45 jaar geleden, Julien Clerc, de kluizenaar van de Franse Pop.

Een van zijn grootste hits was Ma Préférence, een nummer dat hij in 1978 uitbracht op zijn album Jaloux.

Het nummer schreef hij zelf en dit samen met Jean-Loup Dabadie.

Jean-Claude Petit schreef de arrangementen en was ook verantwoordelijk voor de productie.

Jean-Claude Petitj heeft gewerkt met zowel jazzlegendes als popsterren, en heeft ook muziek geschreven voor theater, opera en film.

Petit begon zijn muzikale opleiding aan het Collège National Superieur de la Musique in Parijs, waar hij eerste prijzen behaalde in harmonieleer, fuga en contrapunt.

Tijdens zijn studie speelde hij piano in de Parijse nachtclubs, waar hij Amerikaanse sterren begeleidde zoals Dexter Gordon, Johnny Griffin en Kenny Clarke.

Hij raakte zo vertrouwd met de jazzstijl, die hij later zou combineren met andere invloeden.

In de jaren 70 bracht Petit drie popjazz-albums uit onder zijn eigen naam: Jean-Claude Petit (1970), Jean-Claude Petit et son orchestre (1972) en Jean-Claude Petit et son grand orchestre (1974).

Deze albums laten zijn talent zien als componist en arrangeur van originele en swingende nummers.

Hij werkte ook samen met vele Franse popartiesten, zoals Serge Lama, Sheila, Claude François, Mink DeVille, Joan Baez, Michel Sardou, Alain Souchon, Sylvie Vartan, Jairo, Mortimer Shuman en Gilbert Bécaud. Hij verzorgde de arrangementen en speelde piano op hun platen en concerten.

Petit maakte ook naam als theatercomponist. Hij schreef muziek voor stukken van Robert Hossein, Victor Haïm en vele andere succesvolle regisseurs.

Hij creëerde sfeervolle en dramatische muziek die perfect aansloot bij de thema’s en de sfeer van de voorstellingen.

Hij componeerde ook twee opera’s: Sans Famille (Nice, 2007) en Colomba (Marseille, 2014).

Deze opera’s zijn gebaseerd op bekende Franse romans en tonen zijn vermogen om klassieke en moderne elementen te vermengen.

Petit is echter vooral beroemd om zijn filmmuziek.

Hij heeft meer dan 100 filmscores geschreven voor Franse en internationale films.

Hij werkte samen met gerenommeerde regisseurs zoals Jean-Paul Rappeneau, Pat O’Connor, Bertrand Blier, Claude Lelouch en Claude Berri.

Hij won een César voor beste originele muziek voor Cyrano de Bergerac (1990), een episch historisch drama met Gérard Depardieu.

Hij schreef ook memorabele muziek voor The Playboys (1992), een romantische komedie met Albert Finney en Aidan Quinn, en Jean de Florette (1986) en Manon des Sources (1986), twee films gebaseerd op de roman van Marcel Pagnol.

Zijn muziek is vaak melodieus, expressief en kleurrijk, met invloeden van folk, jazz, klassiek en wereldmuziek.

Ma Préférence gaat over de liefde die Julien Clerc voelt voor zijn geliefde, die hij boven alles verkiest.

Het nummer werd een groot succes in Frankrijk en andere Franstalige landen.

In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitlijsten, terwijl in Nederland het nummer goed was voor een tweeëndertigste plaats in de Top 40.

Het is nummer is ook gecoverd door onder meer Sacha Distel, Michel Delpech en in Vlaanderen door Nicole en Hugo.

Deze week, 35 jaar geleden, komt Mylène Farmer (geboren als Mylène Jeanne Gautie) met haar single Pourvu Qu’Elles Soient Douces binnen in de Belgische Top 50.

Mensen die me een beetjes volgen, weten dat ik fan ben van de Canadese zangeres Mylène Farmer.

De Pourvu Qu’Elles Soient Douces, uitgebracht in 1988 als derde single van haar album Ainsi Soit Je.

