De Chevrolet Corvette van Kim Novak in juli 1961 en de schaduw van haar eerdere relatie met Ramfis Trujillo

De Amerikaanse actrice Kim Novak en de Dominicaanse playboy Ramfis Trujillo hadden een kortstondige maar veelbesproken relatie in de eerste helft van 1958. Ramfis, voluit Rafael Leónidas Trujillo Martínez, was de zoon van de meedogenloze dictator van de Dominicaanse Republiek.

Hij verbleef in de Verenigde Staten voor een militaire opleiding.

Zijn vader, die hem nota bene al op vijfjarige leeftijd de rang van generaal had geschonken, hoopte dat hij daar discipline zou leren. Ramfis had echter andere plannen en maakte in Amerika vooral furore als jetsetter.

Hoewel hij in zijn thuisland al getrouwd was met Octavia Ricart en vader was van zes kinderen, overlaadde hij in Amerika de mooiste vrouwen met luxeauto’s, nertsjassen en peperdure sieraden.

Zijn reputatie liep zo ver vooruit dat jonge vrouwen in Los Angeles als grap een spottende bumpersticker op hun auto kleefden met de tekst dat hun wagen geen geschenk was van Ramfis Trujillo.

In Hollywood kruiste zijn pad dat van Kim Novak, net in de periode dat zij schitterde in de meesterlijke Hitchcock-film Vertigo. Novak stond in die tijd bekend om haar mysterieuze aantrekkingskracht en haar weigering om zich te schikken naar de strenge regels van de grote studiobazen.

Ramfis viel als een blok voor de actrice en vroeg haar zelfs ten huwelijk.

Hij deelde bovendien kwistig dure Europese sportwagens uit aan de actrices met wie hij omging.

Zo is het een historisch feit dat hij de beroemde Zsa Zsa Gabor een exclusieve Mercedes-Benz schonk.

Dat specifieke cadeau leidde zelfs tot een heus schandaal in het Amerikaanse Congres, waar men vreesde dat de financiële steun van de Verenigde Staten aan de Dominicaanse Republiek indirect werd misbruikt om sportwagens voor Hollywoodsterren te bekostigen.

Ook Kim Novak kreeg van de jonge playboy een fonkelnieuwe Mercedes-Benz cadeau.

Al deze weelderige geschenken en de bijbehorende roddels zorgden voor een enorm schandaal dat de filmstudio in de verlegenheid bracht.

Omdat zijn gedrag als playboy de spuigaten uitliep en hij bovendien zijn einddiploma van de militaire academie niet wist te behalen, besloot zijn vader dat het welletjes was en riep hij hem terug naar huis.

Bij zijn thuiskomst wachtte hem een koude douche, want zijn vrouw Octavia vroeg onmiddellijk de echtscheiding aan.

Terug in de Dominicaanse Republiek ontspoorde Ramfis volledig.

Hij hield zich bezig met gruwelijkheden, waaronder groepsverkrachtingen van jonge vrouwen en het uitdelen van onbeduidende opdrachten om mensen uit de weg te ruimen.

Het liep dermate uit de hand dat zijn vader hem noodgedwongen naar een sanatorium in België stuurde, waar hij eind 1958 een elektroshockbehandeling onderging.

Lang bleef hij daar niet, want kort daarna verhuisde hij naar Parijs om zijn oude levensstijl zonder aarzelen te hervatten.

In de Franse hoofdstad leerde hij Lita Milan kennen, een Amerikaanse actrice die onder meer naast Paul Newman had geacteerd.

Zij gaf haar veelbelovende carrière op en de twee stapten al snel in het huwelijksbootje.

Ondertussen heerste zijn vader Rafael Trujillo nog steeds met ijzeren vuist. Hij was al sinds februari 1930 aan de macht en had zelfs de hoofdstad naar zichzelf vernoemd, Ciudad Trujillo.

Zijn eenendertigjarige bewind, bij de Dominicanen bekend als het Trujillo-tijdperk of El Trujillato, staat geboekstaafd als een van de bloedigste periodes ooit in de regio.

De dictator, die extreem ijdel was en zijn gezicht poederde om blanker te lijken, was met zijn regime verantwoordelijk voor tienduizenden doden.

Een absoluut dieptepunt waren de zogenaamde Peterseliemoorden in 1937, een gerichte massamoord op tienduizenden Haïtianen. Hoewel Trujillo uitsluitend dictator was van de Dominicaanse Republiek, deelt het land het eiland Hispaniola met buurland Haïti.

In de uitgestrekte grensstreek werkten destijds veel Haïtianen als goedkope arbeidskrachten op Dominicaanse plantages.

Trujillo koesterde echter een diepe racistische haat en was geobsedeerd door het idee om zijn land witter en Spaanser te maken.

Hij zag de donkerdere, Franstalige buurbevolking als een bedreiging en gaf het meedogenloze bevel om de Dominicaanse grensstreek etnisch te zuiveren.

Afhankelijk van de historische bron werden er tussen de 5.000 en 67.000 Haïtianen afgeslacht.

De naam van dit lugubere bloedbad verwijst naar de wrede taalkundige test die de soldaten gebruikten om de bevolkingsgroepen te onderscheiden.

Ze hielden een takje peterselie, in het Spaans perejil, omhoog. Omdat dit Spaanse woord een rollende r en een specifieke j-klank bevat, was het voor de Franstalige of Creools sprekende Haïtianen nagenoeg onmogelijk om dit perfect uit te spreken.

Wie het woord met een verkeerd accent uitsprak, werd onmiddellijk op brute wijze geëxecuteerd met kapmessen of bajonetten om munitie te besparen.

Aan deze jarenlange terreur kwam pas een einde toen Rafael op 30 mei 1961 werd vermoord door samenzweerders, die financieel en logistiek werden gesponsord door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.

In de onmiddellijke nasleep van de moord nam Ramfis de tijdelijke controle over het land over.

Gedreven door wraak zwoer hij alle betrokkenen bij de dood van zijn vader te straffen, een belofte die hij waarmaakte door eigenhandig tal van verdachten te vermoorden en te martelen.

De internationale en binnenlandse druk werd echter onhoudbaar, waardoor de familie Trujillo op 19 november 1961 gedwongen werd het land te verlaten.

De vlucht naar Frankrijk verliep in stijl via het luxueuze jacht Angelita, een indrukwekkend schip dat vandaag de dag nog steeds vaart onder de naam Sea Cloud.

Aan boord bevond zich ook de kist van zijn vader, die naar verluidt was bekleed met vier miljoen dollar aan contant geld, kostbare juwelen en belangrijke waardepapieren.

Na een kort verblijf in Frankrijk vestigde Ramfis, de zoon van de overleden dictator Rafael Trujillo, zich in 1962 in Spanje, waar hij bescherming genoot van Generalisimo Francisco Franco.

Daar zette hij zijn extravagante jetset-leven ongehinderd voort en besteedde hij veel tijd aan het vliegen met vliegtuigen als hobby.

Aan dit decadente bestaan kwam een abrupt einde in december 1969. In de buitenwijken van Madrid raakte Ramfis bijzonder zwaar gewond bij een auto-ongeluk.

Hij bestuurde op dat moment een blauwe tweedeurs Ferrari 330GT met serienummer 9151, een sportwagen die hij in 1966 had gekocht.

Bij de harde klap kwam de bestuurster van het andere voertuig, Teresa Bertrán de Lis, op slag om het leven.

Zij was de hertogin van Alburquerque en een zeer prominent lid van de Spaanse hoge adel. Ramfis zelf overleefde het ongeluk in eerste instantie, maar stierf elf dagen later, op 27 december 1969, in een Spaans ziekenhuis aan de complicaties van een opgelopen longontsteking.

Zijn zwaar gehavende Ferrari bleef vanaf 1969 ongerestaureerd in Spanje staan, tot het wrak uiteindelijk begin 2013 voor 50.000 dollar te koop werd aangeboden aan verzamelaars

Virna Lisi: van Hollywoods blondine tot de koningin van het Italiaanse drama

Virna Lisa Pieralisi werd geboren op 8 november 1936 in de Italiaanse kuststad Ancona en groeide uit tot een van de meest gewaardeerde actrices van de Italiaanse cinema.

Ze verhuisde in de vroege jaren vijftig met haar familie naar Rome, waar haar geplande bedrijfstudies al snel plaatsmaakten voor een loopbaan in de filmwereld nadat ze op zeventienjarige leeftijd werd ontdekt.

Haar debuut volgde in 1953 met een rol in de muzikale film E Napoli canta.

In deze vroege periode viel ze in eigen land niet alleen op door haar rollen in komedies en historische spektakelfilms, maar ook door een uiterst populaire tandpastareclame op televisie waarin de gevleugelde woorden ‘Met die mond kan ze zeggen wat ze wil’ een begrip werden in de Italiaanse popcultuur.

In de jaren zestig kreeg ze internationale belangstelling door haar optreden in Franse producties zoals La Tulipe Noire met Alain Delon.

Dit trok de aandacht van Hollywood, waar men na het overlijden van Marilyn Monroe zocht naar een nieuwe blonde sensatie.

Ze tekende een contract bij Paramount Studios en maakte in 1965 haar Amerikaanse debuut naast Jack Lemmon in de satirische komedie How to Murder Your Wife.

Kort daarna was ze te zien met Tony Curtis in Not with My Wife, You Don’t! en speelde ze aan de zijde van Frank Sinatra in de avonturenfilm ‘Assault on a Queen’ uit 1966.

Hoewel ze genoot van de professionaliteit in Amerika, raakte ze snel gefrustreerd door de stereotype rollen van de verleidelijke, blonde verschijning.

Om die reden weigerde ze de hoofdrol in de film Barbarella, verbrak ze haar contract in Hollywood en keerde ze terug naar Europa.

Na haar terugkeer in Italië en Frankrijk richtte ze zich bewust op meer gelaagde en complexe personages.

Ze speelde in komedies zoals Signore en signori en maakte indruk in het drama Al di là del bene e del male uit 1977, waarin ze de neurotische zus van de filosoof Friedrich Nietzsche vertolkte.

Haar absolute artistieke hoogtepunt beleefde ze in 1994 met haar vertolking van de kille en berekenende Catharina de’ Medici in het historische drama La Reine Margot.

Voor deze rol ontving ze de prijs voor beste actrice op het Filmfestival van Cannes en won ze een Franse César.

In de latere decennia van haar leven werkte ze veelvuldig voor de Italiaanse televisie en bleef ze actief tot aan haar laatste speelfilm Latin Lover.

In haar privéleven koos ze altijd voor discretie en stabiliteit, ver weg van de typische schandalen in de filmwereld.

Ze trouwde in 1960 met de architect en projectontwikkelaar Franco Pesci, met wie ze drieënvijftig jaar samenbleef tot aan zijn overlijden in 2013.

Samen kregen ze een zoon, Corrado.

Ze gaf regelmatig aan dat haar gezin altijd haar grootste prioriteit was en dat ze zonder aarzelen rollen liet schieten om tijd met hen door te brengen.

Virna Lisi overleed op 18 december 2014 op 78-jarige leeftijd in haar slaap in Rome, nadat er kort daarvoor longkanker bij haar was vastgesteld.

De Britse actrice Charlotte Lewis

Charlotte Lewis werd op 7 augustus 1967 geboren in de wijk Kensington in Londen.

Ze groeide op in een diverse omgeving met een Ierse moeder en een half-Chileense, half-Iraakse vader, die ze tijdens haar jeugd echter niet heeft gekend.

Ze ging naar school op de Bishop Douglass School in het noorden van Londen en maakte in 1978 als kind al haar eerste opwachting op televisie in de Britse jeugdserie Grange Hill.

Daarna begon ze als tiener te werken als model. Haar opvallende verschijning trok al snel de aandacht van de internationale filmindustrie, wat resulteerde in haar grote doorbraak halverwege de jaren tachtig.

Op achttienjarige leeftijd werd ze gecast voor de vrouwelijke hoofdrol in de avonturenfilm Pirates uit 1986, geregisseerd door Roman Polański.

Deze rol zette haar direct op de kaart in Hollywood en leverde haar veel publiciteit op.

Datzelfde jaar schitterde ze naast Eddie Murphy in de succesvolle actiekomedie The Golden Child.

Haar vertolking van de mysterieuze Kee Nang maakte haar wereldwijd bekend bij het grote publiek en vormde het absolute hoogtepunt van haar acteercarrière.

In de jaren die volgden speelde ze in diverse films en televisieseries, hoewel het overweldigende commerciële succes van haar eerste twee grote producties moeilijk te evenaren bleek.

Ze werkte in de late jaren tachtig en begin jaren negentig mee aan uiteenlopende projecten, zoals de thriller Tripwire en de actiefilm Men of War, waarin ze samen met Dolph Lundgren te zien was.

Daarnaast verscheen ze als gastactrice in populaire Amerikaanse televisieseries, met als opvallend weetje haar rol als Nina in een aflevering van de bekende sitcom Seinfeld in 1995.

Haar uiterlijk leverde haar niet alleen lof op het witte doek op; zo riep het tijdschrift Shape haar in de jaren negentig uit tot een van de vrouwen met het beste lichaam en haalde ze in 1993 de cover van het tijdschrift Playboy.

Gedurende haar carrière stond ook haar liefdesleven geregeld in de belangstelling, mede door haar banden met grote namen uit de entertainmentwereld.

Hoewel Lewis nooit in het huwelijk is getreden, werd ze romantisch gelinkt aan een reeks beroemde mannen.

Zo had ze kortstondige of langere relaties met onder meer haar tegenspeler Eddie Murphy, komiek Jim Carrey, en acteurs als Warren Beatty en Charlie Sheen.

Ook de beroemde muzikanten Eric Clapton en Michael Hutchence behoorden tot de mannen met wie ze een romantische connectie had.

Vanaf het einde van de jaren negentig nam ze geleidelijk meer afstand van de schijnwerpers in Hollywood om zich te concentreren op haar privéleven en de opvoeding van haar zoon, die in 2004 ter wereld kwam.

In mei 2010 kwam ze opnieuw in de publieke belangstelling toen ze naar buiten trad met onthullingen over haar vroege carrière.

Lewis maakte bekend dat regisseur Roman Polański haar in 1983 tijdens een casting in Parijs had misbruikt en beschuldigde hem er tevens van dat hij voorafgaand aan de opnamen van de film Pirates met alle actrices in deze film naar bed was geweest.

Ze was op dat moment zestien jaar oud. In een interview met het Franse tijdschrift Paris Match in 2019 noemde Polański haar beschuldigingen een gruwelijke leugen.

Hij haalde daarbij een oud tabloid-interview uit 1999 aan waarin Lewis volgens hem zou hebben gezegd dat ze juist zijn minnares wilde worden, iets wat Lewis stellig ontkent.

Omdat de verjaringstermijn voor het indienen van een aanklacht wegens het vermeende misbruik inmiddels was verstreken, diende Lewis in Frankrijk een aanklacht in wegens smaad tegen de regisseur.

In mei 2024 sprak de rechtbank in Parijs Polański vrij van smaad.

De rechters oordeelden dat Polański binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting was gebleven toen hij de aantijgingen in de media publiekelijk ontkende en zich verdedigde.

De rechtbank deed in deze specifieke zaak geen uitspraak over de waarheid van Lewis’ beschuldigingen van misbruik.

Lewis ging in hoger beroep, maar in december 2024 bevestigde een Frans hof van beroep haar vrijspraak en oordeelde de rechter dat Polański haar niet had belasterd en haar geen schadevergoeding hoefde te betalen.

Hoewel ze in de eenentwintigste eeuw nog slechts sporadisch voor de camera verscheen, blijft haar naam voor veel filmliefhebbers onlosmakelijk verbonden met de grote Amerikaanse spektakelfilms van de jaren tachtig.

Achter de grollen van de Marx Brothers, de complete geschiedenis en verborgen weetjes

Toen de vier inmiddels wereldberoemde Marx Brothers voor het eerst voor een publiek optraden, hadden zij aanvankelijk helemaal niet de intentie om komieken te worden.

De broers waren destijds jong, bezeten door hoge idealen en hadden enkel de ambitie om klassieke muziek op een perfecte wijze aan hun toehoorders te presenteren.

Alle vier de broers beschikten echter over een groot gevoel voor humor en kampten bovendien met een hevige plankenkoorts.

Deze beklemming verdween alleen wanneer zij tijdens het optreden enkele woorden met elkaar konden wisselen, wat de spanning direct doorbrak.

Dit leidde ertoe dat de broers op een bescheiden manier grappen met elkaar begonnen te maken zodra het publiek ongevoelig bleek te zijn voor de schoonheid van de composities van Chopin of Brahms.

Zo rolden ze langzaam maar zeker het komische vak in.

Later stonden zij bekend als drie dwazen, terwijl Zeppo de rol van impresario op zich nam, en lieten zij het publiek onbedaarlijk lachen met hun grollen.

Hun passie voor muziek lieten de broers overigens nooit helemaal los.

Groucho Marx werd in Amerika beschouwd als een van de beste gitaristen en hij was daarnaast zeer vaardig op de piano, de mandoline en de harp.

Harpo dankte zijn naam aan zijn virtuoze harpspel, al speelde hij ook verdienstelijk piano, fluit en trombone.

De bekende pianist Arthur Shattuck verklaarde destijds zelfs dat Harpo het in zich had om een meesterpianist van de eerste rang te worden, mits hij maar lang en serieus genoeg zou studeren.

Chico speelde op het toneel en in films altijd op een belachelijke manier piano, waarmee hij zijn eigen spel karikaturiseerde.

Als hij dat wilde, kon hij echter spelen als een ware kunstenaar.

Naast de piano wist hij ook aan de kornet, de citer en de viool de prachtigste klanken te ontlokken.

Zeppo bespeelde op zijn beurt de saxofoon, piano, cello en fluit.

Deze buitengewone muzikale vaardigheid vormde de belangrijkste basis voor hun grote succes.

Hoewel de geschilderde snor van Groucho en de zoete ernst van Zeppo de vaste kenmerken van een Marx-voorstelling waren, vergat Chico nooit om even de pianotoetsen te beroeren en liet Harpo steevast zijn gekke houding even varen om melodieuze akkoorden uit de snaren te halen.

Gisteren nog vandaag

Hun veelzijdige artistieke aanleg hadden de broers niet van vreemden.

Hun moeder, Minnie Palmer, was een voormalige actrice en vaudevillester.

Zij stelde hun eerste nummer samen en stuurde de jongemannen ermee op pad, wat hen destijds een gemiddeld bruto-inkomen van vijftig dollar per week opleverde.

Hun grootvader was eveneens een opmerkelijke verschijning; hij reisde als goochelaar en beoefenaar van de zwarte kunst door Duitsland, emigreerde daarna naar Amerika en overleed in Chicago op de hoge leeftijd van honderdeen jaar, nadat hij Harpo al zijn kunstgrepen had geleerd.

Van zijn grootmoeder, die harpiste was, erfde Harpo een versleten en zwaar beschadigde harp die hij zichzelf leerde bespelen.

Hij deed dit op een manier die vakmensen de haren te berge deed rijzen, maar het resultaat was zo schitterend dat elk onbevooroordeeld publiek verrukt was over zijn spel.

De Marx Brothers begonnen hun carrière door als muzikaal nummer langs kermissen te reizen.

Samen met hun moeder en een tante traden zij destijds op onder de naam De zes muzikale mascottes, en in latere jaren noemden zij zichzelf De Vier Nachtegalen.

Op een avond moesten zij in Texas door onvoorziene omstandigheden invallen en een volledig nieuw nummer improviseren.

Dit brachten zij ten gehore onder de naam De Vier Marx Brothers, waardoor plotseling werd ontdekt dat zij clowns waren met een ongelooflijke handigheid en vindingrijkheid.

Vanaf dat moment bleven zij actief als komieken, waar noch de broers, noch het publiek ooit spijt van kregen, aangezien zij in die rol werkelijk grandioos waren.

Voor Paramount en later voor Metro-Goldwyn-Mayer maakten zij verschillende films die hen in Amerika en ver daarbuiten transformeerden tot de absolute koningen van de lach.

Zij verkwikten het grootste deel van de wereld met hun frisse humor, hun uitbundige overmoed en hun kostelijke dwaasheden.

De vier broers bezorgden talloze mensen lachkrampen en slaagden er telkens weer in om zelfs het meest stijve en ongemakkelijke publiek volledig te ontdooien.

Hun succes was vooral te danken aan het feit dat zij spotten met alle vormen en conventies.

Op het witte doek haalden zij streken uit die ieder ander stiekem ook had willen doen, als het fatsoen daar geen onoverkomelijke barrière voor had gevormd, en daardoor maakten zij direct contact met de zaal.

In de vroege jaren speelde Gummo nog mee in plaats van Zeppo, maar na de oorlog nam Zeppo zijn plaats in.

Hoewel Zeppo later zelf minder meespeelde, zorgde hij achter de schermen voor de gags.

Bovendien kon hij zijn broers zo voortreffelijk imiteren dat hij bij ziekte van een van hen onmiddellijk de opengevallen plaats kon innemen.

De vier bekende Marx Brothers bestonden destijds uit Groucho, Chico, Harpo en Zeppo.

De vier oorspronkelijke Marx Brothers, toen zij nog optraden onder de naam The Four Nightingales, circa 1905. Van boven naar onder: Harpo, Groucho, Gummo en Lou Levy (aka Leo Levin). (foto met dank aan (Jef Davidse)

Naast hun gezamenlijke filmcarrière hadden de broers ook elk hun eigen opmerkelijke levensloop en eigenaardigheden, wat een onuitputtelijke bron van weetjes opleverde.

Chico, wiens echte naam Leonard was, stond in het dagelijks leven bekend als een fervent gokker.

Zijn gokverslaving nam zulke proporties aan dat dit de belangrijkste reden was waarom de broers in latere jaren films zoals A Night in Casablanca bleven maken; de inkomsten waren simpelweg nodig om zijn torenhoge schulden af te betalen.

Chico overleed op 11 oktober 1961 op 74-jarige leeftijd aan de gevolgen van aderverkalking.

Harpo, geboren als Adolph, veranderde zijn naam al in 1911 legaal naar Arthur, omdat hij een hekel had aan zijn geboortenaam.

Hoewel hij op het scherm steevast de zwijgende vagabond speelde die communiceerde via een toeter en altijd een overjas droeg vol onmogelijke voorwerpen, was hij in de realiteit een zeer welbespraakte man.

Hij bewoog zich met groot gemak in de hoogste literaire kringen van New York en was een gewaardeerde gast op intellectuele bijeenkomsten.

Harpo stierf op 28 september 1964 na complicaties bij een hartoperatie.

Groucho, wiens werkelijke naam Julius Henry luidde, kende na de gezamenlijke films een bijzonder succesvolle solocarrière.

Hij werd een geliefd presentator van het komische spelprogramma You Bet Your Life op televisie en radio.

Hij was bovendien een groot liefhebber van literatuur en onderhield een jarenlange, levendige correspondentie met de beroemde dichter T. S. Eliot.

Groucho overleed op 19 augustus 1977 aan een longontsteking.

Zijn overlijden viel slechts drie dagen na de dood van Elvis Presley, waardoor dit nieuws in de wereldwijde media ietwat werd overschaduwd door het heengaan van de bekende zanger.

Gummo, ofwel Milton, nam al afscheid van de act voordat de grote filmcarrière begon, omdat hij besloot te dienen in de Eerste Wereldoorlog.

Na zijn militaire dienst keerde hij niet terug naar het podium, maar werd hij een buitengewoon succesvolle impresario.

Hij behartigde niet alleen de zakelijke belangen van zijn eigen broers, maar ook van vele andere bekende artiesten.

Daarnaast was hij ook een verdienstelijk uitvinder met een officieel patent op een speciaal soort verpakkingsdoos.

Gummo stierf op 21 april 1977, enkele maanden voor Groucho.

De jongste broer Zeppo, geboren als Herbert, besloot de komische groep te verlaten na het verschijnen van de film Duck Soup.

Hij sloot zich aan bij het agentschap van Gummo en boekte eveneens grote successen als impresario.

Wat veel mensen niet wisten, was dat Zeppo een indrukwekkend technisch inzicht had.

Hij was verantwoordelijk voor meerdere gepatenteerde uitvindingen, waaronder een speciaal polshorloge dat was ontworpen om de hartslag van hartpatiënten continu te kunnen meten.

Zeppo was de langstlevende van de beroemde broers en overleed uiteindelijk op 30 november 1979 aan de gevolgen van longkanker.

Foto: De laatste foto waarop alle vijf Marx brothers samen te zien zijn: Harpo, Zeppo, Chico, Groucho en Gummo, waarschijnlijk in 1961 (foto met dank aan Jef Davidse)

Yvette Mimieux

Yvette Carmen Mimieux zag het levenslicht op 8 januari 1942 in het bruisende Los Angeles en verliet deze wereld op 17 januari 2022.

Ze was een Amerikaanse actrice die in de jaren zestig en zeventig grote bekendheid genoot. Ze had een vader van Franse afkomst en een Mexicaanse moeder.

Haar doorbraak op het witte doek kwam in 1960 met twee zeer verschillende rollen die haar veelzijdigheid lieten zien. In The Time Machine, de beroemde verfilming van het boek van H.G. Wells, speelde ze Weena, een wezen uit een verre toekomst.

In datzelfde jaar was ze te zien in de succesvolle film Where the Boys Are.

Voor haar rol in de film Platinum High School, eveneens uit 1960, ontving ze een Golden Globe-nominatie voor beste nieuwkomer.

Naast deze vroege successen speelde Yvette in een groot aantal films en televisieseries.

Zo kreeg ze veel lof voor haar gevoelige vertolking in ‘Light in the Piazza’ uit 1962, waarin ze een jonge vrouw met een verstandelijke beperking speelde die verliefd wordt tijdens een vakantie in Italië.

Daarnaast speelde ze ook in de Disney-sciencefictionfilm ‘The Black Hole’ uit 1979 en in de cultfilm ‘Jackson County Jail’ uit de jaren zeventig.

Op televisie had ze gastrollen in populaire series zoals ‘Dr. Kildare’ en ‘The Love Boat’.

Een interessant weetje is dat ze, voordat haar filmcarrière begon, meedeed aan een schoonheidswedstrijd waarbij Elvis Presley de jury was.

Ze was een van de vier finalisten die werden uitgenodigd op de set van Jailhouse Rock om te strijden voor een kleine figurantenrol, al werd ze uiteindelijk niet gekozen.

Wat veel mensen ook niet weten, is dat Yvette Mimieux niet alleen acteerde, maar zich later ook toelegde op het schrijven en produceren.

Ze wilde niet vastzitten aan het imago van enkel een mooie, kwetsbare vrouw.

Ze schreef en produceerde de televisiefilm ‘Obsessive Love’ uit 1984, waarin ze zelf de uitdagende hoofdrol van een stalker op zich nam.

Eerder schreef ze al het script voor de televisiefilm ‘Hit Lady’ in 1974, waarin ze een meedogenloze huurmoordenaar speelde.

Na haar rol in de miniserie ‘Lady Boss ‘in 1992 besloot ze afscheid te nemen van de acteerwereld.

Ze begon een geheel nieuw en succesvol hoofdstuk in haar leven als zakenvrouw in de vastgoedsector.

Ze had een brede interesse in de wereld om haar heen, wat leidde tot studies in de antropologie en archeologie.

Ze reisde veel, hield zich bezig met schilderen en was een toegewijd beoefenaar van yoga.

Samen met een voormalige actrice begon ze bovendien een bedrijf dat gespecialiseerd was in textiel en borduurwerk, gebaseerd op ontwerpen uit Haïti.

Op persoonlijk vlak was Yvette Mimieux drie keer getrouwd.

Haar tweede huwelijk was met de bekende filmregisseur Stanley Donen, met wie ze van 1972 tot 1985 getrouwd was.

In 1986 trouwde ze met zakenman en National Geographic-fotograaf Howard F. Ruby, met wie ze samenbleef tot aan haar overlijden.

Ze had geen kinderen en leidde na haar acteerpensioen een rijk en fascinerend leven ver buiten de schijnwerpers van Hollywood.

Vandaag is het ook al 60 jaar geleden dat de Amerikaanse acteur Ed Wynn overleed.

Ed Wynn werd op 9 november 1886 in Philadelphia geboren als Isaiah Edwin Leopold, zoon van Joodse immigranten.

Zijn vader, oorspronkelijk afkomstig uit Bohemen, runde een bloeiende hoedenzaak en hoopte dat zijn zonen het familiebedrijf zouden overnemen.

De jonge Isaiah had echter een heel andere toekomst voor ogen.

Al op vijftienjarige leeftijd liep hij van huis weg om zich aan te sluiten bij een theatergezelschap.

Om zijn familie de schande van een zoon in de amusementswereld te besparen, besloot hij zijn middelste naam in tweeën te splitsen en zo de artiestennaam Ed Wynn aan te nemen.

Zijn carrière begon in het vaudevillecircuit, waar hij de kunst van de visuele komedie al snel in de vingers kreeg.

In 1921 boekte hij een enorm succes met de Broadway-voorstelling The Perfect Fool, een show die hij zelf schreef, regisseerde en produceerde.

In deze periode perfectioneerde hij zijn kenmerkende typetje, dat opviel door een giechelende stem, fladderende handgebaren en een absurde garderobe van honderden grappige hoedjes en slecht passende jassen.

Zijn visuele humor en cartooneske verschijning maakten hem tot een geliefde ster op het podium.

Tijdens de jaren dertig veroverde Wynn ook de radio met zijn populaire programma The Fire Chief.

Hoewel hij enorme successen vierde, kende zijn leven eveneens flinke tegenslagen.

Een mislukte poging om in 1933 een eigen radiostation op te richten, liep al na enkele weken uit op een faillissement, wat hem zowel financieel als emotioneel zwaar trof.

Toch wist hij zich in de daaropvolgende jaren sterk te herpakken. In juni 1946 maakte hij een triomfantelijke comeback in de openbaarheid.

Destijds werd hij geprezen als de gekke clown die de Engelsen massaal vreugde bracht.

Als een bekende naam voor alle luisteraars van de Engelse radio trad hij op voor de toeschouwers van het Texaco Star Theatre in Londen, waar hij zorgde voor een daverende lach met zijn parodieën op enkele grote opera’s.

Hij leek toen goed op weg om een van de grote Engelse clowns te worden, een opvallende prestatie in een land dat van oudsher als het vaderland van de clown werd gezien.

Clowns waren er immers een vast onderdeel in alle stukken van het oude repertoire, met historische grootheden in de annalen van het circus zoals Footit en Chocolat of Billy Hayden als onbetwiste internationale sterren.

De clowneske persoonlijkheid van Ed Wynn viel in deze periode vooral op door de uiterst komische mimiek van zijn gezicht.

Hij verzon onophoudelijk nieuwe gags en burleske absurditeiten. Met een opvallende, verbijsterde blik voerde hij allerlei zelfbedachte trucs uit.

Zelfs als het publiek besefte hoe waanzinnig het allemaal was, was een lachbui simpelweg niet te onderdrukken en had de clown de zaal volledig voor zich gewonnen.

Naast zijn optredens stond hij ook bekend om zijn waanzinnige en ingenieuze uitvindingen die zijn humoristische reputatie versterkten.

Zo bedacht hij een aansteker met een onfeilbaar effect: zodra men deze activeerde, wees een windwijzerpijltje feilloos de dichtstbijzijnde persoon aan die lucifers op zak had.

Een andere opmerkelijke creatie was een kaars die precies acht uur brandde, om vervolgens met het vlammetje de oorlel van de slaper te kietelen als wekker.

Hij ontwierp tevens een speciale scharnierschoen die uitglijden onmogelijk maakte en overtollig water moeiteloos afvoerde, wat rubberen overschoenen volstrekt overbodig maakte.

Voor reizen in de drukke metro droeg hij een op maat gemaakt kledingstuk bezaaid met stalen punten om zich tegen het geduw te beschermen, gecombineerd met een afneembare hoedrand om bekenden beleefd te kunnen begroeten zonder risico op een verkoudheid.

Zijn destijds meest recente vondst was een kolossale bamboestok van ruim elf voet lang, met als enige specifieke doel het opmeten van mensen die langer dan tien voet waren.

Aangemoedigd door zijn zoon, de acteur Keenan Wynn, maakte hij in de jaren vijftig een verrassende en zeer succesvolle overstap naar serieus acteerwerk.

Voor zijn dramatische rol in de televisieproductie Requiem for a Heavyweight ontving hij in 1956 een Emmy Award.

Niet lang daarna kreeg hij lovende kritieken en een Oscarnominatie voor zijn ontroerende bijrol als Albert Dussell in de filmverfilming van The Diary of Anne Frank uit 1959.

Bij een jonger publiek is Ed Wynn vooral bekend gebleven door zijn vele samenwerkingen met Walt Disney.

Hij leende in 1951 zijn stem aan de Mad Hatter in de animatiefilm Alice in Wonderland.

Later was hij in levende lijve te zien in familiefilms zoals Babes in Toyland en Mary Poppins, waarin hij de rol van de vrolijke, zwevende Uncle Albert speelde.

Ed Wynn bleef nagenoeg zijn hele leven actief in de showbusiness, tot aan zijn overlijden aan slokdarmkanker op 19 juni 1966 in Beverly Hills.

Bernard en Sara Giraudeau, en hoe de passie voor acteren van vader op dochter werd doorgegeven.

Bernard Giraudeau werd geboren op 18 juni 1947 in La Rochelle en overleed op 17 juli 2010 in Parijs.

Voordat hij een bekende naam in de Franse film- en theaterwereld werd, koos hij voor een heel ander pad.

Al op jonge leeftijd schreef hij zich in bij de Franse marine. Hij voer twee keer de wereld rond, onder meer aan boord van het bekende schip Jeanne d’Arc.

Deze reizen en zijn diepe verbondenheid met de zee zouden de rest van zijn leven en later ook zijn literaire werk sterk beïnvloeden.

Na zijn jaren op zee ontdekte hij de acteerwereld en trok hij naar Parijs om aan het conservatorium te studeren, waar hij in 1974 de eerste prijs voor klassieke en moderne komedie behaalde.

Zijn filmcarrière begon indrukwekkend naast grootheden als Jean Gabin en Alain Delon in Deux hommes dans la ville.

In de decennia die volgden, groeide hij uit tot een van de meest veelzijdige Franse acteurs, met geprezen rollen in films als Le Fils préféré, Ridicule en Une affaire de goût.

Naast acteren ging hij ook zelf achter de camera staan en regisseerde hij onder andere L’Autre en Les Caprices d’un fleuve.

Wat veel mensen buiten Frankrijk misschien niet weten, is dat zijn warme stem voor een hele generatie Franse jongeren onlosmakelijk verbonden is met magie.

Giraudeau was namelijk de verteller van de eerste vier Franstalige audioboeken van Harry Potter.

Daarnaast sprak hij ook met veel succes de klassieker Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry in.

In zijn persoonlijke leven vormde hij vijftien jaar lang een beroemd koppel met de actrice Anny Duperey.

Anny Duperey werd geboren als Annie Legras in 1947 in Rouen.

Op jonge leeftijd werd ze wees nadat haar beide ouders tragisch omkwamen door koolmonoxidevergiftiging, een zwaar trauma dat ze vele jaren later op indrukwekkende wijze beschreef in haar autobiografische bestseller Le Voile noir.

Bij het grote publiek brak ze in de jaren zeventig door met haar rol in de Franse komedie Un éléphant ça trompe énormément, en ze speelde ook internationaal aan de zijde van Al Pacino in de film Bobby Deerfield.

Toch kennen miljoenen Fransen haar vandaag de dag vooral als Catherine Beaumont, de warme moeder in de populaire en enorm langlopende televisieserie Une famille formidable, een rol die ze meer dan vijfentwintig jaar lang vertolkte.

Samen kregen ze twee kinderen, onder wie Sara Giraudeau.

Sara Giraudeau professionele carrière nam al snel een hoge vlucht op de planken.

In 2007 brak ze door in de theaterwereld met haar rol in La Valse des pingouins, waarvoor ze de prestigieuze Prix Molière won voor beste vrouwelijke belofte.

Jaren later, in 2023, mocht ze opnieuw een Molière in ontvangst nemen, ditmaal als beste actrice in een publiek theaterstuk voor haar indrukwekkende prestatie in Le Syndrome de l’oiseau.

Ze wist zich daarmee al snel te ontdoen van het stempel van de dochter van te zijn en bouwde haar eigen veelzijdige carrière op.

Bij het grote internationale publiek verwierf ze enorme bekendheid door haar rol in de veelgeprezen Franse spionageserie Le Bureau des Légendes.

Tussen 2015 en 2020 vertolkte ze de rol van Marina Loiseau, een briljante maar fragiel ogende jonge agente die uitgroeit tot een onmisbare spionne in het Midden-Oosten en Rusland.

Ook op het witte doek boekte ze grote successen. Voor haar ontroerende bijrol als dierenarts in het landbouwersdrama Petit Paysan werd ze in 2018 bekroond met een César.

Toen Bernard Giraudeau in het jaar 2000 de diagnose kanker kreeg, veranderde zijn leven ingrijpend.

Hij moest het acteren grotendeels opgeven door de zware behandelingen, maar hij vond een nieuwe en succesvolle uitlaatklep in de literatuur.

Hij begon romans en reisverhalen te schrijven die vaak doordrenkt waren van zijn maritieme verleden en zijn passie voor verre reizen. Boeken zoals Le Marin à l’ancre, Les Dames de nage en Cher amour werden niet alleen bestsellers, maar leverden hem ook prestigieuze literaire prijzen op.

Tijdens zijn laatste levensjaren sprak hij bovendien zeer openhartig over zijn strijd tegen zijn ziekte en zette hij zich onvermoeibaar in om andere patiënten te steunen en fondsen in te zamelen voor medisch onderzoek.

Het veelzijdige acteertalent van Claude Rich, van Panoramix tot Talleyrand.

Claude Rich werd op 8 februari 1929 geboren in Straatsburg en groeide uit tot een van de meest herkenbare en geliefde acteurs van de Franse film en het theater.

Na het verlies van zijn vader op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn moeder naar Parijs, waar hij de liefde voor het acteren ontdekte.

Hij begon zijn opleiding aan het bekende Conservatoire national supérieur d’art dramatique en maakte daar deel uit van een uitzonderlijke lichting, samen met andere latere grootheden zoals Jean-Paul Belmondo en Jean Rochefort.

Zijn filmcarrière kwam in de vroege jaren zestig echt van de grond. Met zijn ietwat hese stem en kenmerkende fijne glimlach werd hij vaak gecast als charmante aristocraat, intellectueel of sluwe politicus.

Een mooi weetje over zijn beginjaren is zijn geweldige komische timing in de film Oscar uit 1967, waarin hij als aanstaande schoonzoon op onnavolgbare wijze tegenspel bood aan de energieke Louis de Funès.

Slechts een jaar later liet hij een heel andere kant van zichzelf zien in de melancholische sciencefictionfilm Je t’aime, je t’aime van regisseur Alain Resnais, een rol die zijn enorme veelzijdigheid bewees.

Zijn absolute meesterwerk volgde in 1992 met de film Le Souper.

Hij speelde hierin de doortrapte Franse diplomaat Talleyrand en won voor deze vertolking in 1993 de prestigieuze César voor Beste Acteur.

Wat het extra bijzonder maakt, is dat hij deze veeleisende rol daarvoor al vele malen met overweldigend succes in het theater had gespeeld.

Later in zijn carrière ontdekte een geheel nieuwe generatie zijn talent toen hij in 2002 in de huid kroop van de wijze druïde Panoramix in de Franse kaskraker Astérix en Obélix: Missie Cleopatra.

Ondanks zijn indrukwekkende filmlijst met meer dan tachtig speelfilms, beschouwde hij de theaterwereld altijd als zijn ware thuis.

Een minder bekend feit is dat hij zelf ook een getalenteerd toneelschrijver was en tot ver in de tachtig op de planken bleef staan.

In 2002 werd zijn uitzonderlijke bijdrage aan de Franse cultuur bekroond met een ere-César voor zijn gehele oeuvre.

Claude Rich deelde zijn leven meer dan achtenvijftig jaar lang met actrice Catherine Renaudin, met wie hij twee dochters kreeg, waaronder actrice Delphine Rich.

Hij overleed op 20 juli 2017 op achtentachtigjarige leeftijd in zijn woning in Orgeval, waarna Frankrijk afscheid nam van een man die bekendstond om zijn zeldzame elegantie.

De verrassende wendingen in het leven en de carrière van Morgan Fairchild

Morgan Fairchild werd op 3 februari 1950 in Dallas, Texas, geboren als Patsy Ann McClenny.

Als verlegen kind werd ze door haar moeder ingeschreven voor acteerlessen, waarna ze al op tienjarige leeftijd in kindervoorstellingen begon te spelen.

Na wat kleine opdrachten in Texas verhuisde ze in 1973 naar New York, waar ze al snel de rol kreeg van de wispelturige Jennifer Pace in de soapserie Search for Tomorrow.

Haar ware doorbraak bij het grote publiek kwam eind jaren zeventig, toen ze naar Los Angeles trok en gestalte gaf aan Jenna Wade in de immens populaire reeks Dallas.

Deze rol zette de toon voor haar verdere carrière, waarin ze vaak werd gecast als de glamoureuze, ambitieuze en soms meedogenloze vrouw.

Ze schitterde in de jaren tachtig in succesvolle producties zoals Flamingo Road, waarvoor ze een Golden Globe-nominatie ontving, Paper Dolls, Hotel en Falcon Crest.

Bij een latere generatie kijkers werd ze bijzonder geliefd door haar komische gastrol als Nora Tyler Bing, de extravagante schrijfster en moeder van Chandler in de populaire sitcom Friends.

Wat veel mensen niet weten over haar beginjaren, is dat haar allereerste klus in Hollywood die van body double was.

In de filmklassieker Bonnie and Clyde uit 1967 viel ze in voor hoofdrolspeelster Faye Dunaway tijdens de autorijscènes, simpelweg omdat Dunaway niet met een handgeschakelde versnellingsbak overweg kon.

Haar inmiddels beroemde voornaam Morgan leende ze van de Britse film Morgan: A Suitable Case for Treatment.

Naast de glitter en glamour van Hollywood heeft de actrice ook volkomen onverwachte intellectuele interesses.

Zo is ze al van jongs af aan enorm gefascineerd door dinosauriërs en paleontologie, een wetenschappelijk veld waarin ze had willen werken als haar acteercarrière niet van de grond was gekomen. Nog opvallender is haar diepgaande interesse in epidemiologie en virussen.

Tijdens de vroege jaren van de aids-epidemie verdiepte ze zich uitgebreid in de medische materie en was ze een van de weinige bekende gezichten die weigerde te zwijgen over de ziekte.

Ze trad op als voorvechter en gaf destijds op nationale televisie zelf wetenschappelijke uitleg over retrovirussen om de heersende paniek en stigma’s aan te pakken, ook al gelooft ze dat deze openhartigheid en haar uitgesproken activisme haar in die tijd bepaalde acteerrollen hebben gekost.

Wat haar privéleven betreft, stapte de actrice op zeventienjarige leeftijd in 1967 in het huwelijksbootje met muzikant en zakenman Jack Calmes.

Dit huwelijk hield niet stand en eindigde in 1973 in een scheiding, waarna ze naar New York vertrok om zich volledig op haar carrière te storten.

De grote liefde van haar leven vond ze in 1980 bij filmproducent Mark Seiler. Mark Seiler, geboren op 2 mei 1948, was een invloedrijke Amerikaanse filmproducent en leidinggevende in Hollywood.

Hij bouwde een indrukwekkende carrière op waarin hij onder meer fungeerde als president van de bekende filmstudio RKO Pictures in de jaren tachtig en later als CEO van het productie- en distributiebedrijf Capella Films.

Binnen de filmindustrie stond hij bekend om zijn scherpe zakelijke inzicht en zijn betrokkenheid bij de financiering en distributie van diverse grote internationale filmprojecten.

Hoewel Morgan Fairchild en Mark Seiler er bewust voor kozen om nooit officieel te trouwen, bleven ze meer dan veertig jaar onafscheidelijk en vormden ze een buitengewoon hecht paar tot aan zijn overlijden in juli 2023, na een jarenlange strijd tegen de ziekte van Parkinson en latere complicaties door het coronavirus.

Morgan Fairchild heeft zelf geen kinderen gekregen en heeft later in interviews openhartig verteld dat ze in het verleden meerdere miskramen heeft moeten verwerken.

Haar moedergevoelens uitte ze deels in haar enorme liefde voor dieren.

Ze is al decennialang een fanatieke pleitbezorger voor dierenrechten en heeft door de jaren heen talloze honden en katten uit asielen geadopteerd en een liefdevol thuis gegeven.

De Canadees-Amerikaanse actrice en sopraan Deanna Durbin, geboren als Edna Mae Durbin.

Al op jonge leeftijd veroverde Deanna Durbin de wereld.

Tegen de tijd dat ze eenentwintig jaar oud was, mocht ze zich de bestbetaalde vrouwelijke filmster ter wereld noemen.

Haar ongekende talent bleef niet onopgemerkt, want in 1938 werd ze bekroond met een speciale Academy Juvenile Award, ook wel de kinder-Oscar genoemd, voor haar grensverleggende bijdrage aan het witte doek.

Naast haar succes als actrice oogstte ze veel lof met haar klassieke crossover-muziek.

Ze verkocht miljoenen platen met prachtige vertolkingen van zowel populaire liedjes als operastukken, waaronder het bekende ‘Un bel dì, vedremo’ uit de opera Madama Butterfly.

Wat veel mensen niet weten, is dat haar debuutfilm uit 1936, ‘Three Smart Girls,’ zo’n gigantisch kassucces was dat het de beroemde filmstudio Universal Studios eigenhandig redde van een dreigend faillissement.

Ze had bovendien fans over de hele wereld en in de meest opmerkelijke kringen.

De Britse premier Winston Churchill was bijvoorbeeld een enorm groot bewonderaar en eiste regelmatig om haar nieuwste films in een privébioscoop te mogen bekijken, nog voordat ze officieel voor het grote publiek in première gingen.

Ondanks haar wereldwijde roem en aanhoudende succes koos Durbin er op 27-jarige leeftijd voor om Hollywood en de filmwereld abrupt de rug toe te keren.

Ze wees alle verdere filmaanbiedingen af en vertrok naar Frankrijk om daar samen met haar man een rustig, anoniem leven te leiden, ver weg van de pers en de schijnwerpers.

In datzelfde land is ze uiteindelijk vele decennia later, in april 2013, op 91-jarige leeftijd in alle rust overleden.

De gierigste miljardair ter wereld: een terugblik op het meedogenloze leven van Jean Paul Getty, een halve eeuw na zijn overlijden.

Jean Paul Getty was met een persoonlijk vermogen van 15 miljard dollar een van de rijkste mensen ter wereld.

De in de Verenigde Staten geboren oliemagnaat had al op 24-jarige leeftijd zijn eerste miljoen verdiend, waarna hij tijdelijk met pensioen ging om een playboyleven in Los Angeles te leiden.

Hoewel hij al snel terugkeerde naar de zakenwereld en een van de omvangrijkste kunstcollecties op deze planeet opbouwde, was hij op iets heel anders het meest trots: een mannelijk geslacht van meer dan dertig centimeter.

Zijn immense fortuin kwam overigens in een stroomversnelling toen hij in 1949 een gok waagde in het Midden-Oosten en Arabisch leerde om persoonlijk de uiterst lucratieve oliecontracten met Saoedi-Arabië uit te onderhandelen.

Hij sprak daarnaast ook vloeiend Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch.

Zijn privéleven was een aaneenschakeling van schandalen en huwelijken, want Getty trouwde maar liefst vijf keer.

Zijn echtgenotes waren achtereenvolgens Jeanette Dumont, met wie hij van 1923 tot 1925 getrouwd was en zoon George Franklin Getty II kreeg.

Daarna volgde Allene Ashby van 1926 tot 1928 en Adolphine Helmle van 1928 tot 1932, met wie hij zoon Jean Ronald Getty kreeg.

Met Ann Rork, getrouwd van 1932 tot 1935, kreeg hij twee zonen: Paul Getty en Gordon Getty.

Tot slot was er Louise Dudley Lynch van 1939 tot 1958, de moeder van zijn op twaalfjarige leeftijd overleden zoon Timothy.

Omdat scheiden voor hem niet snel genoeg kon gaan, leefde de miljardair twee keer in bigamie.

Dat hij hiervoor niet meermaals gerechtelijk werd vervolgd, had hij uitsluitend aan zijn grote invloed te danken.

Tijdens de scheiding van zijn vierde vrouw Ann bracht haar getuigenis echter alsnog een gigantisch schandaal aan het licht.

Terwijl zij acht maanden zwanger was, vertrok Getty naar Europa om de bloemetjes buiten te zetten.

Toen zij hem achterna reisde, sloot hij haar op in zijn Parijse liefdesnest aan de Rue Saint-Didier, terwijl hij zichzelf amuseerde in een hotel met jonge Françaises.

Bovendien verplichtte hij de hoogzwangere vrouw om de Vesuvius te bewandelen, wat erin resulteerde dat het kind enkele dagen later te vroeg werd geboren op een Italiaans vrachtschip.

Terug in Los Angeles huurde hij een goedkope flat voor zijn vrouw en kind, en trok zelf weer in bij zijn moeder.

Een later bezoekje aan Ann resulteerde in een nieuwe zwangerschap, wat voor Getty de ultieme reden was om prompt weer naar Europa te vluchten.

Kort na de geboorte keerde hij even terug, keek in het ziekenhuis naar de baby, zei enkel dat het kind op haar leek, en vertrok direct weer.

Zijn zonen konden de meedogenloze oliemagnaat net zo min schelen als zijn vrouwen.

De oudste dreef hij tot drank en zelfmoord in 1973.

De volgende onterfde hij kort na de geboorte, puur uit wraak op de moeder, omdat zij weigerde genoegen te nemen met een karige alimentatie.

Zijn derde zoon werd al snel drugsverslaafd, en over zijn vierde gaf hij zijn advocaat letterlijk de opdracht om hem kapot te maken.

Het meest hartverscheurend was de situatie rond zijn jongste zoon Timothy, die op negenjarige leeftijd een hersentumor kreeg.

Getty maakte zich voornamelijk kwaad over de hoge behandelingskosten.

Toen het jongetje op twaalfjarige leeftijd stierf, kwam de miljardair niet eens naar de begrafenis, maar was hij wel razend, omdat hij de uitvaartkosten te hoog vond.

Op latere leeftijd verklaarde Getty over zijn relaties dan ook stellig dat een blijvende relatie met een vrouw alleen mogelijk is als je een zakelijke mislukkeling bent.

Gisteren nog vandaag

(Foto met fotomodel Dorien Leigh)

Wat veel mensen niet weten, is dat hij ondanks deze kille opvattingen wel zelfhulpboeken schreef, waaronder het bekende How to Be Rich, en in zijn vrije tijd een leeuwenwelp als huisdier hield.

Ondanks zijn immense fortuin was Old John, zoals de oliebaron werd genoemd, een notoire gierigaard.

Om geld uit te sparen, waste hij zijn eigen kleding met de hand, zodat hij de stomerij niet hoefde te betalen.

Op recepties en cocktailparty’s stond hij erom bekend zijn zakken te vullen met gratis sigaren en gebakjes.

Op zijn landgoed Sutton Place in het Britse Surrey liet hij zelfs een betaaltelefoon installeren, speciaal om te voorkomen dat hij moest opdraaien voor de telefoontjes van zijn personeel en gasten.

Als hij reisde, onderhandelde hij eindeloos tot hij de mooiste kamer in het meest luxe hotel kreeg voor een absoluut minimumbedrag, een tactiek die hij ook steevast toepaste bij het afdingen op kunst en onroerend goed.

Deze drang naar gierigheid bleek ook toen de schatrijke Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis bij hem op bezoek kwam; de gast kreeg niet eens een stoel aangeboden om op te zitten, wat pijnlijk duidelijk maakte dat er zelfs onder de allerrijksten nog steeds ongelijkheid bestond.

Het absolute dieptepunt van zijn krenterigheid werd bereikt toen zijn zestienjarige kleinzoon John Paul Getty III in 1973 in Rome werd ontvoerd door de Italiaanse maffia.

De ontvoerders eisten zeventien miljoen dollar losgeld, wat voor Getty een peulenschil was, maar hij weigerde stellig te betalen.

Pas toen de kidnappers een afgesneden oor en een haarlok naar een krant stuurden met de dreigende boodschap dat het andere oor zou volgen of de jongen in stukjes zou terugkeren als het geld niet binnen tien dagen werd betaald, kwam de oude Getty in actie.

De losgeldprijs was inmiddels gezakt naar drie miljoen dollar, maar Getty wilde niet meer dan 2,2 miljoen betalen, omdat dit precies het maximale bedrag was dat hij fiscaal van de belasting kon aftrekken.

De resterende 800.000 dollar mocht zijn zoon van hem lenen, uiteraard wel tegen een rente van vier procent.

Zijn kleinzoon kwam dit immense trauma nooit te boven; hij raakte verslaafd aan drugs, kreeg een beroerte door een overdosis drank en medicijnen en eindigde zwaar verlamd en vrijwel blind.

Gisteren nog vandaag

(Foto met Onassis)

Regisseur Ridley Scott verfilmde dit ijzingwekkende verhaal in 2017 in de film All the Money in the World, die geïnspireerd was op het boek Painfully Rich: The Outrageous Fortunes and Misfortunes of the Heirs of J. Paul Getty van auteur John Pearson.

In zijn latere jaren trok de hoogbejaarde Getty, die een cosmetische facelift had ondergaan die enigszins mislukt was en hem een onnatuurlijke uitdrukking gaf, zich terug op zijn kasteel Sutton Place, waar hij samenleefde met maar liefst zes vriendinnen.

Hij vergeleek zichzelf met een boosaardige duivel en gaf openlijk toe dat zijn enige overgebleven plezier was om deze vrouwen tegen elkaar op te hitsen.

Elke avond koos hij zijn bedpartner door een van hen met een klap op de bips te sommeren.

De onderlinge concurrentiestrijd was intens; er ging geen week voorbij zonder hysterische aanvallen en woede-uitbarstingen.

Krijsend vlogen de vrouwen elkaar in de haren, vielen ze elkaar aan met bestek en aan de eettafel werd continu gebekvecht om de ereplaats naast Getty.

Tijdens wandelingen duwden ze elkaar letterlijk aan de kant om naast hem te kunnen lopen.

Er heerste oorlog op alle fronten, maar de vrouwen verdroegen het in de vaste overtuiging dat zij voor hun beste jaren rijkelijk beloond zouden worden in zijn testament.

Gisteren nog vandaag

(foto met de zes vrouwen die hij op het einde van zijn leven deelde)

De oude miljardair bedroog hen echter nog in de dood.

Toen hij op 83-jarige leeftijd stierf, was de vervreemding van zijn familie zo groot dat uitsluitend zijn oudste zoon Paul op de begrafenis verscheen.

De ontsteltenis was enorm toen bleek dat Getty enkele weken voor zijn dood zijn testament ingrijpend had gewijzigd.

Hij liet zijn volledige bezit niet na aan zijn zonen, maar vermaakte alles aan zijn museum in Malibu.

Ook de zes vriendinnen kwamen bedrogen uit: op één na kregen zij allemaal slechts een handvol aandelen met een magere waarde van een paar duizend dollar.

Voor het zwakke geslacht had hij nog een allerlaatste cynische verrassing in petto.

Al wie kon bewijzen dat zij ooit intiem met hem was geweest, ontving exact tien dollar uit de erfenis, en ook zonen of dochters die uit een dergelijke relatie waren voortgekomen, moesten het met precies datzelfde bedrag doen.

Gisteren nog vandaag

(foto 1 met fotomodel Danielle Hegeler)

55 jaar geleden sloegen Joan Baez en Ennio Morricone de handen ineen voor Here’s To You, een nummer dat zij schreven voor de film Sacco & Vanzetti van regisseur Giuliano Montaldo.

Het lied brengt een ode aan Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti, twee Italiaanse anarchisten die in de jaren twintig ter dood werden veroordeeld door een Amerikaanse rechtbank.

Hun proces werd wereldwijd gezien als een schrijnend voorbeeld van klassenjustitie; de mannen kregen nooit een eerlijke kans en hun veroordeling leek eerder gebaseerd op hun politieke kleur dan op feitelijk bewijs.

Hoewel gratie een optie was, weigerden ze dit standvastig, omdat dit een schuldbekentenis zou impliceren.

