


Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek



Het klassieke horrorverhaal van Frankenstein kreeg in 1985 een opmerkelijke herwerking in de film ‘The Bride’ van regisseur Franc Roddam.
Het verhaal pikt de draad op waar het origineel eindigt. Baron Frankenstein, gespeeld door popster Sting, schept een perfecte vrouw, Eva.
De rol van Eva werd vertolkt door Jennifer Beals, die toen razend populair was na haar doorbraak in “Flashdance”.
In tegenstelling tot het oorspronkelijke verhaal, krijgt de bruid hier een eigen wil.
Ze wijst haar monsterlijke ‘partner’ (gespeeld door Clancy Brown) onmiddellijk af, waarna hij op de vlucht slaat.
Wat volgt is een dubbel verhaal: terwijl Frankenstein zijn creatie opvoedt tot de ideale vrouw en hopeloos verliefd op haar wordt, trekt het verstoten monster de wereld in.
Daar vindt hij onverwachte vriendschap bij een dwerg, Rinaldo, een rol van David Rappaport.
De film, met verder nog bekende namen als Geraldine Page en Cary Elwes, ging op 16 augustus 1985 in de Verenigde Staten in première.
De hoge verwachtingen werden echter niet ingelost. “The Bride” was een financiële flop, met een opbrengst van slechts 3,6 miljoen dollar tegenover een budget van 13 miljoen.
Ook de critici waren niet mals; de film werd vaak omschreven als traag en onsamenhangend, en de acteerprestatie van Sting werd niet altijd even warm onthaald.
Ondanks de koude ontvangst heeft “The Bride” door de jaren heen toch een zekere cultstatus verworven, gewaardeerd om zijn unieke visuele stijl en de ambitieuze poging om een feministische draai te geven aan het legendarische monsterverhaal.


Gisteren nog vandaag
Voordat zanger Julien Clerc zijn jawoord gaf aan Virginie Coupérie-Eiffel, deelde hij zijn leven met de Franse actrice Miou-Miou.
Samen kregen ze op 19 april 1978 een dochter, Jeanne Herry, die later zelf een succesvolle carrière als filmmaker en actrice zou uitbouwen.
Een nieuwe fase in zijn leven begon toen hij Virginie Coupérie-Eiffel ontmoette. De vonk sloeg over toen de zanger een paard kwam kopen bij Virginie, die op dat moment een professionele jumpingruiter was en een afstammelinge van de beroemde Gustave Eiffel.
Het koppel trouwde op 14 september 1985 op haar landgoed in de Gironde.
Hun gezin breidde zich uit met de komst van dochter Vanille, drie jaar na hun huwelijk, en zoon Barnabé, die in 1995 werd geboren.
Hun leven samen inspireerde Clerc tot een van zijn grootste hits, “Fais-moi une place” (1990), een nummer waarvoor hij zelf de muziek componeerde.
Hoewel de tekst door Françoise Hardy werd geschreven, wordt het nummer beschouwd als zijn muzikale verklaring aan Virginie, een vraag om een plek in haar wereld van rust en paarden.
Na een huwelijk van 22 jaar ging het paar in 2007 uit elkaar.
Na de scheiding gingen beiden hun eigen weg. Virginie Coupérie-Eiffel bouwde een carrière uit als verslaggeefster voor paardensportevenementen bij France Télévisions.
Voor haar verdiensten werd ze in 2013 benoemd tot Ridder in de Nationale Orde van Verdienste.
Julien Clerc vond opnieuw de liefde bij romanschrijfster Hélène Grémillon, met wie hij in 2012 trouwde. Zij hadden voor hun huwelijk al een zoon gekregen, Léonard.





De plaat wordt nog steeds geprezen als een absoluut hoogtepunt in de discografie van Bowie.
De kracht schuilt in een perfecte mix van elementen: de sterke productie die Bowie samen met Tony Visconti verzorgde, de kenmerkende zang van de meester zelf, en de innovatieve, grensverleggende gitaarpartijen van Robert Fripp.
Alle nummers op het album zijn geschreven door David Bowie en het bracht legendarische hitsingles voort zoals “Ashes to Ashes” en “Fashion”.
Het visuele aspect werd, zoals altijd bij Bowie, niet vergeten, met de beroemde albumhoes ontworpen door Bowie en Brian Duffy.
Voor de uitvoering kon hij rekenen op een ijzersterke band, met onder meer Andy Clark op synthesizer, Carlos Alomar op gitaar en de solide ritmesectie van bassist George Murray en drummer Dennis Davis. De achtergrondzang werd verzorgd door Chris Porter en Lynn Maitland.




Op het scherm verschijnt een aftandse garage in Los Angeles, gerund door een knorrige oude man. Zijn leven wordt volledig overhoop gehaald door een jonge, optimistische Latino met een onweerstaanbare glimlach.
De sitcom, die in Amerika in 1974 was gestart, draaide volledig om de chemie tussen de twee hoofdrolspelers.

Enerzijds was er Ed Brown (Jack Albertson, overleden op 25 november 1981), de verbitterde garagehouder die in alles een probleem zag.
Anderzijds was er Chico Rodriguez, gespeeld door de piepjonge en razend populaire Freddie Prinze.
Hij was de frisse wind die door de stoffige garage en het leven van Ed waaide.
Hun gekibbel en de langzaam groeiende vader-zoonrelatie vormden het hart van de show.
Tel daar de onvergetelijke begintune, ingezongen door de legendarische José Feliciano, bij op, en je had dé reden waarom miljoenen kijkers, ook in Vlaanderen, aan de buis gekluisterd zaten.
De ster van de show was zonder twijfel Freddie Prinze. Geboren als zoon van een Hongaarse vader en een Porto-Ricaanse moeder, groeide hij op in een ‘getto’ in New York.
Zoals Joepie het treffend omschreef, ontwikkelde hij daar een “onverbeterlijke drang naar zelfbescherming”, die hij omzette in een scherp gevoel voor humor.
Na wat optredens in kleine clubs belandde hij in de legendarische “Tonight Show”.
Die ene avond veranderde alles: een producent zag hem en bood hem de rol van zijn leven aan. Op zijn twintigste was Freddie Prinze een wereldster.
Maar het succesverhaal kende een tragische afloop. Amper anderhalf jaar nadat het lovende artikel in Joepie verscheen, in januari 1977, maakte Prinze op 22-jarige leeftijd een einde aan zijn leven.
De makers probeerden de serie nog te redden door een nieuw personage te introduceren, maar de ziel was eruit.
Zonder de charismatische Chico was de magie verdwenen. Na een vierde seizoen stopte dan ook de reeks.

Productie van dit mooie album was in handen van Tim Visterin.



