Op 18 januari 1990, vandaag dus 35 jaar geleden, verloor Mel Appleby de strijd tegen kanker. Ze werd slechts 24 jaar oud.

Samen met haar zus Kim vormde ze het succesvolle popduo Mel & Kim, dat onder de vleugels van producers Stock, Aitken & Waterman in de late jaren 80 wereldwijd hits scoorde met nummers als “Showing Out,” “Respectable,” “F.L.M.” en “That’s The Way It Is.”

Mels strijd met kanker begon al in december 1985, nog voor het grote succes van het duo.

Een tumor in haar lever werd succesvol verwijderd.

Echter, halverwege 1987 werd een nieuw gezwel ontdekt, ditmaal in haar ruggengraat.

Op Mels verzoek werd haar ziekte tot 24 maart 1988 geheim gehouden.

Tijdens een persconferentie in het Londense Russell Hotel maakten Mel & Kim de diagnose bekend.

Hoewel artsen optimistisch waren over haar herstel, en een terugkeer in juni 1988 voor mogelijk hielden, onderging Mel de daaropvolgende maanden intensieve chemokuren.

Na het overlijden van haar zus bracht Kim Appleby in 1990 het soloalbum “Kim Appleby” uit, met daarop de aan Mel opgedragen single “Don’t Worry”.

De lijdensweg van Mel Appleby van Mel en Kim (Joepie 27 december 1987)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Mel en Kim, waarom Mel verplicht is zich zo te tonen (Joepie 10 april 1988)

Gisteren nog vandaag

De Schotse zangeres Maggie Bell (geboren als Margaret Bell) mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen (12 januari 2025)

Maggie Bell die vooral bekendheid verwierf als de leadzangeres van de bluesrockband Stone the Crows (1969-1972).

Bell’s krachtige, bluesy stem en podiumprésence trokken de aandacht, wat leidde tot de oprichting van Stone the Crows in 1969.

De band bracht drie albums uit en toerde uitgebreid, waarbij ze optrad met artiesten als Rod Stewart en The Faces.

Een tragisch incident tijdens een concert in 1972, waarbij gitarist Les Harvey geëlektrocuteerd werd op het podium, leidde tot het uiteenvallen van de band.

Na Stone the Crows begon Bell aan een solocarrière en bracht ze verschillende albums uit.

Ze werkte samen met verschillende muzikanten, waaronder Les Harvey, de gitarist van Stone the Crows en haar partner tot zijn dood.

Ook bleef ze samenwerken met de andere twee leden van Stone the Crows, namelijk Jimmy Dewar (Bassist van Stone the Crows) en Colin Allen (Drummer van Stone the Crows).

Met Jimmy Dewar vormde ze in 1980 de groep Midnight Flyer.

Ook werkte ze samen met B.A. Robertson (brachten samen brachten ze de single Hold Me uit in 1981).

Ze maakte ook deel uit van het The British Blues Quintet.

Ze werkte samen met de voormalige Deep Purple toetsenist John Lord aan zijn soloalbum “Gemini Suite” en toerde met The Jon Lord Blues Project.

Hoewel Maggie Bell nooit mainstream succes bereikte, wordt ze door critici en fans geprezen om haar uitzonderlijke vocale talent.

Haar werk met Stone the Crows wordt beschouwd als haar succesvolste periode, met albums als “Stone the Crows” (1970) en “Ode to John Law” (1970) die lovende kritieken kregen.

Maggie Bell treedt soms nog op en blijft muziek maken (Joepie 16 januari 1979)

Rod Stewart, vandaag 80 jaar jong, en de Herinnering aan een Gepassioneerde Nacht.

Ongelooflijk maar waar, rocklegende Rod Stewart mag vandaag maar liefst 80 kaarsjes uitblazen!

Terwijl de wereld zijn verjaardag viert, dwaal ik in gedachten af naar mijn eigen persoonlijke Rod Stewart-moment, een herinnering onlosmakelijk verbonden met één specifiek nummer: “Passion”.

Het nummer roept meteen beelden op van een vervlogen jeugdige verliefdheid.

In die tijd was mijn hart gestolen door een prachtige verschijning, een jonge vrouw die werkte in de lokale buurtwinkel in de Gentse Forestraat.

Elke boodschap werd een excuus om een glimp van haar op te vangen, haar glimlach te zien.

Uiteindelijk, na lang aarzelen, verzamelde ik al mijn moed en nodigde ik haar uit voor een avondje uit in het bruisende Gentse nachtleven.

Wat begon als een hoopvolle uitnodiging ontvouwde zich in een magische nacht.

Van het ene moment kwam het andere, en we verloren onszelf in elkaars gezelschap.

Het werd een nacht vol passie en tederheid, een herinnering die ik tot op de dag van vandaag koester.

En daar, in de vroege uurtjes, na de liefde bedreven te hebben, klonk “Passion” van Rod Stewart door de kamer.

Het nummer verankerde zich in mijn ziel, voor altijd verbonden met die bijzondere nacht.

De ochtend bracht echter een ontnuchterende onthulling.

Met een vanzelfsprekendheid vertelde ze me dat ze een vaste vriend had.

De klap kwam hard aan, een bittere pil in de nasleep van een zoete nacht. Het jonge hart, op de proef gesteld, kon niet anders dan de pijn voelen.

Nu, jaren later, kijk ik terug op die nacht met een mengeling van weemoed en dankbaarheid.

De pijn van toen heeft plaatsgemaakt voor waardering voor de intensiteit van de ervaring.

Het was een les in liefde, in de onvoorspelbaarheid van het leven, en in de kracht van muziek om herinneringen voor eeuwig vast te leggen.

