65 jaar geleden te gast bij de Antwerpse kunstschilder Bert Hildebrandt.

Bert Hildebrandt, geboren in 1906 in Antwerpen, begon hij als leerling in het atelier van Henri Luyten.

Hij volgde opleiding aan de Academie van Antwerpen en aan het NHISKA.

Hij studeerde onder leiding van gerenommeerde kunstenaars zoals Isidoor Opsomer, Julien Creytens en Albert Saverys.

Hij was bevriend Edmond Van Dooren (die kubisme en futurisme combineert met neoromantische toekomstvisioenen)

Ook was hij vriend van Richard Baseleer, Vic van Berkelaere, Jos Mous, Ivo Van Hool en zijn zoon Gilbert Van Hool en onderhoudt contacten met Alois De Laet.

Hij stond bekend om zijn gedurfde gebruik van kleur en zijn expressieve stijl.

Zijn werk wordt vaak gekenmerkt door een zekere melancholie en een gevoel van vervreemding.

Hildebrandt won tijdens zijn carrière verschillende prijzen en onderscheidingen.

Zijn werk werd aangekocht door de Belgische staat in 1959 en 1968/1969.

Bert Hildebrandt schilderde ook vaak op glas dat hij toen noemde als de vergeten kunst in Vlaanderen.

Werken van Bert Hildebrandt zijn te zien in verschillende musea, waaronder het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.

Bert Hildebrandt overleed in 1974 in Spanje.

90 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Juliaan Severin.

Juliaan Severin was geboren in 1888, in Borgerhout en die in 1975 gestorven is te Kruibeke.

Hij volgde opleiding regentaat Germaanse talen te Gent en dit samen met een artistieke opleiding aan de Academie te Antwerpen.

Onderhield nauwe contacten met de Lierse etser Raymond De la Haye, onderging de invloed van Verstraeten en kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog te Parijs in contact met C. Monet.

Werd na de wapenstilstand één van de bezielers en secretaris van AKOS, de Antwerpse Kunstkring der Oud-Strijders.

Reeds voor 1914 debuteerde hij als illustrator van de boeken van Raf Verhulst.

Realiseerde als schilder o.m. (heide)landschappen, hoevegezichten, figuren, stillevens met bloemen, vruchten, vissen.

Als etser vond hij o.m. inspiratie in oude Antwerpse stadshoekjes, in begijnhoven te Lier, Diest en Aalst.

Reisde o.m. naar Bretagne, Normandië, het Zuiden van Frankrijk en vond er inspiratie in de havens, de landschappen.

De pers schreef toen het volgende over hem: Kunsthistorisch kan men Severin onderbrengen bij het postimpressionisme, want het was er hem om te doen licht en stemming uit te beelden, zonder sterk vervormende expressie of sociale of symbolische geladenheid.

Zijn beste werken maakte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij achter het front leider was van een heropvoedingscentrum voor invalide soldaten en na de oorlog als lid van de Antwerpse Kunstenaars-Oudstrijders.

Hij verwierf vooral bekendheid met zijn etsen, waarin hij schilderachtige oude stadswijken, begijnhoven en kerktorens vastlegde en de lof zong van het Waasland, waar hij sinds 1940 verbleef.” Enkele etsmappen: In Zuid-Provence (1919), Bretoense landschappen (1923), Stille hoekjes uit het Oude Antwerpen (1924), Civitas Marialis Antverpiensis (1939), Om de Ossenmarkt (1957), In het Harzgebergte en Vornbach (1966).

Zijn werken zijn onder meer te zien in de Prentenkabinetten te Brussel en Antwerpen, in de Musea te Sint-Niklaas en Antwerpen (Ons Volk 23 december 1934 en Paul Piron, De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw)

90 jaar geleden, te gast bij de Limburgse schilder Lambert Lemmens.

Lemmens werd geboren in Gotem (Borgloon) op 3 april 1893 in Limburg.

Hij was een autodidact en leerde zichzelf schilderen door observatie en experimenten.

Zijn vroege werken waren vooral landschappen in donkere kleuren, beïnvloed door het impressionisme.

Na 1944 evolueerde zijn stijl naar een meer kleurrijke en expressionistische benadering.

Hij schilderde toen ook meer portretten en stillevens. Lemmens was een actief lid van de Limburgse kunstscène en nam deel aan verschillende tentoonstellingen.

Hij was ook leraar tekenen.

Sommige van zijn werken zijn opgenomen in de collectie van het Stadshuis in Hasselt.

Lemmens stierf op relatief jonge leeftijd aan een hartaanval in zijn atelier in Sint-Truiden in 1952 (De Stad december 1934).

90 jaar geleden, het nieuwe Diocesaan Museum in Mechelen.

Het museum sloot de deuren in 1986, gelukkig bestaat vandaag nog wel het Archief van het Diocesaan Museum, Mechelen.

Het archiefbestand bestaat in de eerste plaats uit stukken in verband met de oprichting van het diocesane museum en de administratieve commissie in 1933.

Voorts zijn vergaderverslagen en briefwisseling van de commissie bewaard, evenals stukken betreffende de betrekkingen met de stedelijke en provinciale overheden.

Andere bescheiden betreffen de tentoonstellingen die in het museum werden georganiseerd en de weerklank ervan in de pers.

Rafaël Tambuyser, geboren en getogen in Mechelen, werd in 1927 tot priester gewijd en was één van de oprichters van het museum.

Vier jaar later behaalde hij in Leuven een diploma als licentiaat in het kerkelijk recht.

Datzelfde jaar benoemde kardinaal Van Roey hem tot secretaris van het aartsbisdom en tot assistent van diocesaan archivaris Jozef Laenen.

Na de dood van Laenen in 1940 werd Tambuyser archivaris en conservator van het diocesaan museum. E

en jaar later volgde de benoeming tot erekanunnik van het Sint-Romboutskapittel.

Intussen was Tambuyser ook actief aan de kerkelijke rechtbank in Mechelen.

Met zijn aanstelling tot hulparchivaris en vervolgens hoofdarchivaris van het Aartsbisschoppelijk Archief groeide bij Tambuyser de interesse voor Mechelse geschiedenis.

In 1931 werd hij lid van de Mechelse oudheidkundige kring. Later volgde het lidmaatschap van diverse andere historische commissies en verenigingen.

In 1939 trad Tambuyser toe tot het bestuur van de oudheidkundige kring van Mechelen. Een jaar later werd hij voorzitter, een functie die Tambuyser tot aan zijn dood in 1966 bleef uitoefenen.

In het gebouw vestigde zich daarna het Koninklijke Manufactuur De Wit die over een van de prestigieuste privécollecties van wandtapijten ter wereld beschikt.

De “Manufacture de Tapisseries d’Art” werd in 1889 opgericht door Theo De Wit en vernoemd naar diens zoon, tapijtwever Gaspard De Wit.

Ook is er een werkplaats waar men werk verricht op het vlak van conservatie en restauratie van oude wandtapijten voor musea (De Stad van 28 december 1934, site Koninklijke Manufactuur De Wit, Wikipedia en Site Odis)

Vandaag 45 jaar geleden, opening van de tentoonstelling Kermesse Heroique in het Centre Pompidou in Parijs.

Voor deze grote retrospectief van Salvador Dalí over de overdracht van voorwerpen in een wel of niet schaalverandering.

De bezoeker kreeg een installatie te zien van tientallen gerechten, worstjes en een theelepel op een andere schaal dan in de werkelijkheid.

Zo was de lepel 38 meter lang en goed voor een gewicht van 1600 kg.

Dali gaf de opdracht aan Kim Hamisky om dit kunstwerk te maken.

Gedurende meer dan zes weken hebben een twintigtal arbeiders metalen platen gesneden en gelast om dit kunstwerk samen te stellen.

De Theelepel kreeg een plaats in de hal, naast een rots die begroeid is met regenschermen.

De Theelepel en de rots kregen ook nog een andere functie.

Een pompsysteem pompte water uit de lepel en spoot die dan eens per uur over de rots.

Zo waren de beide kunstwerken verbonden als een soort fontein. (Diverse bronnen en De Post van 30 december 1979)

De Vlaamse kunstschilder Ernest Kockaert in de Post van 7 februari 1954.

Ernest Kockaert werd geboren in Vilvoorde op 24 juni 1908 en stierf op 4 augustus 1973.

Hij was vooral bekend om zijn schilderijen van landschappen, de Schelde en de boten die er voeren, meestal in de omgeving van Antwerpen.

Hij had een bijna abstracte stijl, die zijn werken een uniek karakter gaf.

Ernest Kockaert was een Vlaamse kunstschilder die vooral bekend was om zijn sfeervolle landschappen en marines.

Zijn werken zijn nog vaak online en op sites te koop en hebben een redelijke prijs.

55 jaar geleden, Floriano Bodini en zijn houten paus krijgen veel media-aandacht.


Eind 1968 exposeerde hij het beeld “Portret van een paus”, in Zwitsers dennenhout, in de Gian Ferrari-galerij in Milaan, Italië.

Toen was op dit werk enorm veel kritiek en stelde men zich de vraag kunst of gedrocht?

Gisteren nog vandaag

Ondanks heftige kritiek op het werk, kreeg het toch een plaats in het Vaticaanse museum.

Na werken met hout en brons voor zijn werken, schakel hij over naar marmer.

Gisteren nog vandaag

In 1982 nam hij deel aan de Biënnale van Venetië met overzicht van zijn werken.

In 1998 werd het Museo Civico Floriano Bodini ingehuldigd in Gemonio, met een grote schenking van de kunstenaar, die zijn werken aan het museum gaf.

Gisteren nog vandaag

Hij stierf in Milaan op 2 juli 2005 en op 2 november 2007 verleent Milaan hem de eer van de Famedio aan de monumentale begraafplaats, als een burger die deel is gaan uitmaken van de geschiedenis van de stad.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat het Monument voor de Foorreizigers werd ingehuldigd in Brussel (28 januari 1924)

Deze week 100 jaar geleden, op 28 januari 1924, werd het Monument voor de Foorreizigers eervol gesneuveld voor het Vaderland ingehuldigd op het Dapperheidsplein in Anderlecht.

Het monument is een eerbetoon aan de kermisexploitanten die hun leven gaven tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het bestaat uit een bronzen beeld van een Pierrot die zijn masker afdoet, omringd door een galerij met de namen van de gesneuvelden.

Het beeld is gemaakt door de Anderlechtse kunstenaar Victor Voets, die ook andere oorlogsmonumenten in Brussel ontwierp.

Hij was een leerling van Paul Dubois en Charles Van der Stappen, en gaf les aan de industriële school van Anderlecht.

Hij stierf in 1949. Het monument voor de Foorreizigers is een van zijn bekendste werken, en getuigt van zijn talent en zijn respect voor de slachtoffers van de oorlog.

Idylle Falconi die we beter kennen als Jolylle, was in de jaren zeventig een graag geziene kunstenares.

Idylle Falconi is een Italiaanse kunstenaar die bekend staat om haar schilderijen van kinderen met grote ogen.

Ze werd geboren in de jaren 1930 en woont nu in Triëst.

Haar werk werd beïnvloed door Margaret Keane, een Amerikaanse kunstenares die de trend van de “big eyes” kunst startte in de jaren 1950 en 1960.

Idylle Falconi schilderde vooral in de jaren 1960 en 1970, en haar prenten werden veelvuldig gereproduceerd en verkocht als decoratie voor kinderkamers.

Haar stijl wordt beschouwd als kitscherig, maar ook als charmant en nostalgisch.

Idylle Falconi heeft een eigen Facebook-pagina waar fans haar werk kunnen bewonderen en delen.

100 jaar geleden, overzichtstentoonstelling van de Vlaamse kunstschilder Albijn Van den Abeele in de kunstgalarij, Brabantdam in Gent.

Albijn Van den Abeele (1835-1918) was een veelzijdig man die zich zowel als schrijver, politicus en kunstschilder liet gelden.

Hij wordt beschouwd als de stamvader van de Latemse school, een groep kunstenaars die zich in de late 19e en vroege 20e eeuw in Sint-Martens-Latem vestigden en zich lieten inspireren door de natuur en het landleven.

Van den Abeele was zelf geboren en getogen in Sint-Martens-Latem, waar hij ook burgemeester, schepen en gemeentesecretaris was.

Hij schreef verschillende dorpsromans en een geschiedenis van zijn geboorteplaats.

Pas op veertigjarige leeftijd begon hij te schilderen, vooral bosgezichten en landschappen in een fijnzinnig kleurenpalet.

Zijn huis in de Latemstraat was een ontmoetingsplaats voor andere kunstenaars, zoals Xavier de Cock, Emile Claus, George Minne, Valerius de Saedeleer en de broers Gustave en Karel van de Woestyne.

Hij oefende een grote invloed uit op de eerste generatie van de Latemse school, die zich kenmerkte door een realistische en romantische stijl.

Van den Abeele overleed op 16 november 1918 en werd begraven op het kerkhof van Sint-Martens-Latem, waar ook zijn vriend George Minne rust (Ons Land 12 januari 1924).

60 jaar geleden, te gast bij Antwerpenaar Peter De Maerel in New York (deel 2, Panorama 10 december 1963).

In een artikel in februari 1958 in de krant The New York Times lezen we zijn kwaliteiten als gastheer.

De krant schreef toen het volgende: Peter De Maerel etentjes zijn onvergetelijke gelegenheden.

Misschien is zijn geheim tot succes de intelligente manier waarop de heer De Maerel, hier directeur van het Belgisch Bureau voor Toerisme en ambtenaar van de Wereldtentoonstelling in Brussel, de menu’s van zijn geboorteland België aanpast aan de smaken en eetlust van New York City.

Buiten gastheer was hij vooral een kunstkenner en kunstverzamelaar.

Zoals zijn vrienden was hij goed bevriend met René en Georgette Magritte.

Ze brachten op 8 december 1965 een bezoek in New York.

In 1963 beweerde hij dat hij nooit afscheid zou kunnen nemen van zijn kunstverzameling.

Toch verkocht hij zijn schilderij Le prêtre marié (1961) van Magritte in 1975.

Ook het werk The Art of Conversation van Magritte dat hij aankocht bij zijn vriend Harry Torczyner.

Zou hij of zijn famile verkopen in 1993.

Het werk werd in 2021 verkocht aan de prijs van 13 miljoen dollar.

60 jaar geleden, te gast bij Antwerpenaar Peter De Maerel in New York.

Peter De Maerel was een van de belangrijkste figuren in de Belgische culturele diplomatie in de twintigste eeuw.

Hij speelde een cruciale rol in de organisatie en promotie van de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958, waar hij als adviseur optrad.

Daarna werd hij directeur van het Belgisch Bureau voor Toerisme in New York, waar hij de schoonheid en diversiteit van zijn land aan het Amerikaanse publiek voorstelde.

Hij werkte ook nauw samen met Sabena, de nationale luchtvaartmaatschappij, om het toerisme naar België te stimuleren.

Peter De Maerel had een passie voor kunst en literatuur, en was bevriend met enkele van de meest vooraanstaande Belgische kunstenaars en schrijvers die in Amerika woonden of werkten.

Hij was een van de oprichters van de American Belgian Art Foundation, samen met Harry Torczyner, een advocaat en kunstcriticus die een indrukwekkende collectie moderne kunst bezat, waaronder werken van Magritte, Chagall, Balthus en Bacon.

Torczyner schreef ook een boek over zijn vriendschap met Magritte, getiteld Magritte/Torczyner letters between friends.

Hij overleed in 1998 in New York.

Een andere goede vriend van Peter De Maerel was Albert Goris, beter bekend onder zijn pseudoniem Marnix Gijsen.

Hij was een schrijver en diplomaat, die tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Amerika vluchtte als vertegenwoordiger van het Belgisch paviljoen op de wereldtentoonstelling van New York in 1939-1940.

Hij bleef daar tot 1964, eerst als directeur, daarna als Belgisch Commissaris voor Informatie.

Hij verzorgde ook elke zaterdagavond een radioprogramma op de BRT, genaamd De Stem uit Amerika.

In 1959 werd hij benoemd tot cultureel attaché en in 1964 tot ambassadeur.

Hij keerde terug naar België in 1964, en woonde in Elsene tot zijn dood in 1984.

De schrijver werd in 1975 door de Belgische koning tot baron benoemd, een erfelijke titel die alleen aan hem toebehoorde.

Zijn wapenschild droeg de spreuk “Qui transtulit, sustinet”: wie verplant is, bloeit toch voort.

Hij had geen nakomelingen uit zijn twee huwelijken, dus met zijn dood eindigde ook zijn adellijke lijn.

Marnix Gijsen onderhield een hechte vriendschap met Marc Galle, een politicus van de SP, die hem weer in contact bracht met Maria Magdalena (‘Leentje’) Bambust, met wie hij vijftien jaar in New York had samengeleefd en met wie hij in 1976 trouwde.

Op zijn sterfbed in 1984 zou Gijsen aan Galle gevraagd hebben om na zijn heengaan voor zijn weduwe te zorgen.

Galle kreeg ook de opdracht om het vermogen en het literaire archief van de overleden schrijver als een goede rentmeester te beheren.

In 2000 spande de familie van Leentje Bambust een rechtszaak aan tegen Galle wegens misbruik van vertrouwen en verduistering van 2,5 miljoen euro en twee schilderijen van René Magritte.

De strafzaak werd echter stopgezet door het overlijden van Galle in maart 2007.

Marnix Gijsen stierf op 29 september 1984 op 84-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Leuven.

Hij werd begraven op het Schoonselhof in Antwerpen.

100 jaar geleden, te gast bij kunstschilder Gaston Joseph Wallaert (Ons Land november 1923).

Gaston Joseph Wallaert werd geboren in Brussel in 1889.

Reeds vroeg voelde hij zich geroepen om schilder te worden.

In 1906 volgde hij opleiding aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten.

Aanvankelijk schilderde hij grote composities die dramatisch romantisch geladen zijn.

Wallaert trouwde in Hasselt met Maria Brauns (Hasselt 1894-1975).

Hij woonde aan de Kuringersteenweg 223 en daar in Limburg ontdekte hij het weidse landschap.

Zijn werken werden daardoor kleurrijker.

Met de steun van het ministerie van Cultuur maakte hij in 1923 een reis van acht maanden doorheen het klassieke Italië.

Die reis heeft een kentering in zijn kunst gebracht.

Wallaert was op de eerste plaats een schilder en etser, maar hij liet zich ook als schrijver gelden.

Hij was lid van de Vereniging van Limburgse Schrijvers en van de P.E.N. te Brussel.

Hij schreef bijdragen in De Standaard, De Zweep, Nieuw Limburg.

Van zijn hand zijn: Linnekeverzen en houtsneden (1939), Bij Memlinc op bezoek (1939), Dien ongewone winternacht (1944, kerstverhaal), Schoon Limburg, 14 etsen en droge naalden in geleid door M. Rutten (1952) en Eeuwig Italië(1953, relaas van verblijf in dat land).