Vandaag mogen Billy en Bobby Alessi 72 kaarsjes uitblazen.

Billy en Bobby Alessi begonnen hun carrière eind jaren zestig met de groep Barnaby Bye en speelden in een van de eerste bezettingen van de musical Hair op Broadway.

Ze braken in 1977 door met de single “Oh, Lori” en toerden eind jaren zeventig met Andy Gibb tijdens zijn Shadow Dancing Tour.

Naast hun eigen successen hebben de broers liedjes geschreven en geproduceerd voor een breed scala aan artiesten, waaronder Paul McCartney, Christopher Cross, Frankie Valli, Michael McDonald, Whitney Houston, Richie Havens en Olivia Newton-John.

Hun talent strekte zich ook uit tot filmmuziek, met composities voor films als “The Main Event” en “Ghostbusters”.

Verder hebben ze als achtergrondzangers bijgedragen aan albums van John Lennon en Yoko Ono (“Milk & Honey”), Art Garfunkel (“Fate for Breakfast”) en Sting.

De broers Alessi specialiseerden zich ook in het maken van commercials en creëerden spots voor merken als Ford, Twix, McDonald’s, Kentucky Fried Chicken en Seven-Up.

Billy was de componist van de themamuziek voor de Diet-Coke reclame.

Voor hun werk in de reclamewereld wonnen ze diverse onderscheidingen, waaronder de prestigieuze Clio Award.

Ze woonden jaren in Nederland en traden nog wel eens onverwachts op tijdens de jazzsessies in het helaas ter ziele gegane restaurant/café ‘Wakker’ aan de Wakkerendijk in Eemnes, jaren 2010/2015 (met dank aan René Bouwman voor de info over hun verblijf in Nederland)

70 jaar geleden, Eartha Kitt met haar kersthit Santa Baby

Santa Baby is een kerstliedje geschreven door Joan Javits (het nichtje van senator Jacob K. Javits) en Philip Springer, en geschreven voor Eartha Kitt.

Het nummer is een humoristische kijk op een verlanglijstje aan de Kerstman, waarin de vrouw om extravagante cadeaus vraagt, zoals bontjassen, jachten en juwelen.

Het liedje is door veel artiesten gecoverd en geparodieerd in films en tv-shows.

Eartha Kitt nam het liedje op met Henri René en zijn orkest, en het verscheen op haar album RCA Victor Presents Eartha Kitt uit 1954.

De single was een grote hit in de Verenigde Staten, waar het de vierde plaats bereikte op de Billboard Hot 100 in december 1953.

Eartha Kitt is het vrouwelijke ideaal van de gevierde Orson Welles (De Post 28 januari 1951)

Gisteren nog vandaag

60 jaar geleden, de zeven regels van Eartha Kitt voor huwelijksgeluk (Piccolo mei 1962)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het 70 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Eugene O’Neill is overleden.

Vandaag is het 70 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Eugene O’Neill is overleden.

De pers schreef toen het volgende, zijn grootste drama was zijn eigen leven.

Zijn toneelstukken, die vaak autobiografisch waren, verkenden de donkere kanten van het menselijk bestaan, zoals verslaving, familieconflicten en dood.

O’Neill had zelf een tragisch leven, dat werd getekend door ziekte, verlies en vervreemding.

Hij verbrak het contact met zijn dochter Oona, die op jonge leeftijd trouwde met de veel oudere Charlie Chaplin.

Hij rouwde om zijn zoon Eugene Jr., die zelfmoord pleegde in 1950.

Hij had een moeilijke relatie met zijn vader James, een bekende acteur van Ierse afkomst, die hem weinig aandacht gaf in zijn jeugd.

O’Neill bracht zijn kinderjaren door in hotels, treinen en theaters, waar hij zijn vader zag optreden.

Hij ging naar verschillende kostscholen en studeerde kort aan de universiteit van Princeton, waar hij werd weggestuurd na een incident met een bierfles.

Daarna begon hij te werken bij een groothandel in kruiden en specerijen.

In 1910 trouwde hij met Kathleen Jenkins, met wie hij een zoon kreeg, Eugene Jr.

Het huwelijk duurde echter niet lang en hij verliet zijn gezin om samen met zijn vriend Stevens naar Honduras te gaan.

Ze hadden geen idee wat ze daar konden verwachten en raakten verdwaald in de jungle.

Na vijf maanden van ontberingen en ziekte gaven ze hun avontuur op en keerden ze terug naar de beschaving.

O’Neill ging vervolgens als matroos aan boord van een schip naar Buenos Aires.

In 1911 was hij weer in New York, waar hij zich overgaf aan drank en het nachtleven.

In 1912 werd hij gediagnosticeerd met tuberculose en moest hij naar een sanatorium.

Daar kwam hij in contact met de literatuur en begon hij zelf te schrijven.

Hij verhuisde naar Provincetown, waar hij onderdak vond bij een Engelse familie.

Hij schreef daar zijn eerste toneelstukken, vooral eenakters, maar ook langere werken en gedichten.

Hij sloot zich ook aan bij de artistieke en politieke beweging van Greenwich Village in New York, waar hij veel vrienden en invloeden vond.

In 1918 trouwde hij voor de tweede keer, nu met Agnes Boulton, een jonge Engelse schrijfster.

Ze kregen twee kinderen, Shane en Oona.

O’Neill werd steeds succesvoller als toneelschrijver en won vier keer de Pulitzerprijs en in 1936 de Nobelprijs voor Literatuur.

Hij reisde veel met zijn gezin, onder andere naar Bermuda, Europa en het Midden-Oosten.

Hij experimenteerde met verschillende stijlen en thema’s in zijn drama’s, die vaak autobiografisch waren.

In 1929 scheidde hij van Agnes Boulton en trouwde hij voor de derde en laatste keer, met Carlotta Monterey, een voormalige actrice.

Ze vestigden zich eerst in een kasteel bij Tours in Frankrijk, later in San Francisco en New York.

O’Neill schreef in deze periode zijn meest bekende en gewaardeerde werken, zoals The Iceman Cometh, Long Day’s Journey into Night en A Moon for the Misbegotten.

Hij leed echter ook aan de ziekte van Parkinson, die zijn vermogen om te schrijven steeds meer aantastte.

Hij stierf op 27 november 1953, op 65-jarige leeftijd, in Boston (foto Wikipedia)

Toni Arden, klein van stuk, groots in stem (Tuney Tunes november 1953)

Toni Arden was een Amerikaanse zangeres die vooral bekend was in de jaren 40 en 50.

Ze begon haar carrière als zangeres in de band van haar vader, die een Italiaanse immigrant was.

Ze zong vooral populaire liedjes en ballads, maar ook enkele Italiaanse nummers.

Ze had verschillende hits, zoals “I Can Dream, Can’t I?”, “Too Young” en “Padre”.

Ze trad op in radio- en televisieshows, en werkte samen met artiesten als Frank Sinatra, Perry Como en Dean Martin.

Ze had ook een aantal relaties, waaronder met de acteur John Agar, maar ze trouwde nooit.

Ze bleef zingen tot in de jaren 80, maar trok zich daarna terug uit de schijnwerpers.

Ze overleed in 2012 op 88-jarige leeftijd aan hartfalen.

70 jaar geleden, op bezoek bij de sjah van Perzië Mohammad Reza Pahlavi en Soraya Esfandiary Bakhtiari (november 1953)

In november 1953 ontving de sjah van Perzië Mohammad Reza Pahlavi en zijn tweede echtgenote Soraya Esfandiary Bakhtiari de internationale pers.

Gisteren nog vandaag

Soraya Esfandiary Bakhtiari was de dochter van een Iraanse ambassadeur en een Duitse moeder.

