Deze week, 45 jaar geleden, komt de single Lay Your Love on Me van de Britse groep Racey binnen in de Brt Top 30.

Het nummer werd geschreven door Nicky Chinn en Mike Chapman, geproduceerd door Mickie Most en uitgebracht in 1978 op het RAK Records label.

Het was hun eerste hit, die nummer 3 bereikte in het VK Singles Chart en nummer 2 in Ierland in december 1978.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een derde plaats in de Brt Top 30.

In Nederland bereikte de single zelfs de eerste plaats in de Top 40.

Het nummer werd ook een hit in andere landen, waaronder Australië, Nieuw-Zeeland, Duitsland, Zweden en Zuid-Afrika.

Ook de opvolger Some Girls was een grote hit in Vlaanderen en Nederland.

Hun nummer “Kitty” uit 1979 werd in 1981 een internationale hit voor Toni Basil toen ze het omwerkte tot “Mickey”.

Racey werd opgericht in 1976, in Weston-super-Mare, Somerset, Engeland, door Clive Wilson en Phil Fursdon.

De groep bestond verder uit Richard Gower en Pete Miller.

Richard Gower verliet de groep in 1985 en vormde zijn eigen versie van Racey.

Clive Wilson en Phil Fursdon gingen door met Pete Miller.

Bassist Pete Miller overleed in 2003

Beide versies van Racey treden nog steeds op in het Verenigd Koninkrijk en Europa.

Gisteren nog vandaag

Pointer Sisters in de Joepie van 26 februari 1979

Ruth, Anita en June Pointer, dochters van een dominee uit Oakland in Californië, komen met deze compositie van Bruce Springsteen op 24 maart 1979 op de eerste plaats in de BRT Top 30 en dit 3 weken lang.


In Nederland staat de single vanaf 10 maart 1979 vier weken op de eerste plaats.


Bruce Springsteen schrijft Fire in eerste instantie voor Elvis Presley.

Springsteen stuurt Elvis een demo van het nummer op, een paar weken voordat hij zou overlijden.


Bruce Springsteen neemt Fire zelf op in 1977, tijdens de sessie’s voor het album Darkness On The Edge Of Town, maar vindt het nummer uiteindelijk niet geschikt voor de sfeer van het album.

De eerste officiële versie op plaat van Fire verschijnt op het livealbum 1975-1985. Deze versie is opgenomen in Winterland op 16 December 1978.


The Pointer Sisters waren echter niet de eerste die het nummer coverde.

De eerste die het nummer coverde en op single uitbracht in april 1978 was Robert Gordon.

Ook de Gentse groep Jawadde coverde het nummer en schreef er een Gentse tekst op en bracht de single uit tijdens de Gentse feesten van 1979.

Ook in Antwerpen coverde de Strangers het nummer en kreeg als titel Rije…

In Frankrijk had zangeres Michèle Richard een grote hit met haar Franse vertaling.

Vandaag, 35 jaar geleden, bereiken de Confetti’s de achtste plaats in de Brt Top 30.

In Frankrijk bereikte het nummer de zevende plaats en In Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

Het nummer C in China werd geschreven door Serge Ramaekers en Dominic Sas, die ook de producers waren van de Vlaamse new beat-groep Confetti’s.

Het nummer verscheen op het album 92… Our First Album, dat in 1989 uitkwam.

Confetti’s was oorspronkelijk de naam van een discotheek in Brasschaat, waar Peter Renkens als ober werkte.

Hij werd later de zanger en het gezicht van de groep, samen met enkele danseressen.

De groep scoorde een grote hit met The Sound of C dat bedoeld was als een reclamestunt voor de discotheek.

Het nummer werd vooral populair in Frankrijk, waar het bijna 300.000 keer verkocht werd.

De groep kreeg ook de steun van Pepsi, die hun kerstsingle Circling Stars sponsorde.

De groep bleef succesvol tot ongeveer 1991, toen het new beat-genre al over zijn hoogtepunt heen was (Joepie 22 januari 1989).

Het is vandaag al 40 jaar geleden dat cabaretier en zanger Frans Halsema is overleden.

Halsema werd geboren in Amsterdam in een katholiek gezin, als zoon van schrijver-tekenaar Arie Halsema en Maria Hermina Schelvis.

Zijn eerste kennismaking met het podium waren zijn optredens in de door zijn vader geschreven revuetjes.

Zijn cabaretdebuut maakte Halsema in 1960, bij het ‘Pauze-Cabaret’ in de City Music Hall in Amsterdam.

Een jaar later ging hij aan de slag bij cabaret ‘Lurelei’.

Aanvankelijk deed hij dit als pianist en componist, maar na verloop van tijd nam hij ook een deel zang en spel voor zijn rekening.

Omdat hij de groep op den duur te commercieel vond worden, verliet hij Lurelei in 1964 en solliciteerde bij het ABC-cabaret van Wim Kan en Corry Vonk.

Aanvankelijk werd hij daar geweigerd, maar na lang aandringen kon hij toch tot het gezelschap toetreden.

Bij het ABC-cabaret leerde hij de fijne kneepjes van het vak en werd hij een veelzijdige cabaretier.

Hij leerde daar de danseres Anke Cordess kennen met wie hij trouwde en een zoon kreeg.

In 1967 verliet hij het cabaretgezelschap en begon hij freelancewerk te doen.

In 1968 vroeg cabaretier Gerard Cox of hij samen met hem iets wilde doen.

Omdat Frans Halsema ook al zoiets aan Adèle Bloemendaal had beloofd, besloten ze gedrieën een programma te maken.

Zo ontstond in 1968 de voorstelling “Met blijdschap geven wij kennis”.

Daarnaast was hij ook te zien in televisieshows waarin hij als zanger, danser en acteur optrad met artiesten uit binnen- en buitenland.

In 1971 verscheen het album Portret van Frans Halsema met o.a. het lied met de titel Dolf van der Linden een ode aan de Nederlandse dirigent Dolf van der Linden.

Van 1971 tot 1973 speelde hij met Jenny Arean twee seizoenen lang in de musical En nu naar bed van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink.

Dankzij deze musical had hij samen met Jenny Arean in 1972 een hit met het nummer Vluchten kan niet meer.

Toen hij met Jenny Arean een kortstondige relatie begon, liep zijn huwelijk op de klippen.

De scheiding met Anke werd op 26 juli 1976 uitgesproken.

Met zijn nieuwe vriendin, de KRO-programmamaakster Ria Groeneveld, verhuisde hij in 1976 naar een boerderijtje in Dreumel in het Land van Maas en Waal.

In 1973 maakte Halsema een tweede programma met Gerard Cox: Wat je zegt ben je zelf.

Het werd een succes, maar Halsema vond het naar eigen zeggen ‘te plat’ en hij brak dan ook met Cox en begon dan met een solocarrière.

Zijn eerste voorstelling was geen succes, maar zijn tweede en derde productie sloegen beter aan.

Toen Halsema gevraagd werd om op het Boekenbal van 1983 op te treden, moest hij hiervan afzien wegens problemen met zijn stembanden.

Wel bereidde hij een nieuw theaterprogramma voor, The show must go on, dat in april 1984 in première zou moeten gaan.

Begin 1984 liet hij zich voor keelkanker opnemen in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam.

Op 24 februari 1984 overleed hij op 44-jarige leeftijd.

Halsema ligt begraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. (diverse bronnen en Wikipedia)

40 jaar geleden, de Gentse groep The Machines in de Joepie.

In 1980 brachten The Machines twee singles uit, waarvan er één (The Hustle) op het verzamelalbum Get Sprouts beland was, een door Marcel Vanthilt gemaakte compilatie van Belgische popnummers die door de bank ASLK verspreid werd.

The Machines was een van de vele newwavebands die begin jaren 80 in België als paddenstoelen uit de grond schoten en de naam Belpop meekregen.

De groep verwierf verdere bekendheid door deel te nemen aan de tweede editie van Humo’s Rock Rally in 1980.

In deze editie deden ook Red Zebra, The Employees, The Singles (met Ben Crabbé) en De Brassers mee. The Machines wonnen uiteindelijk de wedstrijd.

De grote doorbraak bij het publiek kwam er eind 1981 met de single ‘Don’t Be Cruel’, een meer gepolijst lied dan hun eerste twee singles.

Het debuutalbum ‘A World of Machines’ uit 1982, waarvan de hoes verzorgd werd door Hergés rechterhand Bob De Moor, werd een groot succes.

‘Yellow Lights’ en het fel door Yesterday van The Beatles beïnvloede ‘(I See) the Lies in Your Eyes’ werden radiohits in Vlaanderen.

In 1983 volgde het album ‘Dots & Dashes’. Met een modernere sound scoorden The Machines opnieuw.

‘Local Radio DJ’ leverde de groep opnieuw een radiohit op.

Daarna volgden enkele disputen met platenmaatschappij EMI. In 1984 trok deze zich terug uit de Belpopmarkt, zodat heel wat bands hun contract verloren.

The Machines zouden nog een handvol singles en het album Jungle! (1989) uitbrengen bij een kleiner platenlabel, maar het grote succes bleef uit.

Ten slotte ging de band uit elkaar: Paul Despiegelaere legde zich toe op productiewerk en Joris Angenon richtte eerst met Alain Tant (Luna Twist) het duo Onygo op, en ging daarna verder met The Dinky Toys.

In 2006 werd het nummer Take Me Away nog gebruikt op de soundtrack van de film Windkracht 10: Koksijde Rescue.

Op 7 september 2013 overleed Paul Despiegelaere na een lange ziekte. (Diverse bronnen, Joepie 12 februari 1984 en Bruno Massaer)

Vandaag 50 jaar geleden, komt Barry White met zijn nummer Never Never Gonna Give Ya Up binnen in de Nederlandse Top 40.

Dit nummer is geschreven, geproduceerd en opgenomen door Barry White zelf voor zijn tweede soloalbum, Stone Gon’ (1973).

Het werd in oktober 1973 uitgebracht als de eerste single in de Verenigde Staten en bereikte de tweede plaats op de Hot R&B/hitlijst en de zevende plaats op de Billboard Hot 100.

In Vlaanderen was de single goed voor een vijfde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte het nummer de negende plaats in de Top 40.

Een bekende cover van dit nummer is die van Lisa Stansfield, die het in 1997 opnam voor haar album Lisa Stansfield.

In Vlaanderen en Nederland bereikte haar versie niet verder dan de tipparade.

Tien jaar later, in 2007, coverde The Temptations ook het nummer