Vandaag 100 jaar geleden, Ras Teferi (Haile Selassie) te gast in Brussel voor een staatsbezoek aan ons land(22 mei 1924).

Haile Selassie werd geboren als Tafari Makonnen.

Haile Selassies vader was gouverneur van de provincie Harar.

Hij was een de adellijke personen met de titel ‘Ras’ (hertog).

Hiervan is de naam van de rastafaribeweging afgeleid.

Selassie wordt dan ook door de Rastafaribeweging gezien als de reïncarnatie van Jezus, hoewel hij zelf Ethiopisch-orthodox was.

Via zijn huwelijk in 1911 met Wayzaro Menen, dochter van keizer Menelik II, kwam Tafari in de keizerlijke familie.

In 1917 werd hij uitgeroepen tot troonopvolger van keizerin Zauditu en als regent ging hij namens haar Abessinië besturen.

Het onafhankelijke Abessinië was in Afrika een bijzonderheid. West-Europese landen hadden het continent in hun kolonisatiedrang onderling verdeeld.

De Ethiopische dynastie, die volgens de overlevering al sinds de 10e eeuw v.Chr. bestond en voort zou komen uit de Bijbelse koning Salomo en de koningin van Sheba, was het gelukt om de onafhankelijkheid van Ethiopië te waarborgen.

In 1918 overleefde hij de Spaanse griep.

In 1924 bracht hij een officieel bezoek aan Italië, Vaticaanstad en diverse andere Europese landen.

In Frankrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk werd hij met grote eer ontvangen.

Toen hij op 2 november 1930 tot keizer van Ethiopië werd gekroond, kreeg hij de naam Haile Selassie, die staat voor Heilige Drievuldigheid, of Macht van de Drievuldigheid.

Deze situatie veranderde toen de Italiaanse dictator Mussolini in 1935 besloot vanuit Italiaans-Eritrea, een Italiaanse kolonie, Ethiopië binnen te vallen: de Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog.

Haile Selassie vluchtte naar het Verenigd Koninkrijk en probeerde steun te krijgen voor de vrijheidsstrijd.

Hij deed dit onder meer in 1936 tijdens zijn voordracht bij de Volkenbond, mede omtrent het gebruik van mosterdgas door Italië in Ethiopië.

Deze inspanningen bleken vergeefs, tot Italië zich aan de zijde van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog mengde.

In 1941 verjoeg een troepenmacht met Britse en Belgische militairen en Ethiopische vrijheidsstrijders de Italiaanse troepen.

Haile Selassie kwam weer op de troon.

Haile Selassie legde op 27 augustus 1942 de wettelijke basis voor de afschaffing van de slavernij, die Italië in zijn land had ingevoerd, en voerde strenge straffen in voor slavenhandel, inclusief de doodstraf.

Hij moderniseerde zijn land met onder meer een nieuw belastingstelsel en een democratische grondwet.

Mede door zijn toedoen werd Ethiopië een stichtend lid van de Verenigde Naties.

Haile Selassie was in de internationale diplomatie een man met gezag en aanzien.

Hij had veel invloed binnen de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, met zetel te Addis Abeba en bracht staatsbezoeken aan de Verenigde Staten en diverse Europese landen, waaronder Nederland in 1954 en België in juli 1959.

De keizer was een ridder in de Orde van de Kousenband en, om Ethiopië te eren voor het moedige verzet tegen Mussolini’s troepen, ridder Grootkruis in de Militaire Willems-Orde.

In 1951 werd de voormalige Italiaanse kolonie Eritrea, door middel van een beslissing van de Verenigde Naties, verbonden met Ethiopië in een federatie, waarbij Haile Selassie koning van Eritrea werd.

In de jaren vijftig groeide Haile Selassie uit tot een voorbeeld voor veel Afrikanen, die ook het koloniale juk wilden afschudden. Het viel hem echter niet mee binnenlands de rust te bewaren.

Ethiopië bestond uit vele religieuze groeperingen en Haile Selassie probeerde met een verdeel-en-heerspolitiek de onderlinge vrede te bewaren.

In 1962 annexeerde Selassie Eritrea, nadat het in de jaren vijftig een grote autonomie had gehad.

Een gewapend conflict barstte hierop los, dat 32 jaar zou duren en voornamelijk escaleerde onder de militaire junta, na het afzetten van Haile Selassie.

In 1963 zat hij de oprichtingsvergadering van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid voor, die haar zetel kreeg in Addis Abeba.

Later dat jaar (in oktober) sprak hij de Verenigde Naties toe.

De Jamaicaanse zanger Bob Marley gebruikte een deel van deze speech als tekst voor het lied War.

Begin jaren zeventig stortte de economie in en na een periode van lange droogte greep de hongersnood om zich heen.

In 1974 voerden militairen een staatsgreep uit en namen Haile Selassie gevangen.

Hij werd opgevolgd door luitenant-generaal Aman Andom.

Op 23 november 1974 kwam Aman Andom onder verdachte omstandigheden om het leven.

Aman Andomj zou bij zijn arrestatie niet mee hebben gewerkt en gedood zijn.

Op dezelfde dag werden 59 anderen, waaronder generaals, twee ex-premiers, topambtenaren, aristocraten en leden van de keizerlijke familie geëxecuteerd.

