40 jaar geleden, Kris De Bruyne, de tijd van holle dromen en braspartijen is voorbij.

De carrière van Kris De Bruyne start in 1968, wanneer hij doorbreekt met een bluesversie van ‘Klein klein kleutertje’.

Tijdens zijn studies aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel, enkele jaren later, leert hij in de kantine Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen.

Dit leidt al snel tot de vorming van het absurde trio Lamp, Lazerus en Kris. Ze nemen samen een plaat op, die onder meer de hits ‘De Peulschil’ en ‘De Onverbiddelijke Zoener’ bevat.

Hierna kiest De Bruyne voor een solocarrière.

In 1973 neemt hij met zijn eerste begeleidingsband, waar ook Raymond van het Groenewoud deel van uitmaakt, een titelloze debuutelpee op.

Hoewel de plaat helaas flopt, wordt ze vandaag algemeen erkend als de allereerste, echte Nederlandstalige rockplaat.

Twee jaar later, in 1975, brengt hij de single ‘Vilvoorde City’ uit, een lied over de stad die toen zijn thuishaven was.

Het nummer schetst een grauw beeld en is aanvankelijk omstreden in Vilvoorde.

In datzelfde jaar verschijnt ook de single ‘Amsterdam’, met muziek van Jo Muyllaert en tekst van De Bruyne.

Beide nummers zijn terug te vinden op het album ‘Ook Voor Jou’ uit 1975.

Met het nummer ‘Je Suis Gaga’ staat hij op 7 december 1985 op de eerste plaats in de Vlaamse Top 10.

Nadat zijn liedjes eind jaren 80 en ’90 wat uit de gratie raken, volgt de echte erkenning pas deze eeuw.

In 2007 wordt ‘Amsterdam’ opgenomen in de Eregalerij van de Vlaamse Klassiekers.

In 2021 krijgt het de ultieme bekroning als het allerbeste Nederlandstalige lied, met een nummer 1-positie in de Lage Landenlijst.

Kris De Bruyne overleed op 3 februari 2021, op 70-jarige leeftijd.

Burt Blanca, geboren als Norbert Blancke op 6 augustus 1944 in Neder-Over-Heembeek, wordt beschouwd als een van de absolute grondleggers van de rock-‘n-roll in België.

Zijn muzikale reis begon nochtans klassiek; als jong kind volgde hij lessen aan het conservatorium op de accordeon en klarinet.

Die wereld veranderde echter volledig toen hij de Amerikaanse rock-‘n-roll ontdekte.

Geïnspireerd door iconen als Elvis Presley en Bill Haley ruilde hij zijn klassieke instrumenten in voor een gitaar.

In de vroege jaren 60 vormde hij zijn band The King Creoles.

Ze maakten furore met instrumentale nummers die sterk deden denken aan de stijl van The Shadows en The Ventures.

Blanca stond al snel bekend om zijn virtuoze spel op de Fender Stratocaster, wat hem in eigen land de bijnaam de Belgische Elvis opleverde.

Wat zijn carrière echter uniek maakte, was zijn enorme succes over de taalgrens.

In 1961 werd zijn talent opgemerkt door het grote Franse label Pathé-Marconi.

Hij verhuisde naar Parijs, speelde in de legendarische club Golf Drouot en deelde in 1962 het podium van de Olympia met internationale grootheden zoals Gene Vincent.

Toen de muzikale trends in de jaren zeventig veranderden, bleef Blanca trouw aan zijn wortels.

Hij nam in dat decennium verscheidene rock-‘n-roll-albums op met zijn eigen versies van bekende songs uit het genre.

Zijn status als gerespecteerd muzikant werd bevestigd door de artiesten voor wie hij het voorprogramma mocht verzorgen.

Dit waren niet de minsten: hij opende voor legendes als Chuck Berry, Jerry Lee Lewis, Bill Haley, Gary Glitter en de Frans-Belgische rocker Johnny Hallyday.

De jaren tachtig brachten een enorme commerciële heropleving. In het begin van dit decennium ging Burt Blanca een samenwerking aan met Lou Deprijck, de producer achter Plastic Bertrand en Two Man Sound.

Dit resulteerde in de single Touche Pas à Mon R.N.R., waarmee hij de hitlijsten veroverde.

Maar daar bleef het niet bij. In 1983 richtte hij de band The Klaxons op.

