Vandaag is het alweer twee jaar geleden dat Françoise Hardy, een onuitwisbare stem in de Franse popwereld, op 80-jarige leeftijd overleed na een slepende ziekte.

De Parijse, geboren op 17 januari 1944, begon haar carrière als tieneridool met dromerige, melancholische liedjes.

Ze oogstte al snel de bewondering van talloze beroemdheden; zo bekende David Bowie ooit dat hij stiekem verliefd op haar was.

Een van haar absolute tophits is ‘Comment te dire adieu’.

Dit nummer is de Franse bewerking van ‘It Hurts To Say Goodbye’, dat oorspronkelijk door Jack Gold was geschreven voor Margaret Whiting.

De gevatte Franse tekst kwam van de hand van Serge Gainsbourg.

Door de jaren heen is het lied veelvuldig gecoverd door onder meer Jim Nabors, Amanda Lear en uiteraard Jimmy Somerville.

Hardy’s privéleven werd sterk getekend door haar relatie met zanger en acteur Jacques Dutronc.

Na een jarenlange latrelatie traden ze in 1981 in het huwelijk. In haar autobiografie omschrijft ze hem als een ongrijpbare man, steevast verscholen achter een zonnebril en een wolk van sigarenrook.

Hij was bovendien zelden thuis vanwege tournees of filmopnames.

Hoewel ze officieel altijd getrouwd zijn gebleven, bouwde hij later een nieuw leven op Corsica op met actrice Sylvie Duval.

In een openhartig interview blikte de zangeres ooit terug op dit complexe huwelijk.

Ze omschreef Dutronc als een man van weinig woorden, die over haar opmerkte dat ze slim was, omdat ze kritiek altijd behendig verzachtte met een compliment.

Hun relatie vormde een enorme inspiratiebron voor haar liefdesliedjes en de ontelbare brieven die ze hem schreef.

Hoewel de romantische liefde uiteindelijk uitdoofde, bleef hij wel bij haar overnachten wanneer hij in Parijs was.

Hardy besefte naar eigen zeggen pas op latere leeftijd dat haar echtgenoot behoefte had aan een dubbelleven.

Enerzijds zette hij de vrouw van wie hij hield op een voetstuk, maar anderzijds zocht hij stiekem de spanning op in vluchtige avontuurtjes.

Achteraf was ze opgelucht dat ze dit als jonge vrouw niet volledig had beseft, omdat het haar destijds ongetwijfeld gebroken zou hebben.

Met de jaren kon ze zijn hang naar avontuur echter loslaten en accepteerde ze hem zoals hij was.

In hetzelfde interview gaf ze toe lange tijd ongelukkig te zijn geweest, wat haar juist aanzette tot schrijven.

Ze herkende daarin een zekere hang naar tragiek, aangezien ze zich simpelweg niet kon aangetrokken voelen tot een brave, stabiele man.

Hoewel ze later in haar leven emotionele rust vond, werd haar laatste levensfase getekend door zwaar fysiek lijden.

De zangeres kampte jarenlang met lymfeklier- en keelkanker.

Deze ingrijpende ziektegeschiedenis zorgde ervoor dat ze zich in haar laatste jaren nadrukkelijk begon uit te spreken voor het recht op euthanasie.

Ondanks haar roem was Hardy naar eigen zeggen een kluizenaar van nature.

Ze hield het schrijven van een autobiografie lang af met de smoes dat haar leven te saai zou zijn om over te lezen.

Ze verbleef immers het liefst ongestoord tussen haar vier muren met boeken, muziek en schrijfwerk.

Haar wereldje was klein en bestond vooral uit haar zoon Thomas Dutronc en enkele hechte vrienden.

Haar geluk vond ze in kleine, alledaagse momenten: goed eten, wandelen in het Bois de Boulogne en in alle stilte genieten van de bomen en de zonsondergang.

De natuur bood haar een meditatieve rust en een vredige manier om zich van de buitenwereld af te sluiten.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag