Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Categorie: Beroemde mensen uit Vlaanderen en Nederland
De Nederlands-Surinaamse actrice en theatermaakster Alida Neslo groeide op in Suriname in een intellectueel gezin en is de zus van de bekende surinamiste Ellen Neslo.
Al op jonge leeftijd kwam ze in aanraking met de kunsten dankzij balletlessen van haar oom, de balletpedagoog Percy Muntslag.
Na het afronden van het Atheneum A koos ze aanvankelijk voor een talenstudie.
Ze vertrok naar Vlaanderen en behaalde aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen haar bachelor in Spaans en Engels.
Toch ontdekte ze dat haar ware passie ergens anders lag.
Ze besloot haar talenstudie niet te vervolgen en schreef zich in aan de befaamde theateropleiding Studio Herman Teirlinck in dezelfde stad.
Haar studententijd was niet alleen leerzaam, maar ook avontuurlijk.
Om haar opleiding te bekostigen, trok ze als danseres door Vlaanderen met een drive-inshow, waarbij ze het podium deelde met bekende artiesten als Vader Abraham, Jacques Herb, De Kermisklanten en Mieke.
In 1980 studeerde ze succesvol af.
Haar carrière nam al snel een vlucht toen ze zich aansloot bij Tiedrie, het Theater van de derde wereld onder leiding van Tone Brulin.
Hier schitterde ze in stukken als Kapai-Kapai, Charkawa, Gilgamesj en het door Edgar Cairo geschreven Ba Anansi.
Daarnaast deed ze ruime podiumervaring op bij Mudra Afrique, waar ze werkte met de gerenommeerde choreografen Maurice Béjart en Germaine Acogny, en stond ze op de planken bij de Zwarte Komedie, met teksten van onder meer Tom Lanoye en Bert Verhoye, en bij het Nederlands Toneel Gent.
Voor het grote publiek in Vlaanderen werd Alida in 1983 een bekend en geliefd gezicht dankzij haar rol als panellid in het televisieprogramma TV-Touché.
Nog generatie-overstijgender was haar verschijning als Alida in het educatieve kinderprogramma
De Boomhut op de VRT, het huidige Ketnet. Dit programma was een groot succes en werd in 1998 zelfs bekroond met de Prijs voor het beste jeugdprogramma van de Vlaamse Gemeenschap.
Haar televisiewerk omvatte verder de presentatie van Het einde van de wereld en de creatie van diverse documentaires, wat haar brede inzetbaarheid als mediamaker onderstreept.
Haar onberispelijke taalgevoel kwam in 2003 prachtig tot uiting toen ze deelnam aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal.
Halverwege de jaren negentig verlegde ze haar werkterrein naar Nederland.
In 1995 werd ze artistiek leider bij De Nieuw Amsterdam, een theatergroep en toneelopleiding die oorspronkelijk was opgezet door Rufus Collins.
Vijf jaar later, in 2000, volgde ze Ritsaert ten Cate op als directeur van de theateropleiding DasArts, een door hem opgezette tweede fase-opleiding voor reeds afgestudeerde theaterstudenten.
Ondanks haar successen in Europa bleef Suriname trekken.
In 2006 besloot ze terug te keren naar haar geboorteland met een duidelijke missie: het opzetten van een hoogwaardige toneelopleiding, vergelijkbaar met de Studio Herman Teirlinck waar zij zelf haar vak had geleerd.
Naast deze feiten over haar rijkgevulde loopbaan zijn er nog enkele bijzondere weetjes over Alida Neslo.
Met haar rol in TV-Touché was ze een van de eerste opvallende vrouwen van kleur op de Vlaamse televisie die structureel in een intellectueel en satirisch panel plaatsnam, wat destijds een ware doorbraak was in de media.
Bij haar terugkeer in Suriname beperkte ze zich bovendien niet tot het reguliere kunstonderwijs.
Ze startte bijzondere theaterprojecten met gedetineerden, onder andere in de gevangenis van Santo Boma, om hen via creatieve expressie te helpen bij hun rehabilitatie en terugkeer in de maatschappij.
Daarnaast groeide ze al snel uit tot een onmisbare stem in de Surinaamse cultuursector, waar ze onder meer optrad als adviseur voor het Directoraat Cultuur.
Herman Brood, die op 11 mei 1946 in Zwolle het levenslicht zag, begon zijn muzikale carrière in 1964.
Hij vergaarde grote roem met zijn begeleidingsband Wild Romance, wat leidde tot hits als Saturday Night, Still Believe en Never Be Clever.
Ook scoorde hij in 1984 een groot succes met het nummer “Als je wint”, een samenwerking met voormalig Doe Maar-bassist Henny Vrienten.
In zijn latere jaren verlegde hij zijn focus en was hij voornamelijk actief als beeldend kunstenaar.
Op persoonlijk vlak was hij in 1968 vader geworden van zijn zoon Marcel Buissink, die werd geboren na een onenightstand met het Groningse model Tekie Buissink.
Op 18 juli 1985 werd zijn dochter Lola geboren.
In 1994 kreeg zijn toenmalige vrouw Xandra Jansen een dochter, Holly Mae Brood, van wie Herman overigens niet de biologische vader was.
Tegen het jaar 2001 was zijn lichaam volledig uitgeleefd door een leven vol genotmiddelen.
Brood gebruikte sinds zijn zeventiende speed, een middel dat energie geeft, maar tevens voor de afbraak van het lichaam zorgt.
Voor de juiste balans dronk hij daarnaast dagelijks zo’n twee liter sterke drank of mierzoete likeur.
Doorgaans sliep hij telkens één op de twee nachten.
Hoewel hij na dertig jaar met succes was afgekickt van zijn speedverslaving en drugs hem weinig effect meer gaven, bleek het onmogelijk om definitief met alles te stoppen.
Zijn alcoholconsumptie nam duizelingwekkende proporties aan, waardoor zijn voorheen schijnbaar onverwoestbare gezondheid in een razend tempo verslechterde.
Dit alles leidde tot de tragische beslissing op 11 juli 2001, toen de vierenvijftigjarige Brood om 13.28 uur van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong.
In zijn binnenzak droeg hij een afscheidsbriefje met de tekst: “Xandra & alle skatjes, Deze snelheid in plaats van opbranden dat laat ik aan de crematie over. … Rous door zoals ik deed… en treur niet ! maak er een feest van. Ik zie jullie nog weleens. Ik ga nu bungy zonder elastiek. Genade – pappa “
Naast zijn bekende hits en turbulente levensstijl zijn er nog enkele opvallende details over deze unieke artiest.
Zo was hij opmerkelijk genoeg kleurenblind, wat meteen zijn voorkeur voor ongemengde, heldere primaire kleuren in zijn schilderijen verklaart.
