
70 jaar geleden, wat verdienen sportmensen in het jaar 1952 (Kleine Zondagsvriend 23 oktober 1952)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek











Coenraed de Waele werd op 29 augustus 1952 te Deinze geboren en groeide op in Machelen aan de Leie.
Hij volgde aanvankelijk lager onderwijs aan de Gemeenteschool aldaar (eerste vier jaren), om vervolgens over te gaan naar de nonnen van Aarsele (laatste twee jaren).
Zijn middelbare school begon met twee jaar Grieks-Latijn bij de paters Oblaten in Waregem, hierna twee jaar Handel in het Sint-Hendrikscollege in Deinze en tenslotte drie jaar Hotelschool ‘Ter Duinen’ in Koksijde.
In een impulsieve bui verliet hij het ouderlijk dak en trok naar Gent.
Hij vond werk als barman in het muziekcafé ‘Finkle’s’ in de Belfortstraat.

Op 15 juli, 1976 opende Coenraed de Waele zijn kroeg ‘Villa des Roses’ op de hoek van de Sint-Jacobsnieuwstraat met de Gildestraat, zo geheten naar de debuutroman van Willem Elsschot.
Op de draaitafel lag naast jazz de ‘betere’ popmuziek.
Naar verluidt zou de auteur en jazzkenner Jules Deelder er zijn eerste optreden in Vlaanderen hebben gegeven.
Na verloop van tijd zal Coenraed de Waele zich meer en meer gaan spiegelen aan deze nachtburgemeester van Rotterdam.
Een regelmatige gast op het podium was Marcel Van Maele, door De Waele omschreven als “de meest onderschatte dichter in de Nederlanden”

Rond ’83 maakte de WAELE deel uit van Theater de Bron, een theatercommune in de Komijnstraat.
Uiteindelijk debuteerde hij in 1984 met een gedichtenbundel ‘Pluimgewichten’.
Uit die bundel werden meteen vier gedichten geselecteerd door Gerrit KOMRIJ voor zijn bloemlezing “De beste Nederlandstalige gedichten van de 19e en 20e eeuw”.
De bundel ‘Plankgas’ werd uitgegeven door het Poëziecentrum van Gent.
In ’88 werd hij uitgenodigd op de ‘De Nacht van de Poëzie’ in Utrecht

Organiseerde een soortement ‘Nacht van de Poëzie’ in de Vooruit ten bate van dagblad de Morgen.
Er namen 42 dichters deel, waaronder Hugo Claus, Simon Vinkenoog, Herman De Coninck, Marcel Van Maele en andere kanonnen.
In 1990 liet hij zich opsluiten in een kooi die vier meter hoog hing in een boom op het Sint-Jacobpleintje tijdens de Gentse Feesten.
Hij schreef er elke avond een klassiek sonnet dat s’anderdaags in dagblad De Morgen werd afgedrukt.
In 1991 daalde hij tien dagen af in een vergeetput in het Gravenkasteel, wederom tijdens de Gentse feesten.
Daar schreef hij elke dag een sprookje. Die sprookjes werden gebundeld in het boek :’Sprookjes voor Fabiola’.

In 1990 schreef Coenraed de Waele de tekst voor het lied ‘Volle Maan’ van Johan Verminnen.
Dit nummer werd naar aanleiding van “Johan Verminnen ’60 door zijn fans als lievelingslied verkozen.
Later schreven zij samen ook het lied ‘doah doah”.

n de bloemlezing ‘Hotel New Flanders’ samengesteld door Dirk Van Bastelare werd 1 gedicht opgenomen van Coenraed De Waele.
Ook in de bloemlezing ‘Om Gent gedicht’, gekozen door Guido Lauwaert, prijkt 1 gedicht.

In 2014 schreef hij de tekst voor het nummer Gent Herleeft van de Gentse zanger Kazzen.
Het nummer is terug te vinden op zijn album Dansen Op de Vulkaan.

In Vlaanderen kennen we haar vooral van de film Cyrano de Bergerac waar ze samen speelde met Gérard Depardieu.
Ze Won ook verschillende prijzen zoals César voor Beste actrice, César voor Meest veelbelovende actrice, Europese Filmprijs voor Beste actrice en een César voor Beste actrice in een bijrol.
Buiten acteren is ze ook romanschrijfster en haar eerste boek Si petites devant ta face (2001) verkocht meer dan goed.
Haar laatste boek is van 2019 en kreeg als titel La fille et le rouge.


Geert studeerde af als Licentiaat in de Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde.
Hij was de oprichter van het culttijdschrift Mascara-Gent en oprichter en voorzitter van vzw De Trap (Gentse vereniging voor stadsgeschiedenis).

Als gids werkzaam voor meer dan honderd tijdelijke tentoonstellingen en dit in Brussel (Galerij van het Gemeentekrediet, Legermuseum, Paleis voor Schone Kunsten), Gent (Caermersklooster, Designmuseum, Kunsthal Sint-Pietersabdij, MIAT, Museum voor Schone Kunsten, SMAK, STAM) en Tervuren (Afrikamuseum).
Als docent werkzaam voor tal van Gentse organisaties, waaronder Amarant, Masereelfonds, Ten Hove, Vlied en Vormingplus.

Als freelance organisator werkzaam geweest voor volgende vzw’s/organisaties/personen:
Clio (medewerker)
Dany Vandenbossche – Vlaams Parlement (politiek secretaris)
De Geus van Gent vzw (medestichter, secretaris)
De Verenigde Muze vzw (medestichter, secretaris)
Edad de Oro vzw (medestichter, secretaris)
Gandante vzw (medestichter, voorzitter)
Geschiedkundige Heruitgeverij vzw (wetenschappelijk adviseur)
November Music vzw (secretariaat)
Vlink vzw (secretariaat)

Auteur van de tweedelige biografie “Soms overtreft de werkelijkheid de fantasie. Raymond De Kremer alias Jean Ray John Flanders.
Postuum zal er nog twee boeken verschijnen van Geert, namelijk “Stadsbeeldhouwer Geo Verbanck in de Gentse publieke ruimte’ en “Een geschiedenis van Gent”.
Tevens wordt er gewerkt aan een Franse vertaling van zijn Jean Ray/John Flanders-biografie die zal uitgeven worden door de universiteit van Valenciennes.








Van 1954 tot 1958 volgde hij les aan het Sint-Lucasinstituut in Brussel onder de vakkundige begeleiding van Luc Verstraete (1928-2008).
Van 1958 tot 1960 volgde hij opleiding aan de Kölner Werkschule.
Zijn eerste tentoonstelling had plaats in Galerie Helikon in Hasselt in 1962. In 1965 was hij er opnieuw te gast.

Steven is vooral bekend als tekenaar van monumenten en stads- of dorpsgezichten.
Steven gaat steeds zijn onderwerpen op die plek bekijken, leest erover en laat zich door specialisten inlichten.
Hij tracht door schetsen de constructie van een gebouw en de lijnen van het landschap meester te worden.

Hij wil de werkelijkheid tekenen, maar ze niet kopiëren. Hij vereenvoudigt lijnen en vlakken en zondert zijn onderwerp af als ze in een lelijke omgeving staan.
Hij laat ruimte zodat we zelf de kleuren van onze verbeelding kunnen schilderen.

Zo draagt hij bij tot monumentenzorg en doet vergeten en verloren hoekjes, straten, gebouwen en pleinen opnieuw ontdekken.
Daarnaast is hij ook cartoonist, graficus, striptekenaar, illustrator van boeken, ontwerper van postzegels en bierviltjes.
Steven werd onderscheiden met de Prijs Pro Civitate (1972), de Culturele Onderscheiding van de provincie Limburg (1994) en de prijs van de Vlaamse Gemeenschap (1994). (Diverse bronnen, De Post 25 februari 1962 en Wikipedia)

Benoit schreef een 45-tal avonturenromans aan een ritme van ongeveer één roman per jaar.
Opvallend is dat de romans steeds goed gedocumenteerd zijn en dat zijn karakters scherp afgelijnd zijn.
De heldinnen uit zijn romans dragen steeds namen die beginne met de letter A: Allegria (Pour don Carlos), Aurore (Kœnigsmark), Antinéa (L’Atlantide).
Verscheidene van zijn romans werden verfilmd en bewerkt voor ballet, opera of toneel.
Omstreeks 1910 publiceerde Benoit zijn eerste gedichten.
Daarvoor kreeg hij een prijs van de Société des gens de lettres.
Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Benoit gemobiliseerd.

Nadat hij deelnam aan de Slag bij Charleroi werd hij ziek en bracht hij maanden door in het ziekenhuis.
Na zijn ontslag werd Benoit gedemobiliseerd.
Zijn oorlogservaringen leidden ertoe dat Benoit een overtuigde pacifist werd.
In 1918 maakte Benoit zijn romandebuut met Kœnigsmark dat, ondanks de uitgave bij een kleine uitgeverij, een succes werd.
De roman gaat over de liefde van een jonge Franse professor voor een Duitse prinses.
Het werk werd genomineerd voor de Prix Goncourt, maar Benoit greep net naast de prijs.
De roman werd later verscheidene malen verfilmd en in 1953 gekozen als eerste werk in de literaire collectie Le Livre de Poche in pocketformaat.
In 1919 verscheen L’Atlantide bij Éditions Albin Michel.
Deze avonturenroman handelt over twee officieren die gegijzeld worden in een onbekend koninkrijk in de Sahara.

Aangeprezen door Maurice Barrès kreeg de roman de Grand Prix du roman de l’Académie française voor 1919.
Ook dit boek werd verscheidene malen verfilmd, onder andere door Jacques Feyder.
In 1954 schreef Henri Tomasi een opera op basis van deze roman.
De schrijverscarrière van Benoit was vanaf het verschijnen van L’Atlantide gelanceerd.
Vanaf dat moment publiceerde hij ongeveer één roman per jaar en in totaal een 45-tal avonturenromans bij de Éditions Albin Michel.
Hij schreef ook meer diepgaande literaire werken zoals Mademoiselle de La Ferté uit 1923, over de vriendschap tussen twee vrouwen.
Benoit was naast schrijver ook bibliothecaris op het ministerie van Openbaar Onderwijs.
Hij wilde eigenlijk werk waarbij hij veel kon reizen.
In 1923 ging hij voor de krant Le Journal werken als journalist en buitenlands verslaggever.
Benoit doorkruiste Anatolië dat op dat moment in oorlog was. Hij interviewde Mustafa Kemal Atatürk in Ankara.
Daarna deed hij Palestina en Syrië aan.

Als verslaggever werkte Benoit daarna voor verscheidene andere kranten, waaronder France-Soir.
Daarvoor reisde hij de hele wereld af en interviewde onder andere Haile Selassie, Benito Mussolini, Hermann Göring en António de Oliveira Salazar.
In 1931 werd Benoit verkozen tot lid van de Académie française.
Hij roerde zich op politiek gebied door zijn verzet tegen het Volksfront, een alliantie van centrum-linkse partijen.

Als academicus ijverde Benoit in 1938 voor de verkiezing van zijn vriend Charles Maurras in de Académie française.
In september 1944 werd Benoit gearresteerd op verdenking van collaboratie met de Duitsers.
Na zes maanden gevangenschap werd hij in april 1945 vrijgesproken, maar hij kreeg wel een publicatieverbod opgelegd.
Door bemiddeling van Jean Paulhan en Louis Aragon werd Benoits naam geschrapt van de zwarte lijst.
Met de roman Agriates die in 1950 verscheen, knoopte Benoit weer aan bij het succes.
In 1957 werd de verkoop van het vijf miljoenste exemplaar van zijn romans gevierd.
Nadat generaal de Gaulle in 1959 zijn vetorecht had uitgeoefend tegen de verkiezing van Paul Morand tot lid van de Académie française, diende Benoit een aanvraag in om ontslagen te worden uit de academie.
Het ontslag werd door de Académie française geweigerd en Benoit, een goede vriend van Morand, woonde geen zittingen van de academie meer bij.(Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s Paris Match 24 maart 1962)



Voor wie nog op zoek is naar een cadeau voor een muziekliefhebber.
Weet jij wie de eerste act was die een gouden plaat voor meer dan 100.000 verkochte singles mocht ontvangen?
Wat was de eerste Beatles-hit in de Lage Landen?
Wie was de artiest met de meeste hits in onze contreien?
Dit boek is de perfecte gids doorheen de 1000 meest populaire hits van 1954 tot halfweg 2021.

Naast anekdotes over de artiesten ontdek je ook het boeiende verhaal achter de liedjes en de vaak gekke evolutie die vele songs en bands doormaakten.

Zo kom je alles te weten over de hits waar Vlaanderen en Nederland de afgelopen decennia dol op waren en leer je liedjes, albums en artiesten kennen die misschien wel jouw nummer 1 kunnen worden!