45 jaar geleden, hoe Larry Wilcox het leven van zijn Chips-partner redde.

De bekende tv-reeks CHiPs, die van 1978 tot en met 1983 goed was voor zes seizoenen en destijds te zien was op de BRT, is een iconisch en licht misdaaddrama over twee motorpolitieagenten.

In de serie vertolkt Erik Estrada de rol van de macho-agent Francis, beter bekend als Frank Poncherello, terwijl Larry Wilcox gestalte geeft aan zijn no-nonsense en rechttoe rechtaan partner Jon Baker.

Samen patrouilleren ze als Highway Patrolmen voor het kantoor in Central Los Angeles van de California Highway Patrol.

De afkorting van deze politiedienst, CHP, verklaart meteen ook de herkomst van de serietitel.

Hun opdrachten krijgen de agenten steevast van Sergeant Joseph (of Joe) Getraer, een rol gespeeld door Robert Pine.

Kenmerkend voor de reeks is de ronkende motor waar de agenten op rijden: voor de opnames maakte men gebruik van de Kawasaki Z1000 P, waarbij de P heel toepasselijk voor Police staat.

De aanhoudende populariteit van de originele reeks leidde in 2017 nog tot een bioscoopfilm.

Hierin namen Dax Shepard en Michael Peña de hoofdrollen van respectievelijk Jon Baker en Frank Poncherello voor hun rekening, al dook Erik Estrada wel nog even op voor een kleine gastrol.

Wat veel televisiekijkers destijds echter niet wisten over de reeks en de twee hoofdrolspelers, is dat de vriendschap tussen de agenten louter acteerwerk was.

Hoewel Estrada en Wilcox op het scherm onafscheidelijke en loyale partners speelden, konden de twee acteurs het achter de schermen helemaal niet goed met elkaar vinden.

De onderlinge rivaliteit en de spanningen op de set liepen na verloop van tijd zelfs zo hoog op dat Larry Wilcox besloot om op te stappen.

Hij keerde daardoor niet meer terug voor het zesde en tevens laatste seizoen van de serie.

Daarnaast had Erik Estrada de reeks bijna niet kunnen afmaken: hij kreeg tijdens de opnames van het derde seizoen een zeer zwaar motorongeluk op de set, maar wist na een intensieve revalidatie toch succesvol terug te keren.

Vandaag is het ook al drie jaar geleden dat Sinéad O’Connor is overleden.

In 1992 zorgde de Ierse zangeres Sinéad O’Connor voor veel beroering toen ze live op de Amerikaanse televisie een foto van de paus verscheurde.

Haar complexe relatie met religie nam in 1999 een nieuwe wending toen ze in Lourdes tot priester werd gewijd door bisschop Michael Cox, de leider van de afgescheurde Latijnse Tridentijnse kerk.

Vanaf dat moment ging ze door het leven als Moeder Bernadette Mary en werd ze de eerste vrouw in deze functie.

De ceremonie veroorzaakte echter stevige ruzie en de weigering van de Rooms-Katholieke Kerk om de wijding te erkennen.

Omdat O’Connor destijds 200.000 dollar aan Cox had geschonken, ontstond al snel de perceptie dat ze haar priesterschap simpelweg had gekocht.

Door de jaren heen bleef de zangeres worstelen met haar identiteit, wat zich onder meer uitte in verschillende naamsveranderingen.

In 2017 veranderde ze haar wettelijke naam naar Magda Davitt.

Slechts een jaar later kondigde ze aan dat Sinéad Marie Bernadette O’Connor niet langer bestond; ze had zich bekeerd tot de islam en wilde voortaan Shuhada’ Davitt genoemd worden, een Arabische naam die staat voor martelaar of getuige.

Naast deze spirituele zoektocht werd haar leven zwaar getekend door persoonlijke en mentale worstelingen.

O’Connor kampte met de naweeën van trauma’s en misbruik uit haar jeugd. Ze gaf zelf aan dat ze door haar directe start in de muziekindustrie nooit had geleerd om een normaal leven te leiden en geen tijd had genomen om te genezen.

Na decennialang cannabisgebruik en een kortstondige verslaving aan andere middelen in 2020 door het verlies van een geliefde en de zorgen om haar tienerzoon Shane, besloot ze in 2021 in te grijpen.

Ze annuleerde al haar optredens voor dat jaar om een jaar lang te focussen op therapie en ontwenning, met als doel haar zwarte gedachten te overwinnen.

Via Twitter vroeg ze haar fans om begrip voor de zes loodzware jaren die ze had doorgemaakt, met de boodschap dat haar herstel nu echt kon beginnen.

Dit herstel werd echter ruw verstoord door een onvoorstelbaar drama toen haar 17-jarige zoon Shane in januari 2022 uit het leven stapte.

O’Connor was gebroken en noemde hem op Twitter het licht van haar leven dat besloten had zijn aardse strijd te beëindigen.

Ze sprak de wens uit dat hij in vrede mocht rusten en drukte haar volgers op het hart om zijn voorbeeld niet te volgen.

Hoe dan ook kwam er op 26 juli 2023 een verdrietig einde aan het roerige bestaan van deze veelbesproken zangeres, die op 56-jarige leeftijd overleed.

Uit het Ierse lijkschouwingsrapport bleek dat ze specifiek overleed aan een verergering van de longziekte COPD, astma en een lichte infectie in de onderste luchtwegen.

Het succes en de schaduwzijde van een countryklassieker.

Het nummer Success Has Made a Failure of Our Home van Sinead O’Connor is gebaseerd op het nummer Success van countryzangeres Loretta Lynn.

Dat origineel werd in 1961 geschreven door Johnny Mullins.

In de tekst zingt de artiest over de keerzijde van roem: het najagen van een succesvolle carrière en rijkdom heeft er in dit verhaal ironisch genoeg voor gezorgd dat het gezinsleven en het huwelijk volledig zijn stukgelopen.

Hoewel de kern en de betekenis in beide versies precies hetzelfde zijn, bracht Sinead O’Connor wel een paar subtiele tekstuele aanpassingen aan.

Zo veranderde ze onder andere de openingsregel over het achterlaten van een eenvoudige boerderij om het lied moderner te maken en beter te laten aansluiten bij haar eigen achtergrond.

Toen Loretta Lynn de single in april 1962 uitbracht, werd het een groot succes en betekende het haar allereerste top 10-hit in de Amerikaanse Hot Country Songs.

Jaren later wist Sinead O’Connor met haar eigen versie ook in de Lage Landen te scoren, waar de cover goed was voor een eenentwintigste plaats in zowel de Vlaamse BRT Top 30 als een vijftiende plaats in de Top 40.

Inmiddels is ook Loretta Lynn overleden. De legendarische countryzangeres stierf op 4 oktober 2022 op negentigjarige leeftijd in haar slaap.