Hun huwelijk was echter gedoemd te mislukken, omdat Soraya geen kinderen kon krijgen.

In 1958 scheidde de sjah van haar, onder druk van zijn hof en de religieuze leiders.

Gisteren nog vandaag

De sjah had al eerder een mislukt huwelijk achter de rug.

Zijn eerste vrouw was de Egyptische prinses Fawzia, met wie hij in 1939 trouwde.

Zij schonk hem een dochter, Shahnaz, in 1940.

Maar het huwelijk was ongelukkig en Fawzia keerde terug naar Egypte in 1945, waar ze een scheiding aanvroeg en kreeg.

De sjah erkende deze scheiding pas in 1948, op voorwaarde dat Shahnaz bij hem bleef.

Na zijn scheiding van Soraya trouwde de sjah in 1959 met Farah Diba, de dochter van een Perzische legerkapitein.

Zij werd de moeder van zijn vier kinderen: kroonprins Reza (1960), Farahnaz (1963), Ali-Reza (1966-2011) en Leila (1970-2001).

Gisteren nog vandaag

In 1967 kroonde de sjah zichzelf en Farah tot keizer en keizerin van Iran, met de titel van Koning der Koningen (sjah-in-sjah).

Hij wilde hiermee zijn macht en prestige tonen, maar ook het voortbestaan van zijn dynastie verzekeren.

De eerste echtgenote van de sjah was de Egyptische prinses Fawzia (1921-2013). Het huwelijk, dat duurde van 1939 tot 1948, was geen succes.

De sjah en Fawzia kregen één dochter, Shahnaz Pahlavi, in 1940. In 1945 keerde Fawzia terug naar Egypte, waar ze een scheiding aanvroeg en kreeg.

In Perzië werd deze scheiding in eerste instantie niet erkend. Pas in 1948 werd ze uitgesproken, op voorwaarde dat hun dochter Shahnaz bij de sjah bleef.

Gisteren nog vandaag

Op 21 december 1959 trouwde de sjah met Farah Diba , dochter van een kapitein uit het Perzische leger.

In 1960 werd uit dit huwelijk kroonprins Reza geboren, gevolgd door nog drie kinderen: Farahnaz Pahlavi (1963), Ali-Reza Pahlavi (1966-2011), en Leila Pahlavi (1970-2001).

Op 26 oktober 1967 kroonde de sjah zichzelf en Farah Pahlavi in Shiraz. Bij die gelegenheid nam hij de traditionele titel van Koning der Koningen (sjah-in-sjah) aan, wat gelijkstaat met de keizerstitel.

Hij had hiermee gewacht tot zijn machtspositie stevig was en het voortbestaan van de dynastie was verzekerd door de aanwezigheid van een troonopvolger.

Gisteren nog vandaag

De openbare omroep bestaat vandaag 70 jaar.

In 1931 vond de eerste publieke demonstratie van de werking van televisie plaats.

Pas vanaf 31 oktober 1953 begon het toenmalig Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) vanuit het Flageygebouw in Brussel haar eerste regelmatige televisie-uitzendingen te verzorgen.

Omroepster Paula Sémer was de eerste Vlaming die op televisie te zien was.

Ze presenteerde en acteerde tijdens die eerste tv-avond in het tv-drama “Drie dozijn rode rozen.”

Vlaanderen telde toen slechts één televisiezender, zond in zwart-wit uit en in 625 lijnen.

Alle uitzendingen gingen live en vonden plaats in een verbouwde radiostudio, waar personeel en rekwisieten in die pioniersjaren nog op elkaar gepakt stonden.

Terwijl in de ene helft toneel gespeeld werd, moest men in de andere hoek alles gereed brengen voor het Journaal.

Veel uitzendingen waren vrij primitief omdat bij gebrek aan voldoende televisiemakers met ervaring er voornamelijk radiomakers werden ingeschakeld.

