Rod Stewart, vandaag 80 jaar jong, en de Herinnering aan een Gepassioneerde Nacht.

Ongelooflijk maar waar, rocklegende Rod Stewart mag vandaag maar liefst 80 kaarsjes uitblazen!

Terwijl de wereld zijn verjaardag viert, dwaal ik in gedachten af naar mijn eigen persoonlijke Rod Stewart-moment, een herinnering onlosmakelijk verbonden met één specifiek nummer: “Passion”.

Het nummer roept meteen beelden op van een vervlogen jeugdige verliefdheid.

In die tijd was mijn hart gestolen door een prachtige verschijning, een jonge vrouw die werkte in de lokale buurtwinkel in de Gentse Forestraat.

Elke boodschap werd een excuus om een glimp van haar op te vangen, haar glimlach te zien.

Uiteindelijk, na lang aarzelen, verzamelde ik al mijn moed en nodigde ik haar uit voor een avondje uit in het bruisende Gentse nachtleven.

Wat begon als een hoopvolle uitnodiging ontvouwde zich in een magische nacht.

Van het ene moment kwam het andere, en we verloren onszelf in elkaars gezelschap.

Het werd een nacht vol passie en tederheid, een herinnering die ik tot op de dag van vandaag koester.

En daar, in de vroege uurtjes, na de liefde bedreven te hebben, klonk “Passion” van Rod Stewart door de kamer.

Het nummer verankerde zich in mijn ziel, voor altijd verbonden met die bijzondere nacht.

De ochtend bracht echter een ontnuchterende onthulling.

Met een vanzelfsprekendheid vertelde ze me dat ze een vaste vriend had.

De klap kwam hard aan, een bittere pil in de nasleep van een zoete nacht. Het jonge hart, op de proef gesteld, kon niet anders dan de pijn voelen.

Nu, jaren later, kijk ik terug op die nacht met een mengeling van weemoed en dankbaarheid.

De pijn van toen heeft plaatsgemaakt voor waardering voor de intensiteit van de ervaring.

Het was een les in liefde, in de onvoorspelbaarheid van het leven, en in de kracht van muziek om herinneringen voor eeuwig vast te leggen.

Dankjewel, Rod, voor “Passion”, en voor de soundtrack bij een onvergetelijke nacht.

En proficiat met je 80ste verjaardag! Je muziek leeft voort, net als die mooie herinnering uit de Forestraat.

45 jaar geleden, Jeanne-Marie Sens met haar hit Le temps balance nonchalant.

De Franse zangeres, auteur en componist Jeanne-Marie Sens, geboren op 8 december 1937 in Parijs.

Begon haar carrière in de late jaren 60 en bracht haar eerste single “Les Boots” uit in 1969.

Sens verwierf bekendheid in 1972 met haar cover van “Les Clowns” van Giani Esposito.

Haar muziek wordt gekenmerkt door een melancholieke, poëtische stijl en ze heeft kritiek op de toenemende dehumanisering van de wereld.

Haar bekendste nummers zijn onder andere: Tant et tant de temps, Tape Tape Tape, Un Dimanche, Jeu de mots, En plein Coeur en L’enfant Du 92e.

In totaal bracht ze acht albums uit en 19 singles.

Haar laatste muzikale wapenfeit was de single Jalousie uit 1984.

Daarna ging ze verder als zakenvrouw en focuste ze haar leven op het schrijven van verschillende boeken, waaronder romans, korte verhalen, gedichten en fotografie.

In de vroege jaren 90 richtte ze samen met Hubert Tonka de uitgeverij Sens & Tonka op.

Deze week, 50 jaar geleden, komt de Nederlandse groep Hydra met het nummer Marietje binnen in de Nederlandse tipparade.

De Nederlandse groep ontstond in 1970 uit een fusie van de groepen All Beat Generation en South River Village Band en waren afkomstig uit Assen.

Aanvankelijk speelde Hydra een mix van hardrock en underground, maar verschoof later richting de Nederlandstalige feestmuziek.

In 1974 brak Hydra door met het nummer “’t Geeft allemaal niks”, dat de 25e plaats behaalde in de Veronica Top 40.

Het echte succes kwam in januari 1975 met “Marietje (Want in het bos daar zijn de jagers)”.

Deze single stond drie weken op nummer één in de Nationale Hitparade en groeide uit tot een carnavalsklassieker.

In Vlaanderen was de single goed voor een negende plaats in de Brt Top 30.

Het jaar daarop scoorde de band opnieuw een hit met “Als het gras twee kontjes hoog is”, dat de vierde plaats bereikte.

De opvolgende singles “Hela Gij Bloemke” en “M’n Zwager” wisten de hitlijsten echter niet te halen.

Ten tijde van de grootste successen bestond Hydra uit zanger Frens Drijfhout, Fokko Kunstman, Gert Immerzeel, Anne Doedens en Richard Hartung.

Dan Hartman, van ruige rocker tot discokoning en zijn tragisch einde.

Dan Hartman, was niet alleen de schrijver, maar ook de producer van deze discohit die hij samen zong met de krachtige stem van Loleatta Holloway, een Amerikaanse zangeres die we kennen van onder meer de nummers “Love Sensation”, “Hit and Run”, “Love Sensation” en de prachtige ballade “Cry To Me” uit haar debuutalbum met dezelfde titel en dit jaar ook al 45 jaar geleden uitgebracht in 1975.

Weet je trouwens dat “Love Sensation” later gesampled werd voor het nummer “Ride on Time” van Black Box en “Good Vibrations” van Marky Mark and the Funky Bunch?

Om dan nog maar te zwijgen, over de cover van Relight My Fire door de jongens van Take That met zangeres Lulu, waardoor het nummer terug hoog scoorde in de hitparade.

Eind verleden jaar, oktober 2024 bracht Cascada (geboren als Natalie Horler, Bonn, 23 september 1981) haar cover uit van deze dance klassieker.

Het nummer leverde Hartman en Holloway in België een zevende plaats op in de BRT Top 30, en in Nederland zelfs een indrukwekkende derde plaats in de Top 40.

Maar voordat hij de discowereld veroverde, liet Hartman in 1976 al van zich horen met zijn debuutsingle “High Sign”, die een veel ruiger geluid had.

Misschien verrassend, maar Hartman speelde in die beginjaren zelfs basgitaar in de band van Johnny Winter en was later gitarist en zanger bij de Edgar Winter Group!

De wereld leerde Hartman pas echt goed kennen in de hoogtijdagen van de disco, met name door zijn hit “Instant Replay” uit 1978.

Dit nummer bereikte in verschillende landen de top van de hitlijsten en wordt nog steeds gezien als een absolute discoklassieker.

Wist je dat de baslijn van “Instant Replay” geïnspireerd was door “Philadelphia Freedom” van Elton John?

In 1984 was het weer raak met “I Can Dream About You”, een nummer dat niet alleen hoog in de hitlijsten belandde, maar ook te horen was in de actiefilm “Streets of Fire” uit datzelfde jaar.

Hij schreef “I Can Dream About You” oorspronkelijk voor Hall & Oates, maar besloot het uiteindelijk zelf op te nemen!

Een jaar later, had hij terug een hit met het nummer We Are The Young.

In 1986, had hij een bescheiden hit met het nummer Waiting To See You.

Zowel “We Are The Young” als “Waiting To See You” kon in Nederland reken op radio steun, want beide waren toen goed als de Alarmschijven van de week.

Maar ondanks die steun, bleef het succes dus beperkt.

Helaas kwam er in 1994 een einde aan het leven en de carrière van Dan Hartman. Hij overleed namelijk op slechts 43-jarige leeftijd in Westport, Connecticut aan de gevolgen van een hersentumor (Joepie 9 december 1979).

35 jaar geleden, Milli Vanilli, de verschillen en overeenkomsten tussen Rob en Fab

Milli Vanilli was een popduo dat eind jaren 80 veel succes had met hits als Girl You Know It’s True en Blame It on the Rain.

Het duo bestond uit Rob Pilatus en Fabrice Morvan, twee dansers en modellen die door producer Frank Farian werden ingehuurd om de gezichten te zijn van een studioproject.

Producer Frank Farian maakt op 14 november 1990 bekent dat het niet Rob Pilatus en Fabrice Morvan zijn die te horen zijn op de platen van Milli Vanilli.

Dit nieuws veroorzaakt niet alleen een grote rel in de platenindustrie. Maar betekende ook het muzikale einde voor Rob Pilatus en Fabrice Morvan

Ze moesten hun Grammy Award, die Milli Vanilli in 1989 in Amerika heeft gekregen als beste nieuwe artiesten inleveren en werden het mikpunt van spot en kritiek.

Vlak na de bekendmaking lanceert Frank Farian The Real Milli Vanilli.

Deze groep bestaat uit Brad Howell, John Davis, Gina Mohammed, Ray Horton en Icy Bro.

Zij brengen het album The Moment Of Truth uit.

Maar het succes van The Real Milli Vanilli was beperkt en eindigde in 1992.

Pilatus en Morvan probeerden daarna een comeback te maken als echte zangers, maar zonder veel succes.

Ze brachten een album in 1992 uit onder de naam Rob & Fab, maar dat flopte. Dit was ook het geval voor de single We Can Get It On, afkomstig van dit album.

Pilatus raakte verslaafd aan drugs en alcohol en kwam in aanraking met de politie.

Hij overleed in 1998 op 32-jarige leeftijd aan een overdosis.

Morvan ging door met muziek maken en trad af en toe op als soloartiest of met andere projecten.

In 2003 brengt hij het album Love Revolution uit, maar zonder succes.

Hij werkte ook samen met Farian aan een documentaire over Milli Vanilli, die in 2016 uitkwam.

In een interview zei Morvan dat hij geen spijt had van zijn deelname aan Milli Vanilli, maar dat hij wel meer respect wilde voor zijn eigen stem en talent.

Fab Morvan woont nu al een aantal jaren in Nederland.

Frank Farian kwam te overlijden op 23 januari 2024 (Joepie 25 september 1988, Joepie 31 december 1989 en diverse bronnen)

45 jaar geleden, lp bespreking Reproduction van The Human League.

De band, opgericht in 1977 in Sheffield, Engeland, ontleende zijn naam aan een sciencefiction-bordspel, StarForce: Alpha Centauri, waarin “The Human League” een van de politieke groeperingen was.

De oorspronkelijke line-up bestond uit Philip Oakey (zang, synthesizers), Martyn Ware (synthesizers), Ian Craig Marsh (synthesizers) en Adrian Wright (visuals, later synthesizers).

Reproduction, hun debuutalbum en uitgebracht in oktober 1979, wordt gekenmerkt door het prominente gebruik van synthesizers, drummachines en minimalistische arrangementen, een geluid dat destijds revolutionair was.

De muziek is donkerder en experimenteler dan het latere, meer pop-georiënteerde werk van de band, met duidelijk hoorbare invloeden van bands als Kraftwerk en de producties van Giorgio Moroder.

Hoewel het commercieel niet direct een groot succes was, kreeg het album lovende kritieken van de pers, maar niet van de Humo en wordt het dan ook beschouwd als een pionierswerk in de elektronische muziek.

In 1980, na interne conflicten over de muzikale richting, verlieten Ware en Marsh de band om Heaven 17 te vormen.

Oakey en Wright gingen verder dan The Human League en rekruteerden twee vrouwelijke achtergrondzangeressen, Susan Ann Sulley en Joanne Catherall, die ze ontdekten in een nachtclub in Sheffield.

Deze nieuwe line-up markeerde een verschuiving naar een meer pop-georiënteerd geluid en leidde tot het internationale succes van het album Dare (1981).

Deze week, 45 jaar geleden, komen de jongens van The Sugarhill Gang met hun nummer Rapper’s Delight binnen in de Brt Top 30.

In Vlaanderen behaalden The Sugarhill Gang de derde plaats, en in Nederland veroverden ze zelfs de felbegeerde nummer 1-positie in de Top 40.

De productie van deze single was in handen van Sylvia Robinson.

De invloed van Sylvia Robinson op de ontwikkeling van de hiphop kan moeilijk overschat worden.

Naast haar rol als producer van “Rapper’s Delight”, was ze als artiest bekend van hits als “Love Is Strange” (1957 en dat later een comeback maakte in de film Dirty Dancing) en “Pillow Talk” (1973).

Bovendien schreef ze mee aan “The Message” van Grandmaster Flash and the Furious Five.

Haar bijdragen leverden haar dan ook de eretitel “moeder van de hiphop” op.

Robinson overleed op 29 september 2011.

The Sugarhill Gang bestond uit de leden Guy “Master Gee” O’Brien, Michael “Wonder Mike” Wright, en Henry “Big Bank Hank” Jackson.

De leden van The Sugarhill Gang waren geen doorgewinterde rappers toen ze Rapper’s Delight opnamen.

Sylvia Robinson rekruteerde hen min of meer uit de buurt, Big Bank Hank was bijvoorbeeld de manager van een pizzazaak!

Voor “Rapper’s Delight” gebruikten ze de instrumentale basis van Chic’s “Good Times”.

Deze onvermelde sampling leidde tot een rechtszaak aangespannen door componisten Nile Rodgers en Bernard Edwards, resulterend in een schikking waarbij Rodgers en Edwards alsnog erkenning en royalty’s ontvingen.

Rapper’s Delight was niet alleen een commercieel succes, het wordt ook beschouwd als het nummer dat hiphop introduceerde bij een breed publiek.

Gisteren nog vandaag