Dankjewel, Rod, voor “Passion”, en voor de soundtrack bij een onvergetelijke nacht.

En proficiat met je 80ste verjaardag! Je muziek leeft voort, net als die mooie herinnering uit de Forestraat.

Dan Hartman, van ruige rocker tot discokoning en zijn tragisch einde.

Dan Hartman, was niet alleen de schrijver, maar ook de producer van deze discohit die hij samen zong met de krachtige stem van Loleatta Holloway, een Amerikaanse zangeres die we kennen van onder meer de nummers “Love Sensation”, “Hit and Run”, “Love Sensation” en de prachtige ballade “Cry To Me” uit haar debuutalbum met dezelfde titel en dit jaar ook al 45 jaar geleden uitgebracht in 1975.

Weet je trouwens dat “Love Sensation” later gesampled werd voor het nummer “Ride on Time” van Black Box en “Good Vibrations” van Marky Mark and the Funky Bunch?

Om dan nog maar te zwijgen, over de cover van Relight My Fire door de jongens van Take That met zangeres Lulu, waardoor het nummer terug hoog scoorde in de hitparade.

Eind verleden jaar, oktober 2024 bracht Cascada (geboren als Natalie Horler, Bonn, 23 september 1981) haar cover uit van deze dance klassieker.

Het nummer leverde Hartman en Holloway in België een zevende plaats op in de BRT Top 30, en in Nederland zelfs een indrukwekkende derde plaats in de Top 40.

Maar voordat hij de discowereld veroverde, liet Hartman in 1976 al van zich horen met zijn debuutsingle “High Sign”, die een veel ruiger geluid had.

Misschien verrassend, maar Hartman speelde in die beginjaren zelfs basgitaar in de band van Johnny Winter en was later gitarist en zanger bij de Edgar Winter Group!

De wereld leerde Hartman pas echt goed kennen in de hoogtijdagen van de disco, met name door zijn hit “Instant Replay” uit 1978.

Dit nummer bereikte in verschillende landen de top van de hitlijsten en wordt nog steeds gezien als een absolute discoklassieker.

Wist je dat de baslijn van “Instant Replay” geïnspireerd was door “Philadelphia Freedom” van Elton John?

In 1984 was het weer raak met “I Can Dream About You”, een nummer dat niet alleen hoog in de hitlijsten belandde, maar ook te horen was in de actiefilm “Streets of Fire” uit datzelfde jaar.

Hij schreef “I Can Dream About You” oorspronkelijk voor Hall & Oates, maar besloot het uiteindelijk zelf op te nemen!

Een jaar later, had hij terug een hit met het nummer We Are The Young.

In 1986, had hij een bescheiden hit met het nummer Waiting To See You.

Zowel “We Are The Young” als “Waiting To See You” kon in Nederland reken op radio steun, want beide waren toen goed als de Alarmschijven van de week.

Maar ondanks die steun, bleef het succes dus beperkt.

Helaas kwam er in 1994 een einde aan het leven en de carrière van Dan Hartman. Hij overleed namelijk op slechts 43-jarige leeftijd in Westport, Connecticut aan de gevolgen van een hersentumor (Joepie 9 december 1979).

35 jaar geleden, Milli Vanilli, de verschillen en overeenkomsten tussen Rob en Fab

Milli Vanilli was een popduo dat eind jaren 80 veel succes had met hits als Girl You Know It’s True en Blame It on the Rain.

Het duo bestond uit Rob Pilatus en Fabrice Morvan, twee dansers en modellen die door producer Frank Farian werden ingehuurd om de gezichten te zijn van een studioproject.

Producer Frank Farian maakt op 14 november 1990 bekent dat het niet Rob Pilatus en Fabrice Morvan zijn die te horen zijn op de platen van Milli Vanilli.

Dit nieuws veroorzaakt niet alleen een grote rel in de platenindustrie. Maar betekende ook het muzikale einde voor Rob Pilatus en Fabrice Morvan

Ze moesten hun Grammy Award, die Milli Vanilli in 1989 in Amerika heeft gekregen als beste nieuwe artiesten inleveren en werden het mikpunt van spot en kritiek.

Vlak na de bekendmaking lanceert Frank Farian The Real Milli Vanilli.

Deze groep bestaat uit Brad Howell, John Davis, Gina Mohammed, Ray Horton en Icy Bro.

Zij brengen het album The Moment Of Truth uit.

Maar het succes van The Real Milli Vanilli was beperkt en eindigde in 1992.

Pilatus en Morvan probeerden daarna een comeback te maken als echte zangers, maar zonder veel succes.

Ze brachten een album in 1992 uit onder de naam Rob & Fab, maar dat flopte. Dit was ook het geval voor de single We Can Get It On, afkomstig van dit album.

Pilatus raakte verslaafd aan drugs en alcohol en kwam in aanraking met de politie.

Hij overleed in 1998 op 32-jarige leeftijd aan een overdosis.

Morvan ging door met muziek maken en trad af en toe op als soloartiest of met andere projecten.

In 2003 brengt hij het album Love Revolution uit, maar zonder succes.

Hij werkte ook samen met Farian aan een documentaire over Milli Vanilli, die in 2016 uitkwam.

In een interview zei Morvan dat hij geen spijt had van zijn deelname aan Milli Vanilli, maar dat hij wel meer respect wilde voor zijn eigen stem en talent.

Fab Morvan woont nu al een aantal jaren in Nederland.

Frank Farian kwam te overlijden op 23 januari 2024 (Joepie 25 september 1988, Joepie 31 december 1989 en diverse bronnen)