Op dat moment waren er in heel België amper 15.000 ontvangsttoestellen. Het zendbereik was ook beperkt.

Naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling van 1958 werden er op voorhand enkele relais-zenders gebouwd zodat men beter over het ganse land kon uitzenden. Het evenement spoorde ook veel Belgen aan om een eigen televisietoestel te kopen.

In 1958 werd kijkgeld ingevoerd, de tv-loze maandag afgeschaft en werd de omroep losgemaakt uit het ministerie van PTT en Verkeer en onder Cultuur ondergebracht.

Via de nieuwe omroepwet veranderde het NIR op 18 mei 1960 haar naam in de BRT (Belgische Radio en Televisie).

De pioniersdagen van kleurentelevisie zijn voer voor kwissers. Wie weet bijvoorbeeld nog dat de toenmalige minister van Cultuur Frans Van Mechelen de nieuwe revolutie aankondigde?

Hij droeg een donkerblauw pak, en een wijnrood strikje, en zijn toespraak op 1 januari 1971 werd door het nieuwe medium bepaald bibberend op het scherm gebracht. Waarna het traditionele nieuwjaarsmenu volgde: nieuwjaarsconcert vanuit Wenen, en het schansspringen uit Garmisch-Partenkirchen.

Hooguit vijfhonderd landgenoten hadden op dat moment al een kleurentelevisie. Niet zo vreemd als men bedenkt dat die toen bijna drie keer zoveel kostte als een zwart-wit toestel. Je moest niet minder dan duizend euro overhebben voor een beetje kleur in de huiskamer. Dat zou nu overeenkomen met zowat vierduizend euro als je rekening houdt met de inflatie.

Er was ook een andere reden. De prijs van een zwart-wittoestel lag in die tijd in Vlaanderen hoger dan in de ons omringende landen.

Dat was het gevolg van de ,,lijnenslag”. Frankrijk wilde 819 lijnen voor zijn televisie, terwijl alle andere landen bij de aanbevolen 625 lijnen bleven. Het tweeslachtig beleid van België resulteerde in toestellen die beide normen aankonden. Veel mensen die een fortuin neergeteld hadden voor een duurdere zwart-wittelevisie, schaften zich niet meteen weer een nieuw, nog duurder toestel aan.

Maar het ging snel. Drie jaar later was de volledige programmering van de BRT al in kleur. En, zegt Jan Cuypers, directeur operationele diensten bij de VRT, “de kleurentelevisie heeft in korte tijd veel succes gehad. Daar werd echt wel voor gespaard. Het was niet alleen maar voor de rijken.”

In 1983, toen een kleurentelevisie nog altijd 32.000 frank kostte, hadden ongeveer twee miljoen Belgen een kleurentelevisie, tegenover een miljoen zwart-witkijkers.

De hele omschakeling betekende voor de openbare omroep een kleine revolutie.

Al in 1967 begon de BRT met de voorbereidingen. Eind 1968 startten de eerste cursussen voor het BRT-personeel: die moesten de overgang van zwart-wit naar kleur glad laten verlopen. Jan Ceuleers, toentertijd werkzaam bij de nieuwsdienst, heeft die overgang van dichtbij meegemaakt. ,,Het hele proces is binnen de BRT geleidelijk verlopen.

Er werd zelfs een tijdelijke studio ingericht om experimenten uit te voeren, voordat we in kleur gingen uitzenden.”

Jan Cuypers: ,,De introductie van kleur viel samen met de ingebruikname van het Omroepcentrum in Brussel. Voor die tijd zat iedereen verspreid over Brussel, en plots kwam alles samen. Vanaf toen is het personeel ook opgeleid om te denken en programma’s te maken volgens de nieuwe kleurenterminologie.

Je moest bijvoorbeeld rekening houden met moeilijke kleuren als wit en paars. Bij het Journaal werd geen wit papier gebruikt en witte boorden werden, als ik me niet vergis, in thee gedompeld om de kleur wit te vermijden.”

