30 jaar geleden, Laura Pausini met haar nieuwe kunstwerkje Le Cose Che Vivi

In september 1996 verbleef Laura Pausini in Milaan om haar nieuwe album Le Cose Che Vivi te promoten.

Terwijl het buiten toen zomers warm was met temperaturen rond de vijfendertig graden, zocht zij verkoeling in een hotelkamer waar de airconditioning op volle toeren draaide om de pers te ontmoeten.

Een tolk stond haar bij, aangezien haar beheersing van het Engels destijds nog beperkt was.

Van haar debuutalbum met de doorbraakhit ‘La Solitudine’ waren wereldwijd zo’n twee miljoen exemplaren verkocht, en de opvolger Laura bereikte zelfs nog meer succes.

Toch bleef Pausini nuchter onder alle aandacht. Ze was dankbaar voor haar muzikale loopbaan, al grapte ze dat ze anders wellicht lerares keramiek was geworden, de kunstvorm waarin ze eerder was opgeleid.

In de voorafgaande twee jaar was het in Vlaanderen en Nederland wat stiller rond haar geweest, maar internationaal had ze een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

Ze toerde intensief door Europa en Latijns-Amerika, waardoor ze de muziek steeds meer als een volwaardig beroep ging beschouwen.

Die reizen verbreedden haar blikveld aanzienlijk. Ze maakte kennis met uiteenlopende culturen en levensstijlen, wat haar inspireerde om verder te kijken dan het traditionele beeld van Italië.

Die artistieke groei klonk duidelijk door op Le Cose Che Vivi.

Waar haar eerdere werk vooral draaide om jeugdige onschuld en opgroeien, bracht haar nieuwe plaat een volwassener geluid.

Ze schuwde maatschappelijke thema’s niet langer, getuige een nummer als ‘Il Mondo Che Vorrei’, waarin ze pleitte voor solidariteit.

Om haar internationale publiek te bedienen, nam ze haar werk ook op in het Spaans en Portugees, en dacht ze na over Engelstalige versies.

Ook op muzikaal vlak zette ze in die periode flinke stappen.

Voor de opnames werkte ze samen met gerenommeerde sessiemuzikanten, onder wie bassist Nathan East en drummer Steve Ferrone.

Bovendien leerde Pausini beter met haar stem omgaan. In plaats van haar bereik te forceren, bouwde ze bewust rustdagen in om haar stembanden te sparen.

Haar privéleven en carrière waren in die nazomer van 1996 nauw met elkaar verweven via haar relatie met haar toenmalige manager en producer Alfredo Cerruti.

Hoewel ze toen vol liefde over hem sprak, hield ze de boot af wat betreft een huwelijk, omdat ze daar vanuit haar geloofsovertuiging uiterst weloverwogen mee wilde omgaan.

Voor Pausini markeerde september 1996 zo het moment waarop ze definitief uitgroeide van een jong Italiaans talent tot een zelfbewuste, volwassen wereldster.

Haar relatie met Cerruti eindigde rond 2002.

Sinds 2005 vond ze het geluk bij de Italiaanse gitarist en muziekproducent Paolo Carta.

Samen kregen zij in 2013 een dochter, Paola, en in maart 2023 stapten de twee officieel in het huwelijksbootje.

Met Io Canto 2 op zak: Laura Pausini klaar voor nieuwe wereldtournee

Vandaag is de inmiddels 52-jarige zangeres nog altijd volop actief in de internationale muziekwereld.

Zo bracht ze in februari 2026 een nieuw album uit onder de titel Io Canto 2, een maand later, op 13 maart 2026, gevolgd door de Spaanstalige editie.

Op dit album staat onder meer de klassieker ‘Por qué te vas?’, bekend van zangeres Jeanette uit 1975.

Dit nummer werd geschreven door José Luis Perales voor de film Cría cuervos van regisseur Carlos Saura.

In tegenstelling tot de melancholische pop van het origineel kreeg Pausini’s lezing een moderne productie met een subtiele eigentijdse drumbeat, vergezeld van een opvallende videoclip.

Op beide albums zingt ze daarnaast het duet ’16 Marzo’ samen met Achille Lauro.

Begin september 2026 verschenen bovendien ‘Siamo soli nell’immenso vuoto che c’è’ als single en video, een nummer dat eveneens op beide versies staat.

Dit nummer was oorspronkelijk een hit van de Italiaanse singer-songwriter Raf uit 1991.

Pausini, die al jarenlang bewondering koestert voor zijn werk, bracht deze bewerking uit als eerbetoon vlak voor de aftrap van haar nieuwe Europese tournee.

Op het Italiaanse album nam ze tevens een eigen versie op van Madonna’s ‘La Isla Bonita’.

Daarnaast staat haar diepe, jarenlange band met Brazilië centraal in het kader van haar wereldtournee.

Voor haar album bracht ze dan ook Ana Carolina en Ferrugem, twee sterren van verschillende generaties en genres, samen voor het nummer ‘Quem de nós dois’.

Ferrugem vertegenwoordigt de modernere generatie in het trio. Met zijn kenmerkende, soepele stem brengt hij een warme, typisch Braziliaanse sound in het duet, waardoor de ballad een unieke mix krijgt van Italiaanse dramatiek en Braziliaans gevoel.

