In memoriam Jim Morrison.

Morrison overleed op zevenentwintigjarige leeftijd in Parijs op 3 juli 1971.

Zijn dood is nog steeds met mysterie omweven. Hoewel velen dachten dat een overdosis drugs de oorzaak was, is dit nooit bewezen.

Het is een feit dat Jim niet afkerig stond tegenover verdovende middelen, maar de laatste jaren van zijn leven verving hij deze steeds vaker door de traditionele Amerikaanse opkikker, alcohol.

De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden.

Morrison leefde extreem hard en sprong brutaal om met zijn lichaam.

Alcohol, drugs, slaapgebrek en een absoluut gebrek aan zelfmedelijden, gecombineerd met een superintense manier van leven, leidden tot een te vroeg einde.

De officiële doodsoorzaak werd vastgesteld als een hartstilstand, wat een logisch verdict lijkt.

Toch geloven veel overtuigde fans nog steeds dat hij leeft en niet op een Parijse begraafplaats ligt.

Het zou een door hemzelf opgezet spel kunnen zijn, en eigenlijk zou zoiets voor iemand als Morrison niet eens zo verrassend zijn.

Hij was exact het type man om een dergelijke show op te voeren en vervolgens rustig onder te duiken, bijvoorbeeld in Afrika, waar hij poëzie zou kunnen schrijven, de wereld zou kunnen uitlachen en iedereen in de waan zou laten dat hij echt was overleden.

Zijn grote droom was altijd om een vooraanstaand schrijver te worden.

In tegenstelling tot zijn schoolvrienden waren zijn idolen geen beroemde acteurs of rockzangers, maar schrijvers, dichters en journalisten.

Hij noemde Rimbaud, Keats en de Amerikaanse beatschrijver Jack Kerouac altijd als de belangrijkste invloeden uit zijn jeugd.

Hun levensstijl en vagebondstijl spraken hem aan. Hij leefde snel en speelde met het idee van een vroege, tragische en romantische dood, net als zijn helden.

Dat de Amerikaanse pers hem later onder andere de nieuwe James Dean doopte, was dan ook geen toeval.

Zelfs toen hij miljoenen verdiende, bleef hij deze levensstijl trouw.

Hij huurde liever een motel- of hotelkamer voor de nacht dan in een luxueus huis te wonen.

Zijn garderobe bestond meestal enkel uit de kleren die hij op dat moment droeg.

Als het ’s nachts koud was, haalde hij zijn creditcard boven om een jas te kopen, die hij de volgende dag bij warmer weer gewoon aan de eerste de beste vreemdeling weggaf.

Nadat zijn rijbewijs werd ingetrokken wegens het verzamelen van te veel processen, probeerde hij het nooit meer te vernieuwen.

Hij kocht dure, nieuwe auto’s die hij in de prak reed of na een dronken nacht ergens parkeerde en vergat.

Hij ging er zelden naar op zoek en gaf ze ook niet op als gestolen.

Hij stuurde zijn vrouw Pamela de wereld rond om kleren te verzamelen voor een boetiek die hij haar cadeau deed.

Dit kostte hem een fortuin en bracht enkel enorme schulden met zich mee, maar zolang Pamela gelukkig was, kon het hem weinig schelen.

Aan het einde van de jaren zestig waren The Doors een absolute supergroep.

Toetsenist Ray Manzarek, gitarist Robbie Krieger en drummer John Densmore waren uitstekende muzikanten die zorgden voor een perfecte balans met Jims extravagante persoonlijkheid.

Hun muziek was afwisselend melancholisch en dreigend, wat perfect aansloot bij de manier waarop Morrison in zijn teksten en podiumshows zijn sentimenten kon aftasten.

De band kwam samen in Los Angeles, repeteerde een half jaar en bouwde via optredens in de Whisky a Go Go een steeds groter wordende aanhang van bijna maniakale fans op.

Daar werden ze ontdekt door Jac Holzman, directeur van Elektra, en producer Paul Rothschild.

Hun debuutalbum verscheen in de memorabele hippiezomer van 1967.

Mede dankzij de grandioze hit “Light My Fire” stootten ze The Beatles met “Sergeant Pepper” van de eerste plaats in de Amerikaanse albumlijsten.

Vier maanden later stond die plaat nog steeds in de top tien, toen deze gezelschap kreeg van de opvolger Strange Days, eveneens een meesterwerk dat staat als een huis.

The Doors en vooral Morrison groeiden uit tot een mythe.

Hij was de droom van elk meisje dat zichzelf niet als toekomstig huismoedertje zag, een idool voor jongens die precies wilden zijn zoals hij, en een gevaarlijke nachtmerrie voor ouders die hem zagen als de duivel die met alle middelen bestreden moest worden.

Tijdens liveoptredens zorgden The Doors steevast voor sensatie en relletjes, wat uiteindelijk leidde tot zoveel arrestaties en veroordelingen dat Morrison er zelf bijna bang van werd en het toeren beperkte.

Er speelden ook andere redenen mee.

De groep was een monsterorganisatie geworden met contracten en verplichtingen die hem absoluut niet lagen.

Hij wilde eruit, en na het voltooien van het verplichte aantal albums en een afgezwakte tournee, kondigde hij eind 1970 aan dat het tijd was voor een uitgebreide vakantie, iets wat ze verdiend hadden.

Hun zevende album, L.A. Woman, was inmiddels opgenomen en zou, net als de andere platen, met goud bekroond worden, een prestatie die nog geen enkele Amerikaanse groep destijds had behaald.

Morrison liet weten dat hij met Pamela in Parijs ging wonen om te reizen, poëzie te schrijven en wellicht een toneelstuk te maken.

Hij wist het nog niet zeker, maar zocht vooral een manier om te zwerven, ook in geestelijke zin.

Over de toekomst van The Doors zou na zijn terugkeer misschien nog weleens gesproken worden.

Zonder veel spijt verliet hij Los Angeles, in de hoop ergens anders helemaal opnieuw te kunnen beginnen.

Hoewel dokters hem hadden aangeraden het rustiger aan te doen, was Morrison daar simpelweg niet voor geboren.

Ook in Parijs bleef zijn verlangen naar sensaties, ervaringen en experimenten niet te stuiten.

Hij bleef balanceren op de rand van het mes, trouw aan zijn eigen gezongen woorden: “I want the world, and I want it now,” en hij was niet van plan om zich door iemand te laten belemmeren.

Op 3 juli 1971 vond hij rust, maar daarmee verdween de legende allerminst.

De drie overgebleven bandleden maakten nog enkele muzikaal uitstekende albums zonder hem, die echter pijnlijk duidelijk maakten welke enorme leemte hij had achtergelaten.

Ook in de jaren daarna bleef zijn invloed onverminderd groot, wat bleek uit langdurige hitnoteringen voor hun verzamelalbums, de onverbiddelijke bestseller-status van de biografie No One Here Gets Out Alive, en de plannen voor een film over zijn leven.

Op de begraafplaats Père-Lachaise nabij Parijs, de laatste rustplaats van vele grote kunstenaars, worden bovendien nog altijd dagelijks verse bloemen op het graf van James Douglas Morrison aangevoerd.

Wie echter door een verzameling tijdschriften en kranten uit die specifieke periode bladert, zal iets heel opvallends merken.

Het is bevreemdend hoe weinig aandacht hij direct na zijn dood kreeg in de pers.

Dat in de Muziek Expres van augustus 1971 bijvoorbeeld alleen een foto stond met een in memoriam van amper enkele zinnen, vormt een scherp contrast met zijn latere grote status.

Dit heeft een paar duidelijke en praktische oorzaken.

Ten eerste werd het overlijden van Morrison aanvankelijk strikt stilgehouden door zijn intieme kring in Parijs.

Het grote publiek en de pers kregen het nieuws pas dagen later te horen, op 9 juli, toen hij al in besloten kring was begraven op het Parijse kerkhof.

Deze geheimzinnigheid zorgde voor enorm veel onzekerheid en scepsis op de nieuwsredacties.

Omdat Morrison vaker met het idee van een in scène gezette dood had gespeeld, dachten velen in eerste instantie dat het om een zoveelste vreemde grap van de zanger ging en waren journalisten terughoudend om uitgebreide necrologieën te publiceren zonder harde bewijzen.

Bovendien werkten muziektijdschriften en maandbladen in die tijd met zeer lange aanlooptijden voor de drukpersen.

Tegen de tijd dat het nieuws over zijn dood eindelijk met zekerheid werd bevestigd, was de augustus-editie van bladen zoals Muziek Expres al drukklaar en ingepland.

Redacties hadden simpelweg de tijd en ruimte niet meer om de hele lay-out om te gooien voor een uitgebreid artikel, waardoor ze zich noodgedwongen moesten beperken tot een snelle foto en een korte toegevoegde tekst net voor het drukken.

Tot slot was Morrison in de zomer van 1971, na zijn fysieke achteruitgang en zijn vertrek uit Amerika, al enigszins naar de achtergrond van de toenmalige, snel evoluerende popwereld verdwenen.

De echte mythevorming rond zijn persoon, gestuwd door boeken en films die van hem een onsterfelijke held zouden maken, kwam pas eind jaren zeventig en in de jaren tachtig echt wereldwijd op gang.

In de zomer van 1971 was hij voor de toenmalige pers vooral een uitgedoofde rockster, en nog niet de legende die hij naderhand is geworden

Op 9 februari 1970 brachten The Doors hun vijfde studioalbum uit, getiteld Morrison Hotel. Deze plaat markeerde een stevige terugkeer naar hun rauwe, oorspronkelijke bluesrockstijl.

Hun vorige album, The Soft Parade, bevatte veel koperblazers en strijkers en was mede daardoor een stuk minder succesvol bij het grote publiek en de critici.

Met Morrison Hotel wilden ze terug naar de basis. De lp kreeg een opvallende indeling: de A-kant werd Hard Rock Café gedoopt en de B-kant kreeg de naam Morrison Hotel.

Hoewel er slechts één single van de plaat werd uitgebracht, de dubbele A-kant ‘You Make Me Real’ en ‘Roadhouse Blues’, staat het album vol met onvervalste klassiekers zoals ‘Peace Frog’ en ‘Waiting for the Sun’.

Een opvallend detail over het nummer “Waiting for the Sun” is dat het eigenlijk al geschreven was voor hun gelijknamige derde album uit 1968, maar destijds de uiteindelijke selectie net niet haalde.

In de nummers The Spy en Queen of the Highway geeft zanger Jim Morrison een erg persoonlijk inkijkje in zijn complexe en turbulente relatie met zijn vriendin Pamela Courson.

De beroemde albumhoes kent een bijzonder en ietwat brutaal ontstaansverhaal.

De gerenommeerde rockfotograaf Henry Diltz nam de foto van de band in de etalage van het bestaande Morrison Hotel in Los Angeles.

Ze hadden hiervoor echter geen toestemming gekregen van de eigenaar. Toen de receptionist heel even zijn post verliet, stormde de band naar binnen voor een snelle fotosessie en maakten ze zich snel weer uit de voeten.

Op de achterzijde van de hoes prijkt een foto van het Hard Rock Café, toentertijd een bescheiden eettentje in Los Angeles.

Een leuk weetje is dat de oprichters van de wereldwijde restaurantketen Hard Rock Cafe zich lieten inspireren door deze achterkant van de lp voor hun immens populaire naam.

Tijdens de opnames in de studio, onder leiding van hun vaste producer Paul A. Rothchild en technicus Bruce Botnick, kregen The Doors hulp van een aantal bijzondere gastmuzikanten.

Omdat de band zelf geen vaste bassist had, nam sessiemuzikant Ray Neapolitan de meeste baspartijen op Morrison Hotel voor zijn rekening.

Voor het stevige ‘Roadhouse Blues’ en ‘Maggie M’Gill’ werd echter gitaarlegende Lonnie Mack opgetrommeld om de basgitaar te bespelen.

Een andere opvallende gast op Roadhouse Blues was John Sebastian, de frontman van The Lovin’ Spoonful.

Omdat hij vanwege contractuele redenen eigenlijk niet mocht meewerken aan een album van een andere platenmaatschappij, speelde hij de mondharmonica in onder het pseudoniem G. Puglese.

Mede door deze ongedwongen, spontane samenwerkingen wordt dit album gezien als een van de meest authentieke platen uit de geschiedenis van de band.

De Parijse vlucht en zijn mysterieuze dood

Jim Morrison werd geboren als de zoon van George Stephen Morrison, een admiraal die als vlootcommandant betrokken was bij het Tonkin-incident in 1964, wat de aanleiding vormde voor de Amerikaanse deelname aan de Vietnamoorlog.

In plaats van een militaire carrière na te streven, ging Morrison naar de filmacademie in Los Angeles, Californië.

Daar leerde hij Ray Manzarek kennen, met wie hij The Doors oprichtte. Deze bandnaam was ontleend aan ‘The Doors of Perception’, de titel van een boek van Aldous Huxley.

Huxley had deze frase op zijn beurt weer ontleend aan een gedicht van William Blake, die schreef: “If the doors of perception were cleansed every thing would appear to man as it is, infinite”.

Voor veel jongeren in die dagen was Morrison een onmetelijk groot idool. Hij leefde zeer intens en gebruikte vele soorten verslavende genotsmiddelen, waarbij met name zijn enorme drankgebruik exemplarisch was.

Ondanks deze roerige levensstijl was hij diep gefascineerd door literatuur.

Hij las enorm veel en schreef fanatiek poëzie.

Zijn teksten waren vaak zeer filosofisch en dichterlijk van aard, en zijn muziek toont duidelijke invloeden van jazz en blues.

Van hem is in de loop der tijd ook een aantal dichtbundels uitgegeven, zoals ‘The Lords & The New Creatures’, ‘Wilderness’ en ‘The American Night’.

Hoewel de muziek van Jim Morrison wereldwijd en ook in ons taalgebied mateloos populair is gebleven, zijn zijn gedichtenbundels helaas nooit officieel in het Nederlands vertaald uitgegeven.

Wie de diepere, literaire ziel van de zanger wil doorgronden, is daardoor aangewezen op de Engelstalige edities die nog steeds volop te vinden zijn, al circuleren er onder bewonderaars weleens losse, zelfgemaakte vertalingen van individuele gedichten.

In de laatste periode van zijn leven verruilde Jim Morrison de overweldigende roem in Amerika voor een rustiger bestaan in Parijs.

Onder zijn doopnaam James Douglas leefde hij daar tamelijk anoniem, wat hem bijzonder goed beviel.

Hoewel hij de Franse taal niet machtig was, dompelde hij zich onder in de lokale cultuur; hij bezocht veel theatervoorstellingen en was vaak te vinden op de filmsets van diverse beroemde Franse regisseurs.

Over zijn productiviteit in deze periode lopen de meningen uiteen.

Waar sommigen beweren dat hij juist in Parijs veel schreef, menen anderen dat hij zwaar te lijden had van een schrijversblok.

Hoewel de officiële overlijdensakte een hartaanval als doodsoorzaak vermeldt, nadat hij liggend in een badkuip zou zijn aangetroffen, wordt algemeen aangenomen dat een overdosis drugs hem fataal is geworden.

Door deze voortijdige dood trad hij toe tot de beruchte 27 Club, samen met muzikanten als Janis Joplin, Jimi Hendrix en Brian Jones. Later zijn ook de namen van Kurt Cobain en Amy Winehouse door velen aan deze ledenlijst toegevoegd, omdat zij toevalligerwijs eveneens op 27-jarige leeftijd stierven.

Tijdens de bescheiden begrafenis van Jim Morrison las zijn partner Pamela Courson de laatste paragraaf voor uit Celebration of the Lizard, iets wat hij volgens de laatste biografie zelf had gewild.

Hoewel zij nooit getrouwd waren, had hij in zijn testament zijn volledige erfenis, inclusief de uiterst lucratieve muziekrechten, aan Pamela nagelaten.

Deze situatie kreeg echter een tragische wending toen zij in 1974 eveneens aan een overdosis overleed, zonder zelf een testament te hebben opgemaakt.

Haar bezittingen vielen automatisch toe aan haar ouders, wat leidde tot een bittere juridische strijd met de ouders van Jim Morrison, met wie de zanger altijd een zeer moeizame relatie had onderhouden.

Na een lang en slepend conflict schikten de twee families uiteindelijk door de nalatenschap en alle toekomstige inkomsten exact in tweeën te delen.

Zijn laatste rustplaats vond hij op de beroemde begraafplaats Père-Lachaise, een plek die tot op de dag van vandaag enorm veel bezoekers trekt.

Op zijn graf prijkt de Griekse tekst κατα τον δαιμονα εαυτου, oftewel kata ton daimona eautou.

In het Oudgrieks laat de strekking hiervan zich vertalen als trouw aan zijn ziel, terwijl de Nieuwgriekse vertaling neerkomt op je eigen demon volgen.

Volgens de Thelema wordt hierbij met een demon een externe geest of spirituele gids bedoeld, in tegenstelling tot het woord spirit dat duidt op een interne geest.

Het graf heeft in de loop der jaren de nodige visuele veranderingen ondergaan. Precies tien jaar na zijn dood, in 1981, creëerde de Kroatische kunstenaar Mladen Mikulin als herdenking een borstbeeld van Morrison dat op het graf werd geplaatst.

Dit kunstwerk werd in 1988 gestolen, waarna de familie aangaf geen nieuw beeld te willen.

Ruim dertig jaar later, in mei 2025, werd het gestolen borstbeeld echter per toeval teruggevonden in Parijs tijdens een huiszoeking in verband met een fraudezaak.

De erfenis van Jim Morrison is na al die decennia nog steeds springlevend.

Hij was een groot idool voor velen en wordt nog altijd enorm bewonderd; dagelijks luisteren tienduizenden mensen naar zijn muziek.

Daarnaast vormt zijn leven een onuitputtelijke bron van inspiratie voor schrijvers.

Er zijn talloze boeken over hem verschenen, waaronder de in 2004 uitgebrachte biografie Jim Morrison door Stephen Davis en de biografische grafische roman Dichter van de chaos uit 2012.

Ook ‘No One Here Gets Out Alive’ van Jerry Hopkins en Danny Sugerman is een zeer gewaardeerde biografie, die doorspekt is met persoonlijke ervaringen en waarvan wereldwijd meer dan twee miljoen exemplaren werden verkocht.

Bovendien boekstaafden al zijn voormalige bandleden hun herinneringen: toetsenist Ray Manzarek schreef ‘Light My Fire’, gitarist Robby Krieger bracht ‘Set the Night on Fire’ uit en drummer John Densmore publiceerde de autobiografie ‘Riders On The Storm’.

Delen uit het boek van Densmore werden door regisseur Oliver Stone gebruikt voor het scenario van The Doors, de succesvolle film uit 1991.

Daarin zette Val Kilmer een uiterst overtuigende Morrison neer met een wonderwel gelijkend stemgeluid, vergezeld door Meg Ryan in de rol van Pamela Courson.

Ook in modernere media blijft zijn verhaal verteld worden, zoals in de film ‘When You’re Strange’ uit 2010 van Tom Dicillo, die is voorzien van gesproken commentaar door fan en acteur Johnny Depp.

Zelfs in de Nederlandse popcultuur liet de zanger zijn sporen na; zo was hij het onderwerp in een aflevering van de satireserie Jiskefet, waarin onder meer zijn befaamde graf op Père-Lachaise in beeld werd gebracht.

De Italiaanse zangeres en actrice Ornella Vanoni is vandaag op 91-jarige leeftijd overleden

Volgens Italiaanse media stierf ze in haar woning in Milaan aan de gevolgen van een hartstilstand.

Vanoni wordt beschouwd als een van de invloedrijkste vertolkers van het Italiaanse lied.

Met meer dan 55 miljoen verkochte platen en circa veertig studioalbums op haar naam groeide ze uit tot een absoluut icoon.

Ze werd geroemd om haar intieme, expressieve stem en haar vermogen verhalen te vertellen over liefde en verlies, maar ook over armoede en sociale uitsluiting.

Van theater naar festivalsucces Geboren in 1934 in Milaan, begon Vanoni haar loopbaan in de jaren vijftig aan het Piccolo Teatro.

Onder leiding van regisseur Giorgio Strehler maakte ze aanvankelijk naam met ‘canzoni della mala’, liederen over de zelfkant van de samenleving.

In 1960 trouwde ze met de zakenman Lucio Ardenzi; twee jaar later werd hun zoon, Cristiano, geboren.

In 1963 won ze het Festival van het Napolitaanse Lied met het nummer Tu si na cosa grande.

In de jaren die volgden nam ze met groot succes meerdere keren deel aan het prestigieuze Festival van San Remo.

Haar grootste commerciële succes behaalde ze in 1970 met L’appuntamento.

Dit nummer was oorspronkelijk geschreven door de Braziliaanse zanger Erasmo Carlos (geboren als Erasmo Esteves) en mede geschreven door de gekende wereldster Roberto Carlos (geboren als Roberto Carlos Braga).

Hoewel ze dezelfde artiestennaam droegen, waren ze geen familie van elkaar; ze brachten het nummer in 1980 overigens wel samen opnieuw uit als duet.

Vanoni’s versie van het nummer verwierf wereldwijd bekendheid.

Het kreeg decennia later een hernieuwde populariteit toen het werd gebruikt in de soundtrack van de film Ocean’s Twelve (2004).

Ook nummers als Anonimo Veneziano en Domani è un altro giorno behoren tot de klassiekers van de Italiaanse popmuziek.

In 1989 keerde ze terug naar het Festival van San Remo met het nummer Io come farò en tien jaar later nam ze het duet Alberi op met Enzo Gragnaniello.

Een bijzonder moment volgde in 2004: ter ere van haar zeventigste verjaardag nam ze een duettenalbum op met haar oude liefde en vaste muzikale partner Gino Paoli.

In 2021 bracht ze haar laatste studioalbum Unica uit.

Vandaag mag de Belgische zanger Salvatore Adamo 82 kaarsjes uitblazen.

Salvatore Adamo’s levensverhaal begint op 1 november 1943 in Comiso, een Siciliaans dorp.

Zijn vader, de economische malaise in Italië beu, zocht zijn heil in België en begon in februari 1947 als mijnwerker in Marcinelle.

Een paar maanden later volgden zijn vrouw en de jonge Salvatore hem naar hun nieuwe thuis.

Het gezin vestigde zich in een bescheiden woning in de mijnwerkerscité van Ghlin, bij Bergen.

Muziek speelde er al snel een centrale rol. “Mijn moeder en vader zongen graag en veel,” vertelde Adamo later in Humo. “Zo werd ik doordrongen van het Italiaanse lied.

Maar tegelijk hoorde ik hier ook Brel, Bécaud, Aznavour.” Die unieke mengelmoes vormde zijn sound: een Siciliaans klinkende stem en melodie, gecombineerd met ‘Waals-Franse’ geïnspireerde teksten.

Zijn ouders, die later naar het naburige Jemappes verhuisden, stuurden hem naar school in de hoop dat hij aan een toekomst als mijnwerker zou ontsnappen.

Salvatore bleek een goede student, die vooral uitblonk in muziek en voordracht. Hij zong in het kerkkoor en leerde zichzelf gitaar spelen.

In 1960 waagde hij zijn kans bij een muziekwedstrijd van Radio Luxemburg. Hij stootte door naar de finale in Parijs en won, op 17-jarige leeftijd, met zijn eigen nummer “Si j’osais”.

Het leverde hem 10.000 Belgische frank en de eerste aandacht van platenmaatschappijen op.

Toch liet de echte doorbraak nog even op zich wachten; zijn eerste singles sloegen niet aan.

In het voorjaar van 1963 was het echter wel raak. “Sans toi, ma mie” werd een voltreffer, waarvan in recordtijd 100.000 exemplaren werden verkocht.

De hits volgden elkaar daarna in sneltempo op. Met “Tombe la neige” en “Vous permettez, monsieur?” brak hij in 1964 internationaal door, met name in Nederland en Frankrijk.

Nummers als “La nuit” en “Les filles du bord de mer” klommen moeiteloos naar de top van de hitlijsten.

Een halve eeuw geleden scoorde hij ook “C’est ma vie”, een nummer dat André Hazes zeven jaar later zou coveren als het bekende “’t Laatste rondje”.

Om zijn succes te verzilveren, bracht Adamo zijn nummers uit in diverse talen, waaronder Engels, Duits, Spaans en Nederlands. Vooral “Tombe la neige”, dat in Japan werd uitgebracht als “Yuki ga furu”, bleek een schot in de roos.

Het bezorgde hem een trouwe fanschare in het Verre Oosten, waar hij sindsdien regelmatig toert.

Niet al zijn hits waren zonder controverse. “Inch’Allah” (1967), bedoeld als vredeslied, werd ongelukkig gelanceerd net voor de Zesdaagse Oorlog.

Hoewel hij de tekst aanpaste, werd het in sommige Arabische landen als pro-Israëlisch gezien, wat hem een jarenlang inreisverbod opleverde.

Desondanks werd het wereldwijd een van zijn bekendste nummers. Met “Dolce Paola” (1965) bracht hij dan weer een ode aan de prinses met wie hij zijn Italiaanse roots deelde, al heeft hij de hardnekkige geruchten over een romance altijd ontkend.

Op jonge leeftijd verloor hij zijn vader Antonio, die in 1966 op 47-jarige leeftijd overleed.

Eind jaren 60 trouwde Adamo met zijn jeugdvriendin Nicole Durant, die bewust een leven buiten de schijnwerpers koos.

Ze kregen samen zoon Anthony (1969) en Benjamin (1980), die later als muzikant in zijn vaders voetsporen trad.

Begin jaren 2000 onthulde Adamo dat zijn dochter Amélie (1979) voortkwam uit een tienjarige buitenechtelijke relatie met de Duitse actrice Annette Dahl.

Na zijn absolute topjaren eind jaren 60 nam zijn dominantie in de hitlijsten af. Adamo koos bewust voor een minder commerciële koers, maar bleef wereldwijd intensief optreden.

Dat eiste zijn tol: in 1984 kreeg hij een hartinfarct, en twintig jaar later, in 2004, een hersenbloeding. Na een jaar rust herstelde hij gelukkig volledig.

Zijn bekendheid zet hij sinds 1993 ook in als ambassadeur voor UNICEF.

De erkenning voor zijn carrière is groot: in 2001 werd hij geridderd door koning Albert II, en in 2005 eindigde hij hoog in de verkiezing van “De Grootste Belg”.

Recentelijk, op 29 januari 2025, ontving hij nog de ‘Lifetime Achievement Award’ op de MIA’s.

Zijn naam leeft zelfs voort in een Nederlandse tulp en een Franse straatnaam.

Met meer dan 100 miljoen verkochte albums is zijn nalatenschap immens.

De unieke combinatie van romantiek, melancholie en die kenmerkende hese stem blijft mensen aanspreken.

Zijn collega Jacques Brel vatte het ooit treffend samen: “de tedere tuinman van de liefde”.

En ook op zijn 82e is het liedje van deze Siciliaanse Belg nog lang niet uitgezongen.

Twee jaar na zijn coversalbum “In French Please” bereidt hij een aan een nieuw album.

De eerste single daarvan, ‘Ma belle jeunesse’, kregen we op 19 september 2025 al te horen.

Na een optreden in Brugge afgelopen zomer, staan er de komende maanden nog drie concerten in België gepland, alvorens hij begin 2026 weer naar Frankrijk trekt.

Joepie 29 oktober 1975

Vandaag mag de Franse zanger Serge Lama 81 kaarsjes uitblazen

Met zijn eerste single À 15 Ans uit 1964 viel hij al meteen op bij de pers en het Franse publiek.

Een jaar later, op 12 augustus 1965, werd Serge Lama het slachtoffer van een verkeersongeval.

Zijn manager Jean-Claude Ghrenassia die toen het voertuig bestuurde was meteen dood.

Jean-Claude Ghrenassia was de broer van de Franse zanger Enrico Macias.

Serge Lama overleefde het ongeluk, maar verbleef voor een lange periode in de kliniek.

Door het ongeval verloor hij voor een groot gedeelte zijn linkerbeen.

Pas na een jaar had hij terug de kracht om verder te gaan met zijn muziekcarrière.

Gisteren nog vandaag

Na enkele singles bereikte hij het grote publiek dankzij het nummer Sans Toi in 1967.

Vlaanderen en Nederland leren hem kennen in 1969 met het nummer D’aventure en aventure.

In 1971 nam hij deel aan het Eurovisiesongfestival met het lied Un jardin sur la terre, hij werd slechts tiende, wat voor Frankrijk een pover resultaat was in die tijd.

In 1973 had hij zijn grootste succes met het nummer Je suis malade dat in Frankrijk de eerste plaats in de hitparade bereikte.

Ook in Vlaanderen bereikt het nummer de achtste plaats in de hitparade.

Het nummer gaat over zijn geliefde Michèle Potier die hij leerde kennen in 1969.

Ze is helaas al getrouwd en heeft ook al een kind. Over die periode gaat het nummer.

Maar gelukkig voor hem kan hij haar overhalen om toch weg te gaan van haar man.

Vanaf 1971 zijn ze dan ook officieel een koppel.

Toch trouwen ze pas maar in 1981.

Een jaar later krijgt het koppel een zoon met de naam Frédéric.

Gisteren nog vandaag

Ook Dalida zou trouwens met haar cover van het nummer Je suis malade in 1973 de hitparade bereiken in Vlaanderen (vijfentwintigste plaats)

Hij schreef ook nummers voor andere artiesten zoals onder meer voor Mireille Mathieu, Gilbert Bécaud en Melina Mercouri.

Verdere hits waren onder meer Les ports de l’Atlantique, Mourir en France (1976), Le dernier baiser (1977), Femme, femme, femme (1978) en Napoleon (1982).

Zijn vader, die ooit probeerde een carrière als operazanger op te bouwen, helaas zonder succes. Besloot dan maar om vertegenwoordiger te worden voor een bierbrouwer.

In 1981 kreeg zijn vader Georges Chauvier dankzij zijn zoon Serge Lama (zijn echte naam was dus Serge Chauvier) een platencontract bij Philips.

Op dit album Lama Père Et Fils staan er twee duetten op met Serge Lama en zeven andere nummers voor zijn vader alleen.

Op 14 december 1984, kreeg hij te horen dat zijn ouders het slachtoffer zijn van een auto-ongeluk.

Dit met zware gevolgen, want zijn vader was meteen dood en zijn moeder overleed drie maanden later.

Tijdens het onderzoek naar het ongeval, bleek dat de bestuurder die het ongeval veroorzaakte reed zonder lichten en onder invloed was van alcohol.

Gisteren nog vandaag

In 2010 werd Serge Lama grootvader.

Zijn zoon Frédéric Lama en zijn vrouw Leah kregen een dochtertje.

Op 25 oktober 2016 stierf zijn vrouw Michèle Potier op 71-jarige leeftijd aan beroerte.

Een jaar later verscheen zijn album Où Sont Passés Nos Rêves.

Op dat album staat er ook het nummer Casablanca dat hij samen zingt met Carla Bruni.

Ook bevat het album nog een ander duet en dit met de Franse zanger Francis Cabrel.

Zijn laatste album Aimer is van 2022.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Serge Lama inspireert door Napoleon (Story 9 juli 1985)

Keith Richards mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen

In de jaren zestig leek het onwaarschijnlijk dat Keith Richards ooit de 80 zou halen.

Hij stond bekend als een rebelse en roekeloze rocker, die regelmatig in aanraking kwam met de wet en de dood.

Maar hij overleefde alles, van een val uit een palmboom tot een hersenbloeding.

Keith Richards is nog steeds actief als muzikant en schrijver.

Hij heeft meer dan 500 nummers geschreven, waarvan vele klassiekers zijn geworden.

Hij wordt beschouwd als een van de beste en invloedrijkste gitaristen aller tijden.

40 jaar geleden, Keith Richards, Patti redde me uit een verschrikkelijke hel (Joepie 27 november 1983)

kloof tussen Mick Jagger en Keith Richards onoverbrugbaar (Joepie 6 juli 1986)

Gisteren nog vandaag

Anita Pallenberg, toen vaste vriendin van Keith Richards voor de rechtbank betreft de zelfmoord van de 17 jarige Scott (Joepie 20 augustus 1979)

Vandaag 25 jaar geleden, overlijdt de Amerikaanse R&B-zangeres Barbara Acklin aan de gevolgen van een longontsteking.

Barbara Acklin werd geboren in Oakland, Californië in 1943 en verhuisde als kind naar Chicago, Illinois.

Daar begon ze haar muzikale carrière als secretaresse bij St. Lawrence Records.

Dankzij haar neef, producer en saxofonist Monk Higgins kreeg ze al vlug een platencontract en produceerde haar eerste singles.

Haar doorbraak kwam in 1968 met het nummer Show Me the Way to Go dat ze samen met Eugene Record (Eugene Booker Record) schreef en zong met Gene Chandler.

Hetzelfde jaar scoorde ze haar grootste hit met Love Makes A Woman, dat de top 20 haalde in de Billboard Hot 100.

Acklin nog vele andere nummers, zoals Am I the Same Girl, Little Green Apples, Just Ain’t No Love, I Did It, I Call It Trouble en A Place In The Sun.

Ze had ook een lange relatie met Eugene Record, de zanger van The Chi-Lites, met wie ze veel nummers schreef voor zijn groep.

Volgens sommige bronnen zouden ze zelf getrouwd geweest zijn. Maar ik durf dit niet hard te maken.

Een van hun bekendste nummers was Have You Seen Her dat in 1971 een nummer 1-hit werd in de Amerikaanse R&B-lijst.

Dit nummer werd later gecoverd door MC Hammer in 1990 en bereikte de top 3 in de VS.

Eugene Record schreef ook het nummer Are You My Woman (Tell Me So), dat in 2003 werd gesampled door Beyoncé in haar hit Crazy in Love.

Hij won daarvoor een Grammy Award.

Barbara Acklin werd 56 jaar oud en Eugene Record overleed in 2005 op 64-jarige leeftijd.

Vandaag is een bijzondere dag voor Mac Kissoon, die zijn 80e levensjaar mag vieren.

Mac Kissoon is vooral bekend als de helft van het populaire duo Mac & Katie Kissoon, dat hij samen met zijn zus Katie vormde in de jaren zeventig.

Zij zijn geboren op het eiland Trinidad en emigreerden in 1962 naar Engeland, waar ze hun muzikale carrière begonnen.

Eerst probeerden Mac en Katie het als soloartiesten, waarbij Mac onder de naam Mack Kissoon in 1970 een bescheiden hit scoorde in Vlaanderen en Nederland met de single “Get down with it satisfaction”.

In 1971 besloten ze hun krachten te bundelen en lanceerden ze de single “Chirpy chirpy cheep cheep”.

Helaas voor hen bracht de groep Middle of the Road rond dezelfde tijd hun eigen versie uit, die veel meer succes had in Europa.

Maar in Amerika was dat anders: daar werd de versie van Middle of the Road niet uitgebracht en dat gaf Mac & Katie Kissoon de kans om met het nummer de twintigste plaats te behalen in de Billboard Hot 100.

In Vlaanderen en Nederland braken ze door in 1972 met “Freedom”.

Dit nummer bereikte in Vlaanderen de tweede plaats in de Top 30 en de derde plaats in de Veronica Top Veertig.

Het volgende nummer “Sing Along” was in Vlaanderen goed voor een vijfde plaats in de Brt Top 30. In Nederland was de single goed voor een vierde plaats en haalde de eerste plaats in de De Daverende Dertig.

Ook “Sugar Candy Kisses” was in Vlaanderen en Nederland goed voor een tweede plaats in 1975 in de Brt Top en de Nederlandse Top 40.

Na hun album “Two Of Us” uit 1976, dat geen grote hits meer voortbracht, besloten Mac en Katie in 1977 om te stoppen als vast duo.

Mac Kissoon ging solo verder en zijn soloalbum ‘Mac Kissoon’ leverde hem drie hits op met Lavender Blue, We Are Family en Love And Understanding.

Dat laatste nummer zong hij samen met Katie en zijn vier kinderen onder de naam Mac Kissoon & Family.

Lavender Blue was in Vlaanderen en Nederland goed voor een vierde plaats in de Brt Top 30 en de Top 40.

Zijn tweede soloalbum Emotions, 1980 was een flop en daarmee verdween hij dan ook uit het zicht.

In 1997 maakten zij nog één keer een gezamenlijk album met nieuw materiaal, getiteld ‘From Now On’.

Die helaas ook een flop was.

Vandaag mag Adamo 80 kaarsjes uitblazen

Adamo werd geboren in 1947 en verhuisde op driejarige leeftijd met zijn familie naar België, waar zijn vader als mijnwerker ging werken.

Hij groeide op in Jemappes, een deelgemeente van Bergen, samen met zijn twee zussen en zijn broer.

Hij ontwikkelde al vroeg een passie voor muziek en zong in het kerkkoor en leerde gitaar spelen.

Hij nam deel aan verschillende wedstrijden en won in 1960 met het liedje Si J’osais. Dit leverde hem zijn eerste radio-optreden op, op 14 februari van dat jaar.

Een jaar later bracht hij zijn eerste plaat uit, nadat hij een wedstrijd in Parijs had gewonnen.

Zijn grote doorbraak kwam in 1963 met het nummer Sans toi, ma mie. Hij werd een ster in België en trad op 1 november op in de Ancienne Belgique in Brussel.

In maart 1964 was hij te gast bij Willem Duys in het programma ‘Voor de vuist weg’ en zong hij Vous permettez, monsieur?, dat zijn eerste nummer 1-hit werd in Nederland.

Het nummer stond 11 weken bovenaan de Tijd voor Teenagers Top 10 en was de grootste hit van het jaar 1964 in Vlaanderen, Nederland en Frankrijk, met meer dan 200.000 verkochte exemplaren.

Hij trad op in verschillende landen, zoals Frankrijk, Duitsland, Turkije, Japan, Libanon en Canada.

Tot 1966 was hij verantwoordelijk voor een kwart van alle platenverkoop in Frankrijk.

Hij trouwde in 1969 met de Belgische Nicole Adamo en kreeg drie kinderen: twee zonen (1969 en 1981) en een dochter (1980).

Hij is ook de trotse grootvader van twee kleindochters.

Hij zou normaal gezien vanavond opgetreden hebben in de Ancienne Belgique in Brussel, maar annuleerde gisteren het optreden.

In een persbericht laat hij het volgende weten: Ik heb een gezondheidsklacht die gelukkig te genezen is, maar ik heb wel tijd en rust nodig. Het gaat om een vochtophoping in mijn longen.

Het zal dus een verjaardag in alle eenvoud, zijn, omringd door zijn familie en enkele goede vrienden.