Vandaag is het precies 40 jaar geleden dat de single Somebody’s Watching Me van Rockwell op een negende plaats binnenkwam in de BRT Top 30.

Dit nummer was de grootste hit van Rockwell, de artiestennaam van Kennedy Gordy, de zoon van Motown-oprichter Berry Gordy.

Het nummer werd geschreven door Rockwell zelf en mede geproduceerd door Curtis Anthony Nolen.

Het nummer viel op door de achtergrondzang van Michael Jackson en Jermaine Jackson, die bevriend waren met Rockwell.

De videoclip van het nummer is geïnspireerd door de film Psycho en laat Rockwell zien als een paranoïde man die denkt dat hij overal bespied wordt.

In Amerika Bereikte de single de tweede plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

In Vlaanderen bereikte het nummer op 31 maart 1984 de eerste plaats in de BRT Top 30.

In Nederland was de single goed voor een tweede plaats in de Top 40.

Rockwell werd geboren in 1964 in Detroit en groeide op in een muzikale familie.

Zijn ouders waren Berry Gordy en Margaret Norton. Kort na zijn geboorte, eindigde de kortstondige relatie (Volgens Berry niet meer dan een affaire. Berry Gordy heeft trouwens acht kinderen bij zes vrouwen, waarvan hij met drie trouwde)

Gordy vernoemt zijn zoon naar president John F. Kennedy en zanger William Smokey Robinson.

Rockwell wilde zijn eigen muzikale carrière opbouwen zonder te leunen op zijn vader’s invloed.

Hij koos voor de naam Rockwell omdat hij zich een rots in de branding voelde.

Het verhaal is dan ook dat hij zijn contract bij Motown geregeld had zonder dat zijn vader daarvan op de hoogte was.

Het album bevatte naast de titeltrack ook de drie andere single Obscene Phone Caller, Taxman en Knife.

Na zijn succesvolle debuut bracht Rockwell nog twee albums uit: Captured (1985) en The Genie (1986).

Deze albums waren echter minder succesvol en kregen weinig aandacht.

Rockwell verliet Motown in 1987 en verdween uit de muziekwereld.

Hij had ook te kampen met persoonlijke problemen, zoals een drugsverslaving en een echtscheiding.

In 2016 werd hij gearresteerd voor huiselijk geweld tegen zijn toenmalige vriendin.

Rockwell leeft nu teruggetrokken in Los Angeles en houdt zich niet meer bezig met muziek.

Hij heeft geen contact meer met zijn vader of zijn halfbroers en halfzussen, waaronder zanger Redfoo (Stefan Kendal Gordy) van LMFAO en zangeres Rhonda Ross Kendrick, de oudste dochter van Diana Ross.

Hij heeft wel nog steeds de rechten op zijn muziek, die regelmatig gebruikt wordt in films, reclames en tv-shows.

Gisteren nog vandaag

Twijfels kostten Pat Benatar echtgenoot en vriend.

Het nummer  Love Is A Battlefield werd geschreven door Holly Knight en de gekende componist en producer Mike Chapman.

Holly Knight schreef ook nummers al dan niet samen met Mike Chapman voor onder meer Tina Turner (The best), John Waite, Agnetha Fältskog ‘Wrap Your Arms Around Me) en Sheila.

Love Is A Battlefield verscheen niet op een regulier studioalbum van Benatar, maar op haar livealbum Live from Earth uit 1983.

Het nummer zelf was echter een studio-opname.

Pat Benatar begon haar carrière als zangeres in de jaren zeventig en brak door in 1979 met het album In the Heat of the Night.

Ze werd bekend om haar krachtige stem en haar rock- en new wave-stijl.

Ze won vier Grammy Awards voor Beste Vrouwelijke Rockzangeres op rij, van 1980 tot 1983.

Ze had ook succes met nummers als Hit Me with Your Best Shot, Heartbreaker, We Belong en Invincible.

In haar privéleven is Pat Benatar al sinds 1982 getrouwd met gitarist Neil Giraldo, met wie ze ook samenwerkt op muzikaal gebied.

Ze hebben twee dochters, Haley en Hana. Benatar en Giraldo zijn nog steeds actief als muzikanten en treden regelmatig op.

In 2020 brachten ze nog een nieuwe single uit met als titel Together.

Gisteren nog vandaag Pat Benatar (januari 1981)

Ook al 40 jaar geleden, de Amerikaanse soulzanger J. Blackfoot met zijn hit Taxi.

Het nummer werd geschreven en geproduceerd door Homer Banks en Chuck Brooks.

J. Blackfoot, wiens echte naam John Colbert was, begon zijn carrière, als leadzanger van de groep Bar-Kays.

Daarna, was hij lid van The Soul Children, die verschillende hits had in de jaren 60 en 70.

Na het uiteenvallen van de groep in 1979, begon hij een solocarrière.

Zijn debuutalbum City Slicker, uitgebracht in 1983, waar Taxi op stond, was zijn succesvolste album.

Hij had ook nog andere kleine hits, zoals Just One Lifetime, I Stood on the Sidewalk en Hearsay.

Hij bleef actief als zanger tot aan zijn dood in 2011 op 65-jarige leeftijd.

40 jaar geleden, Masquerade met het nummer Guardian Angel.

De Duitse artiest Drafi Deutscher, geboren als Drafi Richard Franz Deutscher, bracht in 1983 het Engelstalige lied “Guardian Angel” uit onder het pseudoniem Guardian Angel.

Hij schreef en produceerde het nummer samen met Christopher Evans-Ironside (overleden op 3 juni 2022)

Het nummer was een groot succes in verschillende Europese landen en bereikte de top van de hitlijsten in Oostenrijk en Denemarken.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een derde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland goed voor een negende plaats in de Top 40.

Het nummer werd ook gecoverd door de Duitse zanger Nino de Angelo, geboren als Domenico Gerhard Gorgoglione, die er een Duitstalige versie van maakte met de titel “Jenseits von Eden”.

Deze versie was ook een hit (in Duitsland zelfs een groter succes dan de versie van Masquerade) en werd later ook door hem in het Italiaans uitgebracht als “La valle dell’Eden”.

In Vlaanderen was zijn cover goed voor een dertiende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland goed voor een zeventiende plaats in de Top 40.

Drafi Deutscher werd geboren in Charlottenburg, een stadsdeel van Berlijn.

Zijn vader was de Hongaarse pianist Drafi Kálman, die hij nooit heeft gekend.

Kort na zijn geboorte keerde zijn vader namelijk terug naar Hongarije, waarna zijn moeder hem alleen opvoedde.

Op elfjarige leeftijd deed hij mee aan een talentenjacht.

In 1962 formeerde hij zijn eerste band.

Zijn eerste hit in West-Duitsland had hij met het nummer Teeny in 1963.

In 1965 had hij een grote hit met Marmor, Stein und Eisen bricht.

Een Nederlandse versie van het gehele nummer werd destijds gezongen door Trea Dobbs: Marmer, staal en steen vergaan.

Ook de Nederlandse punkband Heideroosjes heeft een versie van het nummer opgenomen.

Een nummer dat hij in 1967 uitbracht was Der Hauptmann von Köpenick, gebaseerd op een waargebeurd verhaal van een werkloze schoenmaker genaamd Friedrich Wilhelm Voigt die begin jaren 1900 het gemeentehuis van Köpenick beroofde.

Drafi nam ook platen op en dat onder verschillende pseudoniemen.

Zoals zijn hit Be my boogie woogie baby (als Mr. Walkie Talkie) die op 6 augustus 1977 op nr.2 stond in de Brt Top 30 is er een van.

In 1978 was hij onder de meisjesnaam “Renate Vaplus” verantwoordelijk voor de grote hit van de Italiaanse zanger Bino, Mama Leone.

Dit werd een grote hit in Duitsland en bereikte ook de hitparde in Vlaanderen en Nederland.

Het nummer had hij geschreven voor de zangeres Ruth Handel in 1976, maar toen deed het niets in de Duitse hitlijsten.

In Vlaanderen had Drafi Deutscher met Mixed Emotions in 1987 een grote hit met het nummer You want love (Maria Maria).

Het nummer bereikte in Vlaanderen de tweede plaats en in Nederland was de single zelfs goed voor eerste plaats in de Top 40.

Dit duo vormde hij samen met Oliver Simon.

De Duitse zanger Andreas Martin nam hier een Duitstalige versie van op.

In 1990 schreef hij voor zijn toenmalige vrouw de Duitse zangeres Isabel Varell het nummer Melodie d’amour.

Tijdens de Duitse voorronde voor het Eurovisiesongfestival werd Isabel zesde.

Drafi Deutscher was drie keer getrouwd.

Onder anderen tussen 1989 en 1991 met de schlagerzangeres Isabel Varell waar hij zoals gezegd ook liederen voor schreef.

Met zijn eerste vrouw was hij getrouwd van 1966 tot 1976.

Uit dit huwelijk had hij twee zoons, Drafi junior en René, deze tweelingbroers werden geboren in 1965.

Drafi Deutscher kwam te overlijden op 9 juni 2006 en is zestig jaar geworden.

Vandaag, 35 jaar geleden, bereiken de Confetti’s de achtste plaats in de Brt Top 30.

In Frankrijk bereikte het nummer de zevende plaats en In Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

Het nummer C in China werd geschreven door Serge Ramaekers en Dominic Sas, die ook de producers waren van de Vlaamse new beat-groep Confetti’s.

Het nummer verscheen op het album 92… Our First Album, dat in 1989 uitkwam.

Confetti’s was oorspronkelijk de naam van een discotheek in Brasschaat, waar Peter Renkens als ober werkte.

Hij werd later de zanger en het gezicht van de groep, samen met enkele danseressen.

De groep scoorde een grote hit met The Sound of C dat bedoeld was als een reclamestunt voor de discotheek.

Het nummer werd vooral populair in Frankrijk, waar het bijna 300.000 keer verkocht werd.

De groep kreeg ook de steun van Pepsi, die hun kerstsingle Circling Stars sponsorde.

De groep bleef succesvol tot ongeveer 1991, toen het new beat-genre al over zijn hoogtepunt heen was (Joepie 22 januari 1989).

40 jaar geleden, de Gentse groep The Machines in de Joepie.

In 1980 brachten The Machines twee singles uit, waarvan er één (The Hustle) op het verzamelalbum Get Sprouts beland was, een door Marcel Vanthilt gemaakte compilatie van Belgische popnummers die door de bank ASLK verspreid werd.

The Machines was een van de vele newwavebands die begin jaren 80 in België als paddenstoelen uit de grond schoten en de naam Belpop meekregen.

De groep verwierf verdere bekendheid door deel te nemen aan de tweede editie van Humo’s Rock Rally in 1980.

In deze editie deden ook Red Zebra, The Employees, The Singles (met Ben Crabbé) en De Brassers mee. The Machines wonnen uiteindelijk de wedstrijd.

De grote doorbraak bij het publiek kwam er eind 1981 met de single ‘Don’t Be Cruel’, een meer gepolijst lied dan hun eerste twee singles.

Het debuutalbum ‘A World of Machines’ uit 1982, waarvan de hoes verzorgd werd door Hergés rechterhand Bob De Moor, werd een groot succes.

‘Yellow Lights’ en het fel door Yesterday van The Beatles beïnvloede ‘(I See) the Lies in Your Eyes’ werden radiohits in Vlaanderen.

In 1983 volgde het album ‘Dots & Dashes’. Met een modernere sound scoorden The Machines opnieuw.

‘Local Radio DJ’ leverde de groep opnieuw een radiohit op.

Daarna volgden enkele disputen met platenmaatschappij EMI. In 1984 trok deze zich terug uit de Belpopmarkt, zodat heel wat bands hun contract verloren.

The Machines zouden nog een handvol singles en het album Jungle! (1989) uitbrengen bij een kleiner platenlabel, maar het grote succes bleef uit.

Ten slotte ging de band uit elkaar: Paul Despiegelaere legde zich toe op productiewerk en Joris Angenon richtte eerst met Alain Tant (Luna Twist) het duo Onygo op, en ging daarna verder met The Dinky Toys.

In 2006 werd het nummer Take Me Away nog gebruikt op de soundtrack van de film Windkracht 10: Koksijde Rescue.

Op 7 september 2013 overleed Paul Despiegelaere na een lange ziekte. (Diverse bronnen, Joepie 12 februari 1984 en Bruno Massaer)