Samen met zijn vrienden Jean-Marie Troisfontaine en Roger Verbestel schreef hij de megahit Clap, Clap Sound.

Het nummer werd een fenomenaal succes en haalde in verscheidene landen de top van de hitparade.

In Zuid-Afrika stond de single maar liefst 25 weken op nummer 1.

Het leverde hen verscheidene keren platina en zelfs diamant op.

Ook in het nieuwe millennium bleef hij actief en veelzijdig.

In januari 2004 maakte hij een uitstapje naar televisie door deel te nemen aan de opnamen van de populaire VTM-serie Familie.

Datzelfde jaar was ook op muzikaal vlak bijzonder: in juni 2004 gaf hij opnieuw een concert in de Olympia in Parijs en vierde hij zijn 45-jarige carrière met een optreden in de Ancienne Belgique.

Burt Blanca, inmiddels Ridder in de Orde van Leopold II, blijft de geschiedenis ingaan als de man die de elektrische gitaar in België populariseerde, internationale successen boekte van Parijs tot Zuid-Afrika, en zijn hele leven in dienst stelde van de rock-‘n-roll.

In november 1970, nu 55 jaar geleden, scoorde John Terra een hit met “Parking Rosie”.

Het nummer was een cover van “Cracklin’ Rosie” van Neil Diamond en behaalde destijds de achtste plaats in de Vlaamse Top 10.

De muziek van Neil Diamond is duidelijk een rode draad in zijn carrière gebleven.

Maar liefst 46 jaar later, in 2016, bracht Terra namelijk een volledig album uit gewijd aan de nummers van de Amerikaanse zanger.

Opvallend detail: “Cracklin’ Rosie” stond opnieuw op dat album, maar ditmaal kreeg het een nieuwe vertaling en de titel “Welkom Rosie”.

Het was dit album uit 2016 dat John Terra eindelijk de brede erkenning in Vlaanderen opleverde.

Vandaag is het ook al vijf jaar geleden dat de Nederlandse actrice, comédienne, zangeres en danseres Corrie van Gorp is overleden.

Corrie van Gorp, de dochter van Piet van Gorp van het bekende accordeontrio The Three Jacksons,

koos aanvankelijk voor een andere kunstvorm. Ze begon haar carrière in 1958 als danseres bij het Amsterdams Ballet en stapte drie jaar later over naar Het Nationale Ballet.

Haar grote doorbraak bij het grote publiek volgde begin jaren 70, toen ze samen met Willem Nijholt schitterde in de theatershows van Wim Sonneveld.

Na een hoofdrol in de musical “Een kannibaal als jij” (van Freek de Jonge en Bram Vermeulen), maakte Van Gorp in 1974 de overstap die haar iconisch zou maken: ze voegde zich bij de revue van André van Duin.

Jarenlang vormde ze, samen met Van Duin en “moppenaangever” Frans van Dusschoten, het hart van dit immens populaire revuegezelschap.

Hun teksten stonden vaak bol van de dubbelzinnigheden, wat de shows een geliefde, eigen signatuur gaf.

Naast de televisieshows en het theaterwerk met Van Duin, was Van Gorp ook solo succesvol.

Ze scoorde een aantal grote hits, waaronder “Me soesafoon”, “Zo slank zijn als je dochter”, “Alie van de wegenwacht” en “Ik ben tamboer”.

In 1978 maakte ze bovendien haar eerste en enige langspeelplaat. De teksten hiervoor werden geschreven door Tol Hansse en de muziek door Jacob Philip van Mechelen.

Uit dit album kwam de single “Een Hollandse boerenmeid”.

Los van haar solowerk, creëerde ze natuurlijk samen met Van Duin de onvergetelijke typetjes meneer en mevrouw De Bok.

In 1987 trok Van Gorp zich vrij plotseling terug uit het theater.

Oververmoeidheid (een burn-out) dwong haar rust te nemen, waarna ze jarenlang op Aruba woonde.

Ze keerde echter nog eenmaal terug op het scherm. In 2009 maakte ze, opnieuw als mevrouw De Bok, samen met Van Duin een televisie-comeback in de wekelijkse “Dik voormekaar show”.

In 2010 trok ze zich definitief terug uit het openbare leven.

In 2018 werd ze nog geëerd in het Oude Luxor Theater in Rotterdam, waar een vitrine werd ingericht met de originele kleding van haar bekendste typetje.