Hij beperkte zijn kunst overigens niet tot traditionele doeken, maar beschilderde ook auto’s, bussen, trams en talloze muren in zijn volstrekt eigen stijl.
In 1979 haalde hij bovendien de internationale pers door een kortstondige en uiterst spraakmakende romance met de Duitse punkzangeres Nina Hagen, een relatie die destijds door velen als een slimme publiciteitsstunt werd gezien.
Om hun film te promoten, want in het echt is er nooit een romance geweest en zeker geen huwelijk.
Voordat hij de gevierde frontman van zijn eigen Wild Romance werd, maakte hij ook nog deel uit van de succesvolle en invloedrijke bluesband Cuby & the Blizzards, een periode die cruciaal bleek voor zijn verdere muzikale ontwikkeling.
Cha Cha: een stunt die de kranten haalde
Cha Cha haalde destijds de voorpagina’s van alle grote kranten en vormde het gesprek van de dag.
Dit kwam vooral door het huwelijk dat destijds tussen Herman Brood en Nina Hagen plaatsvond.
Achteraf bleek het een opzet van de manager van Brood te zijn om op die manier zijn film onder de aandacht te brengen.
Hoewel de film door deze publiciteitsstunt volop in de belangstelling stond, bleef een groot commercieel succes in de bioscoop uit.
De regie van de film was in handen van Herbert Curiel en de hoofdrollen werden vertolkt door Herman Brood, Nina Hagen en Lene Lovich.
De bijrollen waren weggelegd voor Ramses Shaffy, Simon Vinkenoog, Dolf Brouwers, Ko van Dijk, Nelly Frijda, Jules Deelder en de Amsterdamse Hells Angels. (Hitkrant Juni 1979)
46 jaar geleden, wedstrijd met Herman Brood in de Hitkrant
Dit duo ontstond puur vanuit een gedeelde passie voor muziek, nadat de leden elkaar hadden ontmoet via de Amsterdamse Kleinkunstacademie en een talentenjacht.
April Shower bestond uit zangeres Heddy Affolter, die later landelijk zou doorbreken als Heddy Lester, en gitarist en songwriter Gert Balke.
Voordat Balke in de muziekwereld stapte, werkte hij als medewerker op Schiphol.
De muzikale en artistieke wortels van Heddy zaten in de familie.
Haar Joodse moeder, Louise de Montel, zong onder meer bij Toon Hermans en Gerard Walden.
Zij had haar man, Coen Affolter, destijds leren kennen in Kamp Vught. In de jaren zeventig opende Coen nachtclub Iboyah, die ook wel bekendstond als restaurant De Gouden Eeuw, aan de Amsterdamse Keizersgracht.
Gert Balke trad daar veelvuldig op met Heddy, waardoor hij een kind aan huis en een goede vriend van de familie Affolter werd.
In ditzelfde etablissement ontmoette Heddy bovendien Ramses Shaffy, met wie ze gedurende de jaren zeventig regelmatig zou optreden.
Het grootste succes van April Shower was de door Balke geschreven Railroadsong.
Deze single werd in de zomer van 1971 uitgebracht door platenlabel Polydor, werd uitgeroepen tot Treiterschijf op Radio Noordzee Internationaal en behaalde een bescheiden dertigste positie in de Nederlandse Top 40.
Begin jaren zeventig maakte het duo bovendien een succesvolle tournee door Canada, de Verenigde Staten en Mexico.
In Mexico traden ze zelfs meerdere keren op voor de nationale televisie, nadat een Mexicaanse producer hen in het restaurant van Heddy’s vader had ontdekt.
De Nederlandse pers schonk destijds echter nauwelijks aandacht aan dit internationale succes.
Na Railroadsong volgden nog enkele singles. ‘Mama look upon me’, met op de b-kant ‘Come see’, bereikte in 1971 de Tipparade, maar de opvolgende singles, ‘It’s so funny’ (1972) en ‘Danny’s song’ (1973), flopten.
Nadat het duo in 1973 uit elkaar ging, verdween Gert Balke grotendeels uit de publiciteit.
Heddy Lester koos daarentegen voor een solocarrière en verwierf bekendheid door in 1977 deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival met het mooie nummer ‘De mallemolen’, voorzien van een tekst van Wim Hogenkamp en muziek van haar broer Frank Affolter.
Van de achttien deelnemers eindigde ze met 35 punten op de twaalfde plaats. Tussen 1979 en 1987 maakte ze met haar broer en Hogenkamp diverse programma’s.
Voor haar eerste soloprogramma ontving Lester in 1979, samen met haar broer, als allereerste artiest de Pall Mall Exportprijs.
Ook broer Frank Affolter bouwde een uitgebreide eigen muzikale carrière op.
In 1986 scoorde hij zelf een bescheiden hit met The Way to Love / Het is nog niet te laat.
Een hele generatie groeide bovendien op met zijn stem, aangezien hij eind jaren tachtig en begin jaren negentig de Nederlandse titelsongs zong van de Disney-series Ducktales en Darkwing Duck.
De nieuwe avonturen van Winnie de Poeh. In 1993 was hij componist en producent van het lied ‘Samen Verder’, dat speciaal werd geschreven voor een project tegen racisme en waaraan vele bekende Nederlandse artiesten meewerkten.
In 1996 verscheen zijn eerste solo-cd Hold On, waarvoor hij alles componeerde, produceerde en zong, inclusief de single ‘Haven’t we been warned enough’.
Daarnaast was Frank muzikaal leider van verschillende amateurkoren, waarvoor hij de musicals Getikt en Uit de Schaduw schreef.
Dit resulteerde in 2003 in zijn eerste professionele musical Alleen Op De Wereld, die hij ook zelf produceerde.
Voor deze productie werden zowel de muziek van Frank als actrice Hilke Bierman genomineerd voor de John Kraaijkamp Musical Award 2004.
In 2005 volgde de musical Merlijn en het mysterie van Koning Arthur.
Op zondag 18 maart 2007 ging vervolgens de voorstelling 10.000 Zakdoeken in première, een bijzondere hommage aan zijn ouders en hun tijd in en overleving van Kamp Vught.
Jaren later, in 2020, toonde Frank opnieuw zijn vocale kwaliteiten door in The Voice Senior de halve finales te bereiken als lid van het team van Ilse DeLange.
Broer en zus vonden elkaar niet alleen op het podium, maar ook in de filmwereld.
Vanaf 1987 werkte Heddy tevens als freelance actrice, en in 1991 vertolkte zij de rol van moeder in de afstudeerfilm De tranen van Maria Machita van Paul Ruven.
Ze speelde hierin naast onder anderen Ellen ten Damme, Jacques Herb en Ali Çifteci, terwijl Frank alle muziek voor deze productie componeerde.
De film werd bekroond met een Tuschinski Award en een Gouden Kalf in de categorie Beste korte film.