Patrick de Radiguès: een leven vol snelheid en avontuur viert vandaag zijn 70ste verjaardag

Patrick de Radiguès de Chennevière, geboren op 25 juli 1956 in Leuven, is een Belgische voormalige sportman die naam maakte in zowel de motorsport als de zeilsport.

Hij is een afstammeling van de adellijke familie de Radiguès.

Zijn sportieve carrière begon in de racerij, waar hij deelnam aan auto- en motorraces, waaronder de prestigieuze 24 uur van Le Mans.

Een van zijn grote successen was het winnen van de Bol d’Or in 1984 en het behalen van de tweede plaats in het wereldkampioenschap motoruithoudingsraces in datzelfde jaar.

Op 36-jarige leeftijd maakte hij de overstap naar de zeilsport, waarbij hij zich met name richtte op solo- en shorthanded offshorezeilen.

In deze hoedanigheid nam hij deel aan diverse grote wedstrijden, zoals de Transat Jacques Vabre (waarin hij derde werd) en de Transat Québec-Saint-Malo.

Hij nam ook deel aan de zware Vendée Globe-race.

Tijdens de editie van 2000 raakte hij betrokken bij een ernstig ongeval waarbij hij bewusteloos raakte en zijn boot op de kust spoelde, een incident dat hij gelukkig overleefde.

Patrick is de broer van Didier de Radiguès, die eveneens een bekende figuur is in de Belgische motorsportwereld.

Patrick is momenteel woonachtig in Monaco.

Wat betreft de geschiedenis van de familie de Radiguès, het is een oud adellijk geslacht waarvan de wortels in Frankrijk liggen, met name in de regio rond Chennevière.

De familie vestigde zich in de loop der eeuwen in de Zuidelijke Nederlanden en het huidige België.

Het geslacht staat bekend om zijn bijdragen aan zowel het militaire, bestuurlijke als maatschappelijke leven in de regio.

De adellijke status van de familie werd in België officieel erkend en bevestigd, waarbij verschillende leden door de jaren heen belangrijke posities bekleedden.

De familie voert een wapenschild en houdt vast aan de tradities die horen bij hun adellijke afkomst, waarbij de naam de Radiguès de Chennevière de historische band met hun oorspronkelijke Franse domeinen in ere houdt.

Boule d’Or Star Racing vond plaats op het circuit van Zolder, waar Patrick de Radigués toen deelnam.

Door strengere wetgeving rond tabaksreclame en het verdwijnen van het merk, hield de rechtstreekse sponsoring van koersen en raceteams onder die naam aan het einde van de jaren 80 op te bestaan.

Vandaag is het ook al 15 jaar geleden dat Amy Winehouse is overleden.

Amy vormde op haar tiende al met haar vriendin Juliette het duo Sweet ‘n’ Sour dat vooral door Salt ‘n’ Pepa beïnvloed werd.

Op haar 14de schaft ze zich een gitaar aan en begint ze eigen liedjes te schrijven.

Nadat ze (wegens een neuspiercing) van de Sylvia Young Theatre School werd gegooid, zette Amy haar opleiding voort aan de befaamde BRIT School.

Dankzij de bevriende soulzanger Tyler James komen haar demo’s terecht bij Simon Fuller, de ex-manager van The Spice Girls.

Amy debuteert in 2003 met het album ‘Frank’.

De eerste single ‘Stronger Than Me’ levert haar in 2004 de Ivor Novello Award op. Dat is de prijs voor de beste song en compositie die jaarlijks in Groot-Brittannië wordt uitgereikt.

Datzelfde jaar staat ze op Glastonbury en het Montreal International Jazz Festival.

In tegenstelling tot het eerder jazzy ‘Frank’ kiest ze in 2007 voor de opvolger ‘Back In Black’ voor een combinatie van soul, rhythm ‘n’ blues en de 60s-pop van meidengroepen als The Ronettes en The Shirelles.

Ze huurt de befaamde Sharon Jones en haar Dap-Kings in als backinggroep.

In de lente van 2006 draait DJ/producer Mark Ronson de eerste demo’s in zijn programma op een Amerikaans radiostation.

Amy had een inventieve manier om haar songs te promoten.

Ze stak een cd in de taxi van haar vader Mitch, zodat veel mensen kennismaakten met haar muziek.

Het door Ronson geproduceerde ‘Back In Black’ is een doorslaand succes. Het wordt het best verkochte album van 2007 in Groot-Brittannië.

Op de uitreiking van de Grammy Awards wordt ze de eerste Britse zangeres die 5 Grammy’s wint.

Ze mag de prijs voor o.a. beste popalbum en beste song in ontvangst nemen en ze wordt genomineerd voor beste album.

De plaat levert 5 hitsingles op en gaat wereldwijd meer dan 13 miljoen keer over de toonbank.

Alleen al in de UK worden er 3,5 miljoen stuks van verkocht.

Het was gedurende een tijd de bestverkochte plaat van de 21ste eeuw, totdat ‘21’ van Adele in 2011 deze passeerde.

‘Valerie’, een cover van The Zutons, is in veel landen haar grootste hit.

Het nummer staat op ‘Version’, het tweede studioalbum van Mark Ronson.

In Nederland wordt het een n°1-hit, in Vlaanderen komt ze niet verder dan n°18.

Later wordt de single ook toegevoegd aan de deluxe-editie van de plaat. In de Ultratop 50 is ‘Rehab’ het succesvolst.

Het is bij ons haar enige top 10-hit.

De 3de single ‘Back To Black’ gaat over Amy’s tumultueuze relatie met Blake Fielder-Civil.

En vooral de nasleep van hun breuk nadat hij haar liet zitten voor een ander.

De term “back to black” verwijst naar haar terugval in een depressie en de bijbehorende drank- en drugsverslaving.

De single werd vooral een groot succes in de Duitstalige landen (top 10) en Griekenland, waar het een n°1-hit werd.

Amy kan het succes echter moeilijk plaatsen en verliest zich steeds meer in de drank. In relaties kent ze ook bitter weinig geluk.

Optredens moet ze meer en meer afzeggen of vroegtijdig stopzetten, omdat ze niet in staat is om op een podium te staan.

Ze komt dan ook steeds meer op een negatieve manier in het nieuws.

Plannen voor een nieuw album worden vanwege haar toestand steeds weer uitgesteld.

Totdat het licht definitief uitgaat op 23 juli 2011.

Er worden postuum nog twee singles uitgebracht, ‘Our Day Will Come’, een Amerikaanse n°1 voor Ruby & The Romantics, enkel in IJsland en Japan een hit, en ‘Body & Soul’, haar laatste opname en een duet met Tony Bennett.

Daarna volgt het postume album ‘Lioness: Hidden Treasures’ (n°3 in de Ultratop Album Top 100) met vroegere opnames, geselecteerd door Mark Ronson.

