

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Bert Hildebrandt, geboren in 1906 in Antwerpen, begon hij als leerling in het atelier van Henri Luyten.
Hij volgde opleiding aan de Academie van Antwerpen en aan het NHISKA.

Hij studeerde onder leiding van gerenommeerde kunstenaars zoals Isidoor Opsomer, Julien Creytens en Albert Saverys.
Hij was bevriend Edmond Van Dooren (die kubisme en futurisme combineert met neoromantische toekomstvisioenen)
Ook was hij vriend van Richard Baseleer, Vic van Berkelaere, Jos Mous, Ivo Van Hool en zijn zoon Gilbert Van Hool en onderhoudt contacten met Alois De Laet.

Hij stond bekend om zijn gedurfde gebruik van kleur en zijn expressieve stijl.
Zijn werk wordt vaak gekenmerkt door een zekere melancholie en een gevoel van vervreemding.
Hildebrandt won tijdens zijn carrière verschillende prijzen en onderscheidingen.
Zijn werk werd aangekocht door de Belgische staat in 1959 en 1968/1969.

Bert Hildebrandt schilderde ook vaak op glas dat hij toen noemde als de vergeten kunst in Vlaanderen.
Werken van Bert Hildebrandt zijn te zien in verschillende musea, waaronder het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.
Bert Hildebrandt overleed in 1974 in Spanje.



Hij was een van Vlaanderens meest vertaalde en productieve auteurs.
Hij schreef ook onder het pseudoniem Polleke van Mher en een enkele keer als Stelijn Koldijs.
Polleke van Mher was afgeleid van zijn voornaam (Leopoldus) en Mher was een afkorting van de naam van zijn vader (Gommaire).
Hij was autodidact en schreef toneelstukken, romans met een historisch karakter, novellen, religieus getinte werken en gedichten.
Naast schrijver was Timmermans ook schilder en tekenaar.
Hij illustreerde zijn eigen boeken alsook sommige boeken van zijn collega en vriend Ernest Claes.
Hij was ook zelf de boekbandontwerper van de meeste van zijn boeken.
Hij werd drie keer genomineerd voor een Nobelprijs.
Op 12 oktober 1912 trouwde hij met Marieke Janssens.
Ze hadden drie dochters: Cecilia, ook bekend als Lia (1920), Clara (1922) en Tonet (1926) en een zoon Gommaar (1930).

Deze kinderen werden ook actief in de kunstwereld.
Ze illustreerden onder andere werken van hun vader en schreven diverse biografieën over hem.
Vlak voor de Eerste Wereldoorlog schreef hij zijn bekendste werk, Pallieter, dat in 1916 werd uitgegeven.
Het wordt door velen als zijn meesterwerk gezien.
In 1921 werd het in het Duits vertaald en uitgegeven.
In de jaren 1930 schreef de Italiaans-Oostenrijkse componist Carlo Ferdinando Scholta op basis van het boek een operapartituur, getiteld ‘Pallieter’.
Het boek Pallieter werd in 2016, 100 jaar na de originele uitgave, opnieuw uitgegeven.
Felix Timmermans was een activist.
Na de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij naar Nederland om een veroordeling te ontlopen.
Hij keerde begin 1920 ongehinderd terug
In 1922 kreeg hij de Staatsprijs voor Literatuur.

In 1936 werd zijn vijftigste verjaardag zowel in Vlaanderen, Nederland als Duitsland met veel aandacht gevierd.
Tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog was Timmermans redacteur van het Vlaams-nationalistische Volk.
In 1942 ontving hij in Antwerpen van de Hamburgse universiteit de Rembrandtprijs.
Als Vlaams-nationalist en in Duitsland bekende schrijver was hij een graag geziene figuur bij Duitse officieren tijdens de Duitse bezetting.
Na de bevrijding van Lier op 4 september 1944 werd hij beschuldigd van culturele collaboratie en werd bijgevolg onder huisarrest geplaatst.
De aanklacht werd geseponeerd op 22 december 1946.
De reacties hierop uit de literaire wereld waren uiteenlopend.
Als luidste klonk de stem van Toussaint van Boelaere.
De criticus, die aanvankelijk een grote fan was van Timmermans, viel hem af omwille van zijn verdenking van culturele collaboratie.
Op 6 augustus 1944 werd Timmermans getroffen door een hartinfarct.
Hij stierf in Lier op 24 januari 1947.