Ondanks alle goede voorbereidingen kreeg ook de BRT-problemen met de bekende kinderziektes.

Dertig jaar geleden was het niet uitzonderlijk om schreeuwende kleurencombinaties en glanzende decors te zien, of een stel voetballers zonder benen. ,,De apparatuur was in die tijd nog niet zo stabiel en vooral zeer temperatuurgevoelig”, zegt Jan Cuypers. ,,Camera’s stonden dag en nacht aan en vergden veel onderhoud. Om de kleuren goed te houden, moesten ze twee, drie keer per dag afgesteld worden.”

Het had ook grote consequenties voor de make-up. Vroeger mochten de sterren zelf bepalen of ze geschminkt wilden worden, maar met de opkomst van kleur werd dat een verplichting. Wie dat vertikte, kwam met een bleekgroen gezicht op het scherm.

Overigens moesten ook de eerste schminksters bijgeschoold worden. De oorspronkelijke Duitse schmink werd algauw vervangen door Italiaanse producten.

Op 27 januari 1991 veranderde de zender haar naam in de BRTN (Belgische Radio en Televisie Nederlands). Sinds 1 januari 1998 heet de omroep de VRT (Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie).

Vanaf 1973 begon de BRT voor het eerst met een tweede zender te experimenteren, die vanaf 26 april 1977 definitief een volwaardig tv-kanaal werd onder de naam BRTN TV2.

Op 27 januari 1991 werd deze zender in TV2 omgedoopt, terwijl BRTN 1 voortaan TV1 heette.

Op 1 december 1997 werd dit tweede net opgesplitst in twee verschillende programmablokken voor verschillende doelgroepen: de kinderzender Ketnet, die vanaf 7 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds uitzond, en de volwassenenzender Canvas die haar uitzendingen pas na 19 uur ’s avonds begon.

Sinds 1 januari 2005 heet TV1 Eén. Het profiel van het eerste televisiekanaal van de openbare omroep (thans “Eén”) mikt op amusementsprogramma’s voor het hele gezin. Ketnet is voor de jeugd bestemd en Canvas richt zich op de meerwaardezoekers.

Op 1 mei 2012 werden Canvas en Ketnet gesplitst van elkaar, ze hebben nu allebei een eigen kanaal. Canvas zendt op het huidige kanaal uit vanaf 14 uur.

Ketnet, dat vanaf 14 mei 2012 naar een gloednieuw kanaal, OP12, verhuisde. (diverse bronnen en Wikipedia)

Catherine Deneuve, een van de meest iconische Franse actrices, viert vandaag haar 80ste verjaardag.

Haar carrière begon in de jaren 50 en omvat meer dan 100 films, waaronder klassiekers als Belle de Jour, The Umbrellas of Cherbourg en Indochine.

Ze werkte samen met gerenommeerde regisseurs als Luis Buñuel, Roman Polanski en François Truffaut.

Gisteren nog vandaag, te gast bij de zusjes Dorléac (Françoise Dorléac en haar jongere zus Catherine Dorléac, die we nu kennen als Catherine Deneuve) en hun ouders in 1960

Ze werd vier keer genomineerd voor een César, de belangrijkste Franse filmprijs, en won er een in 1981 voor haar rol in The Last Metro.

Ze ontving ook een ere-César in 2008 voor haar bijdrage aan de Franse cinema.

Naast haar filmcarrière stond Deneuve ook bekend om haar relaties met beroemde mannen, zoals fotograaf David Bailey, regisseur Roger Vadim, Johnny Hallyday en acteur Marcello Mastroianni.

Reclame: N°5, the 1973 Film with Catherine Deneuve: Whispered – CHANEL Fragrance

Met deze laatste kreeg ze een dochter, Chiara Mastroianni, die ook actrice werd.