Tony Bennett en Amy Winehouse met hun nummer Body and Soul

Hun paden kruisten elkaar in maart 2011 in de beroemde Abbey Road Studios in Londen voor de opname van de klassieke jazzstandaard Body and Soul.

Dit legendarische nummer heeft zelf ook een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1930.

Het werd gecomponeerd door Johnny Green, met tekst van Edward Heyman, Robert Sour en Frank Eyton.

Oorspronkelijk werd het geschreven in Londen voor actrice Gertrude Lawrence, maar het groeide in de Verenigde Staten al snel uit tot een ware sensatie na de uitvoering door Libby Holman in de Broadway-revue Three’s a Crowd.

Al in de jaren dertig omarmde de jazzwereld het stuk gretig; grote namen als Louis Armstrong en het Benny Goodman Trio maakten er vroege opnames van.

De absolute mijlpaal voor het nummer kwam in 1939 met de legendarische instrumentale uitvoering van saxofonist Coleman Hawkins, die met zijn grensverleggende improvisaties de basis legde voor de moderne jazz en van Body and Soul de ultieme jazzklassieker maakte.

Deze samenwerking in 2011 bleek achteraf een historisch en emotioneel moment te zijn, aangezien het de allerlaatste studio-opname van Winehouse werd voor haar vroegtijdige overlijden in juli van datzelfde jaar.

Tijdens de sessie toonde Bennett zich een geduldige mentor, wat Winehouse hielp om haar zenuwen te overwinnen en een adembenemende prestatie neer te zetten.

De chemie tussen de ervaren veteraan en de jonge vocaliste was voelbaar in elke noot, waarbij hun stemmen naadloos samensmolten in een melancholische vertolking.

Het nummer werd uiteindelijk uitgebracht op het album Duets II van Bennett en won later een Grammy Award.

De opbrengst van de single ging naar de Amy Winehouse Foundation om jongeren te ondersteunen.

Body and Soul blijft hierdoor niet alleen een muzikaal hoogtepunt, maar ook een blijvend monument voor de verbinding tussen twee generaties topmuzikanten.

Mireille Mathieu mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Het nummer ‘Together We’re Strong’ is een bijzonder duet tussen de Franse zangeres Mireille Mathieu en de Amerikaanse acteur Patrick Duffy.

Het nummer is van de hand van de bekende Duitse componist Ralph Siegel, die vanwege zijn indrukwekkende palmares van vierentwintig inzendingen ook wel Mister Eurovisie Songfestival wordt genoemd.

Hij wist het festival zelfs te winnen met het nummer ‘Ein bißchen Frieden’ van de zangeres Nicole.

De oorspronkelijke tekst werd geschreven door Bernd Meinunger, terwijl Richard Palmer-James, medeoprichter van de band Supertramp, verantwoordelijk was voor de Engelse versie.

De single ‘Together We’re Strong’ werd een groot succes in de Lage Landen; in de BRT Top 30 behaalde het nummer een mooie vierde plaats en in de Nederlandse Top 40 klom het duo zelfs op naar de tweede positie.

Vandaag mag de Franse actrice en zangeres Charlotte Gainsbourg 55 kaarsjes uitblazen.

Charlotte Gainsbourg werd geboren in Londen, maar groeide op in Parijs.

Naast acteren werd het zingen Gainsbourg met de paplepel ingegoten.

Zij nam op haar dertiende het nummer Lemon Incest met haar vader op, en bij de film Charlotte for Ever bracht ze een gelijknamige cd uit.

Nadat haar vader in 1991 overleed, warmde haar gevoel voor muziek weer op.

In 2006 kwam haar tweede album, 5:55, uit, dat ze co-produceerde met het Franse duo Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin (die we kennen van de groep Air) en producer Nigel Godrich.

Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin schreven ook de muziek en de teksten werden verzorgd door Jarvis Cocker en Neil Hannon. Met uitzondering van twee nummers waar de tekst geschreven is door Charlotte Gainsbourg.

Haar muziekstijl wordt door enkelen vergeleken met die van haar ouders, waarbij met name haar zwoele stem gelijkenis vertoont met die van Jane Birkin.

Van de cd werden in Frankrijk meer dan 300.000 stuks verkocht, goed voor een platina-status.

Eind 2009 maakte zij haar derde studioalbum IRM, waarvan de titeltrack op haar officiële website als download werd aangeboden.

De eerste single hiervan is Heaven Can Wait.

De cd werd geproduceerd door Beck Hansen (artiestennaam Beck).

Het album Stage Whisper verscheen eind 2011.

Het bestaat uit twee cd’s: één met live-opnames en één met nieuwe studionummers.

Hierop werkt zij onder andere weer samen met Beck en Villagers-zanger Conor O’Brien. De single Terrible Angels uit dit album was terug een succes in Frankrijk.

In 2017 bracht ze haar album Rest uit.

Voor dit album werkte ze samen met componist en producer Sebastian Akchoté en de Amerikaanse producer en componist Danger Mouse (echte naam Brian Burton).

Bijna alle nummers zijn geschreven door Sebastian Akchoté en de teksten zijn geschreven door Charlotte Gainsbourg zelf.

Voor dit album kon ze ook rekenen op Paul McCartney, die voor haar het nummer Songbird In A Cage schreef.

Ook werkte ze samen met de groep Django Django en brachten ze samen de single Waking Up uit.

In het najaar van 2025 keerde ze terug met gloednieuw materiaal, waaronder de single “Blurry Moon” (geproduceerd en gearrangeerd door SebastiAn).

Vandaag, 75 jaar geleden, was de Italiaanse actrice Giovanna Galletti te gast op het filmfestival in Knokke.

Giovanna Galletti was een veelzijdige Italiaanse actrice wier carrière zich uitstrekte over bijna vijf decennia in zowel film als theater.

Ze werd geboren op 27 juni 1916 in Bangkok, Thailand, een ongebruikelijke geboorteplaats die voortkwam uit de expatstatus van haar familie destijds.

Haar passie voor acteren bracht haar echter al vroeg terug naar Italië, waar ze in de vroege jaren dertig haar debuut maakte op het toneel.

Om haar vaardigheden verder te verfijnen, volgde ze een opleiding aan het prestigieuze Centro Sperimentale di Cinematografia in Rome.

Daar leerde ze niet alleen de fijne kneepjes van het klassieke theater, maar bekwaamde ze zich ook in het acteren voor de camera, wat in die periode een sterk ontwikkelend medium was.

In 1938 maakte Galletti haar filmdebuut met een bescheiden rol in de komedie La dama bianca. Haar grote doorbraak bij het internationale publiek kwam vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen regisseur Roberto Rossellini haar castte in zijn meesterwerk Roma città aperta uit 1945.

In deze film, die het begin van het Italiaanse neorealisme inluidde, speelde ze de rol van Ingrid, een kille en sadistische Gestapo-agente.