Corrie van Gorp overleed op 22 november 2020 op 78-jarige leeftijd in haar slaap.

Haar uitvaart begon, heel passend, vanaf haar podium in het Oude Luxor, met een witte kist.

40 jaar geleden, Julien Schoenaerts, het theater heeft goden nodig

Julien Schoenaerts wordt door publiek, pers en vakgenoten unaniem beschouwd als een van de grootste naoorlogse acteurs in Vlaanderen en Nederland.

Zijn filmdebuut maakte hij in 1955, met de hoofdrol in ‘Meeuwen sterven in de haven’ van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers.

Later in zijn carrière speelde hij nog vele memorabele rollen, waaronder Pieter de Coninck in ‘De Leeuw van Vlaanderen’ (1983) in de regie van Hugo Claus.

In 1992 vertolkte hij de rol van monseigneur Stillemans in de filmklassieker ‘Daens’, geregisseerd door Stijn Coninx.

In zijn privéleven trouwde Schoenaerts met kunstschilderes Bérénice Devos (1922-1993). Samen kregen ze drie kinderen: Bruno (°1953), die advocaat werd, Sara (1958-2013) en Helga (1961-1982).

Het leven van Julien werd echter zwaar beïnvloed door een bipolaire stoornis.

Tijdens de periodes waarin de ziekte het hem ondraaglijk maakte, trad zijn zoon Bruno op als zijn wettelijke voogd.

Het huwelijk met Bérénice Devos liep uiteindelijk uit op een echtscheiding.

Later kreeg Julien een relatie met zijn vriendin Dominique Wiche.

Met haar kreeg hij een zoon, de nu bekende filmacteur Matthias Schoenaerts.

Opmerkelijk is dat de film ‘Daens’ niet alleen een belangrijke rol was voor Julien, maar ook het debuut van zijn toen vijftienjarige zoon Matthias, die de rol van Wannes Scholliers speelde.

Julien Schoenaerts overleed op 81-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het ook al vijf jaar geleden dat oud-politicus Willy Kuijpers is overleden.

Willy Kuijpers begon zijn engagement bij de Chiro, aanvankelijk zonder banden met het Vlaams-nationalisme, maar hij groeide desondanks snel uit tot een van de grote voortrekkers van de beweging.

Hij verwierf al vroeg een grote naamsbekendheid, onder meer door de uitgave van zijn eigen magazine “Nieuw Vlaanderen”.

Zijn politieke loopbaan was indrukwekkend en spreidde zich uit over alle niveaus.

Lokaal was Kuijpers zeer aanwezig in Herent, waar hij opklom van gemeenteraadslid tot schepen, en uiteindelijk van 1995 tot 2012 burgemeester was.

Hij was Kamerlid van 1971 tot 1984 en zetelde begin jaren 80 in de Vlaamse Raad.

In 1984 volgde een verkiezing als Europees Parlementslid, en tussen 1989 en 1995 zetelde hij in de Senaat. Aansluitend was hij nog twee jaar Vlaams Parlementslid, een mandaat dat hij om gezondheidsredenen neerlegde.

Doorheen zijn carrière streed Kuijpers, gedreven door zijn Vlaamse overtuiging, voor een hele reeks verdrukte bevolkingsgroepen, van Basken over Koerden tot Armeniërs.

Vooral zijn pro-Baskische activisme was opmerkelijk. Ten tijde van de Franco-dictatuur deelde hij pamfletten uit voor een vrij Baskenland bij de kathedraal van Guernica.

Die actie kwam hem duur te staan: hij werd opgepakt, in de cel gegooid en het land uitgezet.

Naast zijn politieke strijd was Kuijpers ook erg begaan met mensen die het moeilijk hadden.

Zo nam hij in zijn eigen gezin verschillende pleegkinderen op en bood hij onderdak aan mensen die nergens anders terechtkonden.

Hij stond tevens bekend als een non-conformist. Ooit werd hem de toegang tot de Kamer geweigerd omdat hij zonder das en pak verscheen.

Hij had ook een Tijl Uilenspiegel-kantje en haalde regelmatig grappen uit. Legendarisch is zijn luide uitroep “Pujol, kust mijn hol!” in Barcelona, na een toespraak van een Catalaanse politicus.