Deneuve heeft ook een zoon, Christian Vadim, uit haar huwelijk met Roger Vadim. Hij is ook een acteur en in 1999 samen te zien met zijn moeder in de film Le Temps retrouvé.

Ze was nooit getrouwd met Mastroianni, maar bleef bevriend met hem tot zijn dood in 1996.

Deneuve heeft altijd haar privéleven afgeschermd van de media en zei ooit: “Ik ben niet geïnteresseerd in het delen van mijn gevoelens of mijn leven met het publiek.”

Ze is ook een voorvechtster van vrouwenrechten en heeft zich uitgesproken tegen seksueel misbruik en huiselijk geweld.

Gisteren nog vandaag: De Post 10 december 1961

Vandaag 70 jaar geleden, opening van de nieuwe fabriek van General Motors in het Antwerps havengebied.

Het bedrijf werd in 1924 opgericht als General Motors Continental en was de tweede fabriek van General Motors buiten Noord-Amerika, na General Motors International A/S dat een jaar eerder in Denemarken operationeel werd.

GM Continental was gehuisvest waar vroeger de Sint-Michielsabdij en het marinearsenaal zich bevonden.

De eerste bediende van GM Continental werd aangeworven op 1 januari 1925, de eerste arbeider op 5 februari 1925.

Op 2 april datzelfde jaar werd de eerste CKD- Chevrolet geproduceerd.

Er werden 20 tot 25 exemplaren per dag gebouwd en op het einde van het eerste jaar waren 2040 Chevrolets geproduceerd.

Een sterke groei verplichtte GM Continental te verhuizen naar een grotere locatie.

Dat werd de voormalige velodroom.

De vorige locatie bleef in gebruik voor de productie van carrosserieën voor bedrijfsvoertuigen en als opslagplaats.

In 1929 was ook deze nieuwe locatie te klein geworden. In november dat jaar verhuisde het bedrijf naar een nieuwe assemblagefabriek in de haven.

Ook de verkoop en dienstverlening, die voorheen over Antwerpen verspreid waren, kwamen naar deze locatie.

De Grote Depressie, die het jaar daarop wereldwijd toesloeg en de jaren 1930 teisterde, zorgde ervoor dat de vergrote capaciteit jarenlang onbenut bleef.

Omwille van de slechte economische toestand werden de Franse en Duitse afdelingen van GM in 1932 gefuseerd met de Belgische.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek in de haven verwoest bij geallieerde bombardementen op de haven.

Na de oorlog begint GM een hersteldienst voor Amerikaanse legervoertuigen en een magazijn voor auto- en elektro-onderdelen.

In 1947 werd grond gekocht voor een nieuwe fabriek.

Begin 1948 werden opnieuw Chevrolets gebouwd in de oude.

Dat jaar werden bijna 5000 stuks gemaakt.

In 1953 was de nieuwe fabriek aan de Noorderlaan – de latere Fabriek 1 – klaar.

Vervolgens worden er Amerikaanse CKD’s en later ook Bedford-vrachtwagens, Opels en Vauxhalls geassembleerd (GM nam Opel volledig over in 1931).

In 1965 beslist GM een nieuwe fabriek te bouwen waarvoor Antwerpen gekozen werd.

Deze Fabriek 2 kwam in het noorden van de haven, op ongeveer 10 kilometer van Fabriek 1.

In 1967 werd Fabriek 2 operationeel en op 2 juli 1968 werd er reeds de 100.000ste auto gebouwd.

In 1970 draait de fabriek op volle capaciteit en komt er een tweede werkshift.

Op 22 maart 1971 bouwde Fabriek 2 de 500.000ste auto.

In 1973 werken er voor het eerst arbeidsters in de fabriek, maar het jaar erop moet de fabriek twee maanden dicht door de dalende verkoop die het gevolg was van de oliecrisis.

Op 24 mei 1973 rolde nog de miljoenste wagen van de band.

In de tweede helft van de jaren 1970 wakkert de autoverkoop opnieuw aan, wat grotendeels te danken was aan de nieuwe Manta en Ascona – en neemt de productie weer toe.

In 1978 begint een grote modernisering. Gedurende 8 jaar zal zo’n 22 miljard frank geïnvesteerd worden.

In 1979 werd ook in Fabriek 1, die sinds 1977 enkel nog Opels bouwde, een tweede shift ingesteld.

In 1981 kreeg Fabriek 1 een nieuwe verfspuiterij en werd Fabriek 2 uitgebreid om ook onderdelen te gaan maken.

Die laatste kreeg in 1984 ook een gerobotiseerde lijn voor het lassen van koetswerken.

In de tweede helft van de jaren 1980 krijgt ook Fabriek 2 een verfspuiterij die 6,2 miljard frank kostte.

In 1987 bereikte de productie een record van 393 724 Opels en Vauxhalls.

In augustus 1988 wordt de productie van Fabriek 1 overgeheveld naar Fabriek 2.

Een nieuw ploegensysteem zorgt voor een rendementsstijging van 43,5% waardoor één fabriek het werk van de twee aankon.

Fabriek 1 bleef verder dienstdoen voor onderdelenopslag en administratie.

In 1991 werd 4,6 miljard frank in Fabriek 2 gestoken voor de nieuwe Opel Astra en Opel Vectra, gevolgd door nogmaals 5,9 miljard frank in 1993-4.

Op 1 november 1994 wijzigt het bedrijf van naam en heet vanaf dan Opel Belgium.

Ook wordt Fabriek 1 verkocht en verhuist de sociale zetel naar Fabriek 2.

Fabriek 1 doet tegenwoordig (2007) dienst als parkeergarage voor cinemacomplex Metropolis.

De afdeling Verkoop ten slotte verhuisde naar Kontich.

Nog in 1994 begon een nieuw investeringsprogramma van 25 miljard frank voor allerlei moderniseringen en uitbreidingen.

In 1997 ging tien miljard frank naar de nieuwe Astra.

In 2002 werd de perserij fors uitgebreid, een investering van 51,4 miljoen euro.

Midden 2003 rolt de 12 miljoenste auto van de band.

In januari 2004 begon de productie van de nieuwe Astra waarvan de vijfdeurs en de stationwagen in Antwerpen werden gebouwd.

Op 1 november van dat jaar werd de bedrijfsnaam opnieuw veranderd, deze keer in General Motors Belgium.

Die wijziging paste in de nieuwe bedrijfsstructuur van GM en wijst op de wereldwijde krachtenbundeling binnen de autoreus.

In 2005 kreeg de fabriek ook de Astra GTC toegewezen.

In 2007 begon men die Astra ook onder het Amerikaanse merk Saturn te bouwen voor de Noord-Amerikaanse markt.

Nog in 2007 werd bekendgemaakt dat het bedrijf geherstructureerd wordt en de productie nagenoeg zal halveren.

Hierdoor zouden 2200 van de 4700 banen verdwijnen.

Ook zal de nieuwe generatie van de Astra niet in Antwerpen gebouwd worden.

In de plaats zouden een kleine SUV voor Opel en Chevrolet komen, en mogelijk nog een derde model.

In juni 2009 gaan er geruchten dat de gehele fabriek in Antwerpen wordt gesloten.

Dit in verband met een overname van Opel door Magna.

De overname door Magna gaat uiteindelijk niet door, maar GM neemt op 20 januari 2010 zelf het besluit de vestiging in Antwerpen in 2010 te sluiten.

Uiteindelijk rolde op woensdag 15 december 2010 de laatste auto van de band en twee dagen later, op 17 december 2010, ging de fabriek definitief dicht.(Diverse bronnen, Wikipedia en Ons Volk januari 1952)

Gisteren nog vandaag