Deze indringende vertolking van een meedogenloze nazi-collaborateur behoort tot de meest geprezen prestaties uit haar loopbaan en vestigde haar naam definitief in de Europese filmindustrie.

Ondanks haar stijgende succes op het witte doek, keerde Galletti na de oorlog deels terug naar haar eerste liefde, het theater.

Ze werkte intensief samen met het Piccolo Teatro in Milaan onder leiding van de bekende regisseur Giorgio Strehler.

Daarnaast speelde ze in diverse theatergezelschappen naast grootheden uit de Italiaanse toneelwereld.

Haar uitgebreide theaterervaring gaf haar een sterke dramatische diepgang, die ze vervolgens weer inzette voor haar latere filmrollen.

In de bioscoop werd ze vanaf die tijd steeds vaker gecast als schurk of in zeer complexe, mysterieuze bijrollen.

Vanaf de jaren vijftig en zestig nam ze deel aan een breed scala aan genres.

Zo was ze te zien in historische spektakelfilms en mythologische avonturen zoals The Loves of Hercules, maar ook in de bijbelse epiek The Bible: In the Beginning onder regie van John Huston.

Liefhebbers van de gotische horror herinneren haar ongetwijfeld als de teruggetrokken barones Graps in Mario Bava’s huiveringwekkende Kill, Baby, Kill uit 1966.

Ook in latere decennia bleef ze actief in grote internationale producties.

Zo had ze een memorabele rol als de prostituee in Bernardo Bertolucci’s spraakmakende Last Tango in Paris in 1972 en speelde ze een Siciliaanse dorpsvrouw in het rauwe oorlogsdrama The Big Red One van Sam Fuller in 1980.

Giovanna Galletti sloot haar indrukwekkende acteercarrière halverwege de jaren tachtig af.

Ze overleed op 21 april 1992 in Rome op 75-jarige leeftijd.

Met meer dan veertig filmrollen en talloze theatervoorstellingen liet ze een rijke erfenis na.

Ze wist zich met haar karakteristieke uitstraling en klassiek geschoolde techniek moeiteloos staande te houden in een sterk veranderend filmlandschap, waarbij ze uiteenlopende personages altijd met grote overtuiging wist neer te zetten.

Daarnaast zijn er nog enkele interessante weetjes over haar leven en carrière die haar veelzijdigheid onderstrepen.

Een opvallend detail is haar gedenkwaardige rol in ‘Roma città aperta’, waar de dynamiek met tegenspeelster Maria Michi vaak wordt gezien als een van de vroege subtiele uitingen van een lesbische ondertoon in de Italiaanse cinema.

Bijna dertig jaar later stonden Galletti en Michi overigens opnieuw samen op de set voor Last Tango in Paris.

Naast haar werk voor de camera was Galletti tevens een veelgevraagde stem in Italiaanse hoorspelen op de radio, waar ze haar geschoolde theaterstem optimaal kon benutten.

Haar internationale allure bracht haar bovendien naar de Belgische kust, waar ze op 20 juli 1951 te gast was op het filmfestival in Knokke.

Dit mondaine evenement in het Casino van Knokke trok in die tijd veel Europese sterren en bood haar de kans om haar netwerk in de internationale film- en kunstwereld verder uit te breiden.

Wat haar privéleven betreft, was Galletti een enorme uitzondering in een filmindustrie die vaak dreef op roddels en schandalen.

Ze hield haar persoonlijke leven volstrekt gescheiden van haar publieke persona en schermde zichzelf zorgvuldig af van de pers.

Hierdoor is er in de historische archieven vrijwel niets te vinden over eventuele huwelijken, langdurige romantische relaties of kinderen.

Ze weigerde halsstarrig om interviews te geven over zaken die niet direct met haar vak te maken hadden en negeerde de sensatiepers in Rome volkomen.

Voor Galletti draaide alles puur om het acteerwerk.

Deze bewuste keuze voor absolute discretie zorgde er niet alleen voor dat ze in alle rust kon leven, maar versterkte ook sterk de mysterieuze en ongrijpbare uitstraling die haar personages op het witte doek zo onvergetelijk maakte.

Kim Carnes was al beroemd voordat ze beroemd werd.

In 1981 werd de stem van Kim Carnes in Amerika omschreven als een geluid dat tegelijkertijd zoet en schor was, vergelijkbaar met gekarameliseerde suiker.

Ze kon destijds inderdaad zeemzoet overkomen, om dan plots rauw uit te pakken.

Dat was destijds goed te horen op Bette Davis Eyes, haar eerste hit in onze hitlijsten.

Kim Carnes weigerde eerst om het nummer op te nemen, maar gelukkig voor haar en voor ons veranderde ze van mening na het horen van de nieuwe arrangementen die geschreven waren door Bill Cuomo.

Het nummer was destijds geschreven door Jackie DeShannon en Donna Weiss en was oorspronkelijk terug te vinden op het album New Arrangements van Jackie DeShannon uit 1975.

De single kwam op 28 maart 1981 de Billboard Hot 100 binnen en stond vanaf 16 mei 1981 negen weken op de eerste plaats.

In Vlaanderen bereikte de single de vijfde plaats in de hitlijst, terwijl de single in Nederland niet verder kwam dan de zeventiende plaats in de Top 40.

Hiermee bereikte de kleine blonde dame destijds eindelijk wat haar jaren daarvoor al was voorspeld.

Collega-muzikanten en journalisten waren het er toen immers al roerend over eens dat ze in de wieg was gelegd voor de status van superster, en met die felbegeerde eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten had ze dat doel op dat moment ook helemaal waargemaakt.

De eerste grote stap werd ruim een jaar daarvoor gezet met de hit ‘Don’t fall in love with a dreamer’, een duet van Kim met Kenny Rogers.

Dat liedje had ze destijds samen met haar echtgenoot Dave Ellingson geschreven.

Kim kende Kenny Rogers trouwens al lang, aangezien ze ooit samen lid waren van de groep The New Christy Minstrels.

Kenny Rogers was daar toen niet de zanger, maar speelde er gedurende een kleine twee jaar contrabas.

Deze groep had een sterk wisselende bezetting.

Andere bekende oud-leden zijn Barry McGuire, die na zijn vertrek in 1965 een wereldwijde hit scoorde met Eve of Destruction, Jerry Yester, die later bij The Lovin’ Spoonful speelde, Gene Clark, die later deel uitmaakte van The Byrds, en Larry Ramos, die later zanger en lid werd van The Association.

Haar eerste solo-hit in Amerika was geen eigen compositie, maar ‘More Love’ van Smokey Robinson.

Uit dezelfde eerdere elpee Romance Dance kwam destijds ook een eigen versie van ‘Cry like a baby’ van de Box Tops.

Grote namen zoals Barbra Streisand, Anne Murray en Rita Coolidge hadden haar nummers toen al vertolkt.

Barbra Streisand heeft zelfs drie verschillende nummers gezongen die door Kim Carnes zijn geschreven: ‘Love Comes from Unexpected Places’, dat Streisand opnam voor haar succesvolle album ‘Superman’ uit 1977,

‘Stay Away’, dat door Streisand werd gecoverd op haar album ‘Songbird’ uit 1978, en later het nummer ‘Make No Mistake, He’s Mine’, wat een bijzonder geval is, omdat dit nummer in 1984 werd uitgebracht als een duet tussen Barbra Streisand en Kim Carnes en terug te vinden is op Streisands album ‘Emotion’.

Anne Murray coverde ‘You’re a Part of Me’, een nummer dat oorspronkelijk door Kim Carnes werd geschreven en uitgebracht op haar titelloze album uit 1975.

Ook Rita Coolidge coverde datzelfde nummer ‘You’re a Part of Me’.

Daarnaast coverden ook grotere namen zoals Don Williams, Engelbert Humperdinck, Kenny Rogers en Tim McGraw nummers van haar hand.

Zelfs Frank Sinatra had al met haar werk te maken gehad; zij en haar echtgenoot herbewerkten en schreven destijds de tekst voor zijn nummer ‘You Turned My World Around’, een compositie van Bert Kaempfert en Herbert Rehbein die Sinatra in 1974 uitbracht als single en die ook te horen is op zijn album Some Nice Things I’ve Missed.

Kim Carnes heeft in haar carrière naar schatting tussen de 10 en 15 miljoen platen verkocht, waarbij albums en singles zijn meegeteld.

Ze heeft 2 Grammy Awards gewonnen uit haar in totaal 8 persoonlijke nominaties.

Tegenwoordig leidt ze samen met haar man een rustig leven in Nashville. Achter de schermen is ze nog altijd actief als songwriter, en ze brengt af en toe nog nieuw werk of een remix uit.

Zo verscheen haar laatste single “If I Was an Angel” in 2023, en bracht ze dit jaar een nieuwe versie van haar klassieker Bette Davis Eyes uit op Spotify.

Over drie dagen, op 20 juli, viert ze haar verjaardag en mag ze 81 kaarsjes uitblazen

Britney Spears: van tieneridool tot overlever en creatieve kracht

Als er iemand was die zowel de fraaie als de inktzwarte kanten van de roem kende, dan was het Britney wel.

Ze genoot van enorm succes, maar kreeg ook keiharde klappen te verwerken.

Met het nummer Baby One More Time werd ze op haar zeventiende wereldberoemd; een hit waarin ze zowel onschuld als ontluikende seksualiteit uitstraalde, verpakt in onweerstaanbare bubblegumpop.

Ze verkocht er miljoenen platen mee, meisjes imiteerden haar looks, jongens waren verliefd op haar en ze groeide uit tot een publiekslieveling.

Ze had destijds een relatie met boyband-idool Justin Timberlake, die al net zo braaf leek als zijn toenmalige vriendin.

Haar kuise imago stond echter mijlenver af van haar eigen persoonlijkheid, omdat ze simpelweg niet kon omgaan met de dubbele boodschap die ze uitstraalde.

Aan de ene kant werd haar maagdelijkheid zeer hard ingezet als verkoopstunt door zich voortdurend uit te spreken tegen seks voor het huwelijk, terwijl de wereld aan de andere kant een meisje zag dat steeds meer moeite kreeg om zich zo te gedragen en totaal doorsloeg.

Het werd bijna haar ondergang.

Na een in stomdronken toestand afgesloten bliksemhuwelijk, nog een huwelijk, een scheiding, het kaalscheren van haar hoofd, vechtpartijen en aanrijdingen met paparazzi, drugsgebruik, een opname in een psychiatrische kliniek, ontelbare foute vriendjes en een ondercuratelestelling bij haar eigen vader, ging het in de zomer van 2011 gelukkig weer de goede kant op met de gevallen muziekengel.

Aan die ellendige jaren hield ze wel twee mooie kinderen over die ze koesterde.

Ze had zich herpakt, volgde haar eigen weg in plaats van het pad dat voorheen door anderen voor haar werk was uitgestippeld, en rekende met haar album Femme Fatale definitief af met haar gecompliceerde verleden.

Het meisje was vrouw geworden en met haar nieuwe werk richtte ze zich op een ouder, extravaganter en eigenzinniger publiek. Zingen was nog steeds niet haar allersterkste punt, maar als performer bleef ze onovertroffen.

Het kon dan ook niet anders dan dat het een waanzinnige show zou worden.

Het was geleden van 2004 dat Britney Spears voor het laatst in Vlaanderen en Nederland optrad, maar met haar Femme Fatale-tour was ze eindelijk weer helemaal terug.

De Femme Fatale Tour uit 2011 was commercieel gezien een succes, met een wereldwijde opbrengst van ongeveer 68,7 miljoen dollar.

Haar carrière begon bij Disney, waar ze in haar vroege tienerjaren toetrad tot The Mickey Mouse Club.

Ze had er op haar achtste al auditie gedaan, maar werd in eerste instantie afgewezen omdat ze te jong was.

Barry Manilow raakte door Britney’s breakdown geïnspireerd voor zijn eigen album 15 Minutes.

Britney verkocht meer cd’s dan welke andere tienerpopster ooit: voor haar twintigste gingen er wereldwijd meer dan 37 miljoen over de toonbank.

Op zaterdag 8 oktober 2011 stond ze in het Sportpaleis in Antwerpen en op woensdag 19 oktober 2011 was ze te zien in de Rotterdamse Ahoy.

Haar laatste wereldtournee, met de naam Piece of Me, toerde in de zomer van 2018 door Noord-Amerika en Europa.

Op 15 augustus 2018 gaf ze een volledig uitverkocht concert in het Sportpaleis in Antwerpen.

Er werden die avond 16.787 tickets verkocht. Hoewel Nederlandse fans hoopten op een show in bijvoorbeeld de Ziggo Dome of Rotterdam Ahoy, waar ze in 2011 nog stond, werd Nederland niet opgenomen in het tourschema van 2018.

Veel Nederlandse fans reisden daarom af naar Antwerpen of Berlijn om haar te zien.

Na het beëindigen van haar curatele in 2021 heeft Britney Spears in 2023 haar succesvolle autobiografie The Woman in Me uitgebracht.

Momenteel is ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van een verfilming van dit boek door Universal Pictures, onder regie van Jon M. Chu, bekend van de recente bioscoophit Wicked en Crazy Rich Asians.

Liz Meriwether, bekend als bedenker van de hitserie New Girl en haar werk aan The Dropout, is officieel aangesteld om het script te schrijven.

Haar komst brengt een sterke balans tussen emotie en humor naar het project.

Regisseur Jon M. Chu heeft aangegeven dat Britney Spears zelf een grote en actieve rol krijgt binnen het creatieve proces om ervoor te zorgen dat haar verhaal correct wordt verteld.

Interessant is dat Britney Spears via sociale media heeft gedeeld dat de film mogelijk geen standaard, zware biografische dramafilm wordt, maar dat er gekeken wordt naar een fictieve musicalvorm waarin ze zelf ook een rol zou kunnen spelen.

De Chevrolet Corvette van Kim Novak in juli 1961 en de schaduw van haar eerdere relatie met Ramfis Trujillo

De Amerikaanse actrice Kim Novak en de Dominicaanse playboy Ramfis Trujillo hadden een kortstondige maar veelbesproken relatie in de eerste helft van 1958. Ramfis, voluit Rafael Leónidas Trujillo Martínez, was de zoon van de meedogenloze dictator van de Dominicaanse Republiek.

Hij verbleef in de Verenigde Staten voor een militaire opleiding.

Zijn vader, die hem nota bene al op vijfjarige leeftijd de rang van generaal had geschonken, hoopte dat hij daar discipline zou leren. Ramfis had echter andere plannen en maakte in Amerika vooral furore als jetsetter.

Hoewel hij in zijn thuisland al getrouwd was met Octavia Ricart en vader was van zes kinderen, overlaadde hij in Amerika de mooiste vrouwen met luxeauto’s, nertsjassen en peperdure sieraden.

Zijn reputatie liep zo ver vooruit dat jonge vrouwen in Los Angeles als grap een spottende bumpersticker op hun auto kleefden met de tekst dat hun wagen geen geschenk was van Ramfis Trujillo.

In Hollywood kruiste zijn pad dat van Kim Novak, net in de periode dat zij schitterde in de meesterlijke Hitchcock-film Vertigo. Novak stond in die tijd bekend om haar mysterieuze aantrekkingskracht en haar weigering om zich te schikken naar de strenge regels van de grote studiobazen.

Ramfis viel als een blok voor de actrice en vroeg haar zelfs ten huwelijk.

Hij deelde bovendien kwistig dure Europese sportwagens uit aan de actrices met wie hij omging.

Zo is het een historisch feit dat hij de beroemde Zsa Zsa Gabor een exclusieve Mercedes-Benz schonk.

Dat specifieke cadeau leidde zelfs tot een heus schandaal in het Amerikaanse Congres, waar men vreesde dat de financiële steun van de Verenigde Staten aan de Dominicaanse Republiek indirect werd misbruikt om sportwagens voor Hollywoodsterren te bekostigen.

Ook Kim Novak kreeg van de jonge playboy een fonkelnieuwe Mercedes-Benz cadeau.

Al deze weelderige geschenken en de bijbehorende roddels zorgden voor een enorm schandaal dat de filmstudio in de verlegenheid bracht.

Omdat zijn gedrag als playboy de spuigaten uitliep en hij bovendien zijn einddiploma van de militaire academie niet wist te behalen, besloot zijn vader dat het welletjes was en riep hij hem terug naar huis.

Bij zijn thuiskomst wachtte hem een koude douche, want zijn vrouw Octavia vroeg onmiddellijk de echtscheiding aan.

Terug in de Dominicaanse Republiek ontspoorde Ramfis volledig.

Hij hield zich bezig met gruwelijkheden, waaronder groepsverkrachtingen van jonge vrouwen en het uitdelen van onbeduidende opdrachten om mensen uit de weg te ruimen.

Het liep dermate uit de hand dat zijn vader hem noodgedwongen naar een sanatorium in België stuurde, waar hij eind 1958 een elektroshockbehandeling onderging.

Lang bleef hij daar niet, want kort daarna verhuisde hij naar Parijs om zijn oude levensstijl zonder aarzelen te hervatten.

In de Franse hoofdstad leerde hij Lita Milan kennen, een Amerikaanse actrice die onder meer naast Paul Newman had geacteerd.

Zij gaf haar veelbelovende carrière op en de twee stapten al snel in het huwelijksbootje.

Ondertussen heerste zijn vader Rafael Trujillo nog steeds met ijzeren vuist. Hij was al sinds februari 1930 aan de macht en had zelfs de hoofdstad naar zichzelf vernoemd, Ciudad Trujillo.

Zijn eenendertigjarige bewind, bij de Dominicanen bekend als het Trujillo-tijdperk of El Trujillato, staat geboekstaafd als een van de bloedigste periodes ooit in de regio.

De dictator, die extreem ijdel was en zijn gezicht poederde om blanker te lijken, was met zijn regime verantwoordelijk voor tienduizenden doden.

Een absoluut dieptepunt waren de zogenaamde Peterseliemoorden in 1937, een gerichte massamoord op tienduizenden Haïtianen. Hoewel Trujillo uitsluitend dictator was van de Dominicaanse Republiek, deelt het land het eiland Hispaniola met buurland Haïti.

In de uitgestrekte grensstreek werkten destijds veel Haïtianen als goedkope arbeidskrachten op Dominicaanse plantages.

Trujillo koesterde echter een diepe racistische haat en was geobsedeerd door het idee om zijn land witter en Spaanser te maken.

Hij zag de donkerdere, Franstalige buurbevolking als een bedreiging en gaf het meedogenloze bevel om de Dominicaanse grensstreek etnisch te zuiveren.

Afhankelijk van de historische bron werden er tussen de 5.000 en 67.000 Haïtianen afgeslacht.

De naam van dit lugubere bloedbad verwijst naar de wrede taalkundige test die de soldaten gebruikten om de bevolkingsgroepen te onderscheiden.

Ze hielden een takje peterselie, in het Spaans perejil, omhoog. Omdat dit Spaanse woord een rollende r en een specifieke j-klank bevat, was het voor de Franstalige of Creools sprekende Haïtianen nagenoeg onmogelijk om dit perfect uit te spreken.

Wie het woord met een verkeerd accent uitsprak, werd onmiddellijk op brute wijze geëxecuteerd met kapmessen of bajonetten om munitie te besparen.

Aan deze jarenlange terreur kwam pas een einde toen Rafael op 30 mei 1961 werd vermoord door samenzweerders, die financieel en logistiek werden gesponsord door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.

In de onmiddellijke nasleep van de moord nam Ramfis de tijdelijke controle over het land over.

Gedreven door wraak zwoer hij alle betrokkenen bij de dood van zijn vader te straffen, een belofte die hij waarmaakte door eigenhandig tal van verdachten te vermoorden en te martelen.

De internationale en binnenlandse druk werd echter onhoudbaar, waardoor de familie Trujillo op 19 november 1961 gedwongen werd het land te verlaten.

De vlucht naar Frankrijk verliep in stijl via het luxueuze jacht Angelita, een indrukwekkend schip dat vandaag de dag nog steeds vaart onder de naam Sea Cloud.

Aan boord bevond zich ook de kist van zijn vader, die naar verluidt was bekleed met vier miljoen dollar aan contant geld, kostbare juwelen en belangrijke waardepapieren.