In 1997 stopte hij om gezondheidsredenen definitief als parlementslid.

Een jaar later, in 1998, werd hij in het Vlaams Parlement gehuldigd voor zijn 25-jarig parlementair mandaat.

Sinds 1999 draagt hij de eretitel van ere-Vlaams volksvertegenwoordiger.

Hoewel hij in 2016 officieel afscheid nam van de politiek, duwde hij twee jaar later nog de lokale N-VA-lijst in Herent om zijn partij te steunen.

Willy Kuijpers overleed op 83-jarige leeftijd aan de gevolgen van een coronabesmetting, opgelopen tijdens een ziekenhuisopname.

Vandaag is het ook al 35 jaar geleden dat de Nederlandse zanger Nico Haak kwam te overlijden.

Voordat Haak bekend werd bij een groter publiek, runde hij met zijn broer Dik een autospuiterij in Delfgauw (nabij Delft).

Op een dag in december 1970 werd hij, volgens een interview met het huis-aan-huisblad “Delftse Post”, tijdens het werken ontdekt door Delftenaar Martin Stoelinga, toentertijd de manager van twee andere bandjes.

Deze adviseerde Haak om wat eigen repertoire te gaan schrijven. Het advies werd door Haak opgevolgd en samen met zijn benedenbuurman Polle Eduard (destijds lid van Tee Set en After Tea) verzon Haak een aantal liedjes.

Door de contacten van Stoelinga kwam Haak in contact met Cor Aaftink en maakte hij een plaatje met de titel Ik zou zo graag in mijn leven (wel ’s wat willen beleven).

Op de B-kant van deze single staat het nummer De Vlieger dat geschreven werd door Haak en Han Grevelt en later bekend geworden is door de vertolking van André Hazes.

Het plaatje werd gedraaid op enkele nationale radiozenders.

Haak begon met enkele optredens en er werd een bandje geformeerd met de naam De Paniekzaaiers, een project van Haak, Peter Koelewijn en Eduard.

De Paniekzaaiers bestond uit Jan en Aad Eland, Karel Schouten en Hennie Asman.

Het eerste televisieoptreden van Nico Haak en de Paniekzaaiers vond plaats in een show van Ted de Braak met het nummer ‘Daar zie ik glazen staan’.

De feestmuziek bleek aan te slaan en uiteindelijk brak Haak in 1973 definitief door met het lied Joekelille.

In 1974 werd het succes gecontinueerd met Honkie-Tonkie Pianissie en Sokkies Stoppen.

Nadat de samenwerking met Eduard was beëindigd, scoorde Haak in 1975 zijn grootste hit: Foxie Foxtrot.

Met dat lied werd onder de titel Schmidtchen Schleicher ook de Duitse markt veroverd.

Hij ontving op 24 maart 1977 een toonaangevende onderscheiding met de naam Goldene Labeltrofee voor de verkoop van meer dan 500.000 exemplaren in Duitsland.

Een doorbraak bij de oosterburen bleef verder uit, omdat Haak als grapje in de billen kneep van de presentatrice van het keurige muziekprogramma.

In 1978 werkte Haak weer samen met Eduard en scoorde hij zijn laatste grote hit: Is je moeder niet thuis.

Haak bleef gedurende de jaren tachtig een graag geziene gast in het schnabbelcircuit, maar wist zijn successen van de jaren zeventig niet meer te evenaren.

Hij had met zijn vrouw Jeanne drie kinderen, Nico jr, Kees en Eric (overleed als kind al).

Nico Haak is 51 jaar geworden en ligt begraven bij zijn zoon Eric in een familiegraf op de Algemene begraafplaats Jaffa in Delft.

Zijn zoon Kees treedt vanaf de jaren 2010 op in hetzelfde genre en met dezelfde liedjes als zijn vader en ook met hetzelfde motto: Haak gevraagd, feest geslaagd.

35 jaar geleden, Guido Claus in de Post van 2 november 1990

Johan Claus (1938-2009) richtte in dat jaar het pand op de hoek van de Hoogstraat en de Oude Houtlei in, geïnspireerd door de gelijknamige club van Al Capone in het Chicago van de jaren dertig.

Nog datzelfde jaar liet hij de exploitatie over aan zijn broer Guido, die van de zaak zijn levenswerk zou maken.

Samen met zijn levensgezellin Motte gaf Guido het artiestencafé een renommee die tot ver buiten de grenzen reikte.

