In de zomer van 1976 bevrijdde de Britse viermansformatie The Real Thing zichzelf in één klap van al haar vorige klusjes.

De groep werd aan het begin van de jaren zeventig opgericht in de wijk Toxteth in Liverpool.

Aanvankelijk traden de leden op onder namen zoals Sophisticated Soul Brothers.

De uiteindelijke bandnaam ontstond volgens de overlevering toen hun manager Tony Hall op Piccadilly Circus in Londen een levensgroot reclamebord van Coca-Cola zag staan met de bekende slagzin.

De vaste kern van de groep werd gevormd door de broers Chris en Eddie Amoo, aangevuld met Dave Smith en Ray Lake.

Na enkele jaren van bescheiden successen en optredens in de bekende tv-talentenshow Opportunity Knocks, kwam in 1976 de grote doorbraak.

Ze waren niet langer de jongens die David Essex vocaal bijstonden op zijn singles en tijdens zijn optredens, en ook het werk als jingle-inzingers lag definitief achter hen.

Iedereen kende hen plotseling dankzij de enorme zomerhit ‘You To Me Are Everything’.

Die doorbraak kwam er dankzij de single die in het voorjaar van 1976 via Pye Records werd uitgebracht.

Het nummer werd geschreven en geproduceerd door het koppel Ken Gold en Michael Denne.

De twee songschrijvers bedachten de meeslepende melodie en het pakkende refrein in minder dan een uur tijd, speciaal afgestemd op de warme tenorstem van leadzanger Chris Amoo.

De song steeg door naar de absolute top van de Britse hitparade, nadat er op het hoogtepunt maar liefst 30.000 exemplaren per dag van over de toonbank gingen.

In juli 1976, midden in de broeierige Britse zomer, klom de single naar de absolute eerste plaats van de Britse hitparade.

Het nummer bleef drie weken lang bovenaan de UK Singles Chart staan en zorgde voor een historisch moment: The Real Thing werd daarmee de eerste volledig zwarte Britse band die toen een nummer 1-hit scoorde in het Verenigd Koninkrijk.

Ook buiten Groot-Brittannië werd de song een grote hit.

In Vlaanderen was het nummer goed voor de achtste plaats in de BRT Top 30, terwijl de single het in Nederland nog iets beter deed en daar de vierde plaats bereikte in de Top 40.

Ondanks dat plotselinge succes hielden de bandleden er een opmerkelijk doordachte en verrassende visie op na.

Ze waren namelijk niet van plan om vijf jaar op een doorbraak te wachten om vervolgens na één knaller weer in de vergetelheid te verzinken.

Eddie Amoo kon het nauwelijks geloven toen manager Tony Hall hem opbelde met het nieuws dat de single als een raket omhoogschoot.

Eddie trok halsoverkop zijn kleren aan, stapte in de wagen en kocht alle muziekkranten die hij kon vinden om de hitlijsten met eigen ogen te zien.

Pas toen hij de notering op nummer 22 in Top of the Pops zag staan, drong het werkelijk tot hem door.

Toch voelde de groep dat succes heel nuchter aan.

Ze wilden dit momentum vooral gebruiken om materiaal uit te brengen dat veel dichter lag bij wie ze echt waren.

Ze vonden ‘You To Me Are Everything’ simpelweg niet representatief voor hun eigen muzikale identiteit.

Zonder enige artistieke pretentie zagen de jongens die hit puur als een opstapje naar een wijdere en diepere creatieve ruimte.

Na een reeks van zo’n zes spectaculaire flops uit het verleden stonden ze nu eenmaal anders in het leven toen ze het nummer opnamen.

Ken Gold ging eerder ook met hen aan de slag voor hun geplande conceptalbum over het leven in Liverpool 8.

Dat project lag de mannen nauw aan het hart.

Ze wilden het verhaal vertellen van een kind dat opgroeide in een reusachtig appartementsgebouw van negentig verdiepingen.

Op Ray na kwamen alle bandleden uit die dichtbevolkte en arme wijk bij de dokken, waar misdaad aan de orde van de dag was, maar waar ook mensen met een ijzeren karakter zoals bokser John Conteh opgroeiden.