De zaak leidde tot een enorme storm van protest binnen en buiten de Verenigde Staten.

Zelfs kopstukken als Albert Einstein, Marie Curie en George Bernard Shaw ondertekenden petities om het tij te keren, maar hun inzet mocht niet baten.

Op 23 augustus 1927 volgde de executie op de elektrische stoel, een gebeurtenis die internationaal voor een golf van ontzetting zorgde.

Pas vijftig jaar later, in 1977, erkende gouverneur Michael Dukakis officieel dat het proces onrechtvaardig was verlopen.

Spencer Sacco, de kleinzoon van Nicola, benadrukte tijdens deze plechtigheid dat hij deze erkenning van onschuld verkoos boven een postuum pardon, aangezien gratie nog altijd een zweem van schuld met zich mee zou dragen.

Ondanks de diepe historische impact bleef het commerciële succes van de single beperkt: het nummer behaalde de tweeëntwintigste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en de negenentwintigste positie in de Nederlandse Top 40.

Door de jaren heen is het nummer door talloze artiesten in diverse talen vertolkt.

De Israëlische zangeres Daliah Lavi zong het lied in het Engels, Frans en Duits, terwijl de Franse zanger Georges Moustaki zowel een Franse als Engelse versie uitbracht.

Ook Agnetha Fältskog, bekend van ABBA, nam het nummer in 1972 op in het Duits onder de titel Geh’ mit Gott.

In de jaren zeventig verscheen er bovendien een Nederlandstalige uitvoering; Thérèse Steinmetz coverde het nummer in 1978 als Steen Voor Steen.

Later volgden nog diverse bijzondere samenwerkingen, zoals in 1997 toen Nana Mouskouri het opnam met Les Enfoirés, en de uitvoering van Hayley Westenra die samen met Ennio Morricone een versie opnam voor het album Paradiso.

When Doves Cry was de eerste van de vijf Amerikaanse nummer 1-hits die Prince op zijn naam zou schrijven en groeide uit tot een van zijn meest geliefde nummers bij het grote publiek.

In 1984 behaalde de single in zowel Vlaanderen als Nederland de zesde positie in de hitlijsten.

Op de b-kant van de plaat staat het nummer 17 Days, dat eigenlijk bedoeld was voor het project Apollonia 6.

De release in 1984 als eerste single van het album Purple Rain betekende een cruciaal moment in de popgeschiedenis.

Prince schreef en produceerde het nummer in recordtempo nadat regisseur Albert Magnoli hem had gevraagd om een specifiek liedje te maken voor een filmscène waarin de spanningen tussen de hoofdrolspelers centraal stonden.

Prince werkte alleen in de studio en speelde alle instrumenten zelf in.

Wat dit nummer zo revolutionair maakte, was de gedurfde keuze om de baslijn volledig weg te laten.

In die tijd was het ongehoord om een dancenummer te produceren zonder basgitaar of synth-bas.

Prince besloot op het laatste moment de baslijn die hij al had opgenomen te schrappen, omdat hij vond dat het nummer zonder die lage tonen veel rauwer en indringender klonk.

Het resultaat was een minimalistisch meesterwerk dat volledig rustte op een strakke drumbeat, een hypnotiserende synthesizer en zijn expressieve stem.

Een interessant weetje is dat de iconische gitaarsolo aan het begin bijna per ongeluk ontstond terwijl Prince aan het experimenteren was met verschillende effecten.

Het nummer werd een enorme hit en stond vijf weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waarmee het de bestverkochte single van 1984 werd.

Dit succes bewees dat Prince op het toppunt van zijn creatieve kracht stond en niet bang was om de wetten van de popmuziek te herschrijven.

Ook de videoclip was spraakmakend, vooral door de openingsscène waarin Prince uit een badkuip stapt terwijl er witte duiven om hem heen vliegen.

Het zorgde voor de nodige controverse en veel gespreksstof bij MTV.

Door de jaren heen hebben vele artiesten zich aan een cover gewaagd of het nummer als basis gebruikt. Een van de meest bekende versies is die van Ginuwine uit 1996, die het nummer een eigentijdse r&b-twist gaf.

In 1990 gebruikte MC Hammer het nummer als fundament voor zijn single Pray en zelfs Patti Smith nam het op in haar collectie op het verzamelalbum Land (1975 – 2002).

Daarnaast hebben ook de alternatieve rockband Local H en de indiegroep The Be Good Tanyas eigenzinnige versies uitgebracht.

Andere sterke covers zijn afkomstig van Razorlight en The Flying Pickets.

Ook in Vlaanderen liet het nummer zijn sporen na met indrukwekkende versies door Naima Joris en Scala & Kolacny Brothers, wat nogmaals onderstreept hoe tijdloos en veelzijdig de compositie van Prince werkelijk is (Poster Joepie 1986)

Vandaag is het ook al 20 jaar geleden dat Claude Piéplu, de onvergetelijke stem van Les Shadoks, is overleden.

Claude Léon Auguste Piéplu was een geliefde Franse acteur die op 9 mei 1923 in Parijs werd geboren en op 24 mei 2006 in zijn geboortestad overleed.

Hij liet een onuitwisbare indruk achter in de theater-, film- en televisiewereld.

Voordat hij de planken betrad, werkte hij na zijn schooltijd eerst een periode als bankbediende.

De drang om te acteren bleek echter te sterk, en na het volgen van toneellessen maakte hij in 1948 zijn filmdebuut als figurant in de film D’hommes à hommes.

Vanaf de late jaren vijftig en met name in de jaren zeventig begon zijn carrière pas echt te floreren.

Hij speelde in zo’n tachtigtal films, vaak in komedies waarin hij uitblonk als de wat stijve, voorname of licht excentrieke figuur.

Daarnaast was het theater zijn grote liefde, wat resulteerde in optredens in maar liefst 175 verschillende toneelstukken.

Wat Piéplu echt uniek maakte, was zijn zeer herkenbare, ietwat schorre stem in combinatie met een feilloze uitspraak.

Die stem maakte hem voor het grote publiek onsterfelijk als de verteller van Les Shadoks, een absurde en bijzonder populaire Franse animatieserie.

Zijn bloedserieuze manier van vertellen vormde een prachtig contrast met de waanzinnige avonturen van de vreemde wezentjes op het scherm.

Een leuk detail is dat veel van de nonsensicale Shadok-uitspraken, zoals de regel dat het beter is om te pompen, ook al gebeurt er niets, juist door zijn droge dictie zo legendarisch werden.

In 2000 sprak hij voor het laatst de stem in voor de serie.

Toen er na zijn overlijden nog een speciale aflevering over een mysterieuze ziekte werd geproduceerd, was dit dan ook de enige aflevering uit de geschiedenis van de reeks zonder zijn vertrouwde stemgeluid.

Naast zijn succesvolle stemmenwerk had hij nog meer memorabele rollen op televisie en het witte doek.

Zo speelde hij in 1988 de opvallende figuur van de man met de gouden sleutels in de Franse komische serie Palace.

Ook de filmwereld had veel waardering voor zijn talent, wat onder meer bleek uit zijn nominatie in 1987 voor een César, de belangrijkste Franse filmprijs, voor zijn rol in de film Le Paltoquet van regisseur Michel Deville.

In totaal was hij tot op hoge leeftijd actief en speelde hij naast grote namen als Gérard Philipe en Louis de Funès.

Buiten zijn acteercarrière was Claude Piéplu een man met sterke idealen en een nuchtere kijk op de wereld.

Toen hij elf jaar oud was, scheidden zijn ouders, waarna hij door zijn moeder werd opgevoed.

Omdat zij uit het bescheiden dorpje Signy-le-Petit in de Franse Ardennen kwam, bleef hij altijd een sterke band voelen met deze streek en de natuur.

Hij verloochende zijn afkomst nooit en bracht er graag tijd door om de drukte van Parijs te ontvluchten.

Als eerbetoon draagt de plaatselijke mediatheek in dat dorp tegenwoordig zijn naam.

Verder liet hij zich ook maatschappelijk gelden, bijvoorbeeld door in 1987 op de barricaden te staan voor de belangen van de culturele sector, en door zijn actieve betrokkenheid bij vredesinitiatieven.

Met zijn overlijden in 2006 verloor Frankrijk een bevlogen man die met zijn subtiele humor en onvergetelijke stem vele generaties wist te raken.