45 jaar geleden, Randy Crawford, één of andere dag vliegt ze helemaal naar de top.

Randy Crawford begint op 15-jarige leeftijd te zingen in jazzclubs en komt zo in contact met George Benson.

Op haar 20ste heeft ze haar eerste platencontract beet bij Columbia Records.

Haar eerste singles worden geen succes. In 1976 komt haar debuutalbum uit. Op ‘Everything Must Change’ wordt ze bijgestaan door o.a. Joe Sample van de jazzband The Crusaders , saxofonist Ralph MacDonald en Hugh Masekela.

Twee jaar later zingt ze op het 2de soloalbum van ex-Genesis-gitarist Steve Hackett.

Haar doorbraak komt er in 1979 wanneer ze ‘Street Life’ inzingt voor The Crusaders. In de Billboard Hot 100 blijft de single op n°36 steken, maar in Europa, en met name vooral Vlaanderen (n°25) en Nederland (n°20) kent deze meer succes.

Als wederdienst voor haar bijdrage producen de drie leden van The Crusaders het volgende album van Randy. ‘Now We May Begin’ wordt in het voorjaar van 1980 uitgebracht.

Aanvankelijk krijgt de plaat maar weinig aandacht totdat ‘One Day I’ll Fly Away’ op single verschijnt.

Het nummer staat al snel op n°1 in Vlaanderen en Nederland.

In de Britse top 40 bereikt ze de n°2. Na bijna 15 jaar ploeteren krijgt ze de erkenning die ze al zo lang zocht. In de VS is het wederom geen succes.

Nadien scoort ze vooral met covers, o.a. ‘Rainy Night In Georgia’van Tony Joe White en ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ van Bob Dylan. Haar ‘You Might Need Somebody’ wordt dan weer een grote Britse hit voor Shola Ama in 1997 (met dank aan Denis Michiels, Joepie van 21 september 1980)

De Vlaamse zanger Günther Neefs mag vandaag 60 kaarsjes uitblazen.

34 jaar geleden, bracht hij zijn eerste single “Ik laat me gaan” uit.

De single was goed voor een vijfde plaats in de Vlaamse Top 10 in augustus 1991

Het nummer is geschreven door Mary Boduin, Bert Joris en

Marc Rosso (foto uit mijn persoonlijke verzameling)

Vijfenzeventig jaar geleden scoorde Billy Eckstine een hit met zijn prachtige cover van het nummer ‘My Foolish Heart’, dat in 1949 werd geschreven door Victor Young met tekst van Ned Washington.

William Clarence Eckstein werd op 8 juli 1914 geboren in Pittsburgh, Pennsylvania, als zoon van een chauffeur en een naaister.

Het gezin verhuisde naar Washington, waar hij klusjes deed voor Ethel Waters in het Howard Theater.

Met het zakgeld dat hij zo verdiende, kon hij deelnemen aan een talentenjacht, die hij in 1932 won.

Hij verliet de school, sloot zich aan bij de Tommy Miles Band en leerde trompet spelen om zijn zang te ondersteunen.

Al vroeg in zijn carrière veranderde hij zijn achternaam in Eckstine, nadat een clubeigenaar de oorspronkelijke spelling ‘te joods’ vond.

Zijn talent bleef niet onopgemerkt, bandleider Earl Hines hoorde hem in de De Lizza Club en nam hem op in zijn band.

Met hen nam hij ‘Skylark’ op, een versie die beter verkocht dan die van Glenn Miller.

Samen met Hines componeerde hij ook de ‘Stormy Monday Blues’.

Dankzij zijn groeiende succes kon Eckstine zijn eigen club openen op 52nd Street in New York, maar die moest hij uiteindelijk sluiten vanwegete hoge onkosten.

Daarna ging hij op tournee met zijn eigen, historische band.

Samen met zijn muzikaal arrangeur John Birks ‘Dizzy’ Gillespie hielp hij de weg vrijmaken voor de bebop en de moderne jazz.

Deze band was een broedplaats voor talent en Eckstine was zo mede verantwoordelijk voor de doorbraak van vele grootheden, zoals Miles Davis, Charlie Parker, Dexter Gordon, Art Blakey en Sarah Vaughan.

In oktober 1945 scoorde hij met ‘A Cottage for Sale’ zijn eerste van in totaal 28 hits in de Amerikaanse Billboard hitparade.

In 1947 kreeg hij een platencontract bij het nieuw opgerichte MGM Records.

Nog datzelfde jaar had hij een hit met ‘Everything I Have is Yours’.

Tot zijn grote successen behoren verder opnamen als ‘Caravan’, ‘I Apologize’, ‘No One But You’ en ‘Gigi’.

Daarnaast componeerde hij zelf de bluesklassieker ‘Jelly, Jelly’.

Bekend om zijn rijke, bijna opera-achtige bas-baritonstem, zette Eckstine ook modetrends met zijn stijlvolle pakken, een imago dat hem gedurende zijn hele solocarrière van pas zou komen.

Zijn invloed reikte ook tot in Europa. Zo scoorde P.J. Proby in 1965 een hit met een cover van ‘I Apologize’ en zijn duet ‘Passing Strangers’ met Sarah Vaughan haalde tweemaal de Engelse hitlijst, in 1957 en 1969.

Zijn laatste album, ‘Billy Eckstine Sings with Benny Carter’, werd in 1986 genomineerd voor een Grammy Award.

Voor zijn bijdragen aan de muziek werd Eckstine ook onderscheiden met een ster op de Hollywood Walk of Fame.

Billy Eckstine overleed op 8 maart 1993 op 78-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, Tina Turner, waar blijft de grote liefde in mijn leven

Na decennia in de schijnwerpers, vond Turner rust en geluk in Zwitserland, waar ze sinds de jaren negentig woonde.

Haar grote liefde was de Duitse muziekmanager Erwin Bach, die ze in 1985 ontmoette.

Hij was haar onvoorwaardelijke steun tijdens de ernstige gezondheidsproblemen die haar leven teisterden, waaronder een hoge bloeddruk, een beroerte en darmkanker.

Toen enkel een orgaantransplantatie haar nog kon redden, doneerde hij een nier. In 2013 bekroonden ze hun lange relatie met een bruiloft in Zürich en ruilde ze haar Amerikaanse nationaliteit in voor de Zwitserse.

Tina Turner overleed op 24 mei 2023 op 83-jarige leeftijd in haar huis in Zwitserland.

Vandaag, precies vijftig jaar geleden, deed een aanstekelijk nummer zijn intrede in de Vlaamse BRT Top 30: “Moviestar”.

Het was de creatie van de Zweedse zanger Jan Svensson, beter bekend onder zijn artiestennaam Harpo.

Het lied vertelt het verhaal van iemand die droomt van een grootse filmcarrière, maar in werkelijkheid slechts een rolletje in een tv-reclamespot heeft bemachtigd.

Een opvallend detail is dat de achtergrondzang werd verzorgd door niemand minder dan Anni-Frid Lyngstad, die toen wereldberoemd aan het worden was met Abba.

“Moviestar” groeide uit tot een grote hit en bereikte de vierde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland zelfs de tweede plaats in de Top 40.

Ondanks dit succes zou Svensson het niveau van “Moviestar” nooit meer evenaren, waardoor hij vaak als een eendagsvlieg wordt bestempeld.

Toch is Harpo nooit gestopt met optreden.

Naast zijn muziekcarrière legde hij zich later met succes toe op het fokken van paarden.

Deze passie kende echter een donkere keerzijde. In 1980 raakte hij ernstig gewond toen een van zijn paarden hem meermaals in het gezicht trapte, wat hem zijn reukvermogen en het zicht in één oog kostte.

Ondanks deze tegenslag bleef de muziek een constante in zijn leven.

In 2021 bracht hij zelfs zijn tiende album uit, getiteld “Songwriter”.

Op dit album staan enkele pareltjes zoals “We Should Be Building Bridges”, “Love Is Great And Butterflies Are Angels” en “The Boy In The Psychedelic T-Shirt”, waarmee hij bewijst dat de “Moviestar” nog steeds niet is uitgespeeld.

De Vlaamse zanger Frank Alwin, geboren als Frank Van der Steen

De carrière van zanger Frank Alwin uit Wambeek begon veelbelovend.

Na zijn eerste single ‘Oh Oh Melanie’ in 1974, volgde in 1975 ‘Trouw Niet Met Die Ander’, een nummer geschreven door Andy Free, Camiel Saey en Romain De Smet.

De grote doorbraak kwam een jaar later, in 1976, toen hij de prestigieuze Radio 2 Zomerhit won met ‘Alleen In Gedachten’.

Heel Vlaanderen zong mee en zijn toekomst leek verzekerd.

Het lot besliste er echter anders over: kort na zijn grote triomf ging zijn platenfirma failliet, waardoor zijn muzikale droom abrupt ten einde kwam.

In 2021, maar liefst 45 jaar later, bracht de zanger, die dit jaar zijn 75e verjaardag viert, zijn klassieker opnieuw uit in een frisse, moderne versie.

Vandaag 55 jaar geleden, overleed Jimi Hendrix, op 27-jarige leeftijd en werd daarmee een van de eerste en bekendste leden van de beruchte ’27 Club’.

Hij bracht zijn laatste uren door in het appartement van zijn toenmalige vriendin, de Duitse kunstschaatsster en schilderes Monika Dannemann, in het Samarkand Hotel.

Hoewel zij de ambulance belde, zijn de precieze omstandigheden van zijn dood altijd in nevelen gehuld gebleven, wat de deur openzette voor talloze theorieën en speculaties.

De officiële lezing, zoals die destijds door de media werd verspreid, was dat Hendrix was gestikt in zijn eigen braaksel.

Hij zou in een diepe coma zijn geraakt na het innemen van een overdosis slaappillen in combinatie met rode wijn.

Een tragisch detail hierbij is dat de Britse slaappillen die hij had genomen, aanzienlijk sterker waren dan de Amerikaanse varianten die hij gewend was.

Deze versie wordt echter tegengesproken door verschillende bronnen. Mitch Mitchell, de drummer van The Jimi Hendrix Experience, opperde in zijn boek ‘Inside the Experience’ een schrijnend alternatief.

Volgens hem stierf Hendrix pas op een brancard in de gang van het Londense ziekenhuis.

Mitchell suggereerde dat er, omdat Hendrix Afro-Amerikaans was of omdat niemand hem onmiddellijk herkende, niet adequaat naar hem werd omgekeken.

Een ander hardnekkig gerucht was een overdosis heroïne. Dit werd echter al snel ontkracht door de autopsie, waaruit bleek dat er geen sporen van heroïne in zijn bloed zaten.

Bovendien was het in zijn directe omgeving algemeen bekend dat Hendrix, anders dan vele rocksterren uit die tijd, een uitgesproken afkeer van naalden had en geen heroïne gebruikte.

De sensationeelste theorie kwam pas decennia later aan het licht. James ‘Tappy’ Wright, een voormalige roadie, beweerde in 2009 dat Hendrix werd vermoord door zijn eigen manager, Michael Jeffery.

Jeffery zou in dronken toestand hebben bekend dat hij Hendrix met hulp van anderen had volgegoten met drank en pillen.

Het motief? Angst dat zijn grootste ster, die hij vreesde, kwijt te raken, zou overstappen naar een andere manager.

Deze zware beschuldiging kan helaas niet meer op haar waarheid worden getoetst. Jeffery kwam namelijk in 1973, kort na zijn vermeende bekentenis, om het leven bij een vliegtuigcrash.

