Vandaag 50 jaar geleden, opening van de pre-metrolijn in Antwerpen (25 maart 1975)

De bouw van dit ondergrondse tramnetwerk, dat oorspronkelijk bedoeld was als een volwaardige metro, begon op 5 januari 1970.

Op 25 maart 1975 werd het eerste 1,3 kilometer lange tunnelgedeelte in gebruik genomen, met de stations Opera, Meir en Groenplaats. Trams van de lijnen 2 (uit Hoboken) en 15 (uit Mortsel) reden vanaf de De Keyserlei de tunnel in en keerden op de ondergrondse keerlus onder de Groenplaats.

De tunnel werd aangelegd met de zogenaamde ‘cut-and-cover’-methode, wat leidde tot aanzienlijke hinder bovengronds.

Ook werden delen van de Antwerpse ruien afgebroken en vervangen door betonnen buizen.

Door financiële problemen werd de ombouw naar een volledige metro geschrapt en werden slechts 19 stations gebouwd, waarvan er 7 lange tijd ongebruikt bleven.

In 1973 begon de uitbreiding van de lijn vanaf station Opera richting de Belgiëlei.

Op 10 maart 1980 werden de stations Diamant (bij het Centraal Station) en Plantin geopend.

Tussen 1977 en 1986 werden nog drie andere premetrotunnels gegraven vanaf het Centraal Station naar het noorden en het oosten: onder de Turnhoutsebaan richting Deurne, onder de Kerkstraat-Pothoekstraat richting Sportpaleis en onder de Sint-Elisabethstraat-Handelsstraat-Onderwijsstraat richting Sportpaleis.

Deze uitbreidingen werden voornamelijk als boortunnels uitgevoerd om de hinder bovengronds te beperken.  

Het oorspronkelijke plan voorzag ook in een tweede as van de zuidwestelijke voorsteden via Opera en Astrid naar het oostelijke stadsdeel Deurne, inclusief een metrotunnel onder de Turnhoutsebaan in Borgerhout en enkele kortere tunnels.

Nadat in 1988 de gewesten verantwoordelijk werden voor de openbare werken, werd in 1989 de bouw van deze tunnels stilgelegd.

De ruwbouw was afgewerkt, maar bovenleiding, sporen, signalisatie en de afwerking van de stations ontbraken nog.  

In 1983 werd begonnen met de bouw van de Brabotunnel, een premetrotunnel met twee geboorde kokers onder de Schelde, tussen de Groenplaats en Linkeroever.

Op 21 september 1990 werd de tunnel geopend.

In 1996 werd een noordoostelijke tak geopend, met de stations Sport, Schijnpoort, Handel, Elisabeth en Astrid, en een aansluiting op de bestaande lijn tussen Opera en Diamant.

In 2014 kondigde de Vlaamse regering aan de ingebruikname van de tunnel onder de Kerkstraat en Pothoekstraat, met de stations Stuivenberg en Sint-Willibrordus, te onderzoeken.

Het stedelijk bestuursakkoord van 2019-2024 streefde naar de ingebruikname van deze tunnel en de stations Drink en Collegelaan.

In juli 2022 gaf de Vlaamse regering toestemming voor de aanbesteding voor de afwerking tegen 2026, maar dit is uitgesteld tot minstens 2027.

Dit uitstel is te wijten aan het wachten op de levering van nieuwe trams, de renovatie van de bestaande premetro en de evaluatie van de overstaphaltes.

In september 2017 werd een tweede ingang geopend vanaf de Deurne Turnhoutsebaan richting de Reuzenpijp-tunnel onder Borgerhout.

Er waren ook plannen voor een volledig nieuwe as die in noord-zuidrichting van het Klapdorp langs de Melkmarkt en het station Groenplaats onder de Nationalestraat in de richting van het Museum voor Schone Kunsten zou lopen.

De premetro zou dan de haltes Klapdorp, Melkmarkt, Groenplaats (als kruisstation), Sint-Andries en Tropisch Instituut aandoen.

Deze plannen zijn echter nooit verder gekomen dan de ontwerpfase.

In het kader van het Routeplan 2030 wordt een vergelijkbare premetroverbinding opnieuw bestudeerd (De Post 16 maart 2025)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag, 100 jaar geleden, première van het toneelstuk de Paradijsvogels van Gaston Martens in Antwerpen.

Gaston groeide op in een welgesteld brouwersgezin in Zulte. Hij was geen briljante student, maar blonk wel uit in sport.

Zijn specialiteit was verspringen.

