Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
In de beginjaren tachtig bevond de Franse cultfiguur Serge Gainsbourg zich in een nieuwe fase van zijn leven, zowel artistiek als persoonlijk.
Na de breuk met Jane Birkin vond hij een nieuwe muze en partner in Bambou, een jonge vrouw die een rustgevende maar ook fascinerende invloed op hem had.
Hun relatie werd gekenmerkt door een contrast tussen de publieke provocatie waar Gainsbourg om bekendstond en de intimiteit die zij deelden tijdens hun gezamenlijke reizen en werkprojecten.
Tijdens een verblijf in Gabon voor de opnames van de film Équateur kwam de dynamiek tussen het paar duidelijk naar voren.
Terwijl Gainsbourg zich concentreerde op zijn rol als regisseur, paste Bambou zich moeiteloos aan de lokale omgeving aan.
Haar verschijning en spontaniteit maakten indruk op de mensen om haar heen, waarbij ze zelfs traditionele vlechtjes in haar haar liet maken.
Voor Gainsbourg was zij niet alleen een partner, maar ook een dankbaar onderwerp voor zijn fotografie en filmkunst, waarbij hij haar schoonheid in diverse producties vastlegde.
Gainsbourg reflecteerde in deze periode ook op zijn eigen karakter, waarbij hij erkende dat er een zekere donkerte en onvoorspelbaarheid in hem school.
Hij zag zijn kunst, of het nu muziek, schilderkunst of film was, als een noodzakelijke uitlaatklep voor zijn innerlijke onrust.
Tegelijkertijd begon hij afstand te nemen van het hectische nachtleven van de Parijse clubs en gaf hij de voorkeur aan de ingetogen luxe van gerenommeerde hotelbars, waar hij in de namiddag kon genieten van een zorgvuldig bereide cocktail.
Zijn veelzijdigheid als kunstenaar bleef de kern van zijn bestaan.
Hij beschouwde zichzelf als een man die door vele disciplines was gevormd, van de piano en gitaar tot de architectuur en de literatuur.
Een bijzonder bezit dat hij koesterde en dat een centrale plek op zijn piano in Parijs innam, was een filmzoeker die hij jaren eerder van Brigitte Bardot had gekregen.
Dit optische instrument, waarmee een regisseur shots kan bepalen zonder de zware camera te verplaatsen, stond symbool voor zijn passie voor het visuele.
Het was een kostbaar kleinood dat zijn voortdurende drang om de wereld door een artistieke lens te bekijken bevestigde, een passie die hem tot aan het einde van zijn carrière zou blijven drijven.
De basis voor dit contact lag in het jaar 1980, toen de Franse zangeres besloot het nummer Pearlydumm van de Volendamse formatie op te nemen.
De Franse vertaling kreeg de titel Jusqu’à Pearlydam en verscheen dat jaar op haar album Un Peu… Beaucoup… Passionnément.
Naast deze Franse interpretatie bracht ze in 1980 via het label Ariola ook een Duitse versie van het lied uit in Duitsland.
Deze verschillende talen onderstreepten de brede Europese belangstelling voor het repertoire van de Nederlandse groep, die op dat moment al tot de absolute top in de Benelux behoorde.
De internationale aantrekkingskracht van hun muziek bleek ook uit het feit dat het originele Mon Amour zelfs in landen als Australië, Brazilië en Nieuw-Zeeland op single is uitgebracht.
De waardering voor dit specifieke werk bleef bovendien jarenlang bestaan, wat bleek toen Demis Roussos in 1995 een vertolking van Mon Amour opnam samen met Anny Schilder.
Tijdens de ontmoeting bij een televisieshow in het voorjaar van 1981 kregen de oorspronkelijke vertolkers en componisten uit Volendam de kans om de zangeres te spreken over deze diverse vroege uitvoeringen van hun hit.
In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.
Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.
Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.
Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.
Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.
Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.
De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.
Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.
Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.
Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.
Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.
Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.
Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.
Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.
De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.
Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.
De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.
In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.
Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.
Steef Verwée, geboren in 1951, groeide op in een familie waar het Oudenaards de voertaal was.
Zijn familiewortels in de regio gaan terug tot het midden van de zestiende eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.
Al op achttienjarige leeftijd schreef hij zijn eerste Oudenaardse liederen waarmee hij lokaal optrad.
Na zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium in Gent, die hij in 1973 afrondde met specialisaties in gitaar, zang en musicologie, begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.
Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij aanvullende opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen, New York en Amsterdam.
Zijn succesvolle producties, waaronder Claus on the Rocks, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV. In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij De Cirkel op, tegenwoordig bekend als Circle Productions Gent.
Na een periode bij Theater Arena startte hij Applied Promotions Intermed nv, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.
Ondertussen bleef hij onafgebroken eigen werk creëren, met als een van de hoogtepunten de première van The Erotic Opera in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.
Ook zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling, wat onder meer leidde tot veertig liederen op poëzie van Claus.
In 1992 produceerde hij voor de Wereldtentoonstelling in Sevilla en de Olympische Spelen in Barcelona de cd Belgium, a Century of Music, een officieel geschenk van het Ministerie van Buitenlandse Handel.
Verwee werkte bovendien intensief samen met de BRT en de BRT Big Band en was als muziekdirecteur en lichtontwerper betrokken bij tal van grote operaproducties zoals Nabucco en La Traviata.
In 2012 werd hij voor de tentoonstelling Beatles, Bombardons en Buuneklakkers gevraagd om zijn Oudenaardse liedjes uit de jaren zestig opnieuw uit te voeren.
Dit trok de aandacht van het stadsbestuur en resulteerde in 2014 in de cd ‘Oudenaarde, een hymne’, een drieluik met twintig liederen. Tijdens de release in CC De Woeker werd hij benoemd tot Ambassadeur van het Oudenaards Dialect.
Dit alles resulteerde in 2022 in de cd en theatercreatie Oudenaarde een Idioticon, geïnspireerd op het Zuid-Oostvlaandersch Idioticon van Isidoor Teirlinck uit 1905.
Op deze uitgave brengt hij oude woorden en lokale geschiedenis tot leven, waarbij zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip ‘Largootje voor mijn prinsesje’.
Om het erfgoed van de regio en het Pays des Collines levend te houden, bracht hij in mei 2024 samen met het stadsbestuur van Ronse de cd ‘Ronse in ’t Roonsies’ uit, die te koop is bij de plaatselijke Dienst Toerisme.
Op basis van deze cd creëerde Steef een audiovisueel Tour de Chant-programma dat onlangs zijn première kende in het CC De Ververij te Ronse.
Dit deed hij in samenwerking met Veronique De Tier, vooraanstaand dialectologe van de Universiteit Gent, met wie hij in totaal bijna honderd liederen schreef ter bevordering van de Vlaamse streektalen.
Recent bracht hij samen met pianist Eddy Aelbrecht een nieuwe cd uit met tweeëntwintig instrumentale composities voor klassieke gitaar en piano.
Eddy Aelbrecht genoot zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij orgel, muziekgeschiedenis en harmonie studeerde.
Aan het conservatorium van Antwerpen voltooide hij zijn studies pedagogie en pianobegeleiding
Van 1985 tot 2024 was hij onafgebroken actief als fulltime begeleider en docent muziektheorie en harmonie aan Studio Herman Teirlinck en later aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen.
Hij was tevens een veelgevraagd pianist en docent aan de drama-afdeling van het conservatorium in Gent.
Naast zijn onderwijstaken begeleidde hij vrijwel alle bekende Belgische artiesten en vele internationale namen.
Als geliefd studiomuzikant en pianist was hij vier jaar lang verbonden aan het Casino van Knokke en trad hij wereldwijd op, van Europa tot in Dubai, Abu Dhabi en Pakistan.
Dit gezamenlijke album is geïnspireerd op de filosofie van oude Griekse denkers zoals Plato, Socrates en Epicurus.
De aanleiding hiervoor waren de colleges van de hedendaagse filosoof Johan Braeckman, die Verwée aanzetten om thema’s als ataraxia, deugd en kalmte muzikaal te vertalen.
Elk muziekstuk is opgebouwd vanuit een filosofisch citaat en gekoppeld aan een plant die mogelijk in de tuin van Epicurus groeide.
Het album is beschikbaar via streamingplatformen en als Digifile-cd in boekvorm.
Deze uitgave wordt in de BeNeLux en internationaal verdeeld bij alle boekhandels en muziekzaken, en is tevens bestelbaar via Bol.com, zijn site steefverwee.be of de FB-pagina Steef Verwée Epicurus’garden.
Steef trekt momenteel rond met deze muziek, waarbij hij tussen zijn gitaarcomposities door vertelt en citeert uit het werk van deze oud-Griekse filosofen.
In november 1980 gingen Benny Andersson en Anni-Frid Lyngstad, het tweede echtpaar van de wereldberoemde popgroep ABBA, al feitelijk uit elkaar.
Enkele maanden later, eind februari 1981, werd officieel bekendgemaakt dat hun huwelijk definitief was beëindigd en dat er een scheiding zou volgen.
Deze breuk vond plaats twee jaar na de scheiding van de andere helft van de groep, Björn Ulvaeus en Agnetha Fältskog.
Ondanks deze nieuwe persoonlijke crisis bleef de boodschap vanuit het hoofdkwartier duidelijk: de groep zou in elk geval blijven bestaan en de muzikale samenwerking werd niet beïnvloed door de privéproblemen.
Benny en Frida verklaarden dat hun besluit weloverwogen en in alle sereniteit was genomen.
Ze benadrukten dat het een persoonlijke kwestie betrof en dat zij als volwassenen tot een onderlinge oplossing waren gekomen.
Hoewel het voor de buitenwereld een grote schok was, gaven de groepsleden aan dat de eerdere breuk tussen Björn en Agnetha de werkrelatie binnen de band juist had verduidelijkt, omdat spanningen en wrijvingen uit de weg waren geruimd.
De geschiedenis leek zich nu te herhalen, waarbij de focus volledig op de professionele toekomst van het imperium kwam te liggen.
Tegelijkertijd deden er verschillende geruchten de ronde over de achtergrond van de breuk.
Er werd gespeculeerd over de rol van de Zweedse tv-journaliste Mona Nörklit, met wie Benny een nieuwe relatie zou zijn gestart.
Hoewel intimi aangaven dat deze romance niet de directe aanleiding was voor de scheiding met Frida, zorgde het nieuws voor veel beroering in de media.
Te midden van alle persoonlijke veranderingen bleven de artistieke plannen ongewijzigd, met vooruitzichten op een nieuwe televisieshow voor de Amerikaanse markt en de opname van een nieuwe single in de studio.
Ondanks de breuk bleven ze samenwerken binnen ABBA en brachten ze later in 1981 het album The Visitors uit.
Na de scheiding hertrouwde Benny Andersson al snel in 1981 met Mona Nörklit.
Steve Strange, de artiestennaam van Steven Harrington, staat te boek als een van de belangrijkste pioniers van de new romantic-beweging binnen de new wave.
Zijn passie voor muziek werd aangewakkerd na een concert van de Sex Pistols in 1976.
Dit zette hem er niet veel later toe aan om de club Blitz te openen in de Londense wijk Soho, waar hij een legendarisch streng deurbeleid voerde: alleen de meest creatief geklede bezoekers mochten naar binnen.
Zelfs een wereldster als Mick Jagger werd ooit geweigerd, omdat hij niet aan de strikte kledingvoorschriften voldeed.
Deze club groeide razendsnel uit tot de absolute hotspot voor de scene. Het was de plek waar bands zoals Duran Duran hun debuut beleefden en waar David Bowie persoonlijk figuranten kwam uitzoeken voor zijn videoclip Ashes to Ashes.
In 1979 vormde Strange zijn eigen band, Visage. Hun geluid was een innovatieve mix van futuristische synthesizers en dansbare ritmes, sterk beïnvloed door de elektronische klanken van Kraftwerk en de visuele flair van Bowie.
De grootste triomf van de band was de wereldhit Fade to Grey uit 1980.
De muziek voor dit nummer werd gecomponeerd door Christopher John Payne en Billy Currie.
De basis ontstond oorspronkelijk als een instrumentaal stuk onder de titel Toot City tijdens soundchecks van een tournee van Gary Numan in 1979, waar Payne en Currie deel van uitmaakten.
Midge Ure schreef uiteindelijk de songtekst en nam de productie voor zijn rekening.
Het nummer bevat een kenmerkende Franse stem, ingesproken door Brigitte Arens, en werd vergezeld door een iconische videoclip waarin Strange te zien is met zijn gezicht beschilderd in zilver en geometrische patronen.
In Vlaanderen was het een enorm succes in 1981 met een vierde plaats in de BRT Top 30, terwijl de single in Nederland opmerkelijk minder presteerde en niet verder kwam dan de tweeëntwintigste plaats in de Top 40.
Het succes bleek echter niet onfeilbaar; nadat hun derde album Beat Boy flopte, hield de band het in 1984 voor gezien.
De jaren daarna verliepen moeizaam voor Strange.
Hij kampte lange tijd met een zware heroïneverslaving, wat leidde tot ernstige financiële problemen en een wankele gezondheid.
Tijdens een dieptepunt in zijn leven werd hij zelfs gearresteerd voor het stelen van een Teletubbie-pop voor zijn neefje.
Hoewel hij later een comeback maakte met een nieuwe bezetting van Visage, kwam er in 2015 een einde aan zijn bewogen leven toen hij op 55-jarige leeftijd overleed aan een hartinfarct in de Egyptische badplaats Sharm el-Sheikh.
Ter gelegenheid van zijn toen zeventigste verjaardag vond hij het na vijftig jaar liedjes schrijven voor anderen de hoogste tijd om zelf een album uit te brengen.
Het werd zelfs een dubbel-cd onder de titel Roaring 2020.
Hoewel zijn naam misschien niet bij iedereen meteen een belletje doet rinkelen, is zijn werk ongetwijfeld bekend.
Zo schreef hij de tekst van ‘Vreemde Vogels’, de zomerhit van Claire uit 1973 die nog altijd staat als een huis.
Daarnaast schreef hij nummers voor namen als Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Ann Christy en Miek en Roel.
Ook voor Rob de Nijs was hij een belangrijke schakel; Walter werkte mee aan diens album ‘Tussen Zomer En Winter’ uit 1977.
Rob de Nijs verbleef destijds enkele weken in Gent in 1976, voor de voorbereiding, en was toen bijna elke avond aanwezig in de Hotsy Totsy.
De hoes van dat album is overigens een kunstwerk van de Gentse kunstenaar Frank Liefooghe.
Ook als producer liet Walter zijn sporen na in samenwerkingen met Roland, de Skyblasters en Zaki.
Zijn creativiteit reikte echter verder dan muziek alleen; samen met Herwig Deweerdt maakte hij de film Jacques Brel aux Marquises en tot 2001 verzorgde hij een column in het Radio 1-programma ‘Het Einde van de Wereld’.
Bovendien was hij de drijvende kracht achter de Waterfront Galerie op Meulestede in Gent.
Dat was ook de plek waar Hotsy Totsy in 1998 een groot feest gaf ter gelegenheid van ons 25-jarig bestaan, gecombineerd met een tentoonstelling in de galerie.
Voor zijn eigen muzikale project werkte hij samen met componist Yves Meersschaert en liet hij zich omringen door het kruim van de Gentse muziekscene, met bijdragen van onder anderen Roland, Steven De bruyn, Bart Maris en Edward Buadee.
De zussen McGarrigle groeiden op in een gezin waar zowel de Angelsaksische als de Frans-Canadese cultuur een belangrijke rol speelde.
Die tweetaligheid vormde de rode draad in hun muziek.
Eind jaren zestig vormden de toen begin twintigjarige Anna en haar bijna twee jaar jongere zus Kate een duo.
In 1976 braken ze wereldwijd door met de klassieker Complainte pour Sainte-Catherine.
Dit eigenzinnige nummer, over de metro van Montreal en de mensen die daar de ijzige kou ontvluchten, haalde in Vlaanderen de hitlijsten niet.
In Nederland werd het echter een succes met een zeventiende plaats in de Top 40.
Gedurende hun carrière namen de zussen tien albums op, variërend van Engelstalig werk tot Franse chansons.
Met het album French Record (Entre Lajeunesse et la Sagesse) maakten ze in 1980 een prachtig gebaar naar de Franstalige bevolking van Quebec.
Hun talent bleef niet onopgemerkt bij collega-artiesten; iconen als Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Marianne Faithfull namen covers op van hun nummers, waaronder The Work Song en Heart Like a Wheel.
Hoewel het succes groot was, kozen de zussen er bewust voor om hun gezin voorrang te geven boven een nog grotere internationale carrière.
De muzikale genen werden echter succesvol doorgegeven.
Uit het huwelijk tussen Kate McGarrigle en singer-songwriter Loudon Wainwright III kwamen twee kinderen voort, Rufus en Martha Wainwright, die inmiddels beiden zelf een indrukwekkende muzikale loopbaan hebben opgebouwd.
Het leven van Kate nam een zware wending toen er in de zomer van 2006 sarcoom bij haar werd vastgesteld, een zeldzame vorm van kanker.
Ondanks haar ziekte bleef ze tot het laatst toe verbonden met de muziek.
In december 2009 stond ze voor het laatst op het podium in de Londense Royal Albert Hall, waar ze samen met haar zoon en dochter optrad tijdens het concert A Not So Silent Night.
Op 18 januari 2010 kwam ze op 63-jarige leeftijd te overlijden.
Julien Clerc, geboren als Paul Alain August Leclerc, groeide op in een wereld van uitersten.
Aan de ene kant was er de gedisciplineerde opvoeding in een groot landhuis in Bourg-la-Reine bij zijn vader, een professor bij UNESCO, waar discipline en traditie de boventoon voerden.
Aan de andere kant was er het bruisende Parijs van zijn moeder, waar de jonge Paul zich pas echt vrij voelde.
De wortels van zijn moeder in Guadeloupe gaven hem de bron voor zijn temperament en de creativiteit die later zijn muziek zou kenmerken.
Tijdens zijn middelbareschooltijd vond hij een zielsverwant in Maurice Momo Vallet, met wie hij de liefde voor sport, literatuur en muziek deelde, variërend van Charles Aznavour tot The Beatles.
Wanneer Paul in 1966 in Parijs rechten gaat studeren aan de Sorbonne, ontmoet hij in een café tekstschrijver Etienne Roda-Gil.
Het drietal droomt van succes, maar daarvoor moet er eerst een artiestennaam komen.
Na suggesties als Paul Le Rock en Joe Leclerc valt de keuze definitief op Julien Clerc.
Na een aanvankelijke afwijzing bij CBS Records zorgt een toevallige ontmoeting op een feest van UNESCO voor de ommekeer.
Julien mag auditie doen bij Pathé-Marconi en krijgt zijn eerste contract.
In 1968 verschijnt zijn eerste single La Cavalerie en niet veel later staat hij in het voorprogramma van Adamo.
De echte grote doorbraak volgt in 1970 wanneer hij de hoofdrol speelt in de Franse versie van de musical Hair.
Het publiek is verkocht en Julien Clerc groeit uit tot een waar tieneridool dat wekenlang in een steevast uitverkocht Olympia in Parijs staat.
In de jaren zeventig verovert Julien ook Nederland en Vlaanderen. Na successen als Ce Nest Rien en Si On Chantait bereikt hij in 1976 de absolute top met This Melody, dat op nummer een belandt in de hitlijsten.
Hij trouwt met actrice Miou Miou, met we wie hij twee dochters krijgt, en knipt zijn iconische wilde krullen af.
Hoewel hij later breekt met zowel zijn vrouw als zijn vaste schrijvers Momo en Roda-Gil, blijft het succes aanhouden.
Hij werkt samen met iconen als Serge Gainsbourg en Françoise Hardy, terwijl albums in Frankrijk met platina worden bekroond.
In 1987 scoort hij bij ons opnieuw een grote hit met het vrolijke Helene, een weerspiegeling van het geluk in zijn nieuwe huwelijk met Virginie Couperie.
Juliens leven blijft in beweging, zowel muzikaal als persoonlijk.
Na een reis door Afrika wordt hij in 2003 benoemd tot speciaal ambassadeur van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.
Hij vindt uiteindelijk nieuw geluk bij de schrijfster Helene Gremillon en wordt op 61-jarige leeftijd opnieuw vader van zoon Leonard.
Rond die tijd neemt hij met Rob de Nijs, die in dezelfde levensfase ook weer vader wordt, een nieuwe versie op van zijn oude hit This Melody.
Naast zijn eigen werk blijft hij zich inzetten voor Les Enfoirés en de daklozenorganisatie Restos du Coeur.
Met zijn nieuwste album Une Vie uit 2025 bewijst hij dat zijn passie onverminderd groot is.
Om zijn vijftigjarige carrière te vieren, start hij in 2026 een grote tournee die hem langs de grootste zalen van Frankrijk en België voert, een ode aan een leven dat volledig in het teken staat van de muziek.
Gisteren nog vandaag
Julien Clerc is roddelpraatjes beu (Joepie 16 april 1975)
Gisteren nog vandaag
Kluizenaar Julien Clerc in de Joepie van 23 oktober 1978
Gisteren nog vandaag
Julien Clerc, klagen is dom en puur tijdverlies (Joepie 6 maart 1983)
Midden jaren 70 was de wereld volledig in de ban van oosterse gevechtskunsten.
Bruce Lee was de grootste filmster van het moment en in de hitlijsten had Carl Douglas net de weg vrijgemaakt met zijn wereldhit Kung Fu Fighting.
In dat kielzog verscheen in 1975 nog een opvallende single die slim inspeelde op die rage: Chinese Kung Fu van de groep Banzai.
Het nummer werd geschreven door de Fransman Bernard Estardy.
Estardy was in de Franse muziekwereld een ware legende; hij was een geniale geluidstechnicus en toetsenist die in zijn eigen studio werkte met de grootste sterren.
Voor dit project, dat op de hoes vaak als Banzaii met twee i’s werd geschreven, besloot hij zelf te experimenteren met synthesizers en geluidseffecten.
Estardy combineerde die typische, vroege discobeat met stereotiepe oosterse melodietjes en – uiteraard – de nodige ‘Hia!’-kreten en geluiden van vechtende mensen.
Omdat het een echt studioproject was, was Banzai geen band die je zomaar live zag optreden; het was puur gemaakt voor de dansvloer.
Hoewel we het nu als een klassieker beschouwen, is het feitelijk nooit een officiële hit geweest.
Het nummer werd destijds grijsgedraaid in de discotheken van de Benelux en was enorm populair in het uitgaansleven, maar die populariteit vertaalde zich vreemd genoeg niet naar de verkoopcijfers.
Zowel in Vlaanderen als in Nederland haalde de single nooit de officiële hitparade. Het blijft daarmee een van de bekendste ‘niet-hits’ uit het discotijdperk.