Alsof het mysterie nog niet complex genoeg was, voegde de documentaire ‘Jimi Hendrix: The Last 24 Hours’ uit 2004 er een politieke dimensie aan toe.

Hierin wordt gesuggereerd dat de CIA betrokken was bij zijn dood. Hendrix’ banden met de Black Panther Party en zijn openlijke kritiek op de Vietnamoorlog zouden hem tot een doelwit hebben gemaakt. In enkele jaren was hij uitgegroeid tot een wereldwijd icoon met een enorme invloed op de Amerikaanse jeugd.

Zijn vervormde versie van het Amerikaanse volkslied op Woodstock in 1969 wordt nog steeds gezien als een krachtig cultureel statement.

Ongeacht de ware toedracht, de wereld verloor een muzikaal genie. De man die als linkshandige speler een rechtshandige gitaar bespeelde (na de snaren in omgekeerde volgorde te hebben gezet), had de gitaarmuziek voorgoed veranderd.

Jimi Hendrix werd uiteindelijk begraven op het Greenwood Memorial Park in Renton, een stadje nabij zijn geboortestad Seattle.

Zijn plotselinge overlijden was niet alleen een muzikaal verlies, maar ook het begin van een gecompliceerde strijd om zijn nalatenschap.

Jimi Hendrix had namelijk geen testament opgemaakt. Volgens de wet ging zijn volledige vermogen daardoor naar zijn dichtstbijzijnde familielid: zijn vader, Al Hendrix.

Voor zijn eigen dood in 2002 liet Al het beheer van het miljoenenbedrijf, Experience Hendrix LLC, na aan zijn geadopteerde dochter Janie Hendrix, de stiefzus van Jimi.

Dit leidde tot een jarenlange juridische strijd met Jimi’s biologische broer, Leon Hendrix, die door deze beslissing grotendeels werd buitengesloten van de erfenis.

Uiteindelijk besliste de rechter in het voordeel van Janie, die tot op de dag van vandaag de controle heeft over de nalatenschap van Jimi Hendrix.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 40 jaar geleden, Julien Clerc stapt in het huwelijksbootje met Virginie Couperie Eiffel.

Voordat zanger Julien Clerc zijn jawoord gaf aan Virginie Coupérie-Eiffel, deelde hij zijn leven met de Franse actrice Miou-Miou.

Samen kregen ze op 19 april 1978 een dochter, Jeanne Herry, die later zelf een succesvolle carrière als filmmaker en actrice zou uitbouwen.

Een nieuwe fase in zijn leven begon toen hij Virginie Coupérie-Eiffel ontmoette. De vonk sloeg over toen de zanger een paard kwam kopen bij Virginie, die op dat moment een professionele jumpingruiter was en een afstammelinge van de beroemde Gustave Eiffel.

Het koppel trouwde op 14 september 1985 op haar landgoed in de Gironde.

Hun gezin breidde zich uit met de komst van dochter Vanille, drie jaar na hun huwelijk, en zoon Barnabé, die in 1995 werd geboren.

Hun leven samen inspireerde Clerc tot een van zijn grootste hits, “Fais-moi une place” (1990), een nummer waarvoor hij zelf de muziek componeerde.

Hoewel de tekst door Françoise Hardy werd geschreven, wordt het nummer beschouwd als zijn muzikale verklaring aan Virginie, een vraag om een plek in haar wereld van rust en paarden.

Na een huwelijk van 22 jaar ging het paar in 2007 uit elkaar.

Na de scheiding gingen beiden hun eigen weg. Virginie Coupérie-Eiffel bouwde een carrière uit als verslaggeefster voor paardensportevenementen bij France Télévisions.

Voor haar verdiensten werd ze in 2013 benoemd tot Ridder in de Nationale Orde van Verdienste.

Julien Clerc vond opnieuw de liefde bij romanschrijfster Hélène Grémillon, met wie hij in 2012 trouwde. Zij hadden voor hun huwelijk al een zoon gekregen, Léonard.