Heddy bleef in de decennia daarnaast actief; in 2001 leende ze haar stem aan Mevrouw Packard in de animatiefilm Atlantis: De Verzonken Stad.
In 2020 was ze nog even op televisie te zien in het programma Even tot hier en speelde ze de moeder van Gerri van Vlokhoven, vertolkt door Frank Lammers, in de film Groeten van Gerri.
Heddy Lester overleed op 30 januari 2023 op 72-jarige leeftijd aan de gevolgen van blaaskanker.
Franciscus Florentinus Peeters werd geboren op 4 juli 1903 in Tielen, als jongste in een gezin van elf.
De componist groeide op in een muzikale omgeving en werd al snel geboeid door het artistieke milieu.
Gedurende zijn middelbareschooltijd in Herentals en Turnhout studeerde hij piano, orgel (bij H. Quinen en Jozef Brandt) en viool.
Hij studeerde aan het Lemmensinstituut te Mechelen en behaalde de hoogste onderscheiding, de Prijs Lemmens-Tinel, in 1923.
Hij was de jongste laureaat van deze prijs in de geschiedenis van de school.
In 1923 werd hij meteen tweede organist aan de kathedraal en hulpleraar aan het Lemmensinstituut, beide opdrachten als hulp voor zijn orgelleraar Oscar Depuydt, die met Lodewijk Mortelmans tot zijn belangrijkste leraren kan worden gerekend.
Bij het overlijden van Depuydt in 1925 werd Flor Peeters hoofdorganist aan de kathedraal en hoofdleraar orgel aan het Lemmensinstituut te Mechelen.
In 1931 werd hij orgelleraar aan het Kon. Conservatorium te Gent en in 1935 leraar orgel en improvisatie aan de Rooms – Katholieke Leergangen te Tilburg.
Gisteren nog vandaag
Aan het Lemmensinstituut gaf hij les van 1923 tot 1952; aan het conservatorium te Gent van 1935 tot 1948.
In 1948 werd hij orgelleraar aan het Kon. Vlaams Conservatorium te Antwerpen; van 1952 tot 1968 was hij tevens directeur van deze instelling.
In 1968 op pensioen gesteld, kreeg hij een opdracht van het ministerie van Nederlandse Cultuur om elk jaar te Mechelen, in de kathedraal, een Internationale Meesterklas te doceren.
Hij zou dat doen tot en met 1985.
Flor Peeters was lid van de Kon. Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België en erelid van de Royal Academy of Music te Londen. I
In 1964 werd hij samen met Olivier Messiaen aangesteld als consultor bij het Vaticaans Concilie II, maar zij werden nooit geraadpleegd.
Flor Peeters was eredoctor in de muziek van de Catholic University of Washington (1962) en van de Katholieke Universiteit te Leuven (1971).
In 1971 benoemde de Koning hem tot baron.
Enkele maanden voor zijn dood, ontving hij de Belgische Staatsprijs voor de bekroning van een artistieke carrière.
Op 3 juli 1971, een datum die exact vijftig jaar later nog steeds als een legendarisch moment in de kunstgeschiedenis werd herdacht, probeerde hij de luchtwaardigheid van zijn majestueuze zeppelin te testen.
Een jaar lang had Panamarenko gewerkt aan dit luchtschip, of beter de officiële benaming aerostat, en hij ontwierp zelf het plan van het tuig.
De ballon was een heuse nieuwigheid, omdat er geen binnenballons in voorzien waren, en een van de laatste wijmenvlechters hielp hem bij de bouw.
Panamarenko had zich op dit moment voorbereid in een gehuurde loods.
Dit gebeurde op de weide van collega-kunstenaar Jef Geys in het Kempense Balen-Neet, waar de zeppelin zou opstijgen.
Het grote doel van deze testvlucht was om de oversteek te wagen naar het kunstenevenement Sonsbeek buiten de perken in Nederland.
De gedurfde overtocht werd echter in de kiem gesmoord toen deze formeel werd verboden door de Nederlandse luchtvaartpolitie, die Panamarenko hiervan per telegram op de hoogte bracht.
Tot overmaat van ramp stak er net op dat moment boven de weide in Balen een hevige storm op, die de fysieke poging om op te stijgen definitief deed mislukken.
Op zondag waaide er een strakke wind over de weiden.
Terwijl Panamarenko zenuwachtig de omstandigheden in de gaten hield, speelde de wind hevig in op het omhulsel.
Even leek het erop dat de zeppelin van Panamarenko toch de lucht in zou gaan, maar zowel de kajuit als de ballon scheurden wat voortijdig.
Het project eindigde al snel als een brandende ontgoocheling, klapperend achter de bomen.
Iedereen probeerde te redden wat er nog te redden viel, maar de droom ging onherroepelijk in flarden en de hoop viel in duigen.
Panamarenko bevond zich in de stuurloze kajuit en zag hoe de resten van zijn vliegend tapijt verspreid raakten over de vallei van de Nete.
Uiteindelijk was het enkel het bekende busje van Panamarenko dat ongeschonden op het terrein achterbleef.
Henri Van Herwegen, wereldwijd beter bekend onder zijn pseudoniem Panamarenko, was een van de meest eigenzinnige Belgische kunstenaars van de twintigste eeuw.
Zijn opvallende artiestennaam was een speelse samenvoeging van de toenmalige luchtvaartmaatschappij Pan American Airlines en de naam van een Russische generaal die hij ooit op de radio hoorde.
Tussen 1969 en 1971 bouwde deze visionaire Antwerpenaar zijn meest tot de verbeelding sprekende zeppelin, genaamd The Aeromodeller.
Het tuig belichaamde de diepe droom van de kunstenaar om zich te allen tijde in absolute vrijheid door het luchtruim te kunnen voortbewegen.
Het was niet zomaar een voertuig; de gondel, gemaakt van gevlochten rotan, was werkelijk geconcipieerd als een functionele woonruimte.
Boven op deze gondel stonden twee vliegtuigmotoren gemonteerd voor de besturing van het imposante geheel, dat gedragen werd door de sigaarvormige ballon van bijna dertig meter lang.
Panamarenko was mateloos gefascineerd door aerodynamica, al bevonden zijn poëtische constructies zich altijd precies op de flinterdunne grens tussen droom en wetenschap.
Ondanks de tegenslag in Balen groeide The Aeromodeller uit tot het absolute meesterwerk van Panamarenko’s rijke oeuvre.
In de decennia die volgden, bleef zijn drang om de zwaartekracht te overwinnen ongekend groot.
In zijn bekende huis in de Antwerpse Biekorfstraat, waar hij van 1970 tot 2002 woonde en werkte, bouwde hij nog tal van variantmodellen en prototypes voor luchtschepen, telkens met andere vormen, kleuren en verhoudingen.
Daarnaast creëerde hij een fascinerend universum van vliegende tapijten, duikboten en tuigen aangedreven door menselijke spierkracht of ingenieuze veermechanismen.
Toen de kunstenaar in 2005 besloot om met pensioen te gaan en naar Horebeke verhuisde, kwam het pand in de Biekorfstraat in het bezit van het museum voor hedendaagse kunst M HKA.
In die latere levensfase vond Panamarenko ook groot persoonlijk geluk.
Op 18 oktober 2003 trouwde hij met de opgeleide modeontwerpster Eveline Hoorens, die hij steevast liefkozend zijn Sneeuwwitje noemde.
Eveline runt de familiale koffiebranderij Hoorens Koffie en Thee in het Oost-Vlaamse Zottegem.
Het echtpaar deelde een grote creatieve passie en ontwierp samen een unieke zeppelin als blikvanger voor haar winkel.
Het afscheid van Panamarenko uit de actieve kunstwereld betekende allerminst stilzitten; hij stortte zich mee op de branderij, die een speciale en zeer toepasselijke koffiemélange op de markt bracht onder de naam Panamajumbo.
Sinds het overlijden van de kunstenaar in december 2019 beheert Eveline met veel toewijding zijn artistieke nalatenschap.
Door regelmatig herdenkingen en boeiende exposities rond zijn werk te organiseren, zorgt zij ervoor dat de dromen en de verbeelding van Panamarenko levend blijven voor de volgende generaties.
Vanwege zijn diepe, warme stemgeluid werd hij ook wel de Belgische Tony Joe White genoemd.
Zijn muzikale reis kreeg begin jaren zeventig al vorm toen hij meewerkte aan een album van dichter Patrick Conrad.
Tijdens die opnames, geproduceerd door Roland Van Campenhout, ontmoette hij Albert Szukalski.
Deze kunstenaar werd een vriend voor het leven die Luke voortdurend stimuleerde om zijn weg in de muziekwereld te vervolgen.
Szukalski had zelf een indrukwekkend parcours afgelegd; hij studeerde aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en was daar assistent van grootheden als Jef Verheyen, Paul Van Hoeydonck en Vic Gentils.
Hij verwierf vooral bekendheid met zijn drapages en spookachtige gestalten.
Een van zijn meest iconische projecten is het beeldenpark in de Amerikaanse Death Valley-woestijn, waar hij onder andere Het Laatste Avondmaal creëerde met Jezus en de apostelen als verschijningen.
Zelfs in zijn laatste levensdagen, terwijl hij wegens keelkanker op de palliatieve dienst van het Antwerpse Middelheim-ziekenhuis verbleef, bleef hij creëren.
Met toestemming van de directie maakte hij daar samen met Fred Bervoets een laatste beeld van plaaster en polyester, dat slechts enkele dagen voor zijn overlijden in 2000 werd voltooid.
In 1986 richtte Luke Walter Jr. de band Blue Blot op.
De groepsnaam was een creatieve vondst, want een blue blot is letterlijk een blauwe inktvlek, wat mooi verwees naar hun muzikale blauwdruk van blues en soul.
Kort daarna verscheen in 1987 het debuutalbum Shopping For Love in een beperkte oplage. Blue Blot had toen al een sterke livereputatie opgebouwd met optredens op het Rhythm n Blues Festival in Peer.
De bezetting bestond destijds uit muzikanten zoals drummer Michael Schack en gitarist Marty Townsend.
Een leuk weetje over de band is dat zij destijds een unieke sound creëerden door de inzet van de toen nog relatief onbekende achtergrondzangeressen, die later zelf grote carrières zouden uitbouwen.
De vaste kern van deze getalenteerde dames bestond uit Anja Baert, Catherine Mys, Cindy Barg en Micheline Van Hautem, terwijl in de beginjaren ook presentatrice Sabine de Vos wel eens inviel.
Anja Baert kreeg naderhand grote bekendheid als soloartiest onder haar artiestennaam Chelsy.
Micheline Van Hautem maakte naam in de theaterwereld met haar veelgeprezen vertolkingen van het chansonrepertoire van Jacques Brel.
Zij kon daarbij ook rekenen op een trouwe schare bewonderaars; zo was ik destijds zelf een groot fan en trad ze ook geregeld op in mijn eigen zaak, de Hotsy Totsy in Gent.
Waar trouwens ook Luke Walter Jr. na een optreden in Gent en omgeving vaak naar de Hotsy Totsy kwam met zijn gezelschap.
De grote doorbraak volgde in 1991 met het album Bridge To Your Heart.
De door Dani Klein geproduceerde titeltrack en nummers als September en de Bill Withers-cover Who Is He (And What Is He To You)? werden grote successen.
Dani Klein, die destijds al succes oogstte met Vaya Con Dios, leverde bovendien zelf vocalen aan voor de titeltrack van die plaat.
Wist je dat het nummer ‘Bridge To Your Heart” oorspronkelijk niet eens als single gepland was, maar door de overweldigende reacties tijdens radio-interviews en liveoptredens alsnog werd uitgebracht?
Met de opvolger ‘Where Do You Go?’ kreeg de band ook voet aan de grond in het buitenland, mede dankzij radiohits zoals ‘Pretty Good’ en de Toto-cover ‘Hold The Line’.
Luke Walter Jr. stond erom bekend dat hij nummers zo intens kon brengen dat Toto-gitarist Steve Lukather destijds liet weten erg onder de indruk te zijn van hun coverversie.
Toen Luke Walter Jr. ziek werd door leukemie, kwam de band nog maar sporadisch bij elkaar.
Er werd zonder veel succes geëxperimenteerd met andere zangers, maar in 1996 bracht Luke zelf nog de soloplaat ‘Back To Normal’ uit.
Dit album was zijn muzikale testament en liet een zeer persoonlijke, breekbare kant van de zanger horen.
Na zijn overlijden zetten de overige bandleden hun carrière elders voort.
Michael Schack speelde later bij Clouseau, Angelico en Netsky, en groeide uit tot een internationaal gerespecteerde demonstrateur van elektronische drums.
Marty Townsend werd een veelgevraagd producer voor artiesten als Pop In Wonderland, Spark, John Terra, Jo Vally en Barbara Dex.
Ook speelde hij samen met Nick Beggs in de Belgische progrockband Fish On Friday.
Fish On Friday staat onder contract bij het Britse label Esoteric Recordings en heeft inmiddels zes albums op zijn naam staan, met ‘8 mm’ uit 2023 als meest recente wapenfeit.
Hun muziek wordt omschreven als een verfijnde mix van pop en progressieve rock die toegankelijk is voor een breed publiek.
In 1971 sloegen de jonge Wilma Landkroon en Pierre Kartner, beter bekend als Vader Abraham, de handen ineen voor een single die een onuitwisbare indruk zou achterlaten op de Nederlandstalige muziekgeschiedenis.
Het resultaat van deze samenwerking was het emotionele levenslied Zou Het Erg Zijn, Lieve Opa.
Wilma Landkroon werd geboren in april 1957.
Het talent en de liefde voor muziek zaten overduidelijk in de familie Landkroon.
Haar broer Henny Thijssen is een veelzijdige Nederlandse zanger, tekstschrijver en componist die geboren werd op 18 april 1952 in Utrecht en al vele jaren in Enschede woont.
Als oudere broer van Wilma Nic en haar jongere zus Reiny Landkroon vormt hij een belangrijk onderdeel van dit muzikale gezin. Reiny Landkroon werd in 1965 geboren in Enschede en zou later eveneens haar weg naar het podium vinden.
In 1968 werd het jonge kindsterretje Wilma ontdekt door Addy Kleyngeld, die haar vervolgens voorstelde aan Gert Timmerman.
Op het platenlabel van Timmerman, Carpenter, verscheen in november 1968 haar debuutsingle ‘Heintje (Bau’ Ein Schloss Für Mich)’.
Haar heldere stem scoorde al snel grote successen bij het publiek, gevolgd door platen zoals haar vierde single ‘Tachtig Rode Rozen’.
Haar jeugd stond volledig in het teken van optredens, studio-opnames en de schijnwerpers, een wereld waarin ze intensief werd begeleid en gestuurd door volwassen producers en managers.
Na deze vierde single kwam Wilma onder contract bij het platenlabel Elf Provinciën, waar ze ging samenwerken met Pierre Kartner.
Pierre Kartner was in diezelfde periode hard op weg om een van de meest succesvolle en productieve componisten, tekstschrijvers en producers van Nederland te worden.
Aan het begin van de jaren zeventig creëerde hij zijn personage Vader Abraham, aanvankelijk omringd door zijn Zeven Zonen.
Kartner had een feilloos gevoel voor wat het grote publiek wilde horen en wist als geen ander sentiment en herkenbare maatschappelijke thema’s te vertalen naar aanstekelijke melodieën.
De samenwerking voor ‘Zou Het Erg Zijn Lieve Opa’ bleek een gouden greep.
Het nummer is opgebouwd als een dialoog tussen een bezorgd kleinkind en haar grootvader.
Wilma stelt de melancholische vraag wat er gebeurt als opa er later niet meer is en of het erg is als ze dan om hem huilt.
Vader Abraham stelt haar in het lied gerust met zijn warme, vaderlijke stem.
De combinatie van de breekbare kinderstem van Wilma en de diepe, geruststellende stem van Kartner raakte direct de juiste snaar bij het publiek.
De single werd uitgebracht in 1971 en groeide in recordtempo uit tot een gigantisch succes.
In de zomer van 1971 bereikte de single de eerste plaats in de Top 40 in Nederland.
Het werd de allereerste nummer 1-hit voor Vader Abraham en betekende voor Wilma de absolute piek van haar muzikale carrière.
Er werden honderdduizenden exemplaren van de single verkocht.
Bij ons in Vlaanderen kende het nummer echter een veel bescheidener hitverloop; daar bereikte het nummer maar de zesentwintigste plaats in de Joepie Top 30 en het bereikte zelfs geen plaats in de BRT Top 30.
Op zijn eentje moest Vader Abraham wachten tot 1974 met het carnavalsnummer ‘Den Uyl is in den olie’, dat hij opnam samen met Boer Koekoek.
Deze single stond destijds twee weken op de eerste positie.
Zijn allergrootste succes volgde in 1977 met ‘Het Smurfenlied’.
Die plaat werd een gigantische internationale hit en stond maar liefst zeven weken lang op nummer 1 in de Top 40.
Ondanks het enorme succes en de vertederende uitstraling van het nummer, kende de samenwerking achter de schermen ook een schaduwzijde.
Na de grote hit ging het bergafwaarts met Wilma.
De single ‘Waarom laat iedereen mij zo alleen’ was voorlopig haar laatste studio-opname en in 1972 eindigde de samenwerking met Kartner alweer.
Wilma hield aan haar periode met Pierre Kartner en de muziekindustrie in het algemeen gemengde en later zelfs overwegend negatieve herinneringen over.
Als kindsterretje voelde ze zich achteraf vaak financieel en emotioneel tekortgedaan door de volwassenen die haar carrière stuurden, waarbij de zakelijke belangen de overhand hadden.
Het leven na de vroege roem verliep moeizaam voor Wilma.
Ze belandde in een kindertehuis en werd in 1975 gearresteerd wegens inbraak.
Pas in 1981 liet ze muzikaal weer van zich horen, toen ze meezong op de single ‘Van Washington naar Moskou’, die werd uitgebracht onder de projectnaam Sterren Voor Vrede.
Aan dit project werkten ook andere bekende namen mee, zoals Peter Koelewijn, Conny Vink, Dries Holten, Jacques Herb en Don Mercedes.
Terwijl Wilma destijds probeerde haar leven weer op de rit te krijgen, begon haar zus Reiny Landkroon in de jaren tachtig aan haar eigen muzikale loopbaan.
Tussen 1983 en 1988 trad Reiny voornamelijk op onder de artiestennaam Sacha.
Onder deze naam bracht ze diverse singles uit in het Nederlandse levenslied- en popgenre, waarvan een aantal nummers mooie successen werden.
Bekende titels van Sacha uit die periode zijn onder andere ‘Eenzame nachten’, ‘Die mooie melodie’, ‘Maar nu is het te laat’, ‘Geloof me’ en ‘Gevangen tussen vier muren’.
Na haar periode als Sacha besloot ze te gaan zingen onder haar eigen voornaam Reiny.
Onder haar eigen naam bracht ze nummers uit zoals ‘Zo gelukkig met jou’ en ‘Nu je weg bent’
Ook werkte ze in de loop der jaren samen met andere bekende namen uit de Nederlandse muziekwereld.
Opvallend genoeg nam ze, ondanks de eerdere strubbelingen van haar zus Wilma, duetten op met Pierre Kartner (Vader Abraham) en werkte ze ook samen met Arne Jansen.
In 2009 verscheen er bovendien een album van haar hand met de titel ‘Misschien dat het ooit nog went’.
Broer Henny Thijssen begon zijn eigen loopbaan in de rockmuziek.
Vanaf de oprichting in 1988 zong hij in de rockband East Coast, waarmee hij een album og twee singles uitbracht.
Met deze band won hij in 1988 de publieksprijs en de derde prijs van de vakjury op het alternatieve Wereld Songfestival in Bratislava met het nummer ‘Save Our Planet’.
De band stopte in 1990, waarna hij zich steeds meer ging richten op het schrijven en produceren van muziek, met name binnen het levenslied.
Als componist en tekstschrijver bouwde Henny achter de schermen een enorme reputatie op.
Hij werd de creatieve kracht achter talloze successen van bekende Nederlandse artiesten.
Zo schreef hij mee aan het bekende nummer ‘Ga’ van André Hazes, dat werd uitgebracht op 1 januari 2000 en waarmee hij goud en platina behaalde.
Daarnaast leverde hij veelvuldig nummers aan artiesten zoals Koos Alberts, voor wie hij nummers schreef als ‘Tranen van verdriet’ en het album ‘Net als vroeger’
Ook schreef hij hits voor Tino Martin, Corry Konings, Frans Bauer, Marianne Weber en zorgde hij voor de muzikale doorbraak van Frank van Etten.
Voor zijn omvangrijke en belangrijke bijdrage aan de Nederlandstalige muziekcultuur ontving hij de Hollandse Meester Award van Buma Stemra.
Hoewel hij decennialang vooral succesvol was als schrijver voor anderen, bracht Henny zelf ook diverse solosingles en de albums Tastbaar en Levensecht uit.
Het grote publiek maakte opnieuw kennis met zijn markante stemgeluid door zijn deelname aan de talentenjacht Bloed, zweet en tranen op SBS6, waarin hij de finale bereikte.
Zijn echte grote doorbraak als zanger bij het grote publiek kwam in 2020, toen hij op 68-jarige leeftijd meedeed aan het televisieprogramma The Voice Senior op RTL 4 en na een indrukwekkend parcours tot winnaar werd gekroond.
In de vroege jaren negentig volgden voor Wilma nog enkele comebackpogingen. De singles ‘Het leven is oneerlijk’, ‘Recht op een beetje geluk’ en ‘Waarom heb ik je nodig?’ uit 1992 leverden ondertussen niet het verhoopte succes op.
Persoonlijk drama trof haar in 1994, toen ze het nieuws haalde omdat haar huis volledig afbrandde.
Bij deze calamiteit gingen al haar behaalde gouden platen verloren. Een jaartje later, in 1995, besloot Wilma de showbizz definitief de rug toe te keren.
Slechts sporadisch trad ze daarna nog in de openbaarheid.
In 2005 was ze samen met Jan Smit te gast in een televisieprogramma van Paul de Leeuw.
Tijdens deze uitzending stak ze haar diepe, negatieve herinneringen aan haar voormalige managers en begeleiders Ben Essing en Pierre Kartner niet onder stoelen of banken.
Desalniettemin blijft ‘Zou Het Erg Zijn Lieve Op’a een historisch document in de popgeschiedenis van de Lage Landen.
Het markeerde de definitieve doorbraak van Vader Abraham als topentertainer en staat symbool voor het tijdperk van het emotionele Nederlandse levenslied aan het begin van de jaren zeventig.
Will Ferdy werd in 1927 in Gent geboren als Werner Ferdinande en besloot in 1948, op eenentwintigjarige leeftijd, om van zingen zijn beroep te maken.
Drie jaar later, in 1951, scoorde hij zijn allereerste hit met het nummer Ziede Gij me Gere.
Ferdy kende veel succes als Vlaamse zanger en leunde in zijn repertoire graag aan bij het Franse chanson.
Deze voorliefde leverde hem zelfs een gouden plaat op voor een album met covers van Jacques Brel.
Daarnaast had hij groot succes met ‘Het Schrijverke’, gebaseerd op het bekende gedicht van Guido Gezelle, en met de liefdesballade ‘Christine’.
Dit laatste nummer groeide uit tot zijn lijflied.
Hoewel de tekst aan een vrouw met de naam Christine gericht was, ging het in werkelijkheid over Raf, een waargebeurde en verloren liefde van de zanger.
Enkele jaren geleden vertelde hij daarover in het radioprogramma De Madammen.
Hij gaf toe dat de naam hem nog steeds pijn deed, aangezien Raf zijn grote liefde was.
Na hun breuk ontmoetten ze elkaar nog twee keer.
Tijdens een van die bezoeken dacht Ferdy dat alles weer goed zou komen, tot er plots op de deur werd geklopt.
Er kwam een andere man binnen die door Raf werd voorgesteld als zijn nieuwe vriend, wat voor de zanger een uiterst pijnlijk moment was.
Raf overleed later aan kanker, een feit dat Ferdy pas twee jaar na diens dood per toeval te horen kreeg.
In december 1970 sprak Ferdy voor het eerst publiekelijk over zijn homoseksuele geaardheid.
In een later interview omschreef hij dit als een zeer emotioneel moment waarbij hij, samen met zijn moeder, met het zweet in de handen naar de uitzending zat te kijken.
Zijn vader was op dat moment al overleden. Hoewel die wist dat zijn zoon homo was, had hij daar nooit een verwijtend woord over gesproken.
Ook zijn moeder was al lang op de hoogte.
Toch had zijn coming-out grote gevolgen voor zijn carrière. In Het Nieuwsblad vertelde Ferdy dat hij het in het begin erg moeilijk had, voornamelijk door de hypocrisie.
Dit merkte hij ook bij de VRT, de toenmalige BRT. Terwijl hij voorheen regelmatig optrad in jeugduitzendingen, liet diezelfde dienst hem plotseling weten dat ze hem voorlopig niet meer konden vragen.
Wat betreft de reactie van de kerk, gaf hij toe dat hij overwegend positieve ervaringen had, op één priester in Maldegem na die vanaf de preekstoel tegen hem predikte.
Ferdy bleef zingen tijdens missen en priesterwijdingen, en trad zelfs op aan de zijde van kardinaal Danneels.
Van zijn beslissing om uit de kast te komen heeft hij bovendien nooit spijt gehad.
Hij was blij dat hij de stap had gezet en verklaarde in een interview dat hij het onmiddellijk opnieuw zou doen.
Zijn rijke muzikale loopbaan werd in 2001 bekroond met een plaats in de Eregalerij voor een leven vol muziek.
Will Ferdy bleef tot op hoge leeftijd actief toeren met zijn liedjes, maar besloot om eind juni 2014 definitief een punt achter zijn carrière als zanger te zetten, omdat hij in schoonheid wilde eindigen.
Op Radio 2 vertelde hij later dat hij het optreden tot zijn eigen grote verwondering helemaal niet miste.
Waar hij vroeger verslingerd was aan het publiek en de sfeer in de zalen, deed het hem nadien niets meer.
Wanneer hij collega’s aan het werk zag, stelde hij enkel tevreden vast dat hij dat allemaal ook had gedaan.
Will Ferdy, die al enige tijd aan hartproblemen leed, overleed uiteindelijk op 8 november 2022 op 95-jarige leeftijd.
Hij stierf in familiale kring in zijn serviceflat in Antwerpen.
e laat een indrukwekkende en veelzijdige erfenis achter in de Vlaamse showbizz, de politiek en ver daarbuiten.
