Meer dan 50 jaar geleden, Sounds Of The 70’s Orchestra met hun album Songs Of The Seventies (1972)

De arrangementen zijn geschreven door componist William Loose. Helaas ook al overleden op 22 februari in 1991.

Deze lp is uitgebracht door Realistic, één van de merken van RadioShack.

Een van de quadrafonische systemen die Realistic ontwikkelde, was Quatravox, dat vier kanalen synthetiseerde uit stereo-opnamen.

Het maakte gebruik van Hafler-circuits om de geluiden te isoleren die 180 ° uit fase waren met de hoofdmicrofoons, zoals de galm van de studio of het applaus van het publiek.

Deze geluiden werden vervolgens naar de achterste luidsprekers gestuurd, waardoor een ruimtelijk effect ontstond dat meer scheiding bood dan gewoon stereogeluid.

Quatravox was echter geen echt discreet quadrafonisch systeem, omdat het de geluiden niet onafhankelijk kon manipuleren of positioneren.

Meer dan 35 jaar geleden, heb ik gewerkt als manager in een Tandy winkel in de Vlaanderenstraat, in Gent.

De keten had twee grote takken, namelijk de Amerikaanse en Canadese divisie.

De winkels in Amerika RadioShack en zijn daar opgericht in 1921.

De Tandy winkels in Europa, werden beheerd door de Canadese tak van het bedrijf.

De keten is is in 2015 en 2017 in faling gegaan.

De keten is nu in handen van Unicomer Group.

Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat het laatste album van Nero verscheen, getiteld Zilveren tranen.

Dit 217de album van de legendarische stripreeks van Marc Sleen is een historisch document dat een plaats verdient in elke boekenkast.

Zilveren tranen markeert het einde van een tijdperk, een tijdperk van bijna zestig jaar waarin Marc Sleen met zijn unieke stijl van humor en satire en zijn onvoorwaardelijke liefde voor Nero, een scherp en geestig portret tekende van de menselijke samenleving door de decennia heen.

Marc Sleen werd geboren als Marcel Honoree Nestor Neels in Gentbrugge op 30 december 1922.

Hij groeide op in een welgestelde familie, maar maakte ook veel moeilijke momenten mee in zijn jeugd.

Marc volgde een opleiding tot tekenaar aan het Sint-Lucasinstituut in Gent.

In 1944 ging hij aan de slag bij de krant De Standaard als politiek tekenaar.

Hij begon al snel te experimenteren met het medium van het stripverhaal.

Zijn eerste strip was de gagstrip De avonturen van Neus.

Maar Sleens grootste succes was natuurlijk De avonturen van Nero en co.

Toen Sleen in 1947 met de reeks begon in De Nieuwe Gids, was het hoofdpersonage Van Zwam.

Nero dook al op in het eerste verhaal, het geheim van Matsuoka, maar speelde slechts een bijrol.

Na acht verhalen nam Nero de hoofdrol over van Van Zwam en sindsdien maakte Sleen meer dan 200 Nero-verhalen.

In 1998 werd Marc Sleen door koning Albert II tot baron benoemd en een jaar later tot ridder geslagen.

Marc Sleen, de ‘tedere terrorist’ zoals sommige van zijn vrienden hem liefkozend noemden, laat een indrukwekkend oeuvre na, waarin we jaar na jaar zowel de nationale als de internationale actualiteit konden volgen aan de hand van de onvergetelijke avonturen van de kleurrijke Nero-familie.

Op 13 juli 2008 stierf Marc Sleens echtgenote Magdalena Paelinck op 87-jarige leeftijd.

Op 6 november 2016 overleed Marc Sleen zelf op 93-jarige leeftijd.

Vandaag herdenken we het overlijden van zuster Agathe Verhelle, de stichteres van de congregatie Dames de l’Instruction Chrétienne, die 185 jaar geleden in Gent stierf.

Zij was de dochter van François Verhelle en Caroline Van Den Bussche, en werd geboren als Agnes Margarita Verhelle.

In 1823 richtte ze in Gent de congregatie op die zich toelegde op het christelijk onderwijs voor meisjes, vooral voor de armen en de verwaarloosden.

De congregatie is nu bekend als Religieuzen van het Christelijk Onderwijs.

Zuster Agathe Verhelle en haar medezusters hebben op verschillende plaatsen in Gent en daarbuiten hun sporen nagelaten.

In 1823 vestigden ze zich in de oude gebouwen van de abdij van Doornzele nabij de H. Kerstkerk, waar ze een school en een weeshuis oprichtten.