Toen hij in augustus 1975 overleed, officieel aan de complicaties van een operatie, vermoedden velen moord, er werd vooral beweerd dat de oude ex-monarch was verstikt of gewurgd.

Het communistisch regime verhinderde elk onafhankelijk onderzoek naar de doodsoorzaak.

Pas in 1992, na de val van het Dergue-regime, werd zijn stoffelijk overschot teruggevonden.

Van de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk kreeg hij in november 2000 een keizerlijke begrafenis in de kathedraal van Addis Abeba.

Bob Marley kreeg in 1977 een ring van Haile Selassie en schreef in 1973 of 1974 het lied Iron Lion Zion voor hem.

Dit werd echter pas in 1992, na Marleys dood, uitgebracht. (Diverse bronnen, Ons Volk 31 mei 1924, De Post 26 november 1972 en Wikipedia)

Charles Aznavour, vrouwen maken mijn leven

In de zomer van 1976 stond Charles Aznavour als absolute topvedette centraal tijdens een Frans muziekfestival dat door de TROS werd uitgezonden.

Hij was toen een zanger die met zijn enorme sterrenstatus al verschillende generaties overbrugde: een emotionele persoonlijkheid, regelmatig het onderwerp van ophef, maar bovenal geliefd bij een miljoenenpubliek.

Als een van de weinige Franse artiesten wist hij de wereld te veroveren met werk dat hij volledig zelf schreef.

De in Parijs geboren zanger met Armeense wortels had er jaren van zeer hard zwoegen op zitten voor hij uiteindelijk de grootste internationale podia bereikte.

Het festival was opgezet om het Franse chanson nieuw leven in te blazen en een dam op te werpen tegen de overheersende golf van Engelstalige popmuziek.

Regisseur Ralph Inbar bracht daarvoor artiesten bijeen zoals Juliette Gréco, Frida Boccara, Dave en Hugues Aufray, terwijl Martine Bijl de presentatie verzorgde.

Toch paste Aznavour niet helemaal in het traditionele plaatje van een chanson-ambassadeur.

Hij woonde in die periode al niet meer in Frankrijk, omdat de Franse fiscus een te groot deel van zijn inkomsten opeiste.

Samen met zijn vrouw Ulla en hun twee kinderen verbleef hij voornamelijk in zijn huizen in Zwitserland en Italië.

Daarnaast zong hij al jaren geregeld in het Engels, wat hem volle zalen en grote neonletters opleverde in toonaangevende theaters in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Zelf zag hij zich dan ook niet als een typische vertolker van het Franse lied.

Zijn manier van werken vergeleek hij destijds met die van een fotograaf die de menselijke ziel vastlegt.

Hij zocht naar herkenbare, alledaagse emoties en menselijke thema’s, met name de liefde in al haar facetten.

Hij wilde de dingen niet mooier of lelijker maken dan ze waren, maar juist schrijven over zaken waarover mensen vaak zwegen.

Hoewel hij zijn privéleven zo veel mogelijk afschermde, gaf hij toe dat vrouwen altijd de belangrijkste drijfveer in zijn bestaan waren geweest.

Na tal van intense relaties waarin hij zowel teleurgesteld was als anderen had gekwetst, had hij rust gevonden bij Ulla.

Vrouwen bleven echter zijn voornaamste inspiratiebron.

Melodieën kwamen hem meestal moeiteloos aanwaaien, maar het schrijven van een rake tekst kostte hem soms maanden van worsteling.

Hij zocht niet naar een zware maatschappelijke boodschap, maar wilde pure gevoelens delen met een breed publiek.

Op 51-jarige leeftijd, oogde Aznavour toen nog opvallend energiek en jeugdig.

Hij keek vaak terug naar zijn verleden om stevig in de toekomst te kunnen staan, een gewoonte die voortkwam uit zijn afkomst en de moeilijke weg die hij had moeten afleggen.

Inmiddels was hij ook succesvol als acteur, onder meer met een rol in de film Skydivers.

Dat stond in schril contrast met zijn jeugd in Parijs, toen hij als tiener met kleine schnabbels en een baantje als krantenverkoper op de Champs-Élysées de eindjes aan elkaar moest knopen.

Pas rond 1960 was de grote doorbraak gekomen.

Die leerschool had van hem een doorgewinterde vakman gemaakt.

Hij vond dat een artiest eerst zijn sporen op het podium moest verdienen voordat hij platen ging opnemen, omdat echt vakmanschap en podiumpresentatie zeldzaam waren.

Voor de Armeense gemeenschap gold Aznavour in die jaren als een nationale held.

Hij steunde hun streven naar een eigen staat en doneerde aanzienlijke bedragen om de aandacht op hun situatie te vestigen. Ondanks het verstrijken van de jaren bleef zijn gedrevenheid onverminderd groot.

Hij omringde zich bij voorkeur met mensen met vernieuwende ideeën en stelde vast dat ook jongere generaties zijn werk bleven ontdekken.

Van het idee achter een specifiek Frans muziekfestival moest hij destijds overigens weinig weten.

Hij vond de drang om muziek in nationale hokjes te verdelen achterhaald en zag zichzelf liever gewoon als zanger dan als Fransman.

Goede muziek oversteeg volgens hem elke landsgrens of taal, en het ging er uiteindelijk alleen om hoe een zanger die emotie wist over te brengen.