Wat veel mensen misschien niet weten, is dat Margriet haar professionele carrière oorspronkelijk begon voor de klas als leerkracht Frans, geschiedenis en Engels.
In 1985 maakte ze echter de verrassende overstap naar de muziek, en dat bleek een gouden zet.
Als zangeres scoorde ze al snel onvergetelijke hits zoals Een vriend, Alle mooie mannen zijn zo lelijk en Laissez rouler le bon temps, Jacqueline.
Haar muzikale succes opende al snel de deuren naar de televisiewereld.
Tussen 1989 en 1997 groeide ze uit tot een absoluut kijkcijferkanon voor de openbare omroep met haar eigen talkshow Margriet, die in de zomers steevast werd uitgezonden vanuit het Casino in Middelkerke.
Met haar onmiskenbare, bulderende lach en bijzonder spontane stijl werd ze een van de populairste schermgezichten van het land.
Ze was in die tijd een absolute vaste waarde in de huiskamers, niet alleen als presentatrice, maar ook als gewaardeerd panellid in geliefde programma’s zoals De zoete inval op Radio 2 en de legendarische komische quiz Zeg eens euh… op TV1.
Eind jaren negentig besloot Margriet een heel andere weg in te slaan en stapte ze in de politiek voor de partij Open Vld.
Ze diende jarenlang met veel vuur en engagement als Vlaams volksvertegenwoordiger, een ambt dat ze uitoefende tot ze in 2009 afscheid nam van het parlement.
Naast haar drukke publieke leven was ze in de eerste plaats een bijzonder trotse moeder van haar dochter Celien Deloof.
Moeder en dochter deelden een enorme passie voor zingen en stonden in de loop der jaren regelmatig samen op het podium.
Margriet was bovendien altijd heel erg eerlijk over haar persoonlijke leven; zo sprak ze als een van de eersten in Vlaanderen erg openhartig over haar maagverkleining, wat voor veel mensen bijzonder inspirerend en drempelverlagend werkte.
In 2022 maakte ze een fantastische, breed gedragen muzikale comeback dankzij haar deelname aan het VTM-programma Liefde voor muziek.
Haar vrolijke cover ‘Lekker blijven hangen’, een Nederlandstalige bewerking van ‘She’s after my piano’ van 2 Fabiola, werd een gigantisch succes waarmee ze volkomen verdiend de begeerde Radio 2 Zomerhit in de wacht sleepte.
Als ultieme kroon op haar schitterende carrière werd ze in 2023 feestelijk opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.
Deze bekroning bevestigde nog maar eens haar status als een ware icoon van de entertainmentwereld.
De zangeres Micha Marah is een achternicht van Hermans.
Vlaanderen neemt vandaag afscheid van een warme, kleurrijke en veelzijdige vrouw die generaties lang zorgde voor een lach en een traan.
Een foto van lang geleden, van Margriet Hermans (foto uit mijn privécollectie)
Gisteren nog vandaag
Margriet Hermans en haar eerste single een vriend.
Het nummer is geschreven door Chris Peeters, Marc Dex en Margriet Hermans. Roland Verlooven zorgde voor een indrukwekkende productie. De single was goed voor een eerste plaats in de Vlaamse Top 10 op 5 september 1987.
Margriet Hermans, dit is mijn paleis (Story 19 mei 1987)
Gisteren nog vandaag
Margriet Hermans medewerking aan Werelddierendag in het teken van onze vrienden de hond en de kat.(4 oktober 1991)
Getty Kaspers werd op 5 maart 1948 geboren in het Oostenrijkse Graz, maar verhuisde al op jonge leeftijd naar Nederland.
Ze groeide op in Enschede, waar haar muzikale talent al snel naar boven kwam.
In de jaren zestig begon ze te zingen in lokale bands.
Haar grote doorbraak kwam toen ze begin jaren zeventig toetrad als leadzangeres van de popgroep Teach-In.
Na vroege hits zoals ‘Fly Away’ en ‘Tennessee Town’ volgde de internationale doorbraak met Ding-a-dong.
Met Teach-In kende ze in 1975 haar absolute hoogtepunt.
De groep werd geselecteerd om Nederland te vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Stockholm met het vrolijke, aanstekelijke nummer Ding-a-dong.
Ze mochten als eerste aantreden en wonnen uiteindelijk het festival met een ruime voorsprong.
Het nummer, geschreven door Eddy Ouwens, Dick Bakker en Will Luikinga, werd een grote internationale hit en bereikte de hitlijsten in heel Europa, waaronder een top 20-notering in het Verenigd Koninkrijk.
Na dit enorme succes bleef de band intensief toeren en singles uitbrengen, maar de druk en interne verschuivingen zorgden ervoor dat de bezetting veranderde.
Getty Kaspers besloot in 1976 te breken met de groep Teach-In om een solocarrière te starten.
Hoewel er geruchten gingen over ruzie, werd de beslissing in goed overleg met de andere groepsleden genomen.
De zangeres voelde dat het succes haar te veel was geworden; ze leefde enkel nog voor haar vak en kon niet meer genieten van het dagelijks leven.
Zo moest ze zaken als het houden van een hond, lezen en koken laten schieten vanwege de overvolle agenda die volgde op de winst van het Eurovisiesongfestival.
Deze plotselinge status als ster lag haar niet goed, omdat ze liever dicht bij zichzelf bleef dan een vedette te zijn.
Voor haar nieuwe weg als soloartiest koos ze ervoor om zich achter de schermen te laten begeleiden door John Gaasbeek, terwijl ze op het podium alleen stond.
Ze streefde ernaar om niet langer enkel als de zangeres van Teach-In te worden gezien, maar als een zelfstandige artiest.
In haar nieuwe loopbaan wilde ze een volwassener geluid laten horen dan het publiek van haar gewend was.
Ze was destijds achtentwintig jaar en vond dat haar muziek bij die levensfase moest passen.
Om haar felbegeerde privéleven te beschermen, nam ze zich voor om nog maar twee tot drie dagen per week te werken.
De rest van de tijd reserveerde ze voor haar rust en persoonlijke interesses.
Onder haar eigen naam bracht ze verschillende singles uit. Haar eerste solosingle in 1976 was ‘Love Me’, een nummer dat werd geproduceerd door Eddy Ouwens.
Dit lied werd geschreven door Bert Baarslag, die helaas op 18 mei 2020 is overleden, en John Gaasbeek, die destijds eveneens lid was van Teach-In.
In 1977 volgde de single ‘Mademoiselle (Mais Oui Je T’Aime).’
Dit nummer werd geschreven door Dick Kooiman, die destijds ook de hoofdredacteur was van de Nederlandse popmuziektijdschriften Muziek Expres (1977-1985) en Popfoto, en Eddy Ouwens, die daarnaast ook weer verantwoordelijk was als producer.
Hoewel ze hiermee airplay kreeg, kon haar solowerk het gigantische succes van de Teach-In-periode niet evenaren.
Samen met John Gaasbeek en Wilma Van Diepen vormde ze in 1978 de groep Balloon.
De twee singles Summerparty, die een medley was van verschillende nummers, en het nummer All You Need Is The Music, uitgebracht in 1979, waren helaas beide een flop.
In de jaren tachtig trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en verhuisde ze met haar toenmalige partner naar Portugal, waar ze een rustiger leven leidde buiten de muziekindustrie.
Na haar terugkeer naar Nederland bleef de liefde voor het Songfestival altijd aanwezig.
Ze bleef een graag geziene gast bij speciale gelegenheden, fanbijeenkomsten en tv-programma’s rondom het festival.
In 2009 trad ze nog eens op met een nieuwe bezetting van Teach-In tijdens de opening van het Eurovisiesongfestival in Moskou, waarmee ze bewees dat haar bekendste succes nog altijd springlevend is in het collectieve geheugen van de Europese popmuziek.
Eind 2024 werkte ze mee aan de speciale theaterproductie Dingedong – De Eurovisiemusical, waarin het 50-jarig jubileum van de songfestivalwinst werd gevierd en waarin zij de rol van juryvoorzitter vertolkte.
In maart 2025 vierde ze de bijzondere mijlpaal dat het exact 50 jaar geleden was dat ze met Teach-In het Eurovisiesongfestival won.
Ze is nog altijd een fervent volger van het Songfestival en spreekt zich samen met andere oud-winnaars, zoals Lenny Kuhr, weleens uit over het evenement.
De nu 78-jarige zangeres woont samen met haar man Cor in het Overijsselse Markelo.
Af en toe laat ze nog van zich horen in de media, zoals bij de presentatie van haar biografie Een leven lang geleden en recenter nog in tv-interviews.
Ann Christy uitte in 1976 haar ongezouten mening over het Eurovisiesongfestival.
Hoewel ze de editie in Den Haag op de voet volgde, waren haar indrukken verre van positief.
Ze stelde dat het festival haar gestolen kon worden en vond de inzendingen kwalitatief ondermaats.
Volgens haar was er geen enkel liedje dat echt indruk maakte.
Zelfs de meer gewaardeerde inzendingen, zoals die van Pierre Rapsat, konden haar niet overtuigen van de relevantie van het festival.
Ook de commerciële nummers vond ze weinig origineel; ze had het gevoel dat elk liedje een kopie was van een bestaande melodie en vond dat de componisten artistiek waren achtergebleven.
Een belangrijke reden voor deze matige kwaliteit was volgens haar de gebrekkige voorbereidingstijd.
Ze merkte op dat de organisatie in de meeste landen verkeerd werd aangepakt, waarbij artiesten en componisten vaak slechts een maand de tijd kregen om alles klaar te stomen.
In die korte periode moesten arrangementen worden gemaakt en promotiecampagnes worden opgezet, waardoor er volgens haar geen ruimte was voor een degelijke voorbereiding.
Ze betwijfelde dan ook sterk of ze haar kandidatuur voor een volgende editie zou indienen, tenzij er een systeem van préselectie zou komen dat artiesten een vol jaar de tijd gaf.
Voor haar was het festival veranderd in een soort hitparade-kermis die haar niet langer kon boeien.
Tegelijkertijd maakte ze destijds bewuste keuzes tussen het zingen in het Engels of het Nederlands.
Hoewel ze een single in beide talen uitbracht, besloot ze dat ze een dergelijke dubbele release niet snel zou herhalen.
Ze vond dat de geschiktheid van een taal sterk afhing van de melodie van het nummer.
Ondanks het succes van de Vlaamse versie van haar werk, ging haar persoonlijke voorkeur vaak uit naar de Engelse versies, omdat ze de teksten daarin sterker vond. In die periode concentreerde ze zich echter op de opname van een nieuwe lp die uitsluitend uit Nederlandstalige nummers bestond.
Het jaar 1976 markeerde ook een belangrijke nieuwe weg in haar carrière met een debuut op het toneel.
Ze schitterde in een muzikale enscenering van Midzomernachtsdroom in het Mechels Miniatuur Theater, het huidige t Arsenaal.
In dit stuk van Shakespeare speelde ze de rol van Helena, een zachtmoedig meisje.
Ze stond hiervoor op de planken met collega Marijn Devalck, die destijds nog optrad onder zijn artiestennaam Marino Falco.
De productie was een enorm succes en werd meer dan 150 keer opgevoerd voor uitverkochte zalen.
De liedjes voor deze productie werden grotendeels geschreven door componist Pieter Verlinden en zijn echtgenote Rita Van Dievel.
Zij schreven zes van de acht nieuwe nummers voor deze musical, die door haar persoonlijk werden ingezongen.
Voor haar was dit een essentiële ervaring waarin ze haar zangtalent combineerde met een nieuwe uitdaging in de acteerwereld.
Pieter Verlinden, die op 25 september 2002 overleed, was een zeer invloedrijke figuur in de Belgische televisiewereld.
Hij was jarenlang verantwoordelijk voor de sonorisatie van talrijke programma’s en series, waarbij hij de muziek en het geluid selecteerde.
Zijn werk was te horen in legendarische producties zoals Wij, Heren van Zichem, Slisse & Cesar en Echo, evenals in jeugdfeuilletons als ‘Johan en de Alverman’ en ‘Axel Nort’.
Na verloop van tijd begon hij steeds vaker zelf de muziek te componeren voor de projecten waarvoor hij werd gevraagd.
Een van zijn meest herkenbare composities was de begintune van De Collega’s, maar hij schreef ook de muziek voor series zoals ‘De vorstinnen van Brugge’, ‘Een mens van goede wil’, ‘Maria Speermalie’, ‘De komst van Joachim Stiller’, ‘Mata Hari’, ‘Herenstraat 10’, ‘Hard labeur’ en ‘Het Pleintje’ .
Ook voor jeugdseries zoals ‘Johan en de ‘Alverman’ en ‘Keromar’ bleef hij actief als componist.
Naast zijn werk voor televisie schreef hij op tekst van Bert Vivier het nummer ‘Laat me nu gaan’, waarmee Linda Lepomme België vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival in 1985.
Pieter Verlinden was bovendien de vader van voormalig VRT-journalist Peter Verlinden.
Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.
Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.
Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.
Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.
In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.
Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.
Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.
De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.
De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.
Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.
In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.
Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.
Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)
Gisteren nog vandaag
De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).
Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.
De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.
In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.
Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.
Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.
Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.
Gisteren nog vandaag
Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979
Gisteren nog vandaag
Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.
De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.
Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.
Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.
Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.
Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.
Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.
Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.
Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.
Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.
Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.
Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.