Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het nummer was een nummer 1-hit in Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Oostenrijk, en bereikte ook de top 10 in Zwitserland.
Het nummer is geschreven door de leden van de groep, namelijk de Oostenrijkse cabaretiers Joesi Prokopetz en Manfred Tauchen, en de Duitse zangeres Annette Humpe.
Humpe was ook de producer van het nummer en als achtergrondzangeres horen we ook haar zus Inga Humpe.
Codo was een satirisch nummer over een buitenaards wezen dat de aarde wil vernietigen, omdat er geen liefde meer is.
Het nummer stond op het debuutalbum van DÖF, dat ook DÖF heette.
Ma Préférence gaat over de liefde die Julien Clerc voelt voor zijn geliefde, die hij boven alles verkiest.
Het nummer werd een groot succes in Frankrijk en andere Franstalige landen.
In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitlijsten, terwijl in Nederland het nummer goed was voor een tweeëndertigste plaats in de Top 40.
Het is nummer is ook gecoverd door onder meer Sacha Distel, Michel Delpech en in Vlaanderen door Nicole en Hugo.
Het nummer schreef hij zelf en dit samen met Jean-Loup Dabadie en is ook terug te vinden op zijn album Jaloux.
Jean-Claude Petit schreef de arrangementen en was ook verantwoordelijk voor de productie.
Jean-Claude Petitj heeft gewerkt met zowel jazzlegendes als popsterren, en heeft ook muziek geschreven voor theater, opera en film.
Petit begon zijn muzikale opleiding aan het Collège National Superieur de la Musique in Parijs, waar hij eerste prijzen behaalde in harmonieleer, fuga en contrapunt.
Tijdens zijn studie speelde hij piano in de Parijse nachtclubs, waar hij Amerikaanse sterren begeleidde zoals Dexter Gordon, Johnny Griffin en Kenny Clarke.
Hij raakte zo vertrouwd met de jazzstijl, die hij later zou combineren met andere invloeden.
In de jaren 70 bracht Petit drie popjazz-albums uit onder zijn eigen naam: Jean-Claude Petit (1970), Jean-Claude Petit et son orchestre (1972) en Jean-Claude Petit et son grand orchestre (1974).
Deze albums laten zijn talent zien als componist en arrangeur van originele en swingende nummers.
Hij werkte ook samen met vele Franse popartiesten, zoals Serge Lama, Sheila, Claude François, Mink DeVille, Joan Baez, Michel Sardou, Alain Souchon, Sylvie Vartan, Jairo, Mortimer Shuman en Gilbert Bécaud. Hij verzorgde de arrangementen en speelde piano op hun platen en concerten.
Petit maakte ook naam als theatercomponist. Hij schreef muziek voor stukken van Robert Hossein, Victor Haïm en vele andere succesvolle regisseurs.
Hij creëerde sfeervolle en dramatische muziek die perfect aansloot bij de thema’s en de sfeer van de voorstellingen.
Hij componeerde ook twee opera’s: Sans Famille (Nice, 2007) en Colomba (Marseille, 2014).
Deze opera’s zijn gebaseerd op bekende Franse romans en tonen zijn vermogen om klassieke en moderne elementen te vermengen.
Petit is echter vooral beroemd om zijn filmmuziek.
Hij heeft meer dan 100 filmscores geschreven voor Franse en internationale films.
Hij werkte samen met gerenommeerde regisseurs zoals Jean-Paul Rappeneau, Pat O’Connor, Bertrand Blier, Claude Lelouch en Claude Berri.
Hij won een César voor beste originele muziek voor Cyrano de Bergerac (1990), een episch historisch drama met Gérard Depardieu.
Hij schreef ook memorabele muziek voor The Playboys (1992), een romantische komedie met Albert Finney en Aidan Quinn, en Jean de Florette (1986) en Manon des Sources (1986), twee films gebaseerd op de roman van Marcel Pagnol.
Zijn muziek is vaak melodieus, expressief en kleurrijk, met invloeden van folk, jazz, klassiek en wereldmuziek.
Het is een vreemd artikel dat toen verscheen over Abba. Het is alsof dat hun manager, Stig Andersen, niet kon accepteren dat de band al uit elkaar was gegaan en bleef dromen over een nieuw album.
Hun laatste optreden in Zweden was op 1 januari 1982 in Stockholm en hun laatste tv-optreden als groep was op 11 december 1982 in het Britse programma The Late Late Breakfast Show op BBC.
Laatste nummers die ze opnamen waren de singles ‘The Day Before You Came’ en ‘Under Attack’, die ze respectievelijk in oktober en december 1982 uitbrachten.
De single “Under Attack” bereikte een derde plaats in de Brt Top 30 in Vlaanderen. In Nederland bereikte het nummer op de vijfde plaats in de Top 40.
Het nummer is geschreven door Boy George (echte naam George Alan O’Dowd) en de drie andere leden van de groep.
Op deze single horen we ook Helen Terry.
Ze was ook al te horen op hun vorig album. Een jaar later kreeg ze bij hetzelfde platenlabel als Culture Club een platencontract.
Haar eerste single Stuttering deed het niet goed, maar haar tweede single Love Lies Lost, dat ze samen schreef met Boy George (ook te horen als backing vocale) en Roy Hay (de gitarist en pianist van Culture Club) bereikte in Groot-Brittannië de vierendertigste plaats in de hitparade.
Ze werkte ook samen met onder meer Giorgio Moroder, Ray Parker en Phil Collins.
In 1986 bracht ze haar debuutalbum Blue Notes uit.
Een album dat er gerust mag zijn.
Ik had het toen vooral voor het nummer Love Money And Sex, dat vreemd genoeg niet op single was uitgekomen.
Bij haar volgende platenfirma Parlophone waren er problemen waardoor het nooit is gekomen tot een volwaardige opvolger.
Vandaag de dag werkt ze als producent van onder meer de jaarlijkse uitreiking van de Brit Awards.
Nu effen terug naar Culture Club en hun single Church Of The Poison Mind.
Het nummer bereikt in Vlaanderen de elfde plaats in de Brt Top 30.
In Nederland deed de single het iets beter en bereikt daar de zevende plaats in de Top 40.
De single was de voorloper van hun tweede album Colour By Numbers die pas in oktober 1983 zou verschijnen.
Voor mij is dit hun beste album en was zo maar effen goed voor een wereldwijde verkoop van meer dan 10 miljoen exemplaren.
Hier in Vlaanderen en Nederland kennen we hem als leider van Byron Lee & the Dragonaires.
Met zijn groep hadden ze een hit met hun cover van het nummer Only a Fool Breaks His Own Heart, geschreven door Norman Israel Berge en Shelly Coburn voor de crooner Arthur Prysock in 1965.
Bryan Ferry, bracht in 1978 zijn vijfde solo studioalbum uit, getiteld The Bride Stripped Bare.
De titel is een verwijzing naar een kunstwerk van de Franse kunstschilder en beeldhouwer Marcel Duchamp, dat Ferry bewonderde.
Het album werd geproduceerd door Ferry en dit samen met Rick Marotta, Simon Puxley, Steve Nye en Waddy Wachtel.
Het album bevat zowel eigen composities van Ferry als covers zoals Hold On, I’m Coming van Sam and Dave, een nummer geschreven door David Porter & Isaac Hayes, The Same Old Blues van en geschreven door J J Cale, Take Me To The River van en meegeschreven door Al Green en What Goes On van The Velvet Underground en geschreven door Lou Reed.
Het album werd geen groot commercieel succes, maar kreeg wel goede kritieken van de pers.
De enige hit die het album voortbracht was de single “Sign of the Times”, die de top 40 bereikte in het Verenigd Koninkrijk.
Zowel in Vlaanderen als in Nederland bereikte de single niet de hitparade.
Lulu, geboren als Marie McDonald McLaughlin Lawrie in Glasgow, Schotland, begon haar carrière al op jonge leeftijd.
Ze brak door in 1964 met haar versie van het Isley Brothers-nummer Shout, dat een grote hit werd in het Verenigd Koninkrijk.
Sindsdien heeft ze meer dan 50 albums uitgebracht en samengewerkt met artiesten als David Bowie, Elton John, Sting en Take That.
Lulu heeft ook een veelbewogen liefdesleven gehad.
Ze was twee keer getrouwd, eerst met Maurice Gibb van de Bee Gees, van wie ze scheidde na vier jaar huwelijk, en later met John Frieda, de bekende haarstylist en oprichter van het gelijknamige cosmeticamerk.
Met Frieda kreeg ze een zoon, Jordan, die nu 44 jaar oud is.
Lulu heeft ook relaties gehad met onder anderen Davy Jones van The Monkees, Dudley Moore en David Bowie.
Ze treedt nog regelmatig op en brengt af en toe nieuwe nummers uit.
In 2019 bracht ze een album uit met covers van soulklassiekers, getiteld From My Soul To Yours.
Ze is ook betrokken bij verschillende goede doelen, zoals Comic Relief, Save the Children en Breast Cancer Care.