald in verschillende talen en opgevoerd in binnen- en buitenland.
In 1946 werd het verfilmd in Frankrijk als “Les Gueux au Paradis” met Raimu en Fernandel in de hoofdrollen.
Martens won voor “Paradijsvogels” de Staatsprijs voor Toneelliteratuur.
In 1911 trouwde Gaston Martens met Germaine De Buck. Ze kregen samen één dochter, Godelieve.
In 1937 verhuisde Martens naar Frankrijk, waar hij een perzikplantage begon.
Tijdens zijn verblijf in Frankrijk vertaalde hij zijn stukken in het Frans.
Na de Tweede Wereldoorlog keerde Martens terug naar België. Hij bleef schrijven, maar zijn latere werk was minder succesvol dan zijn vroegere stukken.
Gaston Martens overleed in 1967 in Deinze en is begraven in Deurle.

Elliman’s vader was van Ierse afkomst en was politieagent en speelde piano en had een brede muzieksmaak, van klassiek tot jazz en blues en haar moeder was van Japanse afkomst en speelde ukelele en piano, en zong in lokale groepen.
Ze groeide op in Hawaii en begon op jonge leeftijd met piano spelen en zong in het schoolkoor en speelde later ook in een band genaamd “We Folk” die lokale talentenjachten won.
Ze studeerde aan de President Theodore Roosevelt High School, waar ze afgestudeerde in 1969
Elliman studeerde drama aan de University of Hawaii, maar verliet de universiteit om haar muzikale carrière na te jagen.
In 1969 verhuisde Elliman naar Londen en begon op te treden in folkclubs, bars en clubs.
Werd daar ontdekt door Andrew Lloyd Webber en Tim Rice, die haar vroegen om de rol van Maria Magdalena te spelen in hun rockopera Jesus Christ Superstar.
De schrijvers, Andrew Lloyd Webber en Tim Rice, zijn gedwongen eerst een album met de muziek te maken, omdat anders niemand de musical op de planken wil brengen.
Dit naar aanleiding van een eerdere musical van het duo, Joseph & The Amazing Technicolour Dreamcoat die volkomen geflopt is.
De opnamen voor de soundtrack hebben eind 1970 in Londen plaats.
Buiten Yvonne Elliman als Maria, horen we ook Murray Head als Judas en Ian Gillan (zanger van Deep Purple) als Jezus.
Het is voor het eerst dat er rockmuziek gebruikt wordt voor een musical, en de inbreng van Ian Gillan zorgt ervoor dat het album ook onder de aandacht komt van de rockfans, die anders nooit een musical zouden kopen.
Yvonne Elliman speelde ook in de originele Broadwayproductie (1971) en in de filmversie (1973).
Haar vertolking van “I Don’t Know How to Love Him” werd een hit.
Werd genomineerd voor een Golden Globe Award voor Beste Actrice in een Musical/Komedie voor haar rol in Jesus Christ Superstar.
Dankzij dit succes tekende ze in 1972 platencontract bij Purple Records en bracht haar debuutalbum Yvonne Elliman uit.
Elliman was ook te horen als achtergrondzang op Clapton’s hit “I Shot the Sheriff” en ook op zijn albums 461 Ocean Boulevard en There’s One in Every Crowd en toerde met hem in de jaren 70.
In 1977 had ze een grote hit met het nummer “If I Can’t Have You”.
Het nummer was geschreven door de Bee Gees en bereikte de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten en werd gebruikt in de film Saturday Night Fever.
Vreemd genoeg bij ons in Vlaanderen en Nederland deed het nummer minder, in Vlaanderen goed voor een vierentwintigste plaats en in Nederland zelfs maar de achtentwintigste plaats in de Top 40.
Ze heeft in een aantal films gespeeld, waaronder “Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band” (1978).
Nummers van haar om te koesteren en waar ze vooral in Amerika hoog scoorde in de hitparade zijn de nummers “Love Me” (1976 en ook geschreven door Barry Gibb) en “Hello Stranger” (1977, een duet met Stephen Bishop)
Ze zong ook titelsong van de gelijknamige film “Moment by Moment”(1978)
Kampte begin de jaren 80 met stemproblemen, wat een van de redenen was waarom ze zich terugtrok uit de muziekindustrie.
Was vanaf 1972 tot en met 1980 getrouwd met Bill Oakes, een manager bij RSO Records (het label dat Saturday Night Fever uitbracht en waar hij ook aan meewerkte als co-producer).
Ze kregen samen een dochter, Sage (geboren in 1982).
Na haar scheiding van Oakes trouwde ze met songwriter Wade Hyman.
Ze kregen samen een zoon, Ben (geboren in 1986). Ze scheidden later.
Ze trouwde later in 2016 met Allan Alexander.
Na jaren in Los Angeles te hebben gewoond, keerde Elliman met haar echtgenoot terug naar Hawaii.