De begrafenisdienst vond plaats in de Sint-Gummaruskerk, waar hij ook was gedoopt.
Timmermans werd begraven op het kerkhof Kloosterheide te Lier.
Als aanwezigen op zijn begrafenis vermelden kranten onder andere Lode Baekelmans, Gerard Walschap, Maurice Gilliams, Antoon Thiry, Lode Monteyne en Willem Elsschot.
Stijn Streuvels, genoemd als een “intieme vriend” van Timmermans, werd ook verwacht, maar werd thuis gehouden door een zware verkoudheid.
Op 8 november 1997 had in Lier de wereldpremière plaats van “Pallieter” de musical, geschreven door Willy Van Couwenberghe.
In 1998 kreeg deze musical de cultuurprijs van de Stad Lier uit handen van minister Marleen Vanderpoorten.
In 1997, bij de herdenking van de 50e verjaardag van het overlijden van Felix Timmermans, werd in Lier een bronzen buste onthuld (beeldhouwster Anne-Marie Volders) op het Felix Timmermansplein.
In 2014 werd hij ook officieel ereburger van zijn thuisstad Lier.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 24 december 1971)

Het ontwerp is van de lichtontwerper Douglas Leigh.
Deze lichtreclame op Times Square had een hoogte van 22 meter en was 32 meter breed. (De Post van 8 januari 1950, foto 5 automatische schakelaars die voor het uit- en aangaan van de lichten zorgde en foto 7 met dit toestel kon men nagaan of één van de duizenden gloeilampen defect is)








Dit blijkt uit een artikel in De Post van 12 januari 1990, dat berichtte over de problemen met de mobilofoon, de logge voorloper van de huidige smartphone.
Deze apparaten, vaak in de vorm van een zware koffer, waren allesbehalve handzaam en werden daarom meestal in auto’s ingebouwd.
De mobiele telefonie stond in België nog in de beginfase en Proximus heette toen nog de RTT (Regie voor Telegraaf en Telefoon) en later Belgacom.
Een mobilofoon was een peperdure aangelegenheid, een echt statussymbool.
Het toestel zelf kostte maar liefst 150.000 Belgische frank, wat omgerekend naar de huidige waarde ongeveer 3718 euro is.
Om gebruik te kunnen maken van het analoge mobiele netwerk, waar gesprekken eenvoudig konden worden afgeluisterd en de geluidskwaliteit vaak te wensen overliet, moest men eerst 6000 Belgische frank (150 euro) aan inschrijvingskosten betalen.
Vervolgens betaalde men een tweemaandelijks abonnement van 3750 Belgische frank (93 euro).
Bellen zelf was ook niet goedkoop: per 20 seconden tikte men 5,95 Belgische frank (0,15 euro) af.
Een telefoongesprek van 5 minuten kostte je dus al snel 45 Belgische frank, ofwel ruim 1,10 euro!
Als je dit vergelijkt met de huidige prijzen voor mobiel bellen, besef je pas hoe duur het toen was en waarom de mobilofoon vooral populair was bij zakenmensen, politici en andere welgestelden.
Bovendien was de netwerkdekking in 1990 nog lang niet wat het nu is.
Er waren veel “witte vlekken” waar geen bereik was.
Door de hoge kosten en de beperkte dekking was de mobilofoon in die tijd vooral populair bij mensen die het zich konden veroorloven om altijd en overal bereikbaar te zijn.
Pas met de introductie van de GSM (Global System for Mobile Communications), een digitaal netwerk, kwam de revolutie in de mobiele telefonie echt op gang.
In België werd het eerste gsm-netwerk in 1994 opengesteld door Proximus met het prefix “075”.
Dit is in België de derde generatie mobiele telefonie en ze werd in haar begindagen dan ook soms aangeduid met de aanduiding MOB3 naar analogie met haar twee voorlopers MOB1 en MOB2.
Toestellen werden ook kleiner, goedkoper en toegankelijker voor een breder publiek.
Volgens onderzoek van Deloitte in 2023 bezit minstens 92 procent van de Belgen een smartphone.

De aanleiding voor de bouw van deze immense dam was de jaarlijkse, zomerse overstroming van de Nijl.
Deze overstromingen waren een tweesnijdend zwaard.
Enerzijds lieten ze vruchtbaar slib achter op de oevers, wat de Nijlvallei tot een van de vruchtbaarste landbouwgebieden ter wereld maakte.
Anderzijds waren ze onvoorspelbaar en richtten ze vaak grote schade aan aan gewassen, dorpen en infrastructuur.