Een andere single uit beide albums is het nummer ‘La mia storia tra le dita’, opnieuw een cover en dit keer van Gianluca Grignani uit 1994.

Hij bracht destijds zelf in 1995 een Spaanse versie uit onder de titel ‘Mi historia entre tus dedos’, wat in heel Latijns-Amerika en Spanje een gigantische hit werd.

Dit nummer bracht Pausini tevens uit in het Frans als ‘Mon histoire entre les doigts’ en in het Portugees als ‘Quem de nós dois’.

Het publiek in de Lage Landen krijgt binnenkort volop de gelegenheid om haar weer live aan het werk te zien.

Op zondag 25 oktober 2026 staat Laura Pausini op het podium van Vorst Nationaal in Brussel, en op woensdag 24 november 2027 geeft ze voor het eerst in vijftien jaar weer een concert in Nederland, in de Ziggo Dome in Amsterdam.

In memoriam Philip Vanoutrive: het heengaan van een begenadigd Gents fotograaf en verteller.

Philip Vanoutrive was een veelzijdige Gentse creatieveling die bekendstaat om zijn vermogen om verhalen te vertellen via zowel de lens als het geschreven woord.

Hij combineerde zijn passie voor fotografie vaak met een scherp oog voor detail en een diepgaande interesse in menselijke verhalen en landschappen.

Hij had een talent voor het vinden van schoonheid in de eenvoud en de rust van het alledaagse leven.

Zijn vakmanschap werd jarenlang gewaardeerd door een breed publiek, mede door zijn werk als fotograaf bij Het Volk en later bij De Gentenaar, waar hij talloze gebeurtenissen en menselijke verhalen visueel vertaalde voor de lezers.

Tijdens zijn eerste jeugdjaren woonde het gezin op de Coupure Links in Gent, tot het gezin enkele jaren later naar De Pinte verhuisde.

Het was daar dat de jarenlange band met mijn familie ontstond; mijn plusmama Magda was destijds zijn leidster toen hij als welp bij de plaatselijke jeugdbeweging zat.

Zelf leerde ik Philip kennen dankzij het NTG, maar daarna steunde hij mij toen ik de patron was van de Hotsy Totsy.

Jarenlang was hij daar een trouwe klant en toen hij samenwerkte met Manu, was de Hotsy Totsy de vaste plek om de werkweek op vrijdag af te sluiten.

Nog maar een paar maanden geleden hadden we een gesprek op sociale media om binnenkort nog eens af te spreken, samen met Magda.

Het is pijnlijk dat deze ontmoeting er niet meer zal komen.

Wat veel mensen echter niet weten, is dat hij ook een zeer goede tekenaar was en prachtige metaal- en houtsculpturen maakte.

In deze kunstwerken kon hij zijn creativiteit en ambacht op een andere manier tot uiting brengen.

Een bijzonder hoogtepunt in zijn carrière was dat hij als eerste Belgische fotograaf een eerste prijs won in de wereldwijd gerenommeerde wedstrijd World Press Photo, specifiek in de categorie Nature in 1989.

Deze prestigieuze erkenning onderstreepte zijn vakmanschap en zijn vermogen om de natuur op een unieke en impactvolle manier vast te leggen.

Naast zijn natuurfotografie legde Vanoutrive ook belangrijke historische tradities en menselijke getuigenissen vast in verschillende boekpublicaties.

Zijn sociaal-historische betrokkenheid bleek al vroeg uit het boek ‘De allerlaatste getuigen van WOI’, uitgebracht in september 2011, waarin veertig oorlogskinderen van 1914-1918 een stem kregen.

In dit werk vertellen hoogbejaarde, maar kranige mannen en vrouwen op levendige wijze over hun ervaringen. De prachtige portretfoto’s van Vanoutrive vormden een respectvol eerbetoon aan deze getuigen.

In 2014 bracht hij het rijk geïllustreerde boek ‘The Last Post’ uit.

Hiervoor bracht hij een jaar lang de unieke ceremonie onder de Menenpoort in Ieper in beeld, waarbij Ian Connerty de geschiedenis van de ceremonie en haar helden beschreef en unieke archieffoto’s de beelden van Vanoutrive aanvulden.

Enkele jaren later, in 2017, volgde het boek Meneer de champetter.

Hierin bracht hij een hommage aan de veldwachter die dag en nacht bereikbaar was om het welzijn van plattelanders te beschermen.

Het boek beschrijft de laatste vijftig jaar van de landelijke politie tot aan de hervorming in 2001 en brengt straffe verhalen en anekdotes samen die door meer dan dertig oud-veldwachters zijn opgegraven.

Zijn werk verscheen geregeld in diverse media en publicaties, waar hij gewaardeerd werd om zijn vermogen om sfeer en emotie over te brengen op een authentieke manier, of het nu ging om reizen, cultuur of diepmenselijke geschiedenissen.

Volkomen onverwacht is onze vriend Philip Vanoutrive gisteren, op 9 februari 2026, overleden ten gevolge van hartfalen in het AZ Sint-Lucas te Gent.