90 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse zanger en tekstschrijver Edwin Gubbins Doorenbos

Edwin Gubbins Doorenbos werd geboren op 10 juli 1894 in Den Haag en overleed op 28 maart 1974 in Amsterdam.

Hij was een markante verschijning in de Nederlandse amusementswereld van de jaren dertig, veertig en vijftig. Als zanger, pianist en tekstdichter gaf hij een eigen kleur aan het chanson en cabaret.

Hij stond bekend om zijn geraffineerde stijl en bracht achter de piano luisterliedjes met een internationale flair, waarmee hij een brug sloeg tussen het traditionele variété en de literaire kleinkunst.

In 1936 was hij op het witte doek te zien als zanger in de film Komedie om geld, onder regie van Max Ophüls.

In januari 1936 besteedde het tijdschrift ABC uitgebreid aandacht aan zijn bijzondere initiatief in Laren.

Doorenbos had daar het deel van een oude boerenhofstede ingericht als cabaretzaal, die hij het Nederlandse Montmartre noemde.

In deze ruimte, verlicht door kaarsen in lege wijnflessen en ingericht met tonnen als tafels, streefde hij er samen met enkele medewerkers naar om de kleinkunst in ere te houden.

Een van hen was Eline Pisuisse, de dochter van de cabaretpionier Jean-Louis Pisuisse.

Ook Rita Fleming werkte mee aan het programma; zij was in die jaren actief als zangeres en actrice in het Nederlandse theater- en cabaretcircuit.

In zijn repertoire liet hij zich inspireren door het werk van Alec Andrew Templeton, een blinde Britse pianist, componist en satiricus wiens compositie Bach Goes to Town in 1939 een grote hit was voor Benny Goodman.

Doorenbos integreerde deze swingende, neoklassieke benadering op een natuurlijke wijze in zijn eigen muzikale voordrachten.

Naast zijn podiumcarrière was Doorenbos een gerespecteerd verzamelaar en kenner van antieke klokken en horloges. Z

Zijn expertise op dit gebied leidde in 1963 tot de publicatie van zijn boek ‘Klokken’ (ABC 12 januari 1936).

Vandaag 50 jaar geleden, fanbal van de Vlaamse groep Octopus

Octopus was niet zomaar een lokale band uit Diest; het was een bijzonder Vlaams-Brits experiment.

De groep ontstond uit de assen van The Bats, de formatie van Robert Vlaeyen, Gerard Opdebeeck en Roberts broer René Vlaeyen (de latere bekende tv-producent).

Om de groep internationale allure en een perfecte Engelse uitspraak te geven, werden de Britten Steve Pine en Phil Francis erbij gehaald.

Een van de opvallendste Vlaamse leden was toetsenist en zanger Paul Michiels.

De groep kwam zakelijk onder de vleugels van manager Sylvain Tack.

In 1973 bracht de band hun allereerste single uit: Go down slow. Voor de productie van dit debuut deden ze een beroep op Sylvain Vanholme (bekend van The Wallace Collection).

Hun tweede single uit datzelfde jaar, Hey na na, bevat dan weer een leuk detail voor de trivia-liefhebbers: op die opname zongen de bekende radio- en televisiepresentatoren Zaki en Mike Verdrengh mee in het achtergrondkoortje.

De grote doorbraak in 1974 was eigenlijk een ‘interne’ cover.

Hun hit I’m so in love with you was de Engelse vertaling van Ik ben verliefd op jou van Paul Severs, die eveneens door Tack werd gemanaged.

In 1975 volgde het debuutalbum From Octopus With Love, waarvoor de groep samenwerkte met producer Eddy Govert.

Ondanks deze successen verkocht Tack het contract van de groep aan het Nederlandse Telstar van Johnny Hoes.

Onder het bewind van ‘smartlappenkoning’ Hoes veranderde het karakter van de band drastisch. Octopus werd steeds meer in de richting van close harmony geduwd.

Hoewel dit commercieel een gouden greep bleek – het album Oldies but goldies met covers van Amerikaanse crooners zorgde voor een doorbraak in Nederland en hits als Cry en South of the border – zorgde het intern voor wrijving.

Met name Paul Michiels voelde zich steeds minder thuis in de rol van artiest die enkel covers zong.

In 1980 probeerde de groep het tij te keren en terug te gaan naar hun eigen sound.

Dit leverde met All alone nog een bescheiden hitje op in België, maar de chemie was uitgewerkt.

Na het uiteenvallen van de groep kon Paul Michiels eindelijk zijn eigen artistieke weg gaan.

Eerst solo als P.P. Michiels, en later met enorm succes aan de zijde van Jan Leyers in Soulsister.

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat Louis Neefs, de man met de warmste stem van Vlaanderen, op het hoogtepunt van zijn carrière uit het leven werd weggerukt.

Het noodlot sloeg toe in de namiddag van 25 december 1980, toen Louis samen met zijn vrouw Liliane en hun 15-jarige zoon Günther terugkeerde naar Mechelen na een familiebezoek in zijn geboortedorp Vorselaar.

In Lier werd hun wagen zwaar aangereden. De gevolgen waren niet te overzien: Louis was op slag dood en ook Liliane overleed onderweg naar het ziekenhuis.

Ze waren beiden amper 43 jaar oud.

Hun zoon Günther overleefde de klap, maar belandde met een zware schedelbreuk in coma en lijdt sindsdien aan geheugenverlies over het ongeval.

De oudste zoon, Ludwig, ontsnapte aan het drama omdat hij op dat moment op skivakantie was in Frankrijk.

Voor die fatale dag had de in 1937 in Gierle geboren Neefs al een opmerkelijk levenspad bewandeld.

Zijn kindertijd bracht hij door in de lagere school van zijn geboortedorp, waar hij zelfs les kreeg van zijn eigen vader, gevolgd door een zwerftocht langs diverse middelbare scholen, van de jezuïeten in Turnhout tot het Vrij Technisch Instituut in Borgerhout.

Hoewel hij oorspronkelijk technisch tekenaar en bruggenbouwer wilde worden, nam de muziek de bovenhand toen hij tijdens zijn technische studies gitaar leerde spelen.

Wat begon met optredens voor familie onder het pseudoniem Ludwig Künner en als zanger bij de Sun Spots, groeide uit tot een grote carrière toen talentscout Ke Riema hem introduceerde bij de platenmaatschappijen.

Dit resulteerde in 1960 in zijn doorbraak met het nummer Ein kleines Kompliment.

In de jaren die volgden, bouwde Neefs een indrukwekkend repertoire op, vaak met dank aan tekstschrijver Phil van Cauwenbergh die Amerikaanse songs vertaalde naar tijdloze parels als Mijn vriend BenjaminAan het strand van Oostende en Zondagmiddag Lilian.

Zijn succes reikte tot in Nederland, waar hij met Margrietje de top 10 haalde, en ver daarbuiten.

Neefs was een echt competitiebeest en perfectionist: hij vertegenwoordigde België tweemaal op het Eurovisiesongfestival, won in 1968 de Olympiade van het lichte lied in Athene en kaapte prijzen weg van Spanje tot Zuid-Amerika.

Toch was Neefs meer dan een entertainer; hij was een strijdbare man met principes.

Hij was niet alleen politiek actief als gemeenteraadslid in Mechelen, maar vocht ook verbeten voor de rechten van Vlaamse artiesten.

Hij eiste meer zendtijd voor Nederlandstalige muziek en betere sociale statuten, wat hem regelmatig in conflict bracht met de BRT-top.

Zijn maatschappelijke betrokkenheid bleek ook uit zijn ecologische vooruitziendheid in het nummer Laat ons een bloem.

Ook zijn zoon Günther zou later in de voetsporen van zijn vader treden, al lag dat niet meteen voor de hand.

Na het ongeval en zijn revalidatie werkte Günther jarenlang als autoverkoper, een job die hij nog vijf jaar combineerde met zijn prille zangcarrière.

Hij wilde immers geen kopie van zijn vader zijn, maar zocht en vond zijn eigen weg in de wereld van de swing en bigbandmuziek.

Toch zijn er opvallende parallellen tussen vader en zoon die verder gaan dan hun stemgeluid.

Zo werd Louis’ stem onsterfelijk als de straatkat Thomas O’Malley in de originele Nederlandse versie van de Disney-film De Aristokatten.

Jaren later, bij de vernieuwde uitgave in 2008, nam uitgerekend zoon Günther diezelfde rol voor zijn rekening, waardoor hun stemmen over de generaties heen samensmolten in hetzelfde personage.

Muzikaal kwamen ze in 2000 nog één keer samen: via moderne technieken zong Günther toen een ‘virtueel’ duet met zijn overleden vader van het nummer Laat ons een bloem.

Nu, 45 jaar na zijn dood, blijkt de erfenis van Louis Neefs springlevend.

De heropleving startte echt rond de eeuwwisseling met een groots eerbetoon in het Sportpaleis, georganiseerd door Günther en zijn tante Connie.

Zijn nummers blijven relevant: Laat ons een bloem werd door Yevgueni nieuw leven ingeblazen en diende zelfs als protestlied bij de Oosterweel-saga.

Zijn geboortedorp Gierle en zijn thuisstad Mechelen eren hem met straatnamen en standbeelden, waarvan het recentste in 2024 werd onthuld aan de voet van de Sint-Romboutskathedraal.

Reislust, oftewel ‘wanderlust’. Dat is het kenmerk waarmee Joanne Bird zich onderscheidt.

Onder deze artiestennaam omarmt de uit Valkenswaard afkomstige Merel Brusselers het leven als een muzikale ontdekkingsreis die haar van Nederland naar de Verenigde Staten bracht.

Daar haalde ze inspiratie uit het werk van artiesten als James Taylor en First Aid Kit, en vond ze haar passie in samenwerkingen met gevestigde muzikanten in de Amerikaanse muziekhoofdsteden Nashville, New York, Boston en New Jersey.

Het resultaat is persoonlijke indie- en americana-folkmuziek die zich langzaam maar zeker, en heel comfortabel, in je hart nestelt.

De muziek speelde al vroeg een rol in haar leven; op vijfjarige leeftijd begon ze met pianospelen, later gevolgd door zang en gitaar.

Haar talent ontwikkelde ze verder tijdens haar bachelor aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg en haar master aan het Conservatorium van Amsterdam, die ze in 2023 afrondde.

Daarnaast studeerde ze meermaals in New York City en kreeg ze door de jaren heen zangcoaching van namen als Lucy Woodward, Jim Mola en Marle Thomson.

Na haar afstuderen in 2023 reisde Brusselers maandenlang door de grote muzieksteden van Amerika om inspiratie op te doen, op te nemen en op te treden.

Onderweg verzamelde ze een groep muzikale vrienden om zich heen met wie ze nu regelmatig werkt.

Dit leidde onder meer tot haar derde EP, Unusual Fairytales, die werd opgenomen in Asbury Park (New Jersey) en verscheen in mei 2025.

Op dit album vinden we onder meer het mooie nummer Would You Have Stayed.

Haar carrière kent inmiddels diverse hoogtepunten, zoals een endorsement van Martin Guitar, samenwerkingen met publishers als Warner Chappell en Primary Wave Music, en het verzorgen van voorprogramma’s voor artiesten als Steph Strings, de Billy Walton Band en The Cinelli Brothers.

Ze is inmiddels zelfs Voting Member voor de New Yorkse afdeling van de Recording Academy.

Eind november 2025 voegde ze een bijzonder hoofdstuk toe aan haar discografie met een cover van de wereldberoemde klassieker December, 1963 (Oh What a Night!) van The Four Seasons.

Waar het origineel uit 1975 de geschiedenisboeken inging als een upbeat disco- en popnummer, weet Joanne het nummer volledig naar haar hand te zetten.

Het is een gewaagde keuze om zo’n iconische track te vertalen naar haar eigen, intiemere stijl.

Voor deze productie, uitgebracht onder het label MAD Records (waarmee ze ook samenwerkt voor sync-opdrachten), nam ze zelf de touwtjes in handen.

De mix werd verzorgd door René Bloks en de mastering door Pier-Durk Hogeterp.

Deze release staat niet op zichzelf.

Eerder dat jaar, in augustus 2025, bracht ze al een interpretatie uit van Closing Time, een cover van de Amerikaanse band Semisonic.

Hiermee laat ze zien dat ze momenteel volop experimenteert met het heruitvinden van bekende songs naast haar eigen materiaal. Tijdens haar liveoptredens komen al deze invloeden samen: ze neemt haar publiek aan de hand en laat hen haar muzikale reis meebeleven alsof ze er zelf bij waren.

Vandaag is het 55 jaar geleden dat Tim Visterin met zijn nummer ‘De Vogel’ de achtste plaats van de BRT Top 30 bereikte.

Tim Visterin (Antwerpen, 13 november 1940) koos na zijn studies, die hem voorbereidden op een loopbaan in de boekhouding, definitief voor een carrière in de muziek.

Aanvankelijk was hij actief in diverse muziekformaties, waaronder The Jokers en de Franstalige groep “Roland et les Bémols”.

Op advies van Toon Hermans volgde Visterin een opleiding aan de Amsterdamse kleinkunstacademie.

Hoewel hij zich aanvankelijk toelegde op het cabaretgenre met de groep “Sjanbaret”, verwierf hij zijn grootste bekendheid in 1970 met het nummer “De Vogel”.

Dit nummer was een vertaling van het liedje “Dites-Moi, Monsieur” van de Franse zanger Jean-Claude Darnal.

Het werd opgenomen in samenwerking met het Mechelse Onze-Lieve-Vrouw-knapenkoor, waar toen jonge knapen als Frank Deboosere en Pat Donnez in zongen.

Het behaalde een aanzienlijk commercieel succes in Vlaanderen en Nederland, met 100.000 verkochte exemplaren.

Na een periode van optredens, gericht op een jong publiek, verlegde Visterin zijn focus naar de zakelijke aspecten van de muziekindustrie.

Hij was actief als producer voor diverse Vlaamse artiesten en functioneerde als muziekuitgever. In die hoedanigheid verzorgde hij de lokale vertegenwoordiging van internationale acts, waaronder Mud, The Sweet en de Bee Gees.

Eind jaren zeventig vestigde hij zich in de Verenigde Staten.

In 1991 keerde Visterin terug naar Vlaanderen, waar hij zijn werkzaamheden in de muzieksector hervatte.

Hij was onder meer betrokken bij Centropa (Guy Beyers) en het managementteam van artiest Helmut Lotti.

Het nummer “De Vogel” is in de loop der jaren uitgegroeid tot een ‘evergreen’ in het Vlaamse repertoire en wordt nog frequent uitgezonden.

Tim Visterin overleed op 28 augustus 2018 aan de gevolgen van een infarct. Hij bereikte de leeftijd van 77 jaar.

Tim Visterin, liever een kindervriend dan een tieneridool

40 jaar geleden, Kris De Bruyne, de tijd van holle dromen en braspartijen is voorbij.

De carrière van Kris De Bruyne start in 1968, wanneer hij doorbreekt met een bluesversie van ‘Klein klein kleutertje’.

Tijdens zijn studies aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel, enkele jaren later, leert hij in de kantine Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen.

Dit leidt al snel tot de vorming van het absurde trio Lamp, Lazerus en Kris. Ze nemen samen een plaat op, die onder meer de hits ‘De Peulschil’ en ‘De Onverbiddelijke Zoener’ bevat.

Hierna kiest De Bruyne voor een solocarrière.

In 1973 neemt hij met zijn eerste begeleidingsband, waar ook Raymond van het Groenewoud deel van uitmaakt, een titelloze debuutelpee op.

Hoewel de plaat helaas flopt, wordt ze vandaag algemeen erkend als de allereerste, echte Nederlandstalige rockplaat.

Twee jaar later, in 1975, brengt hij de single ‘Vilvoorde City’ uit, een lied over de stad die toen zijn thuishaven was.

Het nummer schetst een grauw beeld en is aanvankelijk omstreden in Vilvoorde.

In datzelfde jaar verschijnt ook de single ‘Amsterdam’, met muziek van Jo Muyllaert en tekst van De Bruyne.

Beide nummers zijn terug te vinden op het album ‘Ook Voor Jou’ uit 1975.

Met het nummer ‘Je Suis Gaga’ staat hij op 7 december 1985 op de eerste plaats in de Vlaamse Top 10.

Nadat zijn liedjes eind jaren 80 en ’90 wat uit de gratie raken, volgt de echte erkenning pas deze eeuw.

In 2007 wordt ‘Amsterdam’ opgenomen in de Eregalerij van de Vlaamse Klassiekers.

In 2021 krijgt het de ultieme bekroning als het allerbeste Nederlandstalige lied, met een nummer 1-positie in de Lage Landenlijst.

Kris De Bruyne overleed op 3 februari 2021, op 70-jarige leeftijd.

Burt Blanca, geboren als Norbert Blancke op 6 augustus 1944 in Neder-Over-Heembeek, wordt beschouwd als een van de absolute grondleggers van de rock-‘n-roll in België.

Zijn muzikale reis begon nochtans klassiek; als jong kind volgde hij lessen aan het conservatorium op de accordeon en klarinet.

Die wereld veranderde echter volledig toen hij de Amerikaanse rock-‘n-roll ontdekte.

Geïnspireerd door iconen als Elvis Presley en Bill Haley ruilde hij zijn klassieke instrumenten in voor een gitaar.

In de vroege jaren 60 vormde hij zijn band The King Creoles.

Ze maakten furore met instrumentale nummers die sterk deden denken aan de stijl van The Shadows en The Ventures.

Blanca stond al snel bekend om zijn virtuoze spel op de Fender Stratocaster, wat hem in eigen land de bijnaam de Belgische Elvis opleverde.

Wat zijn carrière echter uniek maakte, was zijn enorme succes over de taalgrens.

In 1961 werd zijn talent opgemerkt door het grote Franse label Pathé-Marconi.

Hij verhuisde naar Parijs, speelde in de legendarische club Golf Drouot en deelde in 1962 het podium van de Olympia met internationale grootheden zoals Gene Vincent.

Toen de muzikale trends in de jaren zeventig veranderden, bleef Blanca trouw aan zijn wortels.

Hij nam in dat decennium verscheidene rock-‘n-roll-albums op met zijn eigen versies van bekende songs uit het genre.

Zijn status als gerespecteerd muzikant werd bevestigd door de artiesten voor wie hij het voorprogramma mocht verzorgen.

Dit waren niet de minsten: hij opende voor legendes als Chuck Berry, Jerry Lee Lewis, Bill Haley, Gary Glitter en de Frans-Belgische rocker Johnny Hallyday.

De jaren tachtig brachten een enorme commerciële heropleving. In het begin van dit decennium ging Burt Blanca een samenwerking aan met Lou Deprijck, de producer achter Plastic Bertrand en Two Man Sound.

Dit resulteerde in de single Touche Pas à Mon R.N.R., waarmee hij de hitlijsten veroverde.

Maar daar bleef het niet bij. In 1983 richtte hij de band The Klaxons op.

Samen met zijn vrienden Jean-Marie Troisfontaine en Roger Verbestel schreef hij de megahit Clap, Clap Sound.

Het nummer werd een fenomenaal succes en haalde in verscheidene landen de top van de hitparade.

In Zuid-Afrika stond de single maar liefst 25 weken op nummer 1.

Het leverde hen verscheidene keren platina en zelfs diamant op.

Ook in het nieuwe millennium bleef hij actief en veelzijdig.

In januari 2004 maakte hij een uitstapje naar televisie door deel te nemen aan de opnamen van de populaire VTM-serie Familie.

Datzelfde jaar was ook op muzikaal vlak bijzonder: in juni 2004 gaf hij opnieuw een concert in de Olympia in Parijs en vierde hij zijn 45-jarige carrière met een optreden in de Ancienne Belgique.

Burt Blanca, inmiddels Ridder in de Orde van Leopold II, blijft de geschiedenis ingaan als de man die de elektrische gitaar in België populariseerde, internationale successen boekte van Parijs tot Zuid-Afrika, en zijn hele leven in dienst stelde van de rock-‘n-roll.

In november 1970, nu 55 jaar geleden, scoorde John Terra een hit met “Parking Rosie”.

Het nummer was een cover van “Cracklin’ Rosie” van Neil Diamond en behaalde destijds de achtste plaats in de Vlaamse Top 10.

De muziek van Neil Diamond is duidelijk een rode draad in zijn carrière gebleven.

Maar liefst 46 jaar later, in 2016, bracht Terra namelijk een volledig album uit gewijd aan de nummers van de Amerikaanse zanger.

Opvallend detail: “Cracklin’ Rosie” stond opnieuw op dat album, maar ditmaal kreeg het een nieuwe vertaling en de titel “Welkom Rosie”.

Het was dit album uit 2016 dat John Terra eindelijk de brede erkenning in Vlaanderen opleverde.

Vandaag is het ook al vijf jaar geleden dat de Nederlandse actrice, comédienne, zangeres en danseres Corrie van Gorp is overleden.

Corrie van Gorp, de dochter van Piet van Gorp van het bekende accordeontrio The Three Jacksons,

koos aanvankelijk voor een andere kunstvorm. Ze begon haar carrière in 1958 als danseres bij het Amsterdams Ballet en stapte drie jaar later over naar Het Nationale Ballet.

Haar grote doorbraak bij het grote publiek volgde begin jaren 70, toen ze samen met Willem Nijholt schitterde in de theatershows van Wim Sonneveld.

Na een hoofdrol in de musical “Een kannibaal als jij” (van Freek de Jonge en Bram Vermeulen), maakte Van Gorp in 1974 de overstap die haar iconisch zou maken: ze voegde zich bij de revue van André van Duin.

Jarenlang vormde ze, samen met Van Duin en “moppenaangever” Frans van Dusschoten, het hart van dit immens populaire revuegezelschap.

Hun teksten stonden vaak bol van de dubbelzinnigheden, wat de shows een geliefde, eigen signatuur gaf.

Naast de televisieshows en het theaterwerk met Van Duin, was Van Gorp ook solo succesvol.

Ze scoorde een aantal grote hits, waaronder “Me soesafoon”, “Zo slank zijn als je dochter”, “Alie van de wegenwacht” en “Ik ben tamboer”.

In 1978 maakte ze bovendien haar eerste en enige langspeelplaat. De teksten hiervoor werden geschreven door Tol Hansse en de muziek door Jacob Philip van Mechelen.

Uit dit album kwam de single “Een Hollandse boerenmeid”.

Los van haar solowerk, creëerde ze natuurlijk samen met Van Duin de onvergetelijke typetjes meneer en mevrouw De Bok.

In 1987 trok Van Gorp zich vrij plotseling terug uit het theater.

Oververmoeidheid (een burn-out) dwong haar rust te nemen, waarna ze jarenlang op Aruba woonde.

Ze keerde echter nog eenmaal terug op het scherm. In 2009 maakte ze, opnieuw als mevrouw De Bok, samen met Van Duin een televisie-comeback in de wekelijkse “Dik voormekaar show”.

In 2010 trok ze zich definitief terug uit het openbare leven.

In 2018 werd ze nog geëerd in het Oude Luxor Theater in Rotterdam, waar een vitrine werd ingericht met de originele kleding van haar bekendste typetje.

Corrie van Gorp overleed op 22 november 2020 op 78-jarige leeftijd in haar slaap.

Haar uitvaart begon, heel passend, vanaf haar podium in het Oude Luxor, met een witte kist.

Het is ook alweer bijna 40 jaar geleden dat Angie Dylan, wiens echte naam Anja Dillemans is, een kleine hit had met het nummer ‘In The Dark’.

Het nummer werd geschreven door Fred Bekky, Cris Lennarth en Jean-Pierre Dagleth.

Hoewel de single uiteindelijk niet verder kwam dan de Tipparade, kende het wel redelijk succes in discotheken, zowel in Vlaanderen als in Spanje en Italië (Foto uit mijn privécollectie).

Vandaag is het ook al 35 jaar geleden dat de Nederlandse zanger Nico Haak kwam te overlijden.

Voordat Haak bekend werd bij een groter publiek, runde hij met zijn broer Dik een autospuiterij in Delfgauw (nabij Delft).

Op een dag in december 1970 werd hij, volgens een interview met het huis-aan-huisblad “Delftse Post”, tijdens het werken ontdekt door Delftenaar Martin Stoelinga, toentertijd de manager van twee andere bandjes.

Deze adviseerde Haak om wat eigen repertoire te gaan schrijven. Het advies werd door Haak opgevolgd en samen met zijn benedenbuurman Polle Eduard (destijds lid van Tee Set en After Tea) verzon Haak een aantal liedjes.

Door de contacten van Stoelinga kwam Haak in contact met Cor Aaftink en maakte hij een plaatje met de titel Ik zou zo graag in mijn leven (wel ’s wat willen beleven).

Op de B-kant van deze single staat het nummer De Vlieger dat geschreven werd door Haak en Han Grevelt en later bekend geworden is door de vertolking van André Hazes.

Het plaatje werd gedraaid op enkele nationale radiozenders.

Haak begon met enkele optredens en er werd een bandje geformeerd met de naam De Paniekzaaiers, een project van Haak, Peter Koelewijn en Eduard.

De Paniekzaaiers bestond uit Jan en Aad Eland, Karel Schouten en Hennie Asman.

Het eerste televisieoptreden van Nico Haak en de Paniekzaaiers vond plaats in een show van Ted de Braak met het nummer ‘Daar zie ik glazen staan’.

De feestmuziek bleek aan te slaan en uiteindelijk brak Haak in 1973 definitief door met het lied Joekelille.

In 1974 werd het succes gecontinueerd met Honkie-Tonkie Pianissie en Sokkies Stoppen.

Nadat de samenwerking met Eduard was beëindigd, scoorde Haak in 1975 zijn grootste hit: Foxie Foxtrot.

Met dat lied werd onder de titel Schmidtchen Schleicher ook de Duitse markt veroverd.

Hij ontving op 24 maart 1977 een toonaangevende onderscheiding met de naam Goldene Labeltrofee voor de verkoop van meer dan 500.000 exemplaren in Duitsland.

Een doorbraak bij de oosterburen bleef verder uit, omdat Haak als grapje in de billen kneep van de presentatrice van het keurige muziekprogramma.

In 1978 werkte Haak weer samen met Eduard en scoorde hij zijn laatste grote hit: Is je moeder niet thuis.

Haak bleef gedurende de jaren tachtig een graag geziene gast in het schnabbelcircuit, maar wist zijn successen van de jaren zeventig niet meer te evenaren.

Hij had met zijn vrouw Jeanne drie kinderen, Nico jr, Kees en Eric (overleed als kind al).

Nico Haak is 51 jaar geworden en ligt begraven bij zijn zoon Eric in een familiegraf op de Algemene begraafplaats Jaffa in Delft.

Zijn zoon Kees treedt vanaf de jaren 2010 op in hetzelfde genre en met dezelfde liedjes als zijn vader en ook met hetzelfde motto: Haak gevraagd, feest geslaagd.