Brigitte Bardot, een van de meest iconische filmsterren en sekssymbolen van de 20e eeuw, viert vandaag haar 91e verjaardag.

Brigitte Bardot begon op 15-jarige leeftijd als model en maakte in 1952 de overstap naar de film.

Haar grote doorbraak kwam in 1956 met de film ‘Et Dieu… créa la femme’, die door de expliciete scènes voor een schandaal zorgde maar haar ook wereldberoemd maakte.

Ze groeide uit tot het gezicht van de Franse nouvelle vague en speelde in meer dan 45 films.

Naast haar acteercarrière probeerde Bardot het ook als zangeres.

Ze nam nummers op met artiesten als Serge Gainsbourg en Sacha Distel.

Haar bekendste lied is waarschijnlijk ‘Je t’aime… moi non plus’, opgenomen met Gainsbourg, dat pas later werd uitgebracht.

Haar privéleven was echter minder succesvol.

Ze worstelde met depressies, verslavingen en deed verschillende zelfmoordpogingen. Bardot trouwde vier keer en had tal van affaires met beroemdheden als Gilbert Bécaud en Warren Beatty.

In 1973 stopte ze op 39-jarige leeftijd met acteren en zette ze zich in voor de dierenrechten.

Ze richtte hiervoor een eigen stichting op.

Bardot is ook een controversieel figuur geworden door haar uitspraken tegen immigratie, de islam en homoseksualiteit.

Ze is meerdere keren veroordeeld voor aanzetten tot rassenhaat en discriminatie en spreekt haar steun uit voor het extreemrechtse Front National.

Brigitte Bardot blijft een vrouw die zowel bewondering als kritiek oproept, maar ze heeft onmiskenbaar een grote invloed gehad op de Franse cultuur en de internationale cinema.

Vandaag 93 jaar geleden, overleed Gentenaar Pierre De Geyter en componist van het strijdlied “De Internationale” te Saint-Denis.

Zijn vader Adrien (Adrianus) werd op 10 april 1818 in Gent geboren en zijn moeder Rosa (Rosalia Julia) Verbauwen was afkomstig uit Menen. Zij werkten in de textielindustrie en hun zoon Pierre werd geboren in de Kanunnikstraat.

De levensomstandigheden van het Gentse arbeidersgezin waren niet bepaald rooskleurig te noemen. Armoede, honger, overbevolking en infectieziekten eisten een zware tol in de Vlaamse arbeidersbuurten van het midden van de 19e eeuw.

Toen dan ook nog eens de Vlaamse textiel- en metaalnijverheid in crisis geraakte door de industrialisering, raakten vele kostwinnaars hun baan kwijt. Hopend op betere economische omstandigheden verhuisde de familie De Geyter in 1855, zoals zovele andere Vlaamse textielarbeiders, naar het Noorden van Frankrijk, dat in die periode ook wel ‘Petit Belgique’ werd genoemd.

Al op jonge leeftijd begon Pierre in Rijsel te werken in de locomotieffabriek Fives.

Ondanks het zwaar werk volgde hij aan de avondschool voor arbeiders lessen in lezen en schrijven. Vanaf zijn zestiende kreeg hij ook tekenlessen in de academie van Rijsel, waardoor hij op de sociale ladder kon stijgen tot modelmaker in hout.

Bronnen over zijn muzikale opleiding zijn schaars, maar waarschijnlijk volgde hij vanaf 1864 muziekles aan de muziekschool van Rijsel, waar hij in 1868 een eerste prijs behaalde voor blaasinstrumenten.

Hij speelde onder meer saxofoon en werd in 1887 dirigent van het pas opgerichte socialistische koor ‘La Lyre des Travailleurs’. Zijn eerste composities situeerden zich vooral in het lichte genre, maar De Geyter stelde zijn muzikaal talent ook ter beschikking van de ontluikende arbeidersbeweging, onder andere bij stakingen.

Gustave Delory, een socialist die ‘La Lyre des Travailleurs’ had opgericht en later burgemeester van Rijsel zou worden, zocht De Geyter aan om een strijdlied te componeren voor de Rijselse afdeling van de jonge ‘Parti Ouvrier’.

De tekst die op muziek moest gezet worden was geschreven door Eugène Pottier tijdens de Commune van Parijs (1871).