In 1827 openden ze een internaat en een externaat in Vrasene, waar ze gratis onderwijs en opvang boden aan peuters, kleuters en jonge meisjes.

In 1921 verlieten ze Vrasene en werd hun werk voortgezet door de zusters Franciscanen.

Ook in Antwerpen en Brazilië hebben de Dames van het Christelijk Onderwijs hun stempel gedrukt op het onderwijslandschap.

In Antwerpen staat de school bekend als Instituut Dames van het Christelijk Onderwijs of De Dames, en heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1842.

De school heeft ook moeilijke tijden gekend, zoals toen een V-bom in 1944 een groot deel van het gebouw verwoestte en negen slachtoffers eiste.

In Brazilië vierde de school Colègio Damas in 2016 haar 120-jarig bestaan, en eert nog steeds de stichteres Agathe Verhelle voor haar visie en inzet voor het christelijk onderwijs.

Agathe Verhelle ligt samen met heel wat medezusters begraven op begraafplaats Campo Santo in Sint-Amandsberg.

Vandaag is het precies een eeuw geleden dat Virginie Loveling, een van de grootste Vlaamse schrijfsters, overleed in Gent.

Ze was een veelzijdige en kritische auteur, die zowel poëzie, proza als essays schreef. Ze was ook een voorvechtster van de vrouwenemancipatie en de Vlaamse Beweging.

Virginie Loveling werd geboren in Nevele, als dochter van een Duitse vader en een Vlaamse moeder.

Haar vader pleegde zelfmoord toen ze nog een kind was, waardoor ze opgroeide in armoede.

Ze leerde verschillende talen en ontwikkelde een grote liefde voor literatuur.

Samen met haar zus Rosalie begon ze gedichten te publiceren onder het pseudoniem Loveling.

Na de dood van haar zus in 1875 legde Virginie zich toe op het schrijven van verhalen en romans, die getuigden van een scherp observatievermogen en een realistische stijl.

Ze nam geen blad voor de mond en hekelde de invloed van de katholieke kerk, de verfransing van de elite en de achterstelling van de vrouw.

Haar werken waren vaak controversieel en werden soms gecensureerd of verboden.

Virginie Loveling reisde veel en maakte kennis met andere culturen en schrijvers.

Ze schreef ook over haar reiservaringen in boeiende verslagen.

Ze was bevriend met haar neef Cyriel Buysse, met wie ze samen een roman schreef: Levensleer, een humoristische roman over de verfranste Gentse bourgeoisie.

Ze was ook actief in verschillende verenigingen die opkwamen voor de rechten van de vrouw en de Vlaming.

Virginie Loveling stierf op 1 december 1923 in Gent en werd begraven op de Westerbegraafplaats te Gent.

Als Claudia Cardinale cowboy speelt.

Het was 60 jaar geleden dat het tijdschrift Panorama te gast was bij Claudia Cardinale, de Italiaanse actrice die toen bezig was met de opname van de film Circus World met John Wayne en Rita Hayworth.

De regie was in handen van Henry Hathaway.

In een exclusief interview vertelde ze over haar passie voor het circus en western films(Panorama 26 november 1963).

Vandaag, 35 jaar geleden, stierf Christina Onassis, de enige dochter van de Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis, op 37-jarige leeftijd aan een hartaanval.

Haar dood was het tragische einde van een leven vol drama, eenzaamheid en verdriet.

Christina Onassis werd geboren in een wereld van rijkdom en luxe, maar ook van rivaliteit en schandalen.

Haar broer Alexander kwam in 1973 om bij een vliegtuigongeluk, waardoor Christina na het overlijden van haar vader in 1975, 55 % van het fortuin erfde. De andere 45 % was voor Jacqueline Kennedy Onassis.

Gisteren nog vandaag

Christina Onassis erfenis bestond onder andere uit onroerend goed, bedrijven, aandelen, kunst, het privé-eiland Skorpios en een privé-vliegtuig.

Ze trouwde vier keer, maar geen van haar echtgenoten kon haar gelukkig maken.

Ze leed aan depressie, eetstoornissen en drugsverslaving.

Ze zocht troost in haar enige kind, Athina, die ze kreeg uit haar derde huwelijk met Thierry Roussel.

Maar ook die relatie was niet harmonieus, want Roussel verliet haar voor een andere vrouw en vocht om de voogdij over Athina.

Gisteren nog vandaag

Christina Onassis stierf in Buenos Aires, waar ze was om de doop van haar peetzoon bij te wonen.

Ze werd gevonden in de badkuip van een herenhuis in Buenos Aires.

Haar dood werd toegeschreven aan een overdosis pillen, hoewel sommigen ook speculeerden over zelfmoord of moord.

Haar lichaam werd overgevlogen naar Griekenland en begraven op het privé-eiland Skorpios, naast haar vader en broer.

Haar dochter, Athina Roussel was de enige erfgenaam en was succesvol als amazone en nam deel aan internationale springwedstrijden.

Ze studeerde in Zwitserland en Brussel.

Ze was getrouwd met de Braziliaanse ruiter Alvaro de Miranda Neto en dit van 2005 tot en met 2017.

Tijdens hun huwelijk woonde het koppel in Antwerpen en Zwitserland.

Daarom verliep de gerechtelijke procedure tot scheiding ook in Antwerpen.

Na de scheiding verhuisde ze naar Griekenland.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 90 jaar geleden dat in Gent een gedenkplaat werd ingehuldigd voor de Vlaamse schrijver en dichter Lambrecht Lambrechts, die op 13 augustus 1932 overleed.

Hij was een van de voortrekkers van de Vlaamse Beweging en een veelzijdig kunstenaar, die zowel proza, poëzie als muziek schreef.

Na zijn dood werd zijn lichaam overgebracht naar zijn geboortedorp Hoeselt, waar hij een ereplaats kreeg op de gemeentelijke begraafplaats.

Zijn grafmonument werd ontworpen door de beeldhouwer Jules Vits. Bij de plechtigheid waren onder meer zijn weduwe Maria Vanden Doorne en de gouverneur van Oost-Vlaanderen Hubert Verwilghen aanwezig.

Lambrecht Lambrechts, die het pseudoniem Lambrecht Renier gebruikte, was de zoon van Willem-Hendrik Lambrechts en Rosalia Somers.

Zijn vader was hoofdonderwijzer in Hoeselt, waardoor hij de bijnaam “Lemmen van de Meester” kreeg.

Hij volgde de lagere school in zijn geboortedorp en kreeg daar ook zijn eerste muzieklessen van de koster van Werm.

Daarna studeerde hij aan het Koninklijk Atheneum van Tongeren, waar hij bevriend raakte met Camille Huysmans en Jef Cuvelier.

In 1884 ging hij naar de normaalschool in Brugge, waar hij in 1887 afstudeerde als regent Nederlands en Engels.

Omdat hij geen werk vond, schreef hij zich in aan het Koninklijk Conservatorium van Luik, waar hij zang studeerde.

In 1889 werd hij aangesteld als leraar aan de Rijksnormaalschool in Ronse, waar hij tot 1901 bleef.

Op 25 augustus 1894 huwde hij in Ronse met de pianiste Maria Vanden Doorne, met wie hij meer dan 100 zangavonden verzorgde in heel Vlaanderen.

In 1901 verhuisde hij naar Lier, waar hij leraar werd aan de normaalschool.

Van 1905 tot 1918 gaf hij les aan de normaalschool in Gent.

Hij woonde toen in de Kunstlaan nr. 51 in Gent, waar zijn vrienden (onder wie Emiel Hullebroeck) in 1933 een gedenkplaat lieten aanbrengen.

In 1912 werd hij benoemd tot ridder in de Leopoldsorde.

In 1919 werd hij (omwille van zijn “flamingantisch non-conformisme”) overgeplaatst naar de normaalschool in ‘s-Gravenbrakel.

Zijn laatste overplaatsing (naar Blankenberge) gebeurde in 1921, waar hij les gaf tot in 1925 (hij was toen 60 jaar).

Van 1923 tot 1926 gaf hij ook les aan het Handels- en Taalinstituut van Jan Baptist Wannyn in de Savaanstraat in Gent.

In 1922 publiceerde hij zijn autobiografie “Mijn leven”, waarin hij zijn strijd voor de Vlaamse zaak en zijn artistieke loopbaan beschreef.

Hij schreef ook talrijke romans, verhalen, gedichten en liederen, die getuigen van zijn liefde voor zijn geboortestreek en zijn volk.

The Machines, zalig zijn de armen van geest, of niet soms (Joepie 6 november 1983)

The Machines was een Belgische newwaveband die in de vroege jaren 80 furore maakte met hun catchy popnummers.

De band ontstond in Gent, waar zanger/gitarist Paul Despiegelaere de leiding nam. Hij schreef de meeste songs en zorgde voor een herkenbare sound.

De band deed mee aan Humo’s Rock Rally in 1980, een prestigieuze muziekwedstrijd die veel talent voortbracht.

The