Waar iedereen bij Liverpool meteen aan The Beatles dacht, wilde The Real Thing laten zien hoe het er daar werkelijk aan toe ging.

De groep had daarnaast enorm veel te danken aan de mensen om hen heen.

Via een tv-spotje voor producer Jeff Wayne leerden ze zanger David Essex kennen.

Essex was ontzettend eerlijk tegen hen, hielp hen bij het componeren en leerde hen hoe ze persoonlijke liedjes moesten schrijven die echt geworteld waren in hun eigen achtergrond.

Ook het optreden in hun voorprogramma voor duizenden uitzinnige tieners in de Londense Earl’s Court was een onvergetelijke ervaring geweest.

Een andere sleutelfiguur was hun manager Tony Hall, een absolute autoriteit op het gebied van zwarte muziek in Engeland, die hen voortdurend op het juiste spoor hield.

In hun beginjaren traden ze namelijk vooral op in de clubs van Noord-Engeland, waar ze aan het verwachtingspatroon van vier ‘leuke zwarte kerels’ voldeden: ze zongen Amerikaanse nummers, maakten strakke danspasjes en praatten op aandringen van hun vorige manager zelfs met een Amerikaans accent.

In de zomer van 1976 lieten ze die ingestudeerde rol voorgoed achter zich om eindelijk hun eigen verhaal te vertellen.

Na het succes van You To Me Are Everything scoorde de band nog diverse andere hits, waaronder ‘Can’t Get By Without You’ en het doordringende disco-epos ‘Can You Feel The Force?’

Tien jaar later, in 1986, beleefde hun bekendste klassieker een tweede jeugd. Een remix onder de titel The Decade Remix bracht de plaat opnieuw hoog in de hitlijsten, met een top 5-notering in het Verenigd Koninkrijk.

You To Me Are Everything is door de decennia heen uitgegroeid tot een tijdloze pop- en soulklassieker die nog steeds frequent op de radio te horen is en door tal van andere artiesten, zoals Frankie Valli, werd gecoverd.

In de jaren 80 stak het fenomeen van de remixes de kop op in de charts

Heel wat grote hits uit de 60s en 70s keerden dat decennium terug in de hitlijsten, o.a. ‘December 1963 (Oh What A Night)’, ‘Heaven Must Be Missing An Angel’, ‘Downtown’, ‘Black Betty’ en ‘Eve Of The War’.

De allereerste single die in een nieuwe versie opnieuw een hit werd, was ‘You To Me Are Everything’ van de Engelse soulgroep The Real Thing.

In de lente van 1986 werd dit voor de tweede keer een grote Europese hit. In de UK stond het nummer zelfs 2 keer in de top 5.

Het origineel voerde in juli 1976 gedurende 3 weken de Britse top 40 aan. In Nederland stond The Real Thing ermee op n°4 en op n°8 in Ultratop. ‘You To Me Are Everything’ werd nooit een groot succes in de VS.

Dit was te wijten aan het feit dat er verschillende coverversies van werden opgenomen.

Hiervan stonden er drie tegelijkertijd in de Billboard Hot 100, die elkaar stuk voor stuk verhinderden om erboven uit te steken.

Het al in 1970 opgerichte The Real Thing was in de jaren ’70 de meest succesvolle zwarte act.

Ze kwamen in het vizier van EMI door een sterke live-act bestaande uit progressieve versies van Amerikaanse hits. Ondanks positieve kritieken werden de eerste singles geen succes.

De kentering komt er wanneer ze de steun krijgen van idool David Essex en een contract krijgen bij Pye Records.

Na talrijke personeelswissels is de 8ste single ‘You To Me Are Everything’ eindelijk een schot in de roos. ‘Can’t Get By Without You’ en ‘You’ll Never Know What You’re Missing’ (in 2002 nog gesampled door Thomas Bangalter van Daft Punk) zijn daarna nog grote Britse hits, maar daarna sputtert de hitmachine een aantal jaren.

In 1979 slaan ze terug met het space disco-nummer ‘Can You Feel The Force?’.