In juli 1888 werd De Geyters L’Internationale voor het eerst gezongen en verder verspreid via ‘vliegende blaadjes’ die de lokale partijkas spijsden. Als auteur werd enkel de achternaam Degeyter vermeld.

Dit gebeurde om repressie tegen zijn persoon te vermijden, want zowel patronaat als overheid hielden alle uitingen van opstandig gedrag scherp in de gaten.

Deze tactische overwegingen mochten echter niet baten: De Geyter werd ‘herkend’ als componist en werd ontslagen. Intussen kende de Internationale een steeds groeiende populariteit en in 1896 kwam het startschot voor de wereldwijde verspreiding, toen het ‘XIVe Congrès du Parti Ouvrier Français’ het als lijf- en strijdlied adopteerde.

Door zijn ontslag kreeg De Geyter financiële problemen en in 1901 verhuisde hij met zijn gezin naar Saint-Denis, een voorstad van Parijs. Daarnaast ontstond er ook in zijn familie een conflict over wie nu de auteur was van de Internationale: Pierre, of zijn jongere broer Adolphe.

Uit tactische overwegingen was immers enkel De Geyter als componist vermeld en dit gaf Gustave Delory de gelegenheid om te beweren dat Adolphe – die door zijn geboorteplaats Fransman was en voor de gemeentediensten van Rijsel werkte – de componist was geweest.

Delory beweerde ook dat Adolphe de rechten had overgedragen aan de ‘Imprimerie ouvrière de Lille’, de drukkerij van de socialistische partij. Delory zette Adolphe zo zwaar onder druk dat deze inderdaad zo’n verklaring aflegde.

Pierre kon zich hiertegen niet verdedigen en zei de socialistische partij vaarwel.

In 1904 spande hij dan toch een proces aan tegen zijn broer om zijn rechten als componist af te dwingen. Pas na 10 jaar kwam er een uitspraak, die Adolphe in het gelijk stelde.

De Geyter had zich hierbij neer te leggen, maar door een dramatische ‘plotwending’ kreeg het verhaal toch nog een vervolg.

In 1916 pleegde Adolphe De Geyter immers zelfmoord.

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog kreeg Pierre een brief van zijn broer in handen, die dateerde van 1915. Hierin schreef Adolphe klaar en duidelijk dat niet hij, maar Pierre de componist was van de Internationale: “Voilà: je n’ai jamais fait de musique, encore moins l’Internationale.” Adolphe gaf in de brief ook aan dat hij zwaar onder druk was gezet om de Internationale als zijn werk te claimen.

In 1922 bevestigde een rechtbank in Parijs het auteurschap van Pierre De Geyter, die ondertussen lid was geworden van de jonge communistische partij.

Door die politieke keuze viel hij buiten de kring van het respectabel geworden socialisme, en zijn muziek raakte in Frankrijk in de vergetelheid.

De Geyter leefde voort in relatieve anonimiteit en werkte bij de gemeente Saint-Denis als lantaarnopsteker.

Enkele jaren voor De Geyters dood merkte een werknemer van de Parijse ambassade van de Sovjet-Unie op dat de componist van de Internationale nog in leven was (op dat moment was de Internationale de nationale hymne van de Sovjet-Unie).

De Geyter werd in 1927 uitgenodigd om in Moskou als eregast de plechtigheden mee te vieren die plaatsvonden naar aanleiding van 10 jaar Oktoberrevolutie.

De Sovjet-Unie zorgde ervoor dat De Geyter aan het einde van zijn leven toch enkele vruchten plukte van zijn werk: hij kreeg een Russisch staatspensioen en de gemeente Saint-Denis gaf hem de beschikking over een woning.

Naast de Internationale componeerde De Geyter vooral amusementsmuziek en strijdliederen, waarvan een groot deel in de stadsbibliotheek van Rijsel bewaard is gebleven.

Zijn standbeeld staat bij het Industriemuseum te Gent. (Diverse bronnen, Wikipedia, De Post en Annelies Focquaert)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 45 jaar geleden, lanceerde David Geffen zijn nieuwe platenfirma Geffen Record.

David Geffens carrière in de entertainmentindustrie begon bescheiden in 1964, op de postkamer van het William Morris Agency.

Hij klom snel op tot talentscout, en hoewel zijn ambitie in de filmwereld lag, werd hij vanwege zijn jonge leeftijd richting de rockmuziek gestuurd.

Na een succesvolle periode bij Ashley Famous Agency, waar hij de muziekafdeling hielp uitbouwen, startte hij samen met Elliot Roberts het managementbureau Geffen-Roberts.

Hun bureau boekte een enorm succes door voor Atlantic Records de supergroep Crosby, Stills & Nash (& Young) te contracteren.

Toen Geffen vervolgens probeerde om artiest Jackson Browne bij Atlantic onder te brengen, gaf Atlantic-baas Ahmet Ertegün hem de gouden tip: begin je eigen platenlabel.

Met de belofte van Ertegün voor productie en distributie werd in 1972 Asylum Records geboren.

Het label kreeg al snel een neus voor talent; na Jackson Browne contracteerde Geffen ook diens huisgenoten J.D. Souther en Glenn Frey, de latere oprichter van de Eagles.

Tussen 1972 en 1975 bracht Asylum een reeks iconische albums uit, waaronder werk van de Eagles, Joni Mitchell en Bob Dylan.

In 1975 verkocht Geffen het label voor 7 miljoen dollar aan Warner, waar het fuseerde met Elektra Records.

Geffen bleef aan als hoofd van de nieuwe divisie en werd later benoemd tot vicevoorzitter van de filmtak, Warner Bros. Pictures.

Zijn uitstap naar de filmwereld was echter van korte duur. Na een botsing met de bureaucratie en een aantal minder succesvolle films, besloot hij terug te keren naar de muziek.

Op 22 september 1980 lanceerde hij zijn nieuwe label, Geffen Records, en tekende diezelfde dag nog John Lennon en Elton John als zijn eerste artiesten.

Voor Lennon betekende dit het einde van een zes jaar durende stilte, wat resulteerde in het album ‘Double Fantasy’, dat kort voor zijn tragische dood verscheen.

In deze periode produceerde Geffen ook de succesvolle Broadwaymusicals ‘Dreamgirls’ en ‘Cats’.

In 1990 verkocht hij Geffen Records voor 550 miljoen dollar aan MCA, een bedrag dat een jaar later bij een overname zelfs opliep tot 670 miljoen.

Nadat hij het label in 1995 verliet, richtte hij daarvoor al 1994 samen met Steven Spielberg en Jeffrey Katzenberg de filmstudio DreamWorks SKG op.

Deze studio zou verantwoordelijk worden voor Oscarwinnaars als ‘American Beauty’, ‘Gladiator’ en de animatiehit ‘Shrek’.

Naast zijn zakelijke successen kwam Geffen ook in de media door zijn relatie met Cher in de jaren zeventig.

Later kwam hij openlijk uit voor zijn homoseksualiteit en werd hij een belangrijke filantroop, met name door grote donaties aan het wetenschappelijk onderzoek naar aids (foto Wikipedia)

40 jaar geleden, Tina Turner, waar blijft de grote liefde in mijn leven

Na decennia in de schijnwerpers, vond Turner rust en geluk in Zwitserland, waar ze sinds de jaren negentig woonde.

Haar grote liefde was de Duitse muziekmanager Erwin Bach, die ze in 1985 ontmoette.

Hij was haar onvoorwaardelijke steun tijdens de ernstige gezondheidsproblemen die haar leven teisterden, waaronder een hoge bloeddruk, een beroerte en darmkanker.

Toen enkel een orgaantransplantatie haar nog kon redden, doneerde hij een nier. In 2013 bekroonden ze hun lange relatie met een bruiloft in Zürich en ruilde ze haar Amerikaanse nationaliteit in voor de Zwitserse.

Tina Turner overleed op 24 mei 2023 op 83-jarige leeftijd in haar huis in Zwitserland.

Deze namiddag, precies 45 jaar geleden (zaterdag 20 september 1980), was de film The African Queen te zien op de brt.

Waar is de tijd gebleven dat we zaterdagnamiddag konden genieten van zo’n oude filmklassieker? Het is zo jammer dat de VRT deze mooie traditie na jaren heeft stopgezet.

Een artikel uit Joepie van 14 september 1980 blikt terug op deze iconische film uit 1951, geregisseerd door John Huston.

Destijds beschouwd als een groots avontuur, bracht de film steracteurs Humphrey Bogart en Katharine Hepburn samen in het toenmalige Belgische Congo, een periode waarin ze beiden op het hoogtepunt van hun roem waren.

Het artikel belicht de enorme uitdagingen van het filmen op locatie in die afgelegen natuurlijke omgeving, ver verwijderd van alle Hollywoodse gemakken.

De cast en crew moesten niet alleen omgaan met intense hitte en vochtigheid, maar ook met een geïmproviseerde filmset die volledig in de buitenlucht was opgebouwd (Joepie 14 september 1980)

45 jaar geleden, John Travolta, ik geniet van mijn vrijgezellenbestaan.

John Travolta’s leven kent zowel de schittering van Hollywood als de diepte van persoonlijk verlies.

Zijn hart was bijna drie decennia lang verbonden met dat van actrice Kelly Preston.

Ze trouwden in 1991 en hun huwelijk was een van de langere in de filmwereld, tot een tragisch einde kwam met haar overlijden aan borstkanker in 2020.

Samen bouwden ze een gezin op en kregen drie kinderen: zoon Jett, dochter Ella Bleu en zoon Benjamin.

Hun leven werd echter getekend door het hartverscheurende verlies van hun oudste zoon Jett in 2009.

Na het heengaan van zijn vrouw heeft Travolta zich vooral op zijn twee andere kinderen gericht en is hij, voor zover bekend, single gebleven.

Voor zijn thuisbasis koos Travolta een plek die zijn passie voor vliegen weerspiegelt.

Hij woont in een uniek landgoed in Ocala, Florida dat deel uitmaakt van Jumbolair Airport.

Dit is een zogeheten ‘fly-in’ gemeenschap waar de startbaan letterlijk tot aan zijn voordeur reikt.

Dit stelt de fervent piloot in staat om zijn vliegtuigen net zo makkelijk te parkeren als een auto, een directe link tussen zijn huis en de open lucht.

Vandaag 55 jaar geleden, overleed Jimi Hendrix, op 27-jarige leeftijd en werd daarmee een van de eerste en bekendste leden van de beruchte ’27 Club’.

Hij bracht zijn laatste uren door in het appartement van zijn toenmalige vriendin, de Duitse kunstschaatsster en schilderes Monika Dannemann, in het Samarkand Hotel.

Hoewel zij de ambulance belde, zijn de precieze omstandigheden van zijn dood altijd in nevelen gehuld gebleven, wat de deur openzette voor talloze theorieën en speculaties.

De officiële lezing, zoals die destijds door de media werd verspreid, was dat Hendrix was gestikt in zijn eigen braaksel.

Hij zou in een diepe coma zijn geraakt na het innemen van een overdosis slaappillen in combinatie met rode wijn.

Een tragisch detail hierbij is dat de Britse slaappillen die hij had genomen, aanzienlijk sterker waren dan de Amerikaanse varianten die hij gewend was.

Deze versie wordt echter tegengesproken door verschillende bronnen. Mitch Mitchell, de drummer van The Jimi Hendrix Experience, opperde in zijn boek ‘Inside the Experience’ een schrijnend alternatief.

Volgens hem stierf Hendrix pas op een brancard in de gang van het Londense ziekenhuis.

Mitchell suggereerde dat er, omdat Hendrix Afro-Amerikaans was of omdat niemand hem onmiddellijk herkende, niet adequaat naar hem werd omgekeken.

Een ander hardnekkig gerucht was een overdosis heroïne. Dit werd echter al snel ontkracht door de autopsie, waaruit bleek dat er geen sporen van heroïne in zijn bloed zaten.

Bovendien was het in zijn directe omgeving algemeen bekend dat Hendrix, anders dan vele rocksterren uit die tijd, een uitgesproken afkeer van naalden had en geen heroïne gebruikte.

De sensationeelste theorie kwam pas decennia later aan het licht. James ‘Tappy’ Wright, een voormalige roadie, beweerde in 2009 dat Hendrix werd vermoord door zijn eigen manager, Michael Jeffery.

Jeffery zou in dronken toestand hebben bekend dat hij Hendrix met hulp van anderen had volgegoten met drank en pillen.

