Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Vijf jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1950, zaten er nog steeds 300.000 mensen vast in Duitse vluchtelingenkampen.
.
Dit waren de laatste van de miljoenen ‘Displaced Persons’ (DP’s), een term van de geallieerden voor burgers die door de oorlog ontheemd waren geraakt.
Direct na de bevrijding in 1945 was een immense repatriëring op gang gekomen. Burgers uit West-Europese landen waren relatief snel weer thuis.
Maar voor de miljoenen ontheemden uit Oost-Europa lag de situatie veel gecompliceerder.
Hun terugkeer werd een politiek schaakspel.
De Sovjet-Unie controleerde de doorgangsroutes en vertraagde het proces.
Tegelijkertijd wilden velen niet terug naar hun vaderland, dat nu achter het IJzeren Gordijn lag.
Ze vreesden de nieuwe communistische regimes.
Voor Sovjet-burgers was die angst existentieel: wie terugkeerde, liep het risico om als collaborateur te worden vervolgd en zelfs geëxecuteerd door het Stalin-regime.
Zo bleef een grote groep ontheemden achter in de kampen, bestempeld als ‘niet-repatrieerbaar’.
Pas in 1951 werd de officiële internationale hulp stopgezet en werd de zorg voor de laatste tienduizenden overgedragen aan Duitsland, als een laatste, stille getuige van de chaos die de oorlog had achtergelaten.
Hennie Kuiper, een van de meest veelzijdige Nederlandse wielrenners aller tijden, excelleerde zowel in het klassieke werk als in etappekoersen.
In 1972 werd hij Olympisch kampioen op de weg, gevolgd door de wereldtitel in 1975, waarmee hij zich schaarde in een select gezelschap van renners die beide titels behaalden, waaronder Ercole Baldini, Paolo Bettini en Remco Evenepoel.
In datzelfde jaar, 1975, toonde hij zijn buitengewone talent door én nationaal veldkampioen én nationaal kampioen op de weg én wereldkampioen op de weg te worden – een zeldzame driedubbele prestatie.
Hoewel Kuiper in de Tour de France nooit de gele trui droeg, eindigde hij twee keer als tweede in het eindklassement en won hij twee keer de prestigieuze etappe naar Alpe d’Huez.
Zijn ware kracht toonde hij in de klassiekers, waar hij de enige Nederlander is die vier van de vijf wielermonumenten op zijn naam schreef: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije.
Zijn mentaliteit, perfect samengevat in zijn bekende uitspraak “Wielrennen is eerst het bord van de tegenstander leeg eten, voor je aan je eigen bord begint”, benadrukt zijn tactische inzicht en wilskracht.
Na zijn actieve loopbaan bleef hij betrokken bij de wielersport als ploegleider, onder andere bij de Duitse ploeg Telekom en het Amerikaanse Motorola.
In 2017 opende zijn neef, met hulp van vrijwilligers en Hennie zelf, het Hennie Kuiper Wielermuseum in Noord Deurningen, waar zijn indrukwekkende carrière wordt tentoongesteld.
Datzelfde jaar bracht hij ook zijn boek “Hennie Kuiper Kampioen Wilskracht” uit.
Het concept was uniek, want het combineerde een self-service restaurant met een afhaalbalie en een koffieshop.
Het doel? Beter zijn dan de concurrent, Lunch Garden van de Sarma-Nopri groep.
Begin jaren zeventig werd Mister G.B. omgedoopt tot Resto G.B., terwijl de concurrentie ook niet stilstond.
Sarma-Nopri was overgenomen door de Amerikaanse warenhuisketen J.C. Penney, die fors investeerde in hypermarkten.
Bij elk van die hypermarkten werd een Lunch Garden restaurant gebouwd, wat het succes van die keten verder stimuleerde.
Uiteindelijk begon het marktaandeel van Sarma echter te dalen en in 1987 verkochten de Amerikanen de keten aan de GIB Group, die was ontstaan uit de fusie van de voormalige concurrenten.
Omdat de Lunch Garden-restaurants zo succesvol waren, besloot de GIB Group in 1996 om Resto G.B. en Lunch Garden samen te voegen onder de naam Lunch Garden.
Daarna wisselde het bedrijf verschillende keren van eigenaar.
In 2002 werd het gekocht door de investeringsgroep Carestel, die het twee jaar later alweer aan privé-investeerders verkocht.
In 2009 kwam het in handen van het Amsterdamse investeringsfonds H2.
In 2012 begon Lunch Garden een samenwerking met Total om wegrestaurants te openen.
In 2015 terug een nieuwe overname toen H2 het bedrijf verkocht aan het Brits-Nederlandse private equity fonds Bregal Freshtream.
De verplichte sluitingen tijdens de coronapandemie in 2020 brachten Lunch Garden echter in ernstige financiële problemen.
Op 20 januari 2025 vroeg de keten het faillissement aan, maar maakte slechts twee dagen later een doorstart.
Het Antwerpse investeringsfonds CIM Capital nam het bedrijf gedeeltelijk over, waardoor 41 van de 62 restaurants open konden blijven en 430 van de ongeveer 800 medewerkers hun baan behielden(foto’s van 13 september 1970)
Gelegen aan de Vorstlaan in Watermaal-Bosvoorde, Brussel, was dit kruisvormige gebouw een ontwerp van René Stapels en Pierre Dufau.
Met een hoogte van 50,80 meter en een indrukwekkende totale vloeroppervlakte van 54.000 vierkante meter, viel het gebouw meteen op.
De buitenzijde was bekleed met cortenstaal en bronskleurig gefumeerde ramen, wat het een kenmerkende uitstraling gaf.
Dankzij de landschapsarchitecten Jean Delogne en Claude Rebold werd het gebouw naadloos geïntegreerd in een weelderige omgeving van vijvers en groen, wat bijdroeg aan de harmonieuze uitstraling.
Na de fusie van Royale Belge met het Franse AXA in 1999, werd het complex verkocht aan Cofinimmo, dat het tot 2018 terug verhuurde.
In 2017 verplaatste AXA haar Belgische hoofdzetel naar het Troonplein, naar het voormalige hoofdkantoor van Electrobel
Een opmerkelijke episode in de geschiedenis van het gebouw deed zich voor toen de Verenigde Staten interesse toonden om het aan te kopen en er de Amerikaanse ambassade in onder te brengen.
Echter, de structuur bleek ongeschikt om zwaar kogelvrij glas te dragen. Om ingrijpende verbouwingen te voorkomen, plaatste de Brusselse regering het gebouw op de bewaarlijst, waarna de Amerikanen van het project afzagen.
Op 23 mei 2019 werd het gebouw officieel ingeschreven op de bewaarlijst van beschermde gebouwen in Brussel.
In 2021 kreeg de nieuwe eigenaar, Souverain 25, een vergunning voor een omvangrijke verbouwing.
Het Britse architectenbureau Caruso St John en het Antwerpse kantoor Bovenbouw Architectuur wonnen de ontwerpwedstrijd die de bouwheer in samenwerking met de Brusselse bouwmeester had uitgeschreven.
Sinds 2023 heeft het voormalige Royale Belge-hoofdkantoor een indrukwekkende transformatie ondergaan en functioneert het nu als een gemengd complex met kantoren, een viersterren hotel met de naam Mix, een foodmarket, een fitness- en een wellnesscentrum, inclusief een openluchtzwembad (De Post van 28 juni 1970)
AMC, opgericht in 1954 door de fusie van Nash-Kelvinator en Hudson, probeerde te concurreren met de ‘Grote Drie’ Amerikaanse autofabrikanten.
In 1975 introduceerde AMC de opvallende AMC Pacer. Deze auto, kort als een compact model, maar breed als een luxeauto, was ontworpen om het comfort van een grote auto te bieden in een kleiner formaat.
Het hoge brandstofverbruik bleek echter een struikelblok.
Na twee succesvolle jaren kelderden de verkoopcijfers in 1977.
De Pacer, die nauwelijks onderdelen deelde met andere AMC-modellen, dreef de productiekosten hoog op, wat leidde tot aanzienlijke verliezen en AMC bijna in het faillissement stortte.
In 1980 werd de productie van de Pacer gestaakt.
Een samenwerking met Renault in de jaren 80 leidde tot de productie van modellen zoals de Alliance.
Uiteindelijk werd AMC in 1987 overgenomen door Chrysler.
Merken zoals Jeep, die deel uitmaakten van AMC, bleven succesvol, terwijl het merk AMC zelf verdween (De Post 13 april 1975).
De bouw van dit ondergrondse tramnetwerk, dat oorspronkelijk bedoeld was als een volwaardige metro, begon op 5 januari 1970.
Op 25 maart 1975 werd het eerste 1,3 kilometer lange tunnelgedeelte in gebruik genomen, met de stations Opera, Meir en Groenplaats. Trams van de lijnen 2 (uit Hoboken) en 15 (uit Mortsel) reden vanaf de De Keyserlei de tunnel in en keerden op de ondergrondse keerlus onder de Groenplaats.
De tunnel werd aangelegd met de zogenaamde ‘cut-and-cover’-methode, wat leidde tot aanzienlijke hinder bovengronds.
Ook werden delen van de Antwerpse ruien afgebroken en vervangen door betonnen buizen.
Door financiële problemen werd de ombouw naar een volledige metro geschrapt en werden slechts 19 stations gebouwd, waarvan er 7 lange tijd ongebruikt bleven.
In 1973 begon de uitbreiding van de lijn vanaf station Opera richting de Belgiëlei.
Op 10 maart 1980 werden de stations Diamant (bij het Centraal Station) en Plantin geopend.
Tussen 1977 en 1986 werden nog drie andere premetrotunnels gegraven vanaf het Centraal Station naar het noorden en het oosten: onder de Turnhoutsebaan richting Deurne, onder de Kerkstraat-Pothoekstraat richting Sportpaleis en onder de Sint-Elisabethstraat-Handelsstraat-Onderwijsstraat richting Sportpaleis.
Deze uitbreidingen werden voornamelijk als boortunnels uitgevoerd om de hinder bovengronds te beperken.
Het oorspronkelijke plan voorzag ook in een tweede as van de zuidwestelijke voorsteden via Opera en Astrid naar het oostelijke stadsdeel Deurne, inclusief een metrotunnel onder de Turnhoutsebaan in Borgerhout en enkele kortere tunnels.
Nadat in 1988 de gewesten verantwoordelijk werden voor de openbare werken, werd in 1989 de bouw van deze tunnels stilgelegd.
De ruwbouw was afgewerkt, maar bovenleiding, sporen, signalisatie en de afwerking van de stations ontbraken nog.
In 1983 werd begonnen met de bouw van de Brabotunnel, een premetrotunnel met twee geboorde kokers onder de Schelde, tussen de Groenplaats en Linkeroever.
Op 21 september 1990 werd de tunnel geopend.
In 1996 werd een noordoostelijke tak geopend, met de stations Sport, Schijnpoort, Handel, Elisabeth en Astrid, en een aansluiting op de bestaande lijn tussen Opera en Diamant.
In 2014 kondigde de Vlaamse regering aan de ingebruikname van de tunnel onder de Kerkstraat en Pothoekstraat, met de stations Stuivenberg en Sint-Willibrordus, te onderzoeken.
Het stedelijk bestuursakkoord van 2019-2024 streefde naar de ingebruikname van deze tunnel en de stations Drink en Collegelaan.
In juli 2022 gaf de Vlaamse regering toestemming voor de aanbesteding voor de afwerking tegen 2026, maar dit is uitgesteld tot minstens 2027.
Dit uitstel is te wijten aan het wachten op de levering van nieuwe trams, de renovatie van de bestaande premetro en de evaluatie van de overstaphaltes.
In september 2017 werd een tweede ingang geopend vanaf de Deurne Turnhoutsebaan richting de Reuzenpijp-tunnel onder Borgerhout.
Er waren ook plannen voor een volledig nieuwe as die in noord-zuidrichting van het Klapdorp langs de Melkmarkt en het station Groenplaats onder de Nationalestraat in de richting van het Museum voor Schone Kunsten zou lopen.
De premetro zou dan de haltes Klapdorp, Melkmarkt, Groenplaats (als kruisstation), Sint-Andries en Tropisch Instituut aandoen.
Deze plannen zijn echter nooit verder gekomen dan de ontwerpfase.
In het kader van het Routeplan 2030 wordt een vergelijkbare premetroverbinding opnieuw bestudeerd (De Post 16 maart 2025)