In 1982 werken ze opnieuw samen met David Essex als diens backingband.

Vier jaar later worden de oude hits dus heropgevist. The Real Thing draait nog steeds mee in het oldiescircuit.

Ze zijn intussen wel herleid tot een duo bestaande uit de oorspronkelijke leden Chris Amoo en Dave Smith.

De andere helft is reeds gestorven.

Chris’ broer Eddie overleed op 23 februari 2018 op 74-jarige leeftijd.

Ray Lake is in 2000 al op 54-jarige leeftijd overleden na een leven van drank- en drugverslavingen.

Ken Gold, de voornaamste songwriter en producer van de band, schreef ook hits bij elkaar voor Billy Ocean, Tight Fit, The Jodelles en Delegation.

Het verhaal van The Real Thing werd in 2019 opgetekend in de docu Everything – The Real Thing Story (met dank aan Denis Michiels)

50 jaar geleden, KC & The Sunshine Band en hun hit That’s The Way (I Like It .

Casey ontmoette Finch begin jaren 70 in de platenzaak waar Harry werkte.

Wanneer ze een Caraïbische band aan het werk zien, besluiten ze een discogroep op te richten met Caraïbische invloeden.

De eerste single flopt, maar met ‘Queen Of Clubs’ scoren ze een eerste top 10-hit, merkwaardig genoeg wel enkel in de UK.

Op dat moment is er ook nog geen echte Sunshine Band. Harry en Richard nemen alles zelf op in de studio.

‘Get Down Tonight’ wordt in de zomer van 1975 de eerste wereldhit voor het kleurrijke gezelschap uit Miami, meteen goed voor een eerste Amerikaanse n°1.

Ondertussen was er al een echte Sunshine Band samengesteld waarmee op tournee kon worden gegaan. Met ‘That’s The Way I Like It’ scoort KC & The Sunshine Band in het najaar van 1975 zijn voorlopig grootste hit.

Naast de Billboard Hot 100 bereikte de single ook in Nederland de top van de Top 40.

In Ultratop houdt ‘I’m On Fire’ van 5000 Volts hen van de top. Hierna wordt ‘Queen Of Clubs’ in januari 1976 alsnog een top 10-hit in Vlaanderen en Nederland.

KC & The Sunshine Band scoorde tot 1980 nog hits.

Na ‘Please Don’t Go’ was het vet van de soep. In 1983 volgde een verrassende comeback met ‘Give It Up’, een Britse n°1.

Alhoewel de naam KC & The Sunshine Band behouden bleef, ging het om een soloproject van Harry W. Casey.

‘Queen Of Clubs’ werd in het najaar van 1995 weer een klein Ultratop-hitje (n°38) in de versie van het Vlaamse danceproject Timeshift (Joepie 17 december 1975 en met dank aan Denis Michiels).

50 jaar geleden, Afric Simone, hoe zijn wonderbare reis van Mozambique naar Europa begon.

Henrique ‘Afric’ Simone werd in Brazilië geboren als zoon van een Braziliaanse vader en een moeder uit Mozambique.

Wanneer hij 9 jaar is, verhuist hij met zijn moeder (na de dood van zijn vader) naar haar thuisland.

Daar krijgt hij de muziekmicrobe te pakken en begint hij met zingen.

Wanneer een manager hem in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, ziet optreden biedt hij zijn diensten aan en stelt voor om naar Londen te komen.

Afric gaat in op het aanbod en doet zo ervaring op in heel wat Europese hoofdsteden. Zijn eerste single ‘Barracuda’ wordt een hit in Zuid-Amerika.

In Europa gaat Simone in zee met de invloedrijke Franse producer Eddie Barclay.

Onder zijn hoede neemt multi-linguïst Afric Simone het nummer ‘Ramaya’ op.

Kenmerkend voor zijn liedjes zijn de verschillende talen die hij door elkaar gebruikt.

De muziek wordt dan European Happy Sound genoemd. ‘Ramaya’ wordt in Vlaanderen en Nederland een top 3-hit in de zomer van 1975.

Hij werkt zich o.a. in de kijker met zijn acrobatische optreden in Toppop. Hij wordt door velen zelfs gezien als pionier in het breakdancen en beatboxen nog voor die termen bestonden.

Het Franse succes van ‘Ramaya’ brengt hem vier weken naar de Parijse Olympia.

Er verschenen ettelijke coverversies van, o.a. ‘Rammen Maar’ (André Van Duin) en ‘De Soep Is Aangebrand’ (Anja Yelles).

Ook de tweede hit ‘Hafanana’ (n°7 in Nederland en n°18 in Vlaanderen) kreeg verschillende covers, o.a. van The Booming People en Dennis (‘Gewoon Een Vrolijk Liedje’).

Na een derde hitje ‘Playa Blanca’ verdween Afric Simone van de radar.

Hij woont de laatste jaren met zijn Russische echtgenote in Berlijn en is nog vaak te gast in tv-shows in de Duitstalige landen en Zuid-Europa (Met dank aan Denis Michiels)

Vandaag mag de Amerikaanse zangeres Jennifer Rush 65 kaarsjes uitblazen

Rush werd geboren als de dochter van operatenor Maurice Stern en pianiste Barbara Stern.

Ook haar broers zijn muzikanten.

Haar muzikale carrière begon ze in Duitsland waar haar vader veel optrad.

In 1979 verscheen haar debuutalbum ‘Heidi Sterne’.

Op aanraden van haar mentor en producer Gene McDaniels verhuisde ze in 1982 naar Duitsland.

Haar vader zingt er dan in een opera.

‘The Power Of Love’, dat ze zelf meeschreef, was in het najaar van 1984 al een grote hit in Duitsland.

Pas een jaar later veroverde de single ook de rest van Europa.

Uiteindelijk bereikte Jennifer Rush de n°1 in een tiental Europese landen en Canada en Nieuw-Zeeland.

In de UK stond ze in oktober 1985 5 weken op n°1 en werd er de grootste hit van het jaar en de n°9 van de 80s.

Het was op dat moment de bestverkochte single ooit van een zangeres.

In de Billboard Hot 100 geraakt ze niet in de top 50. In Ultratop stond Jennifer Rush ermee in de top 3.

Nadien namen o.a. Laura Branigan en Air Supply een cover van de song op.

De succesvolste coverversie is die van Céline Dion.

Zij bereikt in 1994 wel de top van de Amerikaanse én Canadese hitlijsten.

Jennifer Rush bleef vooral in Duitsland nog erg populair.

Haar voorlopig laatste studioalbum ‘Now Is The Hour’ verscheen in 2010. (Denis Michiels)

45 jaar geleden, Randy Crawford, één of andere dag vliegt ze helemaal naar de top.

Randy Crawford begint op 15-jarige leeftijd te zingen in jazzclubs en komt zo in contact met George Benson.

Op haar 20ste heeft ze haar eerste platencontract beet bij Columbia Records.

Haar eerste singles worden geen succes. In 1976 komt haar debuutalbum uit. Op ‘Everything Must Change’ wordt ze bijgestaan door o.a. Joe Sample van de jazzband The Crusaders , saxofonist Ralph MacDonald en Hugh Masekela.

Twee jaar later zingt ze op het 2de soloalbum van ex-Genesis-gitarist Steve Hackett.

Haar doorbraak komt er in 1979 wanneer ze ‘Street Life’ inzingt voor The Crusaders. In de Billboard Hot 100 blijft de single op n°36 steken, maar in Europa, en met name vooral Vlaanderen (n°25) en Nederland (n°20) kent deze meer succes.

Als wederdienst voor haar bijdrage producen de drie leden van The Crusaders het volgende album van Randy. ‘Now We May Begin’ wordt in het voorjaar van 1980 uitgebracht.

Aanvankelijk krijgt de plaat maar weinig aandacht totdat ‘One Day I’ll Fly Away’ op single verschijnt.

Het nummer staat al snel op n°1 in Vlaanderen en Nederland.

In de Britse top 40 bereikt ze de n°2. Na bijna 15 jaar ploeteren krijgt ze de erkenning die ze al zo lang zocht. In de VS is het wederom geen succes.

Nadien scoort ze vooral met covers, o.a. ‘Rainy Night In Georgia’van Tony Joe White en ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ van Bob Dylan. Haar ‘You Might Need Somebody’ wordt dan weer een grote Britse hit voor Shola Ama in 1997 (met dank aan Denis Michiels, Joepie van 21 september 1980)

Queen en hun hit Crazy Little Thing Called Love.

Freddie schreef het nummer in 5 minuten tijd op zijn gitaar, “…en ik kan totaal geen gitaar spelen …” zei hij hier achteraf over.

Hij schreef het als ode aan Elvis Presley.

Queen groeit daarna uit tot de grootste band van de planeet.

Concertzalen worden te klein waarna de groep steevast grote stadions uitverkoopt. In februari 1981 speelt Queen voor meer dan 500.000 fans op concerten in Argentinië en Brazilië.

Op één concert dagen 300.000 toeschouwers op, destijds een absoluut record. De platenverkoop wordt wereldwijd geschat op 300 miljoen verkochte stuks.

Na het succes van ‘The Works’ in 1984 wil Freddie eigen nummers uitbrengen.

Er ontstaan spanningen in de groep vanwege zijn soloambities die ei zo na leiden tot de split.

Hij werkt mee aan de remake van de filmklassieker ‘Metropolis’, met een soundtrack van Giorgio Moroder.

In het voorjaar van 1985 verschijnt zijn solodebuut ‘Mr. Bad Guy’. Het wordt echter een flop. Queen ligt dan op apegapen maar hun legendarische passage op Live Aid (meermaals verkozen tot beste pop- en rockconcert in Groot-Brittannië) geeft de band echter nieuwe zuurstof.

Ze schrijven in 1986 de soundtrack voor de film ‘Highlander’ en brengen met ‘A Kind Of Magic’ opnieuw een hitalbum uit. In de zomer van dat jaar gaat de Magic-tour van start.

Het zou de laatste tournee met Freddie Mercury worden. In 1987 krijgt Freddie de diagnose van aids.

Datzelfde jaar scoort hij een solohit met de Platters-cover ‘The Great Pretender’ en neemt met operazangeres Montserrat Caballé het album ‘Barcelona’ uit.

Dat wordt in 1992, het jaar van de Olympische Spelen in Barcelona, een grote postume hit. Daarna trekt hij met Queen terug de studio in voor de opnames van ‘The Miracle’.

‘Innuendo’ is in 1991 het laatste album dat tijdens Freddie’s leven wordt uitgebracht. Hij is dan al fel verzwakt, dit blijkt later in de videoclip voor ‘These Are The Days Of Our Lives’.

Tot één dag voor zijn dood zou hij de ziekte verborgen houden voor de buitenwereld.

De begrafenisplechtigheid vindt 3 dagen later al plaats.

Hij wordt in intieme kring gecremeerd, waarna Mary Austin zijn urne op een geheime plaats begraven heeft.(Denis Michiels)

Bananarama, kan jeugdvriendjes niet vergeten.

Bananarama, een Brits trio met Keren Woodward, Siobhan Fahey en Sara Dallin in de gelederen, debuteert begin september 1981 met de single ‘Aie A Mwana’, een cover van een obscuur nummer uit het Belgische album ‘Le Monde Fabuleux Des Yamasuki’ van Yamasuki’s uit 1971.

Yamasuki en Paul Cook van The Sex Pistols staken een handje toe in de studio!

De song werd geschreven door Daniel Vangarde, de vader van Daft Punks Thomas Bangalter, en zijn Belgische collega Jean Kluger.

Beiden zijn ook verantwoordelijk voor de successen van o.a. Gibson Brothers en Ottawan.

In 1975 werd het in Vlaanderen een hitje voor de groep Black Blood.

De versie van Bananarama, op een onafhankelijk platenlabel, miste de hitlijsten, maar het was wel het begin van een succesverhaal.

Ze trekken de aandacht van platenmaatschappij London Records en krijgen er een contract.

Datzelfde jaar nog worden ze uitgenodigd door Fun Boy Three, de nieuwe groep van voormalig Specials-zanger Terry Hall, om op de debuutsingle ‘It Ain’t What You Do, It’s The Way That You Do It’ mee te zingen.

De rest is geschiedenis. (Denis Michiels en Joepie 23 december 1984)

Deze week, 45 jaar geleden, is de hoogste nieuwkomer in de Brt Top 30 het nummer Music Box Dancer van Frank Mills.

De Canadees Frank Mills (°27 juni 1942), die vooral muziek voor de Canadese tv maakte, nam deze oorwurm al in 1974 op, maar het nummer flopte toen.

In 1978 werd het opnieuw uitgebracht als B-kant van een andere single.

Een dj van een Canadees radiostation draaide echter per vergissing steeds ‘Music Box Dancer’.

Er kwam toen zoveel positieve respons op het nummer dat de platenmaatschappij het wereldwijd opnieuw als A-kant uitbracht.

‘Music Box Dancer’ werd een Amerikaanse top 3-hit en ook in Europa deed de single het erg goed in januari 1979.

Zo was het nummer in Vlaanderen en Nederland goed voor een elfde plaats in de Brt Top 30 en de Nederlandse Top 40.

Sindsdien werd het ook gebruikt in talloze films, series en commercials, o.a. in The Simpsons en Kill Bill (Met dank aan Denis Michiels)

Voor wie nog op zoek is naar een cadeau voor een muziekliefhebber.

Kan ik u zeker dit boek aanbevelen: Denis Michiels met zijn muziekbijbel De Hit Encyclopedie.

Denis Michiels is trouwens al jaren lid van onze groep.

Weet jij wie de eerste act was die een gouden plaat voor meer dan 100.000 verkochte singles mocht ontvangen? Wat was de eerste Beatles-hit in de Lage Landen? Wie was de artiest met de meeste hits in onze contreien?

Dit boek is de perfecte gids doorheen de 1000 meest populaire hits van 1954 tot halfweg 2021.

Naast anekdotes over de artiesten ontdek je ook het boeiende verhaal achter de liedjes en de vaak gekke evolutie die vele songs en bands doormaakten.

Zo kom je alles te weten over de hits waar Vlaanderen en Nederland de afgelopen decennia dol op waren en leer je liedjes, albums en artiesten kennen die misschien wel jouw nummer 1 kunnen worden!

Denis Michiels: Voor de hitlijstenliefhebber die hem nog niet in huis heeft en nog om een eindejaarscadeau verlegen zit.

Al wel twee jaar uit inmiddels, maar ik blijf er goede reacties op krijgen. Zou mooi zijn om alle resterende exemplaren uitverkocht te krijgen 🙂

Binnen een jaar moet een nieuwe turf in de winkelrekken liggen…

45 jaar geleden, Bolland & Bolland vervelen zich niet.

De broers Rob (°17 april 1955) en Ferdi Bolland (°5 augustus 1956) werden in Zuid-Afrika geboren en kwamen in 1966 in Den Haag terecht.

Ze speelden al vroeg gitaar en orgel en speelden met hun oudere broer Antoine in het bandje De Swingkickers.

Vanaf 1971 gaan Rob en Ferdi verder als Bolland & Bolland.

Ze versieren een platencontract en treden op tijdens het immens populaire tv-programma Voor De Vuist Weg met Willem Duys.

De door Eddy Ouwens geproducete singles ‘Florida’ en ‘Summer Of ‘71’ zijn de eerste Nederlandse hits.

Na een album met producer Hans Van Hemert besluiten ze voortaan hun platen zelf te producen.

De single ‘Spaceman’ kent in die periode het meeste succes. Bolland & Bolland scoren er in Vlaanderen (n°11) en Nederland (n°14) in de lente van 1978 een top 15-hit mee.

Een jaar later producen ze ‘Colorado’, de Nederlandse inzending van Xandra (de precies een jaar geleden overleden Sandra Reemer).

Van dan af concentreren de broers zich op het schrijven producen voor anderen.

Hun grootste hits werden gezongen door Falco (voor wie ze een heel album maken met o.a. de Britse en Amerikaanse n°1 ‘Rock Me Amadeus’), Samantha Fox (‘Love House’), Amii Stewart, Suzi Quatro en Status Quo (‘In The Army Now’ waarmee ze zelf in 1981 een grote hit in Scandinavië scoorden).

Later richten ze zich meer op girl- en boybands als B.E.D., WOW! en O Die 3.

Ook aan het album van Dana International werken ze mee. Daarna lopen hun wegen wat apart, maar in 2003 schrijven ze nog de muziek voor de musical De Drie Musketiers voor Joop Van Den Ende.

Hierna zat er een haar tussen de boter waarna de broers elkaar niet meer spraken.

Na de mededeling in augustus 2020 dat Rob (de blonde) terminaal ziek is, volgt de verzoening (Joepie 12 november 1978 en Denis Michiels).

45 jaar geleden, Chris Rea, de nieuwe Elton John.

Gus Dudgeon werkt in de 60s samen met o.a. Marianne Faithfull, The Small Faces, Spencer Davis Group en The Zombies en hij speelt een katalyserende rol in de carrières van The Rolling Stones en Tom Jones.

Vanaf 1970 is hij de vaste producer van Elton John met wie hij het Rocket Records-label opricht.

Ook bij o.a. Joan Armatrading, Gilbert O’Sullivan, XTC, The Beach Boys en David Bowie (‘Space Oddity’, ‘The Laughing Gnome’) bepaalde Dudgeon het geluid.

Gus wordt in het ‘Guinness Book Of Records’ vermeld als de eerste producer die in de hitlijsten staat met een gesamplede single.

In 1971 gebruikt hij echter op de John Kongos-hit ‘He’s Gonna Step On You Again’ eigenlijk een loop van Afrikaanse drums en loops werden in de 60s door o.a. The Beatles en The Beach Boys al eerder gebruikt.

In 1978 is Gus Dudgeon producer van ‘Whatever Happened To Benny Santini?’, het debuutalbum van Chris Rea dat in juli ‘78 werd uitgebracht.

De titel is een knipoog van het plan van Chris’ platenmaatschappij Magnet om hem te lanceren als Benny Santini!

Chris schreef de eerste single ‘Fool (If You Think It’s Over)’ over zijn jongere zus Paula die enkele jaren voordien kapot was van liefdesverdriet.

In eerste instantie schreef Rea het als een Memphis-soulsong, maar uiteindelijk klonk hij eerder Californisch, wat waarschijnlijk ook het Amerikaans succes verklaart.

‘Fool (If You Think It’s Over)’ deed het in Europa niet bijster goed, maar werd een n°12 in de Billboard Hot 100, zijn enige hit over de oceaan waardoor Chris Rea in de VS geboekstaafd staat als one-hit wonder!

Pas hierna kreeg Chris een uitnodiging om op te treden in Top Of The Pops! Hij hield er in 1979 een Grammy-nominatie aan over.

De 70s classic werd gecoverd door o.a. Elkie Brooks en Thomas Anders van Modern Talking. Bij deze laatste zat Gus Dudgeon opnieuw achter de mengtafel.

Gus Dudgeon komt op 21 juli 2002 samen met zijn echtgenote Sheila om het leven bij een verkeersongeval.

Ze komen bewusteloos in het water terecht en verdrinken. Gus bleek zwaar dronken en was achter het stuur in slaap gevallen.

Dudgeon werd 59 jaar.(Joepie 15 oktober 1978 en met dank aan Denis Michiels)

Kan een afbeelding zijn van 1 persoon en de tekst 'ELTONJON? Fb groep: Weetjes over popmuziek'

Bericht opnieuw plannen

Nu plaatsen

60 jaar geleden, Kyu Sakamoto met zijn grote hit Sukiyaki (Ue O Muite Arukō).

‘Ue O Muite Aruko’ is de originele titel van ‘Sukiyaki’.

Het lied werd geschreven door tekstschrijver Rokusuke Ei en componist Hacjidai Nakamura.

Ei schreef het nadat hij terugkwam van een (mislukte) protestmars.

Het nummer staat bol van nostalgische gevoelens en herinneringen.

‘Sukiyaki’ was de alternatieve titel en heeft eigenlijk niets met de tekst te maken.

Het is de naam van een Japans gerecht, maar werd gekozen omdat het meer catchy klonk!

Met een wereldwijde verkoop van 13 miljoen stuks is de Kyu Sakamoto-hit van de bestverkochte singles aller tijden!

In Europa werd het een grote hit in Noorwegen (n°1) en Duitsland (n°2).

Na ‘Nel Blu Dipinto Di Blu’ van Domenico Modugno uit 1958 was dit het tweede niet-Engelstalig lied dat de top van de Billboard Hot 100 wist te bereiken.

Nauwelijks een half jaar later stond opnieuw een niet-Engelstalig nummer aan de top van de Amerikaanse chart…’Dominique’ van de Belgische Soeur Sourire!

‘Ue O Muite Aruko’ betekent zoveel als “Ik kijk omhoog als ik wandel”. De protagonist kijkt omhoog omdat dan zijn tranen niet op de grond vallen.

Kyu Sakamoto kwam op 12 augustus 1985 om het leven bij de crash van Japan Airlines Flight 123, met 530 slachtoffers tot op de dag van vandaag één van de zwaarste vliegtuigrampen uit de geschiedenis.

Hij werd slechts 43 jaar. (Denis Michiels)

45 jaar geleden, Wha-Koo met hun nummer You’re Such a Fabulous Dancer

De Amerikaanse rockband Wha-Koo werd in 1975 door gitarist Danny Douma opgericht als The Big Wha-Koo.

Hij liet zich omringen door een aantal ervaren muzikanten, o.a. David Palmer die bij Steely Dan zong, Nick Van Maarth die bij Buddy Holly’s Crickets speelde en bassist Reinee Press was te horen op grote hits van Neil Diamond.

Wha-Koo brak in 1978 door met het tweede album ‘Berkshire’.

De plaat werd geproducet door multi-Grammy-winnaar Ken Caillat die bij ‘Rumours’, ‘Tusk’ én ‘Mirage’ alsook het live-album van Fleetwood Mac achter de knoppen zat.

De (overigens prima) powerballad ‘You’re Such A Fabulous Dancer’ miste net de Billboard Hot 100 (n°101 !) maar was een groot succes in Australië (n°10) en vooral de Afrikaanse landen!

Ondanks de steun van Frits Spits werd het in Nederland geen hit, zelfs geen Tipparade-notering.

Danny Douma verliet nog in 1978 de band en werkte later samen met o.a. Eric Clapton en leden van Fleetwood Mac.

Hij was ook supportact voor de band.

In 1979 verliet hij echter de muziekscene.

Hij richtte dan zijn pijlen op de filmwereld. Douma overleed op 1 juni 2010 aan kanker.

David Palmer schreef muziek voor de cultfilms Teen Wolf en Fast Times At Ridgemont High voor de tv-serie The Heights.

Tegenwoordig is hij kunstenaar en fotograaf (Denis Michiels)

Denis Michiels met zijn muziekbijbel De Hit Encyclopedie.

Voor wie nog op zoek is naar een cadeau voor een muziekliefhebber.

Weet jij wie de eerste act was die een gouden plaat voor meer dan 100.000 verkochte singles mocht ontvangen?

Wat was de eerste Beatles-hit in de Lage Landen?

Wie was de artiest met de meeste hits in onze contreien?

Dit boek is de perfecte gids doorheen de 1000 meest populaire hits van 1954 tot halfweg 2021.

Naast anekdotes over de artiesten ontdek je ook het boeiende verhaal achter de liedjes en de vaak gekke evolutie die vele songs en bands doormaakten.

Zo kom je alles te weten over de hits waar Vlaanderen en Nederland de afgelopen decennia dol op waren en leer je liedjes, albums en artiesten kennen die misschien wel jouw nummer 1 kunnen worden!

Overal te verkrijgen overigens, fysieke winkels als Standaard Boekhandel, Fnac en de webwinkels, in Vlaanderen en Nederland!