Na een kort verblijf in Frankrijk vestigde Ramfis, de zoon van de overleden dictator Rafael Trujillo, zich in 1962 in Spanje, waar hij bescherming genoot van Generalisimo Francisco Franco.

Daar zette hij zijn extravagante jetset-leven ongehinderd voort en besteedde hij veel tijd aan het vliegen met vliegtuigen als hobby.

Aan dit decadente bestaan kwam een abrupt einde in december 1969. In de buitenwijken van Madrid raakte Ramfis bijzonder zwaar gewond bij een auto-ongeluk.

Hij bestuurde op dat moment een blauwe tweedeurs Ferrari 330GT met serienummer 9151, een sportwagen die hij in 1966 had gekocht.

Bij de harde klap kwam de bestuurster van het andere voertuig, Teresa Bertrán de Lis, op slag om het leven.

Zij was de hertogin van Alburquerque en een zeer prominent lid van de Spaanse hoge adel. Ramfis zelf overleefde het ongeluk in eerste instantie, maar stierf elf dagen later, op 27 december 1969, in een Spaans ziekenhuis aan de complicaties van een opgelopen longontsteking.

Zijn zwaar gehavende Ferrari bleef vanaf 1969 ongerestaureerd in Spanje staan, tot het wrak uiteindelijk begin 2013 voor 50.000 dollar te koop werd aangeboden aan verzamelaars

Virna Lisi: van Hollywoods blondine tot de koningin van het Italiaanse drama

Virna Lisa Pieralisi werd geboren op 8 november 1936 in de Italiaanse kuststad Ancona en groeide uit tot een van de meest gewaardeerde actrices van de Italiaanse cinema.

Ze verhuisde in de vroege jaren vijftig met haar familie naar Rome, waar haar geplande bedrijfstudies al snel plaatsmaakten voor een loopbaan in de filmwereld nadat ze op zeventienjarige leeftijd werd ontdekt.

Haar debuut volgde in 1953 met een rol in de muzikale film E Napoli canta.

In deze vroege periode viel ze in eigen land niet alleen op door haar rollen in komedies en historische spektakelfilms, maar ook door een uiterst populaire tandpastareclame op televisie waarin de gevleugelde woorden ‘Met die mond kan ze zeggen wat ze wil’ een begrip werden in de Italiaanse popcultuur.

In de jaren zestig kreeg ze internationale belangstelling door haar optreden in Franse producties zoals La Tulipe Noire met Alain Delon.

Dit trok de aandacht van Hollywood, waar men na het overlijden van Marilyn Monroe zocht naar een nieuwe blonde sensatie.

Ze tekende een contract bij Paramount Studios en maakte in 1965 haar Amerikaanse debuut naast Jack Lemmon in de satirische komedie How to Murder Your Wife.

Kort daarna was ze te zien met Tony Curtis in Not with My Wife, You Don’t! en speelde ze aan de zijde van Frank Sinatra in de avonturenfilm ‘Assault on a Queen’ uit 1966.

Hoewel ze genoot van de professionaliteit in Amerika, raakte ze snel gefrustreerd door de stereotype rollen van de verleidelijke, blonde verschijning.

Om die reden weigerde ze de hoofdrol in de film Barbarella, verbrak ze haar contract in Hollywood en keerde ze terug naar Europa.

Na haar terugkeer in Italië en Frankrijk richtte ze zich bewust op meer gelaagde en complexe personages.

Ze speelde in komedies zoals Signore en signori en maakte indruk in het drama Al di là del bene e del male uit 1977, waarin ze de neurotische zus van de filosoof Friedrich Nietzsche vertolkte.

Haar absolute artistieke hoogtepunt beleefde ze in 1994 met haar vertolking van de kille en berekenende Catharina de’ Medici in het historische drama La Reine Margot.

Voor deze rol ontving ze de prijs voor beste actrice op het Filmfestival van Cannes en won ze een Franse César.

In de latere decennia van haar leven werkte ze veelvuldig voor de Italiaanse televisie en bleef ze actief tot aan haar laatste speelfilm Latin Lover.

In haar privéleven koos ze altijd voor discretie en stabiliteit, ver weg van de typische schandalen in de filmwereld.

Ze trouwde in 1960 met de architect en projectontwikkelaar Franco Pesci, met wie ze drieënvijftig jaar samenbleef tot aan zijn overlijden in 2013.

Samen kregen ze een zoon, Corrado.

Ze gaf regelmatig aan dat haar gezin altijd haar grootste prioriteit was en dat ze zonder aarzelen rollen liet schieten om tijd met hen door te brengen.

Virna Lisi overleed op 18 december 2014 op 78-jarige leeftijd in haar slaap in Rome, nadat er kort daarvoor longkanker bij haar was vastgesteld.

Het is vandaag precies vijf jaar geleden dat de voorverkoop van Drie meiskes uit Gent van start ging.

In dit boek van Petra Rosseau volgen we drie vriendinnen die elkaar dertig jaar geleden leerden kennen op de parking van de Gamma tijdens een concert van De Kreuners.

Die ontmoeting veranderde hun leven voorgoed.

Het resultaat is een hartverwarmend en persoonlijk verhaal vol muziek, backstageverhalen, koude nachten en bovenal een onverwoestbare vriendschap.

De lezer krijgt een unieke inkijk in een stukje belpopgeschiedenis, rijkelijk geïllustreerd met foto’s die destijds werden genomen met hun eerste eenvoudige fototoestellen.

De reacties op het boek zijn lovend.

Zo noemt Rick Tubbax het een bijzonder goed geschreven en meeslepend relaas dat hij in één ruk heeft uitgelezen.

Hij genoot van de rake typeringen en de humor in het verhaal.

Zelfs Walter Grootaers merkte op dat zelfs Ben Crabbé het boek kan waarderen.

Dit succes is te danken aan de unieke dynamiek tussen de drie hoofdrolspelers.

Christelle de Bosschere is de sociale spil van de groep.

Dankzij haar durf en haar uitgebreide netwerk kregen de vriendinnen vaak toegang tot de backstage en kwamen samenwerkingen met namen als Jean Blaute en Rick de Leeuw tot stand.

Natacha van Meenen vormt het creatieve brein.

Hoewel ze inmiddels in Ierland woont en een deel van haar eigen archief verloor, wist zij met haar oog voor vormgeving van alle oude foto’s en herinneringen een prachtig geheel te maken.

Petra Rosseau is de drijvende kracht en organisator.

Met haar scherpe geheugen en haar vlotte pen fungeerde zij als de schrijver die alle avonturen op papier kreeg.

Wanneer hoofd, hart en handen op deze manier samenkomen, ontstaat er iets bijzonders.

Drie meiskes uit Gent is daarvan het levende bewijs: een ode aan vriendschap die garant staat voor urenlang leesplezier.

45 jaar geleden, Making Movies: Mark Knopfler, de loodzware tour en de pijnlijke breuk met broer David

Na het sensationele debuutalbum met de klassieker ‘Sultans of Swing’ was het misschien niet zo vreemd dat de tweede plaat enigszins teleurstelde.

Met Making Movies had Knopfler, de centrale figuur in de band – zich echter ongelooflijk herpakt.

Het geluid bleef herkenbaar als Dire Straits, maar was nu verrijkt met verrassende loopjes, invallen en variaties die men van een muzikant als hij mocht verwachten.

Tijdens de opnames van het derde album Making Movies in New York liepen de spanningen tussen de broers echter hoog op.

Ze konden artistiek en persoonlijk niet meer door één deur.

Na heftige discussies verliet David de band.

Mark nam vervolgens alle gitaarpartijen van David opnieuw op en David werd niet eens vermeld op de hoes van het album.

Sinds het pijnlijke vertrek van David uit Dire Straits in 1980 spreken de twee broers elkaar niet meer.

David heeft in interviews aangegeven dat de situatie een zware schaduw over hun levens en families heeft geworpen.

Hij omschreef het destijds als een situatie waarin ze in de studio met hun ogen naar de vloer gericht liepen en er geen sprake meer van communicatie was.

De diepte van de breuk werd nogmaals pijnlijk duidelijk toen Dire Straits in 2018 werd opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.

Mark Knopfler weigerde simpelweg te komen opdagen, mede om te voorkomen dat hij met zijn broer geconfronteerd zou worden.

David liet daarop via social media weten dat Mark de reünie en de fans had koudgesteld.

Tot vandaag is het conflict nooit bijgelegd; beide broers hebben hun eigen weg gekozen in de muziek en leven volledig langs elkaar heen.

Terwijl David zijn eigen weg zocht, ploegde Mark met zijn band door een loodzware tour.

Hij had, zoals hij zelf zei, “the road kills me” – en toch wilde hij niets anders.

Elke avond speelde hij alsof zijn leven ervan afhing, puur uit respect voor het publiek.

De fans betaalden immers flink voor een ticket, en een rockband die haar publiek serieus neemt, levert elke avond het beste wat ze in huis heeft.

Op de vraag of ‘Sultans of Swing’ niet begon te vervelen, antwoordde hij dat hij niet elke avond stond te popelen om het te spelen, maar dat het publiek het nummer nu eenmaal wilde horen.

Bovendien zag hij het als een uitdaging om zo’n klassieker elke avond opnieuw fris en levendig te laten klinken.

Tijdens een optreden moet een muzikant talloze, soms sterk uiteenlopende emoties uit zijn instrument en zijn lijf toveren.

Mark vertelde dat het nummer hem nog altijd raakte, omdat hij de intentie erachter kende: hij had het geschreven, erop gezweet, erom gehuild en gevloekt.

Die emoties kwamen terug zodra hij de nummers speelde.

Nummers als ‘Expresso Love’ en ‘Solid Rock’ waren pure krachtexplosies en snelheid.

Hij had geleerd dat je aan zulke songs niet te lang moet sleutelen, anders verlies je het momentum.

De langzamere nummers, zoals ‘Tunnel of Love’, kwamen voort uit een dieper deel van zijn wezen.

Daar had hij weken aan gewerkt, stap voor stap, op zoek naar perfectie – al gebruikte hij dat woord met enige aarzeling.

Zo’n energieverslindende tournee leek funest voor de creativiteit, maar volgens Mark viel dat reuze mee.

Ondanks te weinig slaap, constante geestelijke en lichamelijke ontwrichting en elk gevoel voor tijd en plaats kwijt, was hij voortdurend met muziek bezig: de show moest blijven vlammen, en daarnaast broedde hij al op ideeën voor het volgende album.

Die zou pas echt vorm krijgen zodra hij zijn normale ritme weer terug had.

Destijds was hij een voorstander van snel werken: een album in een week of zes opnemen, gevolgd door een week voor de eindmix. Perfect of niet, het was rock-’n-roll en dat moest vaart hebben.

Op de vraag of ‘Making Movies’ zo goed was geworden omdat de pers ‘Communiqué’ zo zwak vond, antwoordde Mark dat dat onbewust misschien een rol had gespeeld.

Hij had echter nooit gedacht dat ‘Communiqué’ het einde van Dire Straits zou betekenen.

Hooguit een kleine impasse, al was hij daar niet eens zeker van.

Men vergeleek alles altijd met zijn allerbeste nummer, wat hij onterecht vond.

Na het eerste album werd hij de hemel in geprezen, na de tweede onder het tapijt geveegd.

Hij geloofde niet dat het kwaliteitsverschil zo groot was.

Het voordeel was wel dat de derde plaat alleen maar kon meevallen – en volgens pers en publiek was dat in juli 1981 overduidelijk het geval.

Van het legendarische Making Movies (1980) gingen naar schatting 5 tot 7 miljoen exemplaren over de toonbank.

In hun thuisland behaalde de plaat dubbelplatina, goed voor meer dan 600.000 verkochte albums.

In de Verenigde Staten werd het album bekroond met de platinastatus (minstens 1 miljoen exemplaren), terwijl het in Italië in 1981 zelfs het bestverkochte album van het jaar was met meer dan 1 miljoen verkochte stuks.

Het succes van Dire Straits is dan ook indrukwekkend: wereldwijd verkocht de band tussen de 100 en 120 miljoen platen.

Hun absolute meesterwerk Brothers in Arms (1985) is met ruim 30 miljoen exemplaren een van de bestverkochte albums aller tijden.

Mark Knopfler zelf, die in 1949 werd geboren in Glasgow en op zijn zevende naar Newcastle verhuisde, heeft als soloartiest naar schatting 10 tot 15 miljoen albums verkocht, waarbij Sailing to Philadelphia (2000) met meer dan 2,5 miljoen stuks zijn commercieel meest succesvolle plaat is.

De inmiddels 76-jarige muzikant is nog altijd actief, al is hij definitief gestopt met live toeren.

Zijn meest recente soloalbum is One Deep River (2024).

Hij woont al tientallen jaren in Londen, nabij zijn eigen British Grove Studios in Chiswick, en bezit daarnaast een landelijk huis in de regio New Forest waar hij zich regelmatig terugtrekt.

Na zijn vertrek uit Dire Straits in 1980 heeft David Knopfler een constante en productieve solocarrière opgebouwd, waarin hij meer dan 15 soloalbums heeft uitgebracht.

Naast het maken van muziek is hij ook actief als dichter en auteur.

Hij treedt daarnaast sporadisch op en werkt nauw samen met zijn vaste producer en muzikant Harry Bogdanovs.

Deze maand, op 4 juli 2026, bracht hij de single Tell Me Something uit, een samenwerking met de Britse singer-songwriter Colin Goodger.

Dire Straits, als van ouds (Veronica, 15 juli 1981)