Het motief? Angst dat zijn grootste ster, die hij vreesde, kwijt te raken, zou overstappen naar een andere manager.

Deze zware beschuldiging kan helaas niet meer op haar waarheid worden getoetst. Jeffery kwam namelijk in 1973, kort na zijn vermeende bekentenis, om het leven bij een vliegtuigcrash.

Alsof het mysterie nog niet complex genoeg was, voegde de documentaire ‘Jimi Hendrix: The Last 24 Hours’ uit 2004 er een politieke dimensie aan toe.

Hierin wordt gesuggereerd dat de CIA betrokken was bij zijn dood. Hendrix’ banden met de Black Panther Party en zijn openlijke kritiek op de Vietnamoorlog zouden hem tot een doelwit hebben gemaakt. In enkele jaren was hij uitgegroeid tot een wereldwijd icoon met een enorme invloed op de Amerikaanse jeugd.

Zijn vervormde versie van het Amerikaanse volkslied op Woodstock in 1969 wordt nog steeds gezien als een krachtig cultureel statement.

Ongeacht de ware toedracht, de wereld verloor een muzikaal genie. De man die als linkshandige speler een rechtshandige gitaar bespeelde (na de snaren in omgekeerde volgorde te hebben gezet), had de gitaarmuziek voorgoed veranderd.

Jimi Hendrix werd uiteindelijk begraven op het Greenwood Memorial Park in Renton, een stadje nabij zijn geboortestad Seattle.

Zijn plotselinge overlijden was niet alleen een muzikaal verlies, maar ook het begin van een gecompliceerde strijd om zijn nalatenschap.

Jimi Hendrix had namelijk geen testament opgemaakt. Volgens de wet ging zijn volledige vermogen daardoor naar zijn dichtstbijzijnde familielid: zijn vader, Al Hendrix.

Voor zijn eigen dood in 2002 liet Al het beheer van het miljoenenbedrijf, Experience Hendrix LLC, na aan zijn geadopteerde dochter Janie Hendrix, de stiefzus van Jimi.

Dit leidde tot een jarenlange juridische strijd met Jimi’s biologische broer, Leon Hendrix, die door deze beslissing grotendeels werd buitengesloten van de erfenis.

Uiteindelijk besliste de rechter in het voordeel van Janie, die tot op de dag van vandaag de controle heeft over de nalatenschap van Jimi Hendrix.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, The Bride, Sting betoverd door Jennifer Beals

Het klassieke horrorverhaal van Frankenstein kreeg in 1985 een opmerkelijke herwerking in de film ‘The Bride’ van regisseur Franc Roddam.

Het verhaal pikt de draad op waar het origineel eindigt. Baron Frankenstein, gespeeld door popster Sting, schept een perfecte vrouw, Eva.

De rol van Eva werd vertolkt door Jennifer Beals, die toen razend populair was na haar doorbraak in “Flashdance”.

In tegenstelling tot het oorspronkelijke verhaal, krijgt de bruid hier een eigen wil.

Ze wijst haar monsterlijke ‘partner’ (gespeeld door Clancy Brown) onmiddellijk af, waarna hij op de vlucht slaat.

Wat volgt is een dubbel verhaal: terwijl Frankenstein zijn creatie opvoedt tot de ideale vrouw en hopeloos verliefd op haar wordt, trekt het verstoten monster de wereld in.

Daar vindt hij onverwachte vriendschap bij een dwerg, Rinaldo, een rol van David Rappaport.

De film, met verder nog bekende namen als Geraldine Page en Cary Elwes, ging op 16 augustus 1985 in de Verenigde Staten in première.

De hoge verwachtingen werden echter niet ingelost. “The Bride” was een financiële flop, met een opbrengst van slechts 3,6 miljoen dollar tegenover een budget van 13 miljoen.

Ook de critici waren niet mals; de film werd vaak omschreven als traag en onsamenhangend, en de acteerprestatie van Sting werd niet altijd even warm onthaald.

Ondanks de koude ontvangst heeft “The Bride” door de jaren heen toch een zekere cultstatus verworven, gewaardeerd om zijn unieke visuele stijl en de ambitieuze poging om een feministische draai te geven aan het legendarische monsterverhaal.