Om de Nijl te temmen en de watertoevoer te reguleren, werd de bouw van een dam noodzakelijk geacht.
De Hoge Aswandam, zoals hij officieel heet, is een kolossaal bouwwerk: 3600 meter lang en 980 meter breed aan de basis.
Per seconde kan er maximaal 11.000 m³ water door de dam worden gesluisd.
Op 21 juli 1970 was de dam voltooid.
Het stuwmeer, dat de naam Nassermeer kreeg, naar de toenmalige Egyptische president Gamal Abdel Nasser, bereikte zijn volledige capaciteit in 1976.
De voordelen van de dam waren in eerste instantie aanzienlijk.
Rond de meren ontstond een bloeiende visindustrie en de dam genereerde in 1998 zo’n 15% van de totale elektriciteitsproductie van Egypte, waardoor veel dorpen voor het eerst toegang kregen tot elektriciteit.
Bovendien behoren de verwoestende overstromingen, maar ook periodes van extreme droogte, tot het verleden.
De landbouw kon hierdoor het hele jaar door plaatsvinden, wat leidde tot hogere opbrengsten.
De aanleg van de dam en het ontstaan van het Nassermeer hadden echter ook een keerzijde.
Duizenden mensen moesten gedwongen verhuizen om plaats te maken voor het stijgende water.

Bovendien moesten waardevolle archeologische vindplaatsen, waaronder de wereldberoemde tempels van Aboe Simbel, met veel moeite en kosten naar hoger gelegen gebieden worden verplaatst.
Het Nassermeer is overigens zo uitgestrekt dat 17% ervan in het buurland Soedan ligt, en men spreekt daar van het Nubiameer.
Op de lange termijn bracht de dam ook ecologische en landbouwkundige problemen met zich mee.
Het Nassermeer is langzaam aan het dichtslibben en geschat wordt dat het binnen vijfhonderd jaar volledig zal zijn veranderd in een uitgestrekte slibvlakte.
Omdat de aanvoer van nieuw sediment wordt geblokkeerd door de dam, erodeert de Nijldelta in rap tempo.
Het noordelijke deel van de Nijl verzilt, waardoor het gebied ongeschikt wordt voor landbouw.
De delta zelf heeft al een groot deel van zijn vruchtbaarheid verloren.
De productie van bakstenen, die traditioneel werd gemaakt van Nijlmodder, is hierdoor sterk afgenomen.

Ook langs de oostelijke Middellandse Zeekust versnelt de erosie, waardoor het land is er 30 km landinwaarts getrokken.
Om de vruchtbaarheid van de landbouwgrond op peil te houden, worden nu enorme hoeveelheden kunstmest gebruikt, wat leidt tot ernstige bodemvervuiling.
Verkeerde irrigatietechnieken verergeren de verzilting van de bodem, een probleem dat nog wordt versterkt door de toenemende verzilting van het Nijlwater zelf.
Het delicate ecosysteem van de Nijl is door de dam dan ook ernstig verstoord en is aan het uiteenvallen.

Ten slotte heeft de constructie van de Aswandam ook tot politieke spanningen geleid.
Omdat het overgrote deel van de Egyptische bevolking in de Nijlvallei woont en afhankelijk is van het Nijlwater, is de controle over de dam van strategisch belang.
Het uitgestrekte Nassermeer vormt een potentiële kwetsbaarheid bij conflicten.
De relaties met buurlanden Soedan en Ethiopië zijn hierdoor complex.
Zeker met deze laatste was er veel onenigheid over de bouw van de nieuwe, immense Grote Renaissancedam in de Blauwe Nijl.
De Grote Renaissancedam ligt in de Blauwe Nijl en is 1,8 kilometer breed en 145 meter hoog en ligt in het noordwesten van Ethiopië.
Met de bouw werd in 2011 een begin gemaakt, en op 1 juli 2020 begon het vullen van het waterreservoir.
De kostprijs voor dit project 4,8 miljard euro.
Om het megaproject te financieren kreeg elke ambtenaar de vraag om een maandloon af te staan.
Op 20 februari 2022 produceerde de eerste turbine commerciële stroom.
Op termijn moet de totale stroomcapaciteit van de stuwdam 6500 megawatt bedragen en de huidige stroomcapaciteit van het land verdubbelen.
Vandaag heeft de dam nog maar een capaciteit van 750 megawatt
(Diverse bronnen, VRTNWS, Wikipedia en foto’s uit De Post van 24 januari 1960)

Het was de laatste poging van koning Boudewijn om ook staatshoofd te worden van de nieuwe onafhankelijk staat Congo.
De koning zou op die manier aan het hoofd van een dubbelmonarchie komen te staan.
Helaas voor hem, kwam van die plannen niets in huis.

Bij zijn terugkomst uit Congo wachten honderden mensen hem op.
Vreemd genoeg is er van dit bezoek niets terug te vinden op Google en heb ik deze informatie teruggevonden in de Post van 17 januari 1960)



Met in de hoofdrollen:
Ingrid Bergman als Irene Wagner, Mathias Wieman als Professor Albert Wagner en Renate Mannhardt als Johanna Schultze.
De film is gebaseerd op de novelle “Angst” van Stefan Zweig.
Het verhaal draait om Irene Wagner, een vrouw die een affaire heeft.
Ze wordt gechanteerd door een vrouw die dreigt haar geheim te onthullen aan haar man.
Irene raakt hierdoor in paniek en wordt bijna tot zelfmoord gedreven. Uiteindelijk blijkt dat haar man achter het complot zat.
De film is ook bekend onder de titel “Non credo più all’amore” (Ik geloof niet meer in de liefde) en de Duitse titel was Angst.
De muziek is gecomponeerd door Renzo Rossellini, de zoon van de regisseur.
De film wordt over het algemeen beschouwd als een dieptepunt in de carrières van zowel Rossellini als Bergman.
De film was dan ook geen commercieel succes en kreeg dan ook geen lovende kritieken (De Post 19 december 1954).





Leuk artikel om eens te lezen, over covers, Tin Pan Alley, Charles Trenet en Louis Armstrong.

De film was een redelijk succes in Duitsland, vooral dankzij de populaire muziek en de sterrencast.
Het was een typische Heimatfilm met een romantisch verhaal en mooie beelden van de bergen.
Lilli Palmer speelde een van de hoofdrollen, naast Romy Schneider en Karlheinz Böhm.
Lilli Palmer zong het nummer O mein Papa en met haar versie scoorde ze er een grote hit mee in Duitsland.
Het nummer “O mein Papa”, werd geschreven door Paul Burkhard voor de musical “Fireworks” uit 1948 en de tekst is van Jürg Amstein.
Het liedje werd voor het eerst gezongen door Lys Assia in de Zwitserse musical.
Hoewel Lilli Palmer met “Oh mein Papa” een hit scoorde in Duitsland, was het de cover van Eddie Fisher die met zijn Engelstalige versie “Oh! My Pa-pa” in 1954 de grootste internationale hit scoorde.
Zijn versie bereikte de nummer 1 positie in de Verenigde Staten en was ook een grote hit in andere landen.
Ook de instrumentale versie van “Oh mein Papa” was een hit! Trompettist Eddie Calvert bracht eind 1953 een instrumentale versie uit die in 1954 de top van de Britse hitlijsten bereikte en ook in de Verenigde Staten de top 10 haalde.
Zijn versie was zelfs de eerste nummer 1 hit in het Verenigd Koninkrijk die werd opgenomen in de beroemde Abbey Road Studios (De Post 19 december 1954)

Voor deze grote retrospectief van Salvador Dalí over de overdracht van voorwerpen in een wel of niet schaalverandering.
De bezoeker kreeg een installatie te zien van tientallen gerechten, worstjes en een theelepel op een andere schaal dan in de werkelijkheid.

Zo was de lepel 38 meter lang en goed voor een gewicht van 1600 kg.
Dali gaf de opdracht aan Kim Hamisky om dit kunstwerk te maken.
Gedurende meer dan zes weken hebben een twintigtal arbeiders metalen platen gesneden en gelast om dit kunstwerk samen te stellen.

De Theelepel kreeg een plaats in de hal, naast een rots die begroeid is met regenschermen.
De Theelepel en de rots kregen ook nog een andere functie.
Een pompsysteem pompte water uit de lepel en spoot die dan eens per uur over de rots.
Zo waren de beide kunstwerken verbonden als een soort fontein. (Diverse bronnen en De Post van 30 december 1979)


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag