Redbone (Poster Joepie november 1973)

Het 7e cavalerieregiment (7th Cavalry Regiment) ging onder bevel van majoor Samuel Whitside op zoek naar de Miniconjou die het reservaat waren ontvlucht.

Op 28 december 1890 werd de groep gevonden, 48 kilometer ten oosten van Pine Ridge (Pijnboom-Rug). Spotted Elk hoopte dat Rode Wolk in Pine Ridge zijn volgelingen tegen de soldaten kon beschermen.

De uitgeputte en slecht tegen de winterkou geklede indianen boden geen verzet.

Spotted Elk, die een longontsteking had opgelopen en wegens bloedingen in een wagen verder trok, liet een witte vlag aan zijn wagen bevestigen.

Ze kregen de opdracht een kamp op te slaan bij de Wounded Knee-beek (Chankpe Opi Wakpala of Gekwetste Knie-kreek), 8 kilometer westelijker.

De volgende ochtend wilde het leger de indianen ontwapenen.

Hun medicijnman Yellow Bird voorspelde, toen hij een paar passen danste van de Dans van de Geesten en een van de heilige liederen zong dat de geestendanshemden hen zouden beschermen tegen de kogels van de militairen.

Intussen probeerden enkele soldaten een van de indianen zijn geweer te ontnemen.

Zij wisten niet dat Zwarte Prairiewolf doof was en zagen zijn onbegrip aan voor verzet.

Er ontstond een worsteling waarbij het geweer per ongeluk afging en een soldaat neerviel.

Dit was het begin van een hevige schietpartij. Van dichtbij vuurden de soldaten, ondersteund door Hotchkiss-geschut, in de groep indianen die slechts gewapend waren met de knuppels en messen die ze hadden verborgen in dekens.

De geestendanshemden boden niet de eraan toegedichte magische bescherming.

Tientallen indianen, onder wie veel vrouwen en kinderen, werden neergeschoten.

De indianen die erin geslaagd waren te vluchten werden kilometers ver buiten het kamp achtervolgd en gedood.

In totaal kwamen meer dan 200 indianen om.

Volgens een schatting kwamen bijna driehonderd van de 350 mannen, vrouwen en kinderen om.

Er sneuvelden 25 militairen, en 39 raakten gewond, de meesten door eigen kogels en granaatscherven.

De volgende dag, 30 december 1890, vond nog een laatste gewelddadige confrontatie plaats, die bekend zou worden als de Drexel Mission Fight, tussen overgebleven Lakota-krijgers en hetzelfde cavalerieregiment.

De volgende lente, toen het leger terugkeerde, werden de lijken die waren blijven liggen (te weten 144 indianen, waaronder 44 vrouwen en 16 kinderen), begraven in een massagraf.

Aan de betrokken militairen werd na afloop een medaille toegekend.

Op 8 mei 1973 komt er een einde aan een tien weken durende bezetting van de Indiaanse nederzetting Wounded Knee in Zuid-Dakota door jonge Sioux-indianen.

Zij protesteren tegen de sociale en economische achterstand van Indianen in de Verenigde Staten.

De actievoerders hebben juist voor Wounded Knee gekozen, omdat het een historische plek is in de Amerikaanse geschiedenis.

Naar aanleiding van de actie van de Sioux-indianen onderneemt Redbone de single We Were All Wounded At Wounded Knee op.

In scherpe bewoordingen wordt kritiek geleverd op het beleid van de Amerikaanse regering.

We Were All Wounded At Wounded Knee komt op 6 juni 1973 de BRT Top 30 binnen, en staat vanaf 30 juni 1973 vijf weken op de eerste plaats.

Ook in Nederland komt de single voor vijf weken op de eerste plaats in de Top 40. In Amerika wordt de single niet uitgebracht.

De tekst is te kritisch voor de Amerikaanse regering.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, de Franse groep Bandolero met hun nummer Paris Latino

Dit nummer is geschreven door José Perez en Carlos Perez, de twee broers die samen de band vormen.

Het is geproduceerd door Bernard Estardy, een bekende Franse geluidstechnicus die ook heeft gewerkt met artiesten als Johnny Hallyday, Claude François en Michel Sardou.

Paris latino is afkomstig van het album Quiereme, dat in 1983 werd uitgebracht.

Het nummer was een grote hit in Frankrijk en Zwitserland, waar het de tweede plaats bereikte in de hitlijsten.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een negentiende plaats in de Brt Top 30. In Nederland was het nummer goed voor een twaalfde plaats in de Top 40.

Het nummer is een eerbetoon aan de Latijns-Amerikaanse muziek en cultuur, met invloeden van salsa, merengue en tango.

Het refrein bevat de namen van verschillende Latijns-Amerikaanse steden, zoals Buenos Aires, Rio de Janeiro en Havana.

Deze week, 25 jaar geleden, komt Britney Spears met haar Baby One More Time binnen in de Amerikaanse hitparade.

Het nummer is geschreven door producer Max Martin onder sterke muzikale invloed van nummers van ABBA.

Het was oorspronkelijk bedoeld voor de groep TLC, die het afwees.

Het nummer gaat over dat Britney er spijt van heeft dat ze haar vorige relatie beëindigde.

De videoclip heeft Spears zelf bedacht en het is opgenomen in Venice High School in Californië in de Verenigde Staten.

In het begin van de videoclip verveelt Britney zich en wacht ze tot de bel gaat. Als de bel eindelijk gaat, stapt ze het lokaal uit en begint spontaan te dansen met een aantal achtergrond danser(e)s(sen) in een Amerikaans schoolkostum op de gang.

Na een tijdje gaan ze ook op het plein dansen, Britney is daar onder andere ook te zien in een blauwe auto.

Vanaf 13 maart 1999 bereikte de single de eerste plaats en dit voor 8 weken lang.

Van het album Baby One More Time van Britney Spears zijn er op 22 Maart 1999 zoveel van verkocht dat het volgens de maatstaven van de RIAA (Recording Industry Association Of America) wordt onderscheiden met drie keer platina.

Het album komt op 30 januari 1999 binnen op de eerste plaats van de Billboard-albumlijst, en staat vervolgens zes weken achtereen op de eerste plaats.

Naast de titelsong staan op Baby One More Time de volgende nummers: (You Drive Me) Crazy, Sometimes, Soda Pop, Born To Make You Happy, From The Bottom Of My Broken Heart, I Will Be There, I Will Still Love You (een duet met Don Philip), Deep In My Heart, Thinkin’ About You, E-Mail My Heart en Beat Goes On.

Britnet Spears wordt op haar album bijgestaan door onder meer Mickie Bassie (vocals, keyboards en bas), Esbjorn Ohrwall en Dan Petty (gitaren), Eric Foster White (gitaar, keyboards en drums) en Andrew Fromm (achtergrondzang).

Het album is geproduceerd door Max Martin, Rami Yacoub, Denniz Pop en Eric Foster White.

De titelsong van het album, Baby One More Time, wordt genomineerd voor de Grammy Awards 2000 in de categorie Best Female Pop Vocal Performance.

De Grammy gaat echter naar Sarah McLachlan voor het nummer I Will Remember You van haar album Mirrorball (Diverse bronnen en Wikipedia)