Het unieke interieur, de gezelligheid en de persoonlijkheden van het koppel maakten van de ‘Hotsy Totsy’ een begrip.

Het werd een pleisterplaats voor kunst- en cultuurliefhebbers, waar ook Guido’s broer Hugo Claus en Jan Hoet graag geziene gasten waren.

Hugo legde er regelmatig een kaartje met zijn broer en literaire vrienden.

Aan de zijmuur in de Oude Houtlei hangt zijn lofgedicht ‘Achter deze gevel hier’, opgedragen aan Guido en het café.

De club was ook het decor voor een memorabel literair moment: op 17 maart 1983 stelde Hugo Claus er zijn langverwachte meesterwerk ‘Het verdriet van België’ voor aan pers en publiek, wat in de Belgische pers een ongekende hype veroorzaakte.

Guido Claus was zelf ook artistiek actief. Van 1986 tot 1991 vormde hij met Jan Albert De Bruyne (alias ‘Prof. Arnoldus Goedbier’) het muzikaal straattheater-duo ‘Twee Wezen’.

Daarnaast speelde hij in de toneelbewerking van ‘Lijmen & Het been’ (naar Willem Elsschot) en vertolkte hij rollen in films als ‘De Loteling’ (1973), ‘Vrijdag’ (1981) en ‘Hector’ (1987).

In november 1991 kwam er een abrupt einde aan een tijdperk door het plotse overlijden van Guido Claus.

De Groep Druwel kocht de zaak en het nabijgelegen pand.

Na een restauratie werd het café overgenomen door Patrick De Graeve, die de zaak een nieuwe boost gaf met Motte Claus als deel van zijn team.

Al meer dan 50 jaar is de ‘Hotsy Totsy’ een authentiek Gents artiestencafé.

Vandaag de dag is de uitbating al enkele jaren in de goede handen van Lara, die de unieke sfeer van deze historische plek verderzet.

Vandaag, precies 50 jaar geleden, op 1 november 1975, maakte de single Dansez maintenant van de Nederlandse zanger zijn entree in de Brt Top 30.

De herkenbare melodie was gebaseerd op Moonlight Serenade van Glenn Miller (1939), met een Franse tekst van zijn echtgenoot Patrick Loiseau en productie van Jean Jacques Souplet.

Het werd een enorme hit: in Vlaanderen en Nederland bereikte het de eerste plaats (op 6 december 1975) in de Brt Top 30 en in de Nederlandse Top 40 (10 november 1975)

Achter de artiestennaam Dave gaat Wouter Otto Levenbach schuil, geboren in Amsterdam in mei 1944.

Hij begon zijn carrière op twintigjarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single Girl of my dreams uitbracht.

De voornaam van “Dave Rich” hield hij aan als zijn artiestennaam.

In zijn begintijd zong Dave nog in het Nederlands.

In 1967 verhuisde hij echter naar Frankrijk.

In een aflevering van het tv-programma Volle Zalen (13 maart 2025) vertelde hij hierover aan Cornald Maas.

Hij gaf aan dat hij als jonge man met een vriend naar Frankrijk vertrok, zonder enig toekomstplan. Hij wist niet waar hij zou belanden, maar voelde dat hij iets moest veranderen; alleen zou hij die stap waarschijnlijk niet gezet hebben.

Hoewel hij in Frankrijk woonde, had hij in 1969 nog een eerste, bescheiden Nederlandstalige hit in Vlaanderen en Nederland met Natalie. Met het nummer Natalie nam hij trouwens deel aan het Songfestival van Knokke in 1969.

In datzelfde jaar deed hij met het Nederlandstalige Niets gaat zo snel mee aan het Nationaal Songfestival.

Uiteindelijk schakelde hij definitief over naar het Frans.

Zijn eerste grote hit in Frankrijk scoorde hij in 1974 met Trop Beau, een Franse vertaling van Sugar Baby Love van The Rubettes.

Na zijn hoogtijdagen in de jaren 70 keerde Dave in de 21e eeuw terug in de schijnwerpers.

Zijn autobiografie Soit Dit En Passant (2003) zorgde ervoor dat hij veelvuldig op de Franse radio en tv verscheen.

Dit leidde tot nieuwe successen: in 2004 gaf hij drie concerten in het Olympia in Parijs en zijn album Doux Tam Tam (2004) werd goed verkocht.

In 2006 bracht hij het album Levenbach uit, vernoemd naar zijn achternaam, met zeer persoonlijke teksten.

Dave bleef een bekende persoonlijkheid in zowel Frankrijk als Vlaanderen en Nederland.

Hij was te zien in de Franse film Une chanson pour ma mère (2013) en speelde een prominente rol in beide afleveringen van het Nederlandse tv-programma Chansons! met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps.

De afgelopen jaren kende hij persoonlijke tegenslagen. In 2021 ontsnapten hij en zijn partner Patrick aan een koolmonoxidevergiftiging.

Een jaar later raakte Dave ernstig gewond na een ongelukkige val van de trap in hun Parijse huis.

Hiervan is hij redelijk hersteld, al heeft hij nog last van de gevolgen; zo zijn zijn smaak- en reukzin nog steeds niet teruggekeerd.

Desondanks blijft hij actief.

Eind maart 2025 gaf hij voor het eerst een optreden in Carré in Amsterdam.

Joepie 21 augustus 1974

Gisteren nog vandaag

Dave, rusten op bevel (Joepie van 2 september 1979)

Gisteren nog vandaag

Dave (Juni 1979)

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, Hans Kazàn leert Mieke goochelen.

Hoewel hij geboren werd als Hans Mulders, kent heel Nederland en Vlaanderen hem onder de naam Hans Kazàn.

Zijn passie voor goochelen ontstond al op negenjarige leeftijd, toen hij een goocheldoos van Sinterklaas kreeg.

Dit geschenk was het startschot voor een levenslange fascinatie voor de kunst van de illusie.

Toen hij zich inschreef bij een goochelclub, moest hij een artiestennaam bedenken.

De jonge Hans was creatief en stelde zijn naam samen uit eerbetoon aan zijn idolen: ‘Ka’ van de legendarische Fred Kaps en ‘zan’ van de Italiaanse goochelaar Remo Inzani.

Het accent op de ‘a’ voegde hij toe om te voorkomen dat het als een hondennaam zou klinken.

De naam klonk zo goed dat hij hem overal gebruikte, zelfs op school. Later, na een breuk met zijn ouders, liet hij zijn achternaam officieel wijzigen in Kazàn.

In 1973 behaalde hij een indrukwekkende derde prijs in de categorie illusionisme tijdens de wereldkampioenschappen goochelen in Parijs.

De echte doorbraak bij het grote publiek kwam vanaf 1976, toen hij een bekend gezicht werd op de Nederlandse televisie.

Eerst als goochelaar in het populaire programma ‘Ren je Rot’ en later met zijn eigen goochelshows bij de TROS.

Ook toonde hij zijn veelzijdigheid als de enthousiaste quizmaster van het spelprogramma ‘Prijzenslag’ bij RTL.

De passie voor het theatervak is duidelijk overgedragen op zijn kinderen.

Zijn zoon Steven is actief als komiek, terwijl zijn zonen Oscar en Renzo in de voetsporen van hun vader zijn getreden als professionele goochelaars.

Samen met Mara (Maartje van Olst) vormen zij het succesvolle illusionistentrio Magic Unlimited.

Na jarenlang in het Overijsselse Bathmen te hebben gewoond, verhuisde Kazàn in 2005 met zijn vrouw naar het zonnige Zuid-Spanje.

Daar opende hij in 2006 het ‘Magic Palace’ in Torremolinos, een droom die helaas van korte duur was.

Toen de belangrijkste investeerder zich terugtrok, moesten de deuren begin 2007 alweer sluiten.

Ondanks deze tegenslag en het feit dat hij lijdt aan de erfelijke ziekte van Dupuytren, waarvoor hij meerdere behandelingen heeft ondergaan, is Hans Kazàn nog steeds volop actief.

Hij treedt op in theaters, is een graag geziene gast op festivals als de Zwarte Cross en Lowlands, en wordt regelmatig gevraagd als spreker.

De kroon op zijn indrukwekkende carrière kwam op 26 maart 2023.

Ter ere van zijn 50-jarig artiestenjubileum werd Hans Kazàn benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Op diezelfde dag werd ook zijn biografie, geschreven door Michel van Zeist, gepresenteerd als een passend eerbetoon aan een van Nederlands bekendste illusionisten.