Peter Criss mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Zijn carrière begon toen hij begin jaren zeventig een advertentie plaatste waarin hij zichzelf aanbood als drummer.

Paul Stanley en Gene Simmons reageerden op zijn oproep voor hun groep Wicked Lester.

Met die band namen ze een album op, al zou dit pas in 2002 verschijnen. De echte doorbraak kwam in 1974, toen het drietal – inmiddels aangevuld met Ace Frehley – onder de naam KISS hun debuutalbum uitbracht.

Peter Criss, geboren onder de naam George Peter John Criscuola, groeide op in Brooklyn als vriend van Jerry Nolan (New York Dolls).

Hij kreeg les van zijn idool Gene Krupa.

Die jazzachtergrond gaf KISS een unieke swing, wat hem een eervolle dertiende plaats oplevert in mijn lijst van beste drummers aller tijden.

Toch moeten we eerlijk zijn: die dertiende plek is relatief.

Zijn opvolger Eric Carr, geboren als Paul Charles Caravello, was technisch gezien namelijk een veel betere drummer.

Criss moest het vooral hebben van zijn karakteristieke stijl en uitstraling.

Binnen de KISS-mythologie was zijn personage, de Catman, onmisbaar. Volgens de overlevering koos Peter voor de kat omdat hij zichzelf zag als iemand met negen levens die altijd op zijn pootjes terechtkwam.

De Catman bracht een zachtere, meer mysterieuze energie naar de band. Juist die menselijke kwetsbaarheid achter het masker maakte hem bij veel fans het meest geliefde lid.

De verstandhouding met de overige bandleden vertoonde na een auto-ongeluk in 1978 serieuze barsten.

Peter kampte in die tijd ook met alcoholisme en drugsgebruik. In datzelfde jaar brachten alle vier de bandleden tegelijkertijd een soloalbum uit.

Het gelijknamige album van Criss, met singles als You Matter to Me, liet een heel andere kant van hem horen.

Zijn solowerk neigde naar rhythm-and-blues en soul, wat duidelijk afweek van de hardrockrichting van de band.

In oktober 1980 blikte Criss in het blad Joepie eerlijk terug op deze periode.

Hij gaf toe dat hij een onverschillige houding had aangenomen die niet eerlijk was tegenover de andere groepsleden.

Hij schaamde zich zelfs voor zijn vroegere superstar-maniertjes, zoals het uitschelden van personeel als zij om drie uur ’s nachts in Texas geen kaviaar voor hem konden regelen.

De enorme druk van tournees met soms negentig concerten in enkele maanden werd hem simpelweg te veel.

Hoewel hij later op albums als Dynasty (1979) en Unmasked (1980) nauwelijks of zelfs helemaal niet meer meespeelde, bleef hij als zanger verantwoordelijk voor een aantal van de grootste successen.

Zijn allergrootste succes blijft Beth, een nummer dat hij schreef samen met Bob Ezrin en Stan Penridge.

De single werd in 1976 de enige Amerikaanse top 10-hit voor KISS.

Ook nummers als Black Diamond en Hard Luck Woman groeiden uit tot fan favourites.

Dat laatste nummer was door Paul Stanley eigenlijk voor Rod Stewart geschreven, maar op aandringen van Gene Simmons mocht Peter het inzingen.

Na zijn vertrek bracht hij zijn eerste echte soloplaat Out of Control uit, een mengeling van popballades en bluesy rock met veel saxofoon.

Hij probeerde in die tijd incognito te leven in New York met een baard en een donkere zonnebril.

Achter de schermen was zijn privéleven minstens zo bewogen. Peter is drie keer getrouwd geweest en vond na huwelijken met Lydia Di Leonardo en Debra Jensen (moeder van zijn dochter Jenilee) uiteindelijk het geluk bij Gigi Criss.

Zij was zijn steun toen hij in 2008 borstkanker overwon. Peter ontdekte de ziekte zelf na het sporten en is sindsdien een voorvechter van vroege detectie bij mannen.

Naast de muziek zocht Peter de schijnwerpers op als acteur. In 2002 maakte hij indruk door een gevangene te spelen in de rauwe serie Oz.

Later, in 2009, vertolkte hij de rol van Mike in de film Frame of Mind. Deze uitstapjes lieten zien dat er achter het drumstel een veelzijdig artiest schuilde.

Na jaren van vertrek, succesvolle reünies en ruzies over salarissen, nam Peter in 2003 definitief afscheid van de band.

Dat Eric Singer daarna zijn Catman-make-up overnam, zorgde voor veel woede bij de fans; voor hen kan er immers maar één echte Catman zijn.

In 2014 kreeg hij de ultieme erkenning met een plek in de Rock And Roll Hall Of Fame.

50 jaar geleden, KC & The Sunshine Band en hun hit That’s The Way (I Like It .

Casey ontmoette Finch begin jaren 70 in de platenzaak waar Harry werkte.

Wanneer ze een Caraïbische band aan het werk zien, besluiten ze een discogroep op te richten met Caraïbische invloeden.

De eerste single flopt, maar met ‘Queen Of Clubs’ scoren ze een eerste top 10-hit, merkwaardig genoeg wel enkel in de UK.

Op dat moment is er ook nog geen echte Sunshine Band. Harry en Richard nemen alles zelf op in de studio.

‘Get Down Tonight’ wordt in de zomer van 1975 de eerste wereldhit voor het kleurrijke gezelschap uit Miami, meteen goed voor een eerste Amerikaanse n°1.

Ondertussen was er al een echte Sunshine Band samengesteld waarmee op tournee kon worden gegaan. Met ‘That’s The Way I Like It’ scoort KC & The Sunshine Band in het najaar van 1975 zijn voorlopig grootste hit.

Naast de Billboard Hot 100 bereikte de single ook in Nederland de top van de Top 40.

In Ultratop houdt ‘I’m On Fire’ van 5000 Volts hen van de top. Hierna wordt ‘Queen Of Clubs’ in januari 1976 alsnog een top 10-hit in Vlaanderen en Nederland.

KC & The Sunshine Band scoorde tot 1980 nog hits.

Na ‘Please Don’t Go’ was het vet van de soep. In 1983 volgde een verrassende comeback met ‘Give It Up’, een Britse n°1.

Alhoewel de naam KC & The Sunshine Band behouden bleef, ging het om een soloproject van Harry W. Casey.

‘Queen Of Clubs’ werd in het najaar van 1995 weer een klein Ultratop-hitje (n°38) in de versie van het Vlaamse danceproject Timeshift (Joepie 17 december 1975 en met dank aan Denis Michiels).

Amerikaans supermodel, presentatrice en zakenvrouw Tyra Banks mag vandaag 52 kaarsjes uitblazen

Tyra Banks is een schoolvoorbeeld van iemand die haar carrière in de mode-industrie succesvol heeft weten om te buigen tot een krachtig media-imperium.

Ze belichaamt daarmee precies de definitie die ze zelf hanteert over haar status.

Hoewel de term topmodel al in de vroege jaren zestig werd gebruikt voor goedbetaalde modellen, maakt Banks een strikt onderscheid.

Volgens haar zijn topmodellen weliswaar ontdekt en gerespecteerd binnen de modewereld, maar hebben ze daarbuiten weinig faam.

Een supermodel daarentegen is een wereldwijd begrip met een carrière die het vak overstijgt.

Haar eigen verhaal begint in Inglewood, Californië, waar ze op vijftienjarige leeftijd aan haar modellencarrière begon.

Hoewel ze in het begin door verschillende bureaus werd afgewezen, vertrok ze naar Parijs.

Daar maakte ze direct een onuitwisbare indruk door in haar eerste modeweek een recordaantal van 25 shows te boeken.

Ze liep voor de grootste modehuizen ter wereld, zoals , Yves Saint Laurent en Dior.

Naast de catwalk bewees ze haar status als supermodel door ook in de popcultuur zichtbaar te zijn.

Ze is te zien in Michael Jackson legendarische video Black or White, in de scène waar acteur Glen Chin in haar verandert.

Ook schitterde ze in de video Too Funky van George Michael, samen met collega-supermodel Linda Evangelista.

Toch ligt haar grootste kracht in haar vermogen om te navigeren tussen haute couture en commercieel succes.

Toen haar lichaam vrouwelijker vormen kreeg en de high-fashion wereld haar te dik begon te vinden, besloot ze zich niet aan te passen, maar haar strategie te wijzigen.

Ze richtte zich op lingerie en badmode, wat een gouden greep bleek.

Banks schreef geschiedenis als de eerste zwarte vrouw op de cover van het prestigieuze tijdschrift GQ en de Sports Illustrated Swimsuit Issue.

Ook werd ze een van de bekendste gezichten van lingerieketen Victoria’s Secret.

Rond de eeuwwisseling besefte Banks dat een modellencarrière eindig is en maakte ze de overstap naar film en televisie.

Haar eerste rol speelde ze in het spraakmakende drama Higher Learning.

Daarna volgden diverse andere rollen: ze speelde samen met Lindsay Lohan in de Disney-film Life-Size, had een bijrol in Love Stinks, een zeer kleine rol in Coyote Ugly en verscheen later in Hannah Montana: The Movie.

Ook muzikaal liet ze van zich horen. Ze maakte samen met NBA-ster Kobe Bryant de single K.O.B.E. en verzorgde een soundtrack voor de film Life-Size.

In 2005 nam ze haar eerste hitsingle op, getiteld Shake Ya Body. De videoclip van dit nummer werd een bijzonder project, omdat de kandidaten van haar programma America’s Next Top Model erin meespeelden.

Dat programma, America’s Next Top Model, werd haar grote doorbraak als zakenvrouw in 2003.

Als bedenker, producent en presentatrice veranderde ze hiermee het landschap van reality-tv.

Ze nam de rol aan van de strenge, maar liefdevolle mentor en introduceerde termen als smizen (lachen met je ogen).

De invloed van de show is onmiskenbaar: het format werd wereldwijd in tientallen landen verkocht.

Naast de modellenwedstrijd had ze jarenlang haar eigen talkshow, The Tyra Banks Show, waarmee ze twee Emmy Awards won.

In deze show ontving ze ooit Janice Dickinson, het model dat beweert de term supermodel zelf te hebben bedacht.

Dickinson gaf Banks daar het ultieme compliment door haar een van de laatste van the great supermodels te noemen.

In dezelfde show werd Banks een voorvechter van een positief lichaamsbeeld.

Een iconisch moment was haar reactie op tabloids die onflatteuze foto’s van haar publiceerden, waarbij ze in badpak verscheen met de legendarische woorden: Kiss my fat ass.

In haar privéleven heeft Banks relaties gehad met enkele bekende namen, waaronder regisseur John Singleton, basketballer Chris Webber en zanger Seal.

Zelf heeft ze aangegeven liever een normale man te hebben om de media-aandacht te ontwijken.

In januari 2016 verwelkomden Banks en haar vriend Erik Asla hun eerste kind, een zoon, die via een draagmoeder ter wereld kwam.

In de jaren daarna heeft ze zich steeds meer op het ondernemerschap gestort.

Ze voltooide een managementopleiding aan de Harvard Business School en gaf gastcolleges over persoonlijke branding aan Stanford University.

Tegenwoordig houdt ze zich bezig met diverse projecten, waaronder haar eigen ijsmerk SMiZE & DREAM, waarmee ze bewijst dat ze de transitie van topmodel naar zakenvrouw volledig heeft volbracht.

40 jaar geleden, Kris De Bruyne, de tijd van holle dromen en braspartijen is voorbij.

De carrière van Kris De Bruyne start in 1968, wanneer hij doorbreekt met een bluesversie van ‘Klein klein kleutertje’.

Tijdens zijn studies aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel, enkele jaren later, leert hij in de kantine Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen.

Dit leidt al snel tot de vorming van het absurde trio Lamp, Lazerus en Kris. Ze nemen samen een plaat op, die onder meer de hits ‘De Peulschil’ en ‘De Onverbiddelijke Zoener’ bevat.

Hierna kiest De Bruyne voor een solocarrière.

In 1973 neemt hij met zijn eerste begeleidingsband, waar ook Raymond van het Groenewoud deel van uitmaakt, een titelloze debuutelpee op.

Hoewel de plaat helaas flopt, wordt ze vandaag algemeen erkend als de allereerste, echte Nederlandstalige rockplaat.

Twee jaar later, in 1975, brengt hij de single ‘Vilvoorde City’ uit, een lied over de stad die toen zijn thuishaven was.

Het nummer schetst een grauw beeld en is aanvankelijk omstreden in Vilvoorde.

In datzelfde jaar verschijnt ook de single ‘Amsterdam’, met muziek van Jo Muyllaert en tekst van De Bruyne.

Beide nummers zijn terug te vinden op het album ‘Ook Voor Jou’ uit 1975.

Met het nummer ‘Je Suis Gaga’ staat hij op 7 december 1985 op de eerste plaats in de Vlaamse Top 10.

Nadat zijn liedjes eind jaren 80 en ’90 wat uit de gratie raken, volgt de echte erkenning pas deze eeuw.

In 2007 wordt ‘Amsterdam’ opgenomen in de Eregalerij van de Vlaamse Klassiekers.

In 2021 krijgt het de ultieme bekroning als het allerbeste Nederlandstalige lied, met een nummer 1-positie in de Lage Landenlijst.

Kris De Bruyne overleed op 3 februari 2021, op 70-jarige leeftijd.

Burt Blanca, geboren als Norbert Blancke op 6 augustus 1944 in Neder-Over-Heembeek, wordt beschouwd als een van de absolute grondleggers van de rock-‘n-roll in België.

Zijn muzikale reis begon nochtans klassiek; als jong kind volgde hij lessen aan het conservatorium op de accordeon en klarinet.

Die wereld veranderde echter volledig toen hij de Amerikaanse rock-‘n-roll ontdekte.

Geïnspireerd door iconen als Elvis Presley en Bill Haley ruilde hij zijn klassieke instrumenten in voor een gitaar.

In de vroege jaren 60 vormde hij zijn band The King Creoles.

Ze maakten furore met instrumentale nummers die sterk deden denken aan de stijl van The Shadows en The Ventures.

Blanca stond al snel bekend om zijn virtuoze spel op de Fender Stratocaster, wat hem in eigen land de bijnaam de Belgische Elvis opleverde.

Wat zijn carrière echter uniek maakte, was zijn enorme succes over de taalgrens.

In 1961 werd zijn talent opgemerkt door het grote Franse label Pathé-Marconi.

Hij verhuisde naar Parijs, speelde in de legendarische club Golf Drouot en deelde in 1962 het podium van de Olympia met internationale grootheden zoals Gene Vincent.

Toen de muzikale trends in de jaren zeventig veranderden, bleef Blanca trouw aan zijn wortels.

Hij nam in dat decennium verscheidene rock-‘n-roll-albums op met zijn eigen versies van bekende songs uit het genre.

Zijn status als gerespecteerd muzikant werd bevestigd door de artiesten voor wie hij het voorprogramma mocht verzorgen.

Dit waren niet de minsten: hij opende voor legendes als Chuck Berry, Jerry Lee Lewis, Bill Haley, Gary Glitter en de Frans-Belgische rocker Johnny Hallyday.

De jaren tachtig brachten een enorme commerciële heropleving. In het begin van dit decennium ging Burt Blanca een samenwerking aan met Lou Deprijck, de producer achter Plastic Bertrand en Two Man Sound.

Dit resulteerde in de single Touche Pas à Mon R.N.R., waarmee hij de hitlijsten veroverde.

Maar daar bleef het niet bij. In 1983 richtte hij de band The Klaxons op.

Samen met zijn vrienden Jean-Marie Troisfontaine en Roger Verbestel schreef hij de megahit Clap, Clap Sound.

Het nummer werd een fenomenaal succes en haalde in verscheidene landen de top van de hitparade.

In Zuid-Afrika stond de single maar liefst 25 weken op nummer 1.

Het leverde hen verscheidene keren platina en zelfs diamant op.

Ook in het nieuwe millennium bleef hij actief en veelzijdig.

In januari 2004 maakte hij een uitstapje naar televisie door deel te nemen aan de opnamen van de populaire VTM-serie Familie.

Datzelfde jaar was ook op muzikaal vlak bijzonder: in juni 2004 gaf hij opnieuw een concert in de Olympia in Parijs en vierde hij zijn 45-jarige carrière met een optreden in de Ancienne Belgique.

Burt Blanca, inmiddels Ridder in de Orde van Leopold II, blijft de geschiedenis ingaan als de man die de elektrische gitaar in België populariseerde, internationale successen boekte van Parijs tot Zuid-Afrika, en zijn hele leven in dienst stelde van de rock-‘n-roll.

De Cubaanse pianist, organist en componist Pérez Prado

Dámaso Pérez Prado (1916–1989) was een Cubaanse muzikant en componist, maar de wereld kent hem vooral als de onbetwiste “Koning van de Mambo”.

Hij werd geboren als zoon van een onderwijzeres en leerde al als kind klassieke muziek spelen op de piano.

Later speelde hij orgel en piano in lokale clubs. In de jaren 40 was hij een actieve muzikant in Havana, waar hij onder meer deel uitmaakte van het Orquesta Casino de la Playa.

Nadat hij in 1946 zijn eigen band formeerde, zette hij in 1948 de beslissende stap: hij verhuisde naar Mexico-Stad.

Vanuit Mexico, waar hij het grootste deel van zijn carrière zou doorbrengen, perfectioneerde hij de mambo.

Hij creëerde een kenmerkend, explosief orkestgeluid: bombastisch, met vlijmscherpe trompetten en een onweerstaanbaar ritme, vaak aangevuurd door zijn eigen beroemde kreet: “¡Uh!”.

In de jaren 50 veroverde hij de wereld met instrumentale hits die synoniem werden met feesten.

Zijn bekendste nummers zijn “Mambo No. 5”, “Mambo No. 8” en “Patricia”. Met “Cherry Pink and Apple Blossom White” scoorde hij in 1955 zelfs een nummer 1-hit in zowel de VS als het VK.

Zijn succes leidde ook tot familieconflicten. Zijn broer, Pantaleón Perez Prado, toerde door Europa met een eigen orkest onder de naam “Perez Prado”.

Dit leidde tot een rechtszaak die Dámaso aanspande tegen zijn broer.

Pantaleón overleed in 1983 in Milaan, waar hij woonde.

Pérez Prado zelf overleed in september 1989 op 72-jarige leeftijd.

Zijn nalatenschap kreeg in 1999 een enorme boost toen Lou Bega zijn “Mambo No. 5” gebruikte als basis voor een wereldwijde hit, wat nogmaals bewees hoe tijdloos Prado’s muziek was.