Hij werd viermaal Belgisch kampioen en hield van 1905 tot 1919 het Belgisch record in handen.

Hij behaalde ook twee medailles op de Belgische kampioenschappen atletiek in het kogelstoten.

Martens schreef vooral volkse toneelstukken met humoristische en sentimentele elementen.

Enkele van zijn werken zijn:

“De Heirweg” (1924, “Het Dorp der Mirakelen” (1932), “En waar de ster bleef stille staan” (1933), “De Mannen van Goed Gewil” (1936) en “Paradijsvogels” (1934, zijn succesvolste stuk)

Het verhaalt de lotgevallen van de bewoners van Leydonck-Waterland, een fictief dorpje aan de Leie in de tweede helft van de jaren twintig van de twintigste eeuw.

Het werd vertaald in verschillende talen en opgevoerd in binnen- en buitenland.

In 1946 werd het verfilmd in Frankrijk als “Les Gueux au Paradis” met Raimu en Fernandel in de hoofdrollen.

Martens won voor “Paradijsvogels” de Staatsprijs voor Toneelliteratuur.

In 1911 trouwde Gaston Martens met Germaine De Buck. Ze kregen samen één dochter, Godelieve.

In 1937 verhuisde Martens naar Frankrijk, waar hij een perzikplantage begon.

Tijdens zijn verblijf in Frankrijk vertaalde hij zijn stukken in het Frans.

Na de Tweede Wereldoorlog keerde Martens terug naar België. Hij bleef schrijven, maar zijn latere werk was minder succesvol dan zijn vroegere stukken.

Gaston Martens overleed in 1967 in Deinze en is begraven in Deurle.

90 jaar geleden, de werken aan het Albertkanaal in Antwerpen

Het Albertkanaal is een kunstmatige waterweg die Luik met Antwerpen verbindt en de Maas met de Schelde.

Het kanaal werd genoemd naar koning Albert I, die het project steunde als een manier om de economische ontwikkeling van België te bevorderen en de verdediging tegen een mogelijke Duitse invasie te versterken.

Het kanaal werd aangelegd tussen 1930 en 1939, maar werd pas na de Tweede Wereldoorlog officieel in gebruik genomen.

Een van de hoogtepunten van de bouw van het Albertkanaal was het koninklijk bezoek aan de werken in oktober 1933.

Koning Albert I en koningin Elisabeth bezochten toen de werf in Lanaken, waar een van de zes sluizen werd gebouwd om het hoogteverschil van 55 meter tussen Luik en Antwerpen te overbruggen.

Ze werden verwelkomd door een grote menigte van arbeiders, ingenieurs en lokale autoriteiten.

Ze kregen een rondleiding over de werf en woonden een demonstratie bij van het uitgraven van de bodem met behulp van een baggermachine.

Ze toonden veel belangstelling voor de technische aspecten van het project en spraken hun waardering uit voor de inspanningen van alle betrokkenen.

Het Albertkanaal heeft sindsdien een belangrijke rol gespeeld in de binnenvaart en de industrie in België.

Het kanaal vervoert jaarlijks bijna 40 miljoen ton goederen, vooral containers. Het kanaal wordt ook gebruikt voor de drinkwaterproductie, aangezien het water uit de Maas wordt gezuiverd in verschillende installaties langs het kanaal.

Het kanaal heeft ook een culturele en recreatieve waarde, aangezien het landschappen, monumenten en sportactiviteiten met elkaar verbindt.

Het Albertkanaal is echter niet onveranderlijk gebleven.

Het kanaal heeft verschillende moderniseringswerken ondergaan om het aan te passen aan de evolutie van de scheepvaart en de milieueisen.

Zo werden de sluizen vergroot, de bruggen verhoogd, de bochten rechtgetrokken en de oevers verstevigd.

Vandaag zijn er werken bezig voor het oosterweelde project, namelijk het graven van een bouwput in het kanaal om de Kanaaltunnels aan te leggen.

Deze tunnels zullen het Oosterweelknooppunt, dat zich op de rechteroever van Antwerpen bij het Noordkasteel bevindt, verbinden met de Ring.

De vier tunnelkokers beginnen bij het Amerikadok en gaan onder het Albertkanaal door.

Bij de Noorderlaan splitsen ze zich in een noordelijke en een zuidelijke verbinding met de Ring.

Dit mag gerust gezien worden als een technisch hoogstandje (De Stad 28 december 1934)

60 jaar geleden, sfeerfoto’s van haventjes die verdwijnen door de afdamming van de Krekerak en het Shoe (deel 2)

De afdamming van de Krekerak en het Shoe voor de haven van Antwerpen is een grootschalig infrastructuurproject dat tot doel heeft de toegankelijkheid en de capaciteit van de haven te verbeteren.

Het project omvat de aanleg van een nieuwe sluis tussen de Schelde en het Kanaaldok, de afsluiting van de Krekerak en het Shoe met dammen, en de aanpassing van de vaarwegen in het Schelde-Rijnkanaal.

Het project zal naar verwachting in 2030 voltooid zijn en zal de haven van Antwerpen in staat stellen om grotere schepen te ontvangen en meer goederen te verwerken.

60 jaar geleden, sfeerfoto’s van haventjes die verdwijnen door de afdamming van de Krekerak en het Shoe (oktober 1963).

De afdamming van de Krekerak en het Shoe voor de haven van Antwerpen was een groot waterbouwkundig project dat in 1963 begon en in 1976 voltooid werd.

Het doel van het project was om de getijdenwerking op de Schelde te verminderen en zo de scheepvaart naar Antwerpen te vergemakkelijken.

Door de afdamming ontstonden twee grote zoetwaterbekkens, het Volkerak en het Zoommeer, die als buffer dienen voor de waterhuishouding in Zuidwest-Nederland.

Het project had ook grote gevolgen voor de natuur, de landbouw en de recreatie in het gebied.

75 jaar geleden, te gast in het Brouwershuis in Antwerpen (oktober 1948) deel 1

Het Brouwershuis in Antwerpen is een historisch gebouw dat dateert uit de 16e eeuw.

Het was oorspronkelijk de zetel van de gilde van de brouwers, die een belangrijke rol speelden in de economische en sociale ontwikkeling van de stad.

Het gebouw is een voorbeeld van de Brabantse renaissancestijl, met een rijk versierde gevel en een imposante trapgevel.

Het interieur bevat onder meer een grote zaal met een houten zoldering, een schouw met albasten reliëfs en een collectie schilderijen en wandtapijten.

Het Brouwershuis is sinds 1938 een beschermd monument en is nu in gebruik als museum en evenementenlocatie.

Vandaag 70 jaar geleden, opening van de nieuwe fabriek van General Motors in het Antwerps havengebied.

Het bedrijf werd in 1924 opgericht als General Motors Continental en was de tweede fabriek van General Motors buiten Noord-Amerika, na General Motors International A/S dat een jaar eerder in Denemarken operationeel werd.

GM Continental was gehuisvest waar vroeger de Sint-Michielsabdij en het marinearsenaal zich bevonden.

De eerste bediende van GM Continental werd aangeworven op 1 januari 1925, de eerste arbeider op 5 februari 1925.

Op 2 april datzelfde jaar werd de eerste CKD- Chevrolet geproduceerd.

Er werden 20 tot 25 exemplaren per dag gebouwd en op het einde van het eerste jaar waren 2040 Chevrolets geproduceerd.

Een sterke groei verplichtte GM Continental te verhuizen naar een grotere locatie.

Dat werd de voormalige velodroom.

De vorige locatie bleef in gebruik voor de productie van carrosserieën voor bedrijfsvoertuigen en als opslagplaats.

In 1929 was ook deze nieuwe locatie te klein geworden. In november dat jaar verhuisde het bedrijf naar een nieuwe assemblagefabriek in de haven.

Ook de verkoop en dienstverlening, die voorheen over Antwerpen verspreid waren, kwamen naar deze locatie.

De Grote Depressie, die het jaar daarop wereldwijd toesloeg en de jaren 1930 teisterde, zorgde ervoor dat de vergrote capaciteit jarenlang onbenut bleef.

Omwille van de slechte economische toestand werden de Franse en Duitse afdelingen van GM in 1932 gefuseerd met de Belgische.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek in de haven verwoest bij geallieerde bombardementen op de haven.

Na de oorlog begint GM een hersteldienst voor Amerikaanse legervoertuigen en een magazijn voor auto- en elektro-onderdelen.

In 1947 werd grond gekocht voor een nieuwe fabriek.

Begin 1948 werden opnieuw Chevrolets gebouwd in de oude.

Dat jaar werden bijna 5000 stuks gemaakt.

In 1953 was de nieuwe fabriek aan de Noorderlaan – de latere Fabriek 1 – klaar.

Vervolgens worden er Amerikaanse CKD’s en later ook Bedford-vrachtwagens, Opels en Vauxhalls geassembleerd (GM nam Opel volledig over in 1931).

In 1965 beslist GM een nieuwe fabriek te bouwen waarvoor Antwerpen gekozen werd.

Deze Fabriek 2 kwam in het noorden van de haven, op ongeveer 10 kilometer van Fabriek 1.

In 1967 werd Fabriek 2 operationeel en op 2 juli 1968 werd er reeds de 100.000ste auto gebouwd.

In 1970 draait de fabriek op volle capaciteit en komt er een tweede werkshift.

Op 22 maart 1971 bouwde Fabriek 2 de 500.000ste auto.

In 1973 werken er voor het eerst arbeidsters in de fabriek, maar het jaar erop moet de fabriek twee maanden dicht door de dalende verkoop die het gevolg was van de oliecrisis.

Op 24 mei 1973 rolde nog de miljoenste wagen van de band.

In de tweede helft van de jaren 1970 wakkert de autoverkoop opnieuw aan, wat grotendeels te danken was aan de nieuwe Manta en Ascona – en neemt de productie weer toe.

In 1978 begint een grote modernisering. Gedurende 8 jaar zal zo’n 22 miljard frank geïnvesteerd worden.

In 1979 werd ook in Fabriek 1, die sinds 1977 enkel nog Opels bouwde, een tweede shift ingesteld.

In 1981 kreeg Fabriek 1 een nieuwe verfspuiterij en werd Fabriek 2 uitgebreid om ook onderdelen te gaan maken.

Die laatste kreeg in 1984 ook een gerobotiseerde lijn voor het lassen van koetswerken.

In de tweede helft van de jaren 1980 krijgt ook Fabriek 2 een verfspuiterij die 6,2 miljard frank kostte.

In 1987 bereikte de productie een record van 393 724 Opels en Vauxhalls.

In augustus 1988 wordt de productie van Fabriek 1 overgeheveld naar Fabriek 2.

Een nieuw ploegensysteem zorgt voor een rendementsstijging van 43,5% waardoor één fabriek het werk van de twee aankon.

Fabriek 1 bleef verder dienstdoen voor onderdelenopslag en administratie.

In 1991 werd 4,6 miljard frank in Fabriek 2 gestoken voor de nieuwe Opel Astra en Opel Vectra, gevolgd door nogmaals 5,9 miljard frank in 1993-4.

Op 1 november 1994 wijzigt het bedrijf van naam en heet vanaf dan Opel Belgium.

Ook wordt Fabriek 1 verkocht en verhuist de sociale zetel naar Fabriek 2.

Fabriek 1 doet tegenwoordig (2007) dienst als parkeergarage voor cinemacomplex Metropolis.

De afdeling Verkoop ten slotte verhuisde naar Kontich.

Nog in 1994 begon een nieuw investeringsprogramma van 25 miljard frank voor allerlei moderniseringen en uitbreidingen.

In 1997 ging tien miljard frank naar de nieuwe Astra.

In 2002 werd de perserij fors uitgebreid, een investering van 51,4 miljoen euro.

Midden 2003 rolt de 12 miljoenste auto van de band.

In januari 2004 begon de productie van de nieuwe Astra waarvan de vijfdeurs en de stationwagen in Antwerpen werden gebouwd.

Op 1 november van dat jaar werd de bedrijfsnaam opnieuw veranderd, deze keer in General Motors Belgium.

Die wijziging paste in de nieuwe bedrijfsstructuur van GM en wijst op de wereldwijde krachtenbundeling binnen de autoreus.

In 2005 kreeg de fabriek ook de Astra GTC toegewezen.

In 2007 begon men die Astra ook onder het Amerikaanse merk Saturn te bouwen voor de Noord-Amerikaanse markt.

Nog in 2007 werd bekendgemaakt dat het bedrijf geherstructureerd wordt en de productie nagenoeg zal halveren.

Hierdoor zouden 2200 van de 4700 banen verdwijnen.

Ook zal de nieuwe generatie van de Astra niet in Antwerpen gebouwd worden.

In de plaats zouden een kleine SUV voor Opel en Chevrolet komen, en mogelijk nog een derde model.

In juni 2009 gaan er geruchten dat de gehele fabriek in Antwerpen wordt gesloten.

Dit in verband met een overname van Opel door Magna.

De overname door Magna gaat uiteindelijk niet door, maar GM neemt op 20 januari 2010 zelf het besluit de vestiging in Antwerpen in 2010 te sluiten.

Uiteindelijk rolde op woensdag 15 december 2010 de laatste auto van de band en twee dagen later, op 17 december 2010, ging de fabriek definitief dicht.(Diverse bronnen, Wikipedia en Ons Volk januari 1952)

Gisteren nog vandaag