De tekst van het nummer, geschreven door Farmer zelf, gaat over de obsessie van mannen voor de billen en de sodomie, met dubbelzinnige verwijzingen naar het Kamasutra en een fotoserie van Robert Doisneau.

De muziek is gecomponeerd door Laurent Boutonnat, die ook de producer van het album was.

De single was een groot succes en stond vijf weken op nummer 1 in de Franse hitlijst, waardoor Farmer tegelijkertijd nummer 1 was met haar single en haar album.

De videoclip van het nummer, ook geregisseerd door Boutonnat, is een vervolg op die van Libertine en speelt zich af tijdens de Zevenjarige Oorlog in de 18e eeuw.

Met een duur van achttien minuten, een budget van drie miljoen frank en bijna 600 figuranten, was het destijds de langste en duurste videoclip ooit gemaakt in Frankrijk.

De clip bevat scènes van naaktheid, erotiek en geweld en veroorzaakte veel controverse.

Voor haar werk ontving Farmer in 1988 de Victoire de la musique voor beste artieste van het jaar.

Gezien op deze Blog het niet mogelijk is om de video te delen, dan maak de album versien.

Catherine Deneuve, de iconische Franse actrice, viert vandaag haar 80ste verjaardag.

Haar carrière omvat meer dan 60 jaar en meer dan 100 films, maar ook een opmerkelijk muzikaal project: haar lp Souviens-toi De M’oublier uit 1981.

Een jaar eerder werkte ze al samen met Serge Gainsbourg en dit voor het het nummer Dieu Fumeur De Havanes.

Dit nummer, geschreven door Serge Gainsbourg en geproduceerd door Philippe Lerichomme, verscheen in 1980 op het album Dieu Fumeur De Havanes, dat ook de soundtrack was van de film Je Vous Aime, geregisseerd door Claude Berri.

In deze film speelde Catherine Deneuve samen met Serge Gainsbourg en Gerard Depardieu.

Het nummer Dieu Fumeur De Havanes is een ode aan de goddelijke roker van Havana-sigaren, een metafoor voor Gainsbourg zelf, die bekend stond om zijn passie voor tabak en alcohol.

Het album Souviens-toi De M’oublier bevat tien nummers die allemaal geschreven zijn door Serge Gainsbourg.

Op dit album staan ook twee nummers waar Serge Gainsbourg te horen is, namelijk Souviens-Toi De M’Oublier en ook uitgebracht op single en het nummer Ces Petits Riens.

De producer van het album was terug in handen van Philippe Lerichomme.

Catherine Deneuve, een van de meest iconische Franse actrices, viert vandaag haar 80ste verjaardag.

Haar carrière begon in de jaren 50 en omvat meer dan 100 films, waaronder klassiekers als Belle de Jour, The Umbrellas of Cherbourg en Indochine.

Ze werkte samen met gerenommeerde regisseurs als Luis Buñuel, Roman Polanski en François Truffaut.

Gisteren nog vandaag, te gast bij de zusjes Dorléac (Françoise Dorléac en haar jongere zus Catherine Dorléac, die we nu kennen als Catherine Deneuve) en hun ouders in 1960

Ze werd vier keer genomineerd voor een César, de belangrijkste Franse filmprijs, en won er een in 1981 voor haar rol in The Last Metro.

Ze ontving ook een ere-César in 2008 voor haar bijdrage aan de Franse cinema.

Naast haar filmcarrière stond Deneuve ook bekend om haar relaties met beroemde mannen, zoals fotograaf David Bailey, regisseur Roger Vadim, Johnny Hallyday en acteur Marcello Mastroianni.

Reclame: N°5, the 1973 Film with Catherine Deneuve: Whispered – CHANEL Fragrance

Met deze laatste kreeg ze een dochter, Chiara Mastroianni, die ook actrice werd.

Deneuve heeft ook een zoon, Christian Vadim, uit haar huwelijk met Roger Vadim. Hij is ook een acteur en in 1999 samen te zien met zijn moeder in de film Le Temps retrouvé.

Ze was nooit getrouwd met Mastroianni, maar bleef bevriend met hem tot zijn dood in 1996.

Deneuve heeft altijd haar privéleven afgeschermd van de media en zei ooit: “Ik ben niet geïnteresseerd in het delen van mijn gevoelens of mijn leven met het publiek.”

Ze is ook een voorvechtster van vrouwenrechten en heeft zich uitgesproken tegen seksueel misbruik en huiselijk geweld.

Gisteren nog vandaag: De Post 10 december 1961

Deze week 60 jaar geleden, de aankondiging van de verloving tussen Johnny Hallyday en Sylvie Vartan.

Johnny Hallyday en Sylvie Vartan ontmoetten elkaar in 1961 op een concert.

Ze verloofden zich in oktober 1963 en trouwden in 1965.

Ze kregen een zoon, David, in 1966.

Hun relatie was echter niet altijd rooskleurig.

Johnny Hallyday had affaires met andere vrouwen, waaronder Catherine Deneuve, met wie hij een geheime romance had die meer dan 50 jaar duurde.

Sylvie Vartan leed onder de jaloezie en het onbegrip van haar man, die haar carrière niet altijd steunde.

Ze probeerden hun huwelijk te redden met een tweede ceremonie in 1974, maar dat mocht niet baten.

Ze gingen definitief uit elkaar in 1980.

Ze bleven wel vrienden en respecteerden elkaars nieuwe partners.

Sylvie Vartan hertrouwde op 2 juni 1984 in Los Angeles met de Amerikaanse producer Tony Scotti.

Het stel adopteerde een uit Bulgarije afkomstig meisje Darina.

In 1998 verwoestte een brand haar huis in Los Angeles.

Tegenwoordig verdelen Sylvie Vartan, haar man en hun dochter hun tijd nog steeds tussen Los Angeles en Parijs.

Johnny Hallyday hertrouwde vier keer, de laatste keer met Laeticia Boudou, die bij hem bleef tot zijn dood in 2017.(Diverse bronnen, Biografie Lady Lucille van Gilles Lhote, diverse bronnen en verloving week van 15 oktober 1963)

Vandaag is het 60 jaar geleden dat de Franse zangeres Edith Piaf is overleden.

Edith Piaf leeft de laatste maanden van haar leven teruggetrokken in Grasse, waar ze in de nacht van tien oktober 1963 sterft in het bijzijn van Theo Lamboukas, haar toenmalige man.

Maar omdat ze per se in Parijs wilde sterven, werd haar lichaam in een ambulance naar Parijs gebracht, waar een dokter haar dood op 11 oktober officieel vaststelde.

Deze anekdote is tekenend voor Piafs liefde voor Parijs, de stad die haar als chansonnière onsterfelijk heeft gemaakt.

En die liefde was wederzijds: le tout Paris liep te hoop wanneer de lijkstoet naar de begraafplaats Père-Lachaise trok.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in de Piccolo

Edith Piaf blijft bekend en bemind om haar chansons die een ode zijn aan het leven en de liefde, ook al ging het haar in haar privéleven allerminst voor de wind.

Als kind trok ze rond met haar vader die straatartiest was, op haar vijftiende moest ze voor zichzelf instaan.

Ze bezingt in ‘L’Hymne à l’amour’ (1950) een onvoorwaardelijk geloof in de liefde, enkele maanden nadat haar grote liefde Marcel Cerdan, de Franse wereldkampioen boksen, omkwam in een vliegtuigongeluk.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in Knokke (28 juli 1961)

Op haar tweeënveertigste huwt Piaf opnieuw met de twintiger Théo Sarapo.

Met hem zingt ze in 1962 nog het duet ‘A quoi ça sert l’amour’. Of zij niet denkt aan wat rust na zo’n bewogen leven? “Neen, want de dag dat je rust, voel je je al een beetje dood”.

In de sloppen van Belleville, midden in “la grande guerre”, verwekt tijdens een militair verlof van een toevallige vader-straatartiest, met een straalzatte zangeres als moeder.

Niet bevorderlijk voor een schitterende carrière in de wereld van de showbizz.

Wanneer Edith Piaf dan op haar vijftiende voor haar eigen inkomsten ging zorgen, met als enig talent een stem als een scheepsklok, dan moest ze ferm van haar afbijten om het zo ver te schoppen.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf en haar man Théo Sarapo te gast in zaal Ancienne Belgique in Brussel (december 1962)

Dan moest ze een straatmus zijn die kon zingen als een kanarievogel.

Als kleuter had ze die warme moederliefde gemist, waar elk kind recht op heeft.

Haar hele verdere leven was één grote hunker naar de warmte, de hartelijkheid, de tederheid die je als kind niet had gekregen.

Wat zei ze ook weer? “Als het geluk aan de deur klopt dan ga ik opendoen, dan durf ik niet neen zeggen”.

En telkens wanneer ze die liefde vond, was ze ook dankbaar en gul.

Edith Piaf had een onfeilbaar oog voor talent en ze had die gave vaak gebruikt om jonge artiesten beroemd te maken.

Leverkanker velt haar uiteindelijk op haar zevenenveertigste, met onsterfelijke klassiekers als La vie en rose, Milord en Non, je ne regrette rien op haar palmares.(diverse bronnen, ENen Toon Hillewaere)

Gisteren nog vandaag: Édith Piaf (janauri 1961)

50 jaar geleden, Mireille Mathieu met haar single C’est l’amour et la vie que je te dois.

Het nummer is geschreven door de Franck Gérald en Patricia Carli.

Franck Gérald is een belangrijke man geweest voor het Franse chanson. Zo schreef hij nummers voor bijna alle grote Franse artiesten zoals Dalida, Gilbert Bécaud, Annie Cordy, Michel Polnareff, Françoise Hardy, Sylvie Vartan en Brigitte Bardot.

Patricia Carli is van Italiaanse afkomst, maar verhuisde samen met haar ouders naar ons land, toen ze nog een kind was.

Als zangeres had ze een hit in 1963 met het nummer Demain Tu Te Maries.

Een nummer dat ze zelf heeft geschreven en die we in Vlaanderen en Nederland vooral kennen dankzij de Nederlandse cover Raak Me Niet Aan van Conny Vandenbos.

Vandaag is het ook al 40 geleden dat de Franse zanger Tino Rossi (geboren als Constantino Rossi) is overleden.

Tino Rossi was de zoon van Laurent en Eugenie Rossi, en groeide op in een gezin met 8 kinderen.

Zijn vader was kleermaker en zijn moeder verdeelde haar aandacht over het familiebedrijf en het huishouden.

Constantin kreeg de naam, een eerder geboren kind dat eind 1906 al jong was overleden.

Zijn geboortehuis stond aan de Rue Cardinal Fesch 43 in Ajaccio

Als kind zong hij al graag en veel. Iedereen in zijn omgeving merkte dat hij een heel zuivere stem had.

Gisteren nog vandaag

Hoewel hij goed kon leren, ging hij liever spijbelen. Zijn stem had een lichte, vloeiende en wat omfloerste klank: een fluwelen stem met een bereik van bijna drie octaven.

Tino Rossi’s populariteit als zanger begon pas echt na zijn verhuizing naar Parijs in 1934.

Toen het Casino de Paris hem enkele maanden later contracteerde, betekende dat zijn doorbraak.

Het publiek stroomde al gauw toe. Vooral vrouwen stonden soms urenlang massaal voor de deur, alleen maar om een glimp van hem op te vangen.

Gisteren nog vandaag

Hij gold als een charmezanger bij uitstek en werd voor wat betreft zijn uiterlijke aantrekkingskracht wel vergeleken met Rudolf Valentino.

Marcel Pagnol, de schrijver en regisseur met wie Rossi later enkele films maakte, zei toen al van hem: Al zingt Tino uit het telefoonboek voor, de vrouwen beginnen te janken of te juichen, al naargelang zijn stemgebruik.

Tijdens een optreden in 1941 leerde hij Lilia Vetti kennen. Na drie kortere huwelijken werd ze de echtgenote met wie hij zijn leven verder zou delen.

Tino Rossi zong hits als Vieni… vieni…, Ave Maria en J’attendrai, maar bijvoorbeeld ook Yesterday van The Beatles.

Zijn meest verkochte nummer is Petit Papa Noël, het meest geliefde Franstalige kerstliedje.

Gisteren nog vandaag

Hij was de eerste artiest die wereldwijd miljoenen platen verkochte en kreeg een speciale massief gouden langspeelplaat uitgereikt voor de afzet van minstens 250 miljoen grammofoonplaten. Totdat Elvis Presley op het toneel verscheen, was er geen artiest die deze aantallen zelfs maar benaderde.

Tino Rossi trad ook op als acteur speelfilms en operettes. Hij maakte bij elkaar 25 films, waarvan Candide’ in 1960 de laatste was.

In deze films speelde hij meestal de rol van de jonge held. In een interview zei hij daarover: Te veel en te lang. Ik liet me leiden door mijn ijdelheid. Die ijdelheid illustreerde hij ook met de pakken die hij droeg: Ik laat mijn kostuums altijd iets te groot maken, dan zeggen de mensen: “Goh, Tino, je bent magerder geworden” in plaats van “Goh, je wordt steeds dikker”.

Nadat zijn loopbaan leek afgelopen, beleefde hij in 1969 een verrassende terugkeer met de musical De Zonnekoopman.

Hij trad op in veelbekeken tv-shows.

Zijn laatste optreden als zanger was in 1982, in het Casino de Paris, waar het ooit ook was begonnen.

Gisteren nog vandaag

In een interview na het optreden toen zei hij het volgende: Ik miste er mijn oude vrienden Gabin, Fernandel, Maurice Chevalier en Mistinguett te zeer. Ik voelde me er een eenzame oude man, die tevergeefs zocht naar de gezellige jaren van weleer.

Desondanks had hij nog toekomstplannen die hij niet kon uitvoeren nadat hij begin 1983 in het ziekenhuis werd opgenomen en kanker aan de alvleesklier bleek te hebben.

Tegenover de buitenstaander deed hij alsof hij weer de oude was.

Bij de viering van het 42-jarig huwelijksjubileum met Lilia Vetti, had hij het nog over een terugkeer op het podium, net als in 1969:

Ik werk hard aan een nieuw repertoire, want ik wil nog meer schitteren dan vorig jaar. Ik zit alleen met een probleem, ik ben veel sneller moe.

Toch wil ik mijn plannen doorzetten, want ik denk dat ik me zonder de muziek zal vervelen en snel oud zal worden.

Hij overleed echter op 27 september 1983 in het l’Hópital Américain in Neuilly, 76 jaar oud. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Deze week komt, 45 jaar geleden, komt Mort Shuman met zijn nummer Comme avant binnen in de Top 10 in Frankrijk.

Het nummer schreef hij zelf en de tekst is van Elisabeth Moreau.

Zowel in Vlaanderen, als in Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

Zanger, pianist en songwriter Mort Shuman, geboren in Amerika, maar zijn familie was afkomstig uit Polen, leerde we kennen van zijn samenwerking met Doc Pomus (echte naam Jerome Solon Felder).

Samen schreven ze meer dan 500 liedjes, waaronder hits voor Elvis Presley, The Drifters en Dion and the Belmonts.

Zo schreven ze onder meer voor Elvis Presley (Surrender, Kiss me quick, Viva Las Vegas) en voor The Drifters (Save the last dance for me en Sweets for my sweet).

Samen met Doc Pumes vestigde Shuman begin jaren 60 zich in Londen.

Wanneer de twee uiteen gaan en Mort alleen naar Parijs verhuist, begint een hele nieuwe periode in zijn leven.

Hij raakte daar bevriend met Jacques Brel en vertaalde enkele nummers van hem in het Engels en schreef in 1968 ook een musical over hem met als titel Jacques Brel is alive and well and living in Paris, waarin Shuman zelf de hoofdrol zong.

In 1973 brengt hij trouwens ook een single uit met twee nummers van Brel, namelijk Amsterdam en Mathilde.

Al vlug is hij de Franse taal machtig en begint hij zijn carrière als zanger.

Zijn grootste Franse succes is wellicht Le Lac Majeur.

Dit nummer was deels geïnspireerd over de periode in 1874 waarin de Russische anarchist Michail Bakoenin een poging deed om via Locarno (stad) aan het Lago Maggiore (Le lac Majeur in het Frans) te vluchten.

De openingszin Il neige sur le Lac Majeur verwijst niet naar sneeuw (neige), maar naar een groot vuurwerk dat Bakoenin in 1874 zou hebben laten ontsteken.

Het nummer was zowel in Vlaanderen als in Nederland een groot succes en is ook terug te vinden op het album Amerika (1972).

Mort Shuman had een grote invloed op de Franse muziekscene, waar hij veel liedjes schreef en vertaalde voor artiesten als Johnny Hallyday, Sylvie Vartan en Claude François.

Hij overleed in 1991 op 54-jarige leeftijd aan leverkanker.

35 jaar geleden, te gast bij sportdirecteur Berten De Kimpe

Berten De Kimpe, ook bekend als Albert De Kimpe, werd geboren op 30 januari 1920.

Zijn vader, Adolphe De Kimpe had in Astene, een grote fabriek, waar de bekende Groene Leeuw fietsen werden gemaakt.

De Kimpe. Groene Leeuw leverde niet alleen racefietsen, maar ook heren- en damesfietsen.

Als jonge gast van 7 jaar was ging hij met mijn vader naar de koersen.

Zijn vader was namelijk eigenaar van de Belgische wielerploeg de Groene Leeuw die bestond van 1945 tot 1969.

Berten De Kimpe studeerde aan het college in Sint-Amandsberg.

Als tiener combineerde hij het fietsen met het voetbal.

Hij won 12 wielerwedstrijden en over zijn laatste fietswedstrijd, namelijk de Omloop der Beide Vlaanderen voor jongeren.

Zei hij het volgende in een interview in de Story: Ik ontsnapte met twee andere renners, we bouwden een voorsprong van 4 minuten op. Met nog 1 kilometer te rijden schoof ik weg in een strook zand, dag, overwinning. Een derde plaats interesseerde me niet, dus reed ik meteen naar mijn kleedhokje.

Mijn vader was daar zo boos om, dat hij een hamer greep en mijn fiets aan stukken sloeg. Het is een schande dat je die derde plaats liet liggen!

’s Anderdaags had hij er al spijt van. Je krijgt een nieuwe fiets, zei hij, maar ik wees het aanbod af. Ik koos definitief voor voetballen. Daar voelde ik op dat moment veel meer voor.

Ook als voetballer gooide Berten De Kimpe hoge ogen.

Hij was amper 16 jaar, toen hij debuteerde in het fanion-elftal van eersteklasser Gantoise (AA Gent).

Van Gantoise werd hij getransfereerd naar Cercle Brugge. In 1943 kwam er een dramatisch einde aan zijn voetballoopbaan.

In datzelfde interview in de Story zei hij daar het volgende over: in 16 wedstrijden had ik 19 keer gescoord. Tegen Racing Brussel maakte ik zelfs 3 doelpunten op 20 minuten. Het waren zijn allerlaatste goals, want ik geraakte onherstelbaar aan mijn knie gekwetst. Mijn been stond paraplu, de meniscus had zware averij opgelopen.

Een operatie in Engeland had mijn carrière mogelijk nog kunnen redden, maar door de oorlogsomstandigheden kwam daar niets van terecht.

Als sportdirecteur bij Wiel’s-Groene Leeuw leidde hij tal van renners naar grootse prestaties.

Gezien één van de cosponsors, de Belgische brouwer Wielemans-Ceuppens, die zijn biermerk Wiel’s wou promoten, kreeg de ploeg deze nieuwe naam.

Een aantal grote namen fietsten voor deze wielerploeg, zoals Erik De Vlaeminck, Walter Godefroot, Arthur Decabooter, Stan Ockers, Benoni Beheyt, Rik Van Looy en Sylvère Maes droegen het groene shirt.

Andere namen waren Alfons Sweeck, André Messelis, Armand Desmet, Daniel Denys, Eddy Pauwels, Fernando Manzaneque, Firmin Van Kerrebroeck, Frans De Mulder, Freddy Decloedt, Gerard Van De Steene, Germain Derycke, Gilbert Desmet, Gustaaf De Smet, Hans Junkermann, Jean-Baptiste Claes, Jozef Timmerman, Karl-Heinz Kunde, Lucien Mathys, Martin Van Den Bossche, Michel Remue, Noël Foré, Walter Boucquet en Willy Van den Eynde.

Ook in het veldrijden was de ploeg actief en dankzij Eric De Vlaeminck wonnen ze de allereerste Belgische wereldtitel in het veld.

Een hoogtepunt was zeker de Ronde van Spanje 1960 waar Wiel’s-Groene Leeuwde winnaar en tweede van het eindklassement leverde, respectievelijk Frans De Mulder (met vier ritwinsten) en Armand Desmet.

Een derde ploegmaat, Arthur Decabooter, eindigde ook nog in de top 10 en won dat jaar ook de blauwe trui van het puntenklassement en twee ritwinsten.

Het team deed vier maal mee met de Ronde van Frankrijk (1962, 1963, 1964, 1965) en behaalde daar in die vier jaar zes ritoverwinningen.

In de Vuelta behaalde Groene Leeuw uit zes deelnames (1960, 1961, 1962, 1965, 1966, 1969) 10 ritwinsten.

Ook een herinnering van iedereen blijft de ontknoping van het WK op de weg in Ronse in 1963.

Toen trok zijn Groene Leeuw-renner Gilbert De Smet uit Lichtervelde de spurt aan voor de gedoodverfde favoriet Rik Van Looy. Maar een andere Groene Leeuw, Benoni Beheydt, spurtte iedereen voorbij en won.

Toen de wielerploeg eindigde eind 1969, stapte Berten’De Kimpe over naar de nieuwe wielerploeg met Watneys als hoofdsponsor.

Daar kreeg Jef Braeckevelt in 1970 dankzij Berten De Kimpe een job aangeboden als ploegleider.

Deze ploeg met wisselende sponsors en bijhorende ploegnamen zou tot 1978 blijven bestaan.

Al die tijd werkte Braeckevelt in de schaduw van De Kimpe.

In zijn privé-leven heeft Berten onnoemelijk veel tegenslagen gekend.

In 1943 trouwde hij met Margriet, maar het koppel bleef helaas kinderloos en daar vertelde hij het volgende over: wij verloren vier kinderen, alle vier werden te vroeg geboren, na zes maanden zwangerschap.

De dokters deden hun best om ze in leven te houden, maar het mocht niet baten.

In 1977 kreeg hij een verkeersongeval in Sint-Martens Latem met een dodelijke afloop.

In het interview in de Story zei hij het volgende daarover: ik reed in een auto met aanhangwagen. Opeens hoorde ik een klap. Ik voelde dat er iets gebeurd was. Ik stapte uit om te kijken en kreeg een enorme schok, want er lag een kindje dood op de weg!

Dat kind was al spelend op de loop gegaan voor een kameraadje en het was tussen de auto en de aanhangwagen gesukkeld.

Ik ben daar toen zo hard van geschrokken dat mijn hart in één keer zes maal groter werd. Jawel, je hoort het goed, zes keer groter dan normaal, enkel en alleen door het schrikken. Ik werd met een shock afgevoerd.

Een half jaar heb ik toen thuis in een verduisterde kamer gelegen.

Tijdens een darmoperatie in 1977 verloor hij veel bloed verloor en de dokters zagen geen uitweg meer

Ze hadden hem al opgegeven, maar toch overleefde hij de operatie, maar duurde zijn herstel bijna 2 jaar.

Einde 1978 kreeg hij een voorstel om terug sportdirecteur te worden.

Om terug te scoren met onder meer Claude Criquielion.

Berten De Kimpe kwam te overlijden in maart 1999 op 79-jarige leeftijd.

In 2016 besliste het stadsbestuur van Deinze om als eerbetoon Berten De Kimpe een straat te noemen naar hem.(Diverse bronnen, Story 3 mei 1988, Jan de Smet en Patrick Feyaerts en hun boek De wielerploeg die de Keizer uitdaagde en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag