
40 jaar geleden, de gevoelige top 10 van Sade

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

De zussen, geboren in 1936, laten een indrukwekkende en veelzijdige carrière na als danseressen, zangeressen en actrices.
Hun artistieke pad begon al vroeg. Dankzij hun muzikale ouders gingen de eeneiige tweelingzussen op zesjarige leeftijd naar de balletschool, wat in 1947 leidde tot een plek bij het kinderballet van de Leipziger Opera.
Na de vlucht van het gezin naar West-Duitsland in 1952 debuteerden ze in de revue van Düsseldorf. Het duurde niet lang voordat ze internationaal doorbraken.
In Parijs en Italië stonden ze bekend als de ‘tweeling van de benen’ en veroverden ze de harten van het publiek.

Vooral met Italië hadden ze een sterke band; ze woonden er van 1962 tot 1986 en hadden er hun eigen tv-show. Hun populariteit bleek ook in 1976, toen ze op 40-jarige leeftijd poseerden voor de Italiaanse Playboy. Dit zorgde voor een ware sensatie en het blad was in korte tijd uitverkocht.
Gedurende hun loopbaan deelden ze het podium met wereldsterren als Burt Lancaster, Fred Astaire, Sammy Davis Junior en Frank Sinatra.
Ook deden ze in 1959 mee aan het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Heute abend wollen wir tanzen gehen’, waarmee ze de achtste plaats behaalden (het jaar dat de Nederlandse Teddy Scholten won).

Ze waren echter ook kritisch op hun keuzes: zo weigerden ze een rol naast Elvis Presley in de film ‘Viva Las Vegas’, uit angst om in Hollywood getypecast te worden.
Sinds 1986 woonden de zussen weer in Duitsland, in Grünwald nabij München. Stilzitten deden ze niet; zo gaven ze in 2009 nog een reeks jazzconcerten.
Zoals ze hun leven samen deelden, zo zullen ze ook hun laatste rustplaats delen: Alice en Ellen hebben in hun testament vastgelegd dat ze samen in één urn begraven willen worden.

Het nummer “This Is My Song” werd oorspronkelijk gecomponeerd door Charlie Chaplin voor zijn film “A Countess from Hong Kong” (1966), die op 5 januari 1967 in première ging.
De hoofdrollen waren voor Marlon Brando, Sophia Loren, Sydney Chaplin en Tippi Hedren.
Het scenario was losjes gebaseerd op het leven van de Russische artieste Moussia Sodskaya, die Chaplin ooit in Frankrijk had ontmoet.
Het was Chaplins laatste film als regisseur, en hij verscheen zelf nog een laatste keer in een kleine cameo als steward aan boord van het schip.
Voor de vocale versie van het titelnummer dacht Chaplin meteen aan Petula Clark.

Hij kende haar als buurvrouw – ze had net als hij een huis in Zwitserland – en vroeg haar om het nummer op te nemen.
Het project stuitte echter op de nodige weerstand. Haar vaste arrangeur, Tony Hatch, vond het lied niet geschikt voor haar.
Petula Clark zelf had ook grote moeite met de ouderwetse tekst, maar Chaplin weigerde er ook maar iets aan te veranderen.
Omdat Hatch afhaakte, werd het arrangement uiteindelijk gemaakt door Ernie Freeman.
De productie was in handen van Sonny Burke en de instrumentale begeleiding werd verzorgd door The Wrecking Crew, een bekende Amerikaanse groep sessiemuzikanten.
Clark was wel bereid het nummer op te nemen voor haar album, maar toen platenmaatschappij Pye Records besloot het als single uit te brengen, probeerde ze dat nog te blokkeren.
Tevergeefs, want het nummer werd toch uitgebracht en groeide, tegen haar eigen verwachtingen in, uit tot een wereldhit.

Het behaalde de eerste plaats in de hitparades van zowel Vlaanderen als Nederland.
Petula Clark zong later ook succesvolle versies in het Frans (C’est ma chanson), Duits (Love, so heisst mein Song) en Italiaans (Cara felicità).
Het succes van het lied stond in schril contrast met de ontvangst van de film.
“A Countess from Hong Kong” was een flop in de VS (waar het slechts 2 miljoen dollar omzette) en de rest van Europa.
De enige uitzondering was Italië, waar de film wel een succes werd. Uiteindelijk was het dankzij het enorme succes van de filmmuziek dat de film toch nog uit de kosten kwam.

Het leven van de Amerikaanse Lisa Najeeb Halaby, geboren op 23 augustus 1951 in Washington D.C., nam een sprookjesachtige wending toen ze in Jordanië aan het werk was.
Terwijl ze als architect meewerkte aan de luchthaven van Amman, leerde ze koning Hussein kennen.
De vonk sloeg over. Ze trouwden op 15 juni 1978, waarop Lisa zich bekeerde tot de islam en de naam aannam waaronder de wereld haar zou kennen: koningin Noor van Jordanië.
Het paar kreeg samen vier kinderen: prins Hamzah (1980), prins Hashim (1981), prinses Iman (1983) en prinses Raiyah (1986).
Aan hun huwelijk kwam abrupt een einde toen koning Hussein in 1999 op 64-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van lymfeklierkanker.
Na de dood van haar man veranderde de positie van Noor aan het hof.
Koning Hussein had al acht kinderen uit drie eerdere huwelijken, waaronder Abdullah, de huidige koning.
Omdat Noor zijn stiefmoeder is, kreeg zij niet de titel van koningin-moeder.
De band met de huidige koninklijke familie is sindsdien bekoeld.
De relatie raakte naar verluidt vertroebeld nadat Noors eigen zoon, prins Hamzah, in 2004 zijn positie als kroonprins verloor.
Er wordt gefluisterd dat de koninginnen Noor en Rania niet goed met elkaar overweg kunnen.
Dit leek pijnlijk duidelijk te worden toen Noor vorig jaar geen uitnodiging ontving voor de bruiloft van kroonprins Hussein en prinses Rajwa.
Tegenwoordig verdeelt koningin Noor haar tijd tussen haar woningen in Washington D.C. en Londen.
Ze is echter niet uit het koninklijke leven verdwenen. Ze staat internationaal bekend als een bemiddelaar tussen Arabische, islamitische en westerse landen.
Met haar eigen stichting zet ze zich vurig in voor onder meer vrouwenrechten, vluchtelingenwerk en ontwapening.
Ze ontving hiervoor een onderscheiding voor haar inzet voor vrede in het Midden-Oosten, waarbij ze vaak benadrukt dat vrouwen de sleutel tot vrede en veiligheid zijn.
Daarnaast onderhoudt ze warme banden met andere koningshuizen.
Zo zou Noor goed bevriend zijn met de voormalig Koningin der Nederlanden Beatrix.
Ze was ook aanwezig bij de uitvaart van de Griekse koning Constantijn en een jaar later bij diens herdenkingsdienst.
In 2018 was ze te gast op de tachtigste verjaardag van de Spaanse koningin Sofia.
Naast haar drukke agenda is de moeder van vier inmiddels ook de trotse grootmoeder van een groeiende schare kleinkinderen.

Joan Collins stond al op driejarige leeftijd op het podium, met de droom om toneelactrice te worden.
Ze begon een opleiding aan de Royal Academy of Dramatic Arts in Londen, maar ze maakte deze niet af. Want de verleiding van de filmindustrie was te sterk.
Op haar zeventiende tekende ze haar eerste contract bij een Britse filmstudio en drie jaar later maakte ze een wervelende entree in Hollywood.
Collins genoot intens van de feestjes en ontmoetingen met sterren als Marlon Brando, James Dean en Marilyn Monroe.
Ze werkte samen met grootheden als Bette Davis, Richard Burton en Paul Newman, en deed zo enorm veel ervaring op.
Ze maakte echter ook kennis met de omgangsregels van Hollywood, waarbij studiobazen haar grote rollen toezegden in ruil voor ‘wederdiensten’.
Collins wees deze allemaal af, waardoor de hoofdrol in ‘Cleopatra’ – de film die Liz Taylor haar grote doorbraak bezorgde – aan haar voorbijging.
Na een vroege, maar weinig opzienbarende carrière, kwam haar echte doorbraak pas veel later.
In de jaren 80 werd ze op latere leeftijd wereldberoemd door haar iconische rol als ‘superbitch’ Alexis Colby in de televisieserie Dynasty.
Hoewel dit haar bekendste rol is, heeft ze in totaal in meer dan 60 films meegespeeld en meerdere boeken geschreven.
Collins zag vier eerdere huwelijken stranden. Ze heeft twee kinderen uit haar tweede huwelijk met zanger Anthony Newley, en een dochter uit haar derde huwelijk met platenbaas Ron Kass.
Sinds 2002 is ze gelukkig getrouwd met Percy Gibson, de manager van een theatergezelschap, die 32 jaar jonger is dan zijzelf.
Haar jongere zus was de bekende schrijfster Jackie Collins
Op 31 december 2014 werd ze geridderd door koningin Elizabeth II en mag ze zichzelf Dame Joan noemen.
Ze woont doorgaans met haar man in Belgravia, een zeer exclusieve wijk in Londen, maar bezit ook huizen in New York en Los Angeles.
Daarnaast heeft ze een enorme villa in Saint-Tropez, Frankrijk, waar ze afgelopen zomer nog van een zonnige vakantie genoot.
In 2022 vatte de documentairefilm This is Joan Collins haar veelbewogen leven samen


acqueline “Jackie” Jill Collins groeide uit tot een van ’s werelds bekendste bestsellerauteurs, met drieëndertig romans op haar naam.
Ze werd geboren in een wereld vol showbizz; haar vader was een theateragent die artiesten als Shirley Bassey, The Beatles en Tom Jones vertegenwoordigde.
Ze was ook de jongere zus van actrice Joan Collins, wereldberoemd door haar rol in de tv-serie “Dynasty”.
Hoewel Jackie als kind al verhaaltjes schreef en een dagboek bijhield, ambieerde ze aanvankelijk een carrière als actrice.
Uiteindelijk koos ze toch voor het schrijverschap. Die keuze bleek een schot in de roos: haar eerste boek, “The World is Full of Married Men” (1968), werd onmiddellijk een bestseller.
Haar boeken doken in het leven van rijke en beroemde personages, met een focus op de glamoureuze wereld van Hollywoodfilmsterren.
Met “Hollywood Wives” (1983) brak ze internationaal definitief door.
Collins verkocht tijdens haar carrière meer dan 500 miljoen boeken in 40 landen.
Haar werk legde haar financieel geen windeieren; in 2011 werd haar vermogen geschat op zo’n 85 miljoen euro.
Diverse romans werden bovendien verfilmd of bewerkt tot succesvolle miniseries.
Haar expertise over de glitterwereld verzilverde ze in 1998 ook op televisie met haar eigen dagelijkse programma, “Jackie Collins’ Hollywood”.
Daarin ontving ze gasten die rechtstreeks uit haar boeken leken te komen: acteurs, actrices en andere beroemdheden uit Hollywood.
Jackie Collins overleed op 77-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker.


Jacqueline Lee Bouvier zag het levenslicht op 11 juni 1928 in het Easthampton Hospital, New York.
Ze was de oudste dochter van de flamboyante John Vernou Bouvier III, bijgenaamd “Black Jack”, en de elegante Janet Norton Lee.
Beide families stonden bekend om het opsmukken van hun stamboom; de Bouviers beweerden af te stammen van Franse adel en de Lee’s van de prominente Virginia Lee’s.
In werkelijkheid was Jacqueline voornamelijk van Ierse, Schotse en Engelse afkomst, met haar laatste Franse voorouder, Michel Bouvier, haar overgrootvader, die naar Philadelphia was verhuisd.
Ze had één jongere zus, Caroline Lee, die we kennen als Lee Radziwill.
Haar vader, “Black Jack,” was een notoire playboy wiens affaires uiteindelijk leidden tot de scheiding van haar ouders in 1942, toen Jackie nog jong was.
Deze ervaring en haar moeders hertrouwen beïnvloedden haar diep.
Jacqueline bracht elke zomer tot haar twaalfde door op het domein Lasata van haar grootouders in East Hampton, waar ze haar passie voor paardrijden ontwikkelde op haar geliefde paard Danseuse.
Ook na de scheiding bleef ze paardrijden op de Hammersmith Farm van de familie Auchincloss.
Jacqueline was een intellectueel en creatief kind, ze hield van lezen, schilderen en gedichten schrijven.
Haar relatie met haar vader was hecht, terwijl die met haar moeder vaak afstandelijk bleef.
Na een leven vol publieke aandacht en privéleed, overleed Jacqueline Onassis op donderdag 19 mei 1994, op 64-jarige leeftijd, in haar slaap.
Haar begrafenis vond plaats in de Saint Ignatius Loyola kerk in New York, waar ze in 1929 was gedoopt.
Ze werd begraven naast haar man, president John F. Kennedy, en hun twee jong overleden kinderen, Arabella en Patrick, op Arlington National Cemetery in Virginia.
De dienst werd bijgewoond door onder meer Bill en Hillary Clinton, Lady Bird Johnson, en familieleden.
De impact van Jacqueline Kennedy Onassis leeft voort in Amerika.
Zo is er de Jacqueline Kennedy Onassis High School, ingewijd in 1995, en het grootste meer in Central Park werd in 2006 omgedoopt tot het Jacqueline Kennedy Onassis Reservoir.
Haar verhaal blijft inspireren, getuige de biografische film ‘Jackie’ uit 2016, die zich richtte op de periode rond de moord op haar man.

Foto 2 haar overgrootmoeder

Gisteren nog vandaag
foto 3 familie van haar in Frankrijk

Salvatore Adamo’s levensverhaal begint op 1 november 1943 in Comiso, een Siciliaans dorp.
Zijn vader, de economische malaise in Italië beu, zocht zijn heil in België en begon in februari 1947 als mijnwerker in Marcinelle.
Een paar maanden later volgden zijn vrouw en de jonge Salvatore hem naar hun nieuwe thuis.
Het gezin vestigde zich in een bescheiden woning in de mijnwerkerscité van Ghlin, bij Bergen.
Muziek speelde er al snel een centrale rol. “Mijn moeder en vader zongen graag en veel,” vertelde Adamo later in Humo. “Zo werd ik doordrongen van het Italiaanse lied.
Maar tegelijk hoorde ik hier ook Brel, Bécaud, Aznavour.” Die unieke mengelmoes vormde zijn sound: een Siciliaans klinkende stem en melodie, gecombineerd met ‘Waals-Franse’ geïnspireerde teksten.

Zijn ouders, die later naar het naburige Jemappes verhuisden, stuurden hem naar school in de hoop dat hij aan een toekomst als mijnwerker zou ontsnappen.
Salvatore bleek een goede student, die vooral uitblonk in muziek en voordracht. Hij zong in het kerkkoor en leerde zichzelf gitaar spelen.
In 1960 waagde hij zijn kans bij een muziekwedstrijd van Radio Luxemburg. Hij stootte door naar de finale in Parijs en won, op 17-jarige leeftijd, met zijn eigen nummer “Si j’osais”.
Het leverde hem 10.000 Belgische frank en de eerste aandacht van platenmaatschappijen op.
Toch liet de echte doorbraak nog even op zich wachten; zijn eerste singles sloegen niet aan.
In het voorjaar van 1963 was het echter wel raak. “Sans toi, ma mie” werd een voltreffer, waarvan in recordtijd 100.000 exemplaren werden verkocht.
De hits volgden elkaar daarna in sneltempo op. Met “Tombe la neige” en “Vous permettez, monsieur?” brak hij in 1964 internationaal door, met name in Nederland en Frankrijk.
Nummers als “La nuit” en “Les filles du bord de mer” klommen moeiteloos naar de top van de hitlijsten.

Een halve eeuw geleden scoorde hij ook “C’est ma vie”, een nummer dat André Hazes zeven jaar later zou coveren als het bekende “’t Laatste rondje”.
Om zijn succes te verzilveren, bracht Adamo zijn nummers uit in diverse talen, waaronder Engels, Duits, Spaans en Nederlands. Vooral “Tombe la neige”, dat in Japan werd uitgebracht als “Yuki ga furu”, bleek een schot in de roos.
Het bezorgde hem een trouwe fanschare in het Verre Oosten, waar hij sindsdien regelmatig toert.
Niet al zijn hits waren zonder controverse. “Inch’Allah” (1967), bedoeld als vredeslied, werd ongelukkig gelanceerd net voor de Zesdaagse Oorlog.
Hoewel hij de tekst aanpaste, werd het in sommige Arabische landen als pro-Israëlisch gezien, wat hem een jarenlang inreisverbod opleverde.
Desondanks werd het wereldwijd een van zijn bekendste nummers. Met “Dolce Paola” (1965) bracht hij dan weer een ode aan de prinses met wie hij zijn Italiaanse roots deelde, al heeft hij de hardnekkige geruchten over een romance altijd ontkend.
Op jonge leeftijd verloor hij zijn vader Antonio, die in 1966 op 47-jarige leeftijd overleed.
Eind jaren 60 trouwde Adamo met zijn jeugdvriendin Nicole Durant, die bewust een leven buiten de schijnwerpers koos.
Ze kregen samen zoon Anthony (1969) en Benjamin (1980), die later als muzikant in zijn vaders voetsporen trad.
Begin jaren 2000 onthulde Adamo dat zijn dochter Amélie (1979) voortkwam uit een tienjarige buitenechtelijke relatie met de Duitse actrice Annette Dahl.
Na zijn absolute topjaren eind jaren 60 nam zijn dominantie in de hitlijsten af. Adamo koos bewust voor een minder commerciële koers, maar bleef wereldwijd intensief optreden.
Dat eiste zijn tol: in 1984 kreeg hij een hartinfarct, en twintig jaar later, in 2004, een hersenbloeding. Na een jaar rust herstelde hij gelukkig volledig.
Zijn bekendheid zet hij sinds 1993 ook in als ambassadeur voor UNICEF.

De erkenning voor zijn carrière is groot: in 2001 werd hij geridderd door koning Albert II, en in 2005 eindigde hij hoog in de verkiezing van “De Grootste Belg”.
Recentelijk, op 29 januari 2025, ontving hij nog de ‘Lifetime Achievement Award’ op de MIA’s.
Zijn naam leeft zelfs voort in een Nederlandse tulp en een Franse straatnaam.
Met meer dan 100 miljoen verkochte albums is zijn nalatenschap immens.
De unieke combinatie van romantiek, melancholie en die kenmerkende hese stem blijft mensen aanspreken.
Zijn collega Jacques Brel vatte het ooit treffend samen: “de tedere tuinman van de liefde”.
En ook op zijn 82e is het liedje van deze Siciliaanse Belg nog lang niet uitgezongen.
Twee jaar na zijn coversalbum “In French Please” bereidt hij een aan een nieuw album.
De eerste single daarvan, ‘Ma belle jeunesse’, kregen we op 19 september 2025 al te horen.
Na een optreden in Brugge afgelopen zomer, staan er de komende maanden nog drie concerten in België gepland, alvorens hij begin 2026 weer naar Frankrijk trekt.


Joepie 29 oktober 1975


Donald Trump, geboren op 14 juni 1946, groeide op in een gezin met twee broers en twee zussen.
Na zijn economische studie, gericht op vastgoed, trad hij toe tot het familiebedrijf van zijn vader en grootmoeder, The Trump Organization.
Waar het bedrijf zich aanvankelijk richtte op sociale huurwoningen, verlegde Trump de focus al snel naar prestigieuze projecten in Manhattan, waar de winstmarges aanzienlijk hoger lagen.
Onder zijn leiding groeide de organisatie, die in 2016 al meer dan 250 bedrijven omvatte, uit tot een imperium met als bekendste wapenfeiten de bouw van de Trump Tower en het tijdelijke mede-eigenaarschap van het Empire State Building.
Een sleutelmoment in zijn opmars als mediapersoonlijkheid was de renovatie van een schaatsbaan in Central Park, New York.
Nadat de stad er na zes jaar en een budgetoverschrijding van 12 miljoen dollar niet in was geslaagd het project af te ronden, nam Trump het over.
Hij voltooide de renovatie in slechts drie maanden, en dat voor bijna een miljoen dollar onder het budget.
De stunt leverde hem een enorme hoeveelheid positieve media-aandacht op.
Zijn zakelijke carrière kende ook tegenslagen. Hoewel Trump nooit persoonlijk failliet is gegaan, hebben verschillende van zijn bedrijven wel een technisch faillissement doorstaan.
Hij slaagde er echter steeds in om deze bedrijven te herstructureren, waarbij hij zijn privévermogen doorgaans buiten schot wist te houden.
De lancering van zijn realityshow “The Apprentice” maakte van de naam ‘Trump’ een wereldwijd merk.
Met zijn iconische uitspraak “You’re fired!” werd hij een tv-fenomeen, wat hem in staat stelde om zijn naam via licenties te verkopen.
Zijn investeringen waren zeer divers en omvatten onder meer casino’s, golfterreinen, hotels, sportteams, missverkiezingen en zelfs een cameo in de film “Home Alone”.
Ook recenter bleef hij actief als ondernemer met projecten als het socialemediaplatform Truth Social en de cryptomunt $TRUMP.
Het vermogen van Donald Trump is altijd onderwerp van discussie geweest.
Schattingen liepen in 2015 uiteen van 4,1 tot 8,7 miljard dollar en werden in 2020 op zo’n 2,5 miljard geraamd.
In 2025 schatten media als The Guardian en Forbes zijn vermogen op ongeveer 5 miljard euro, waarbij een opvallend groot deel uit digitale bezittingen zoals cryptocurrency zou bestaan.
Zelf claimt hij een vermogen van rond de tien miljard dollar. Hoe dan ook is hij verreweg de rijkste Amerikaanse president ooit.
Op persoonlijk vlak is Trump driemaal getrouwd. Van 1977 tot 1992 was hij gehuwd met de Tsjechische Ivana Zelníčková, met wie hij drie kinderen kreeg: Donald jr., Ivanka en Eric.
In 1993 trouwde hij met Marla Maples, met wie hij dochter Tiffany kreeg; dit huwelijk eindigde in 1999.
Sinds 2005 is hij getrouwd met de Sloveense Melania Knauss, de moeder van zijn jongste zoon, Barron (Story 26 oktober 1990)


Ze werd geboren als Tara Leigh Patrick, maar kreeg haar artiestennaam ooit van poplegende Prince.
In februari 2024 besloot ze die naam, na al die jaren, ook officieel en wettelijk aan te nemen.
De meesten zullen zich ongetwijfeld haar grote doorbraak in 1997 herinneren, toen ze als Lani McKenzie in het bekende rode badpak van ‘Baywatch’ verscheen.
Ze speelde de rol maar een jaar, maar het was genoeg om haar te lanceren als een van de grootste sekssymbolen van de late jaren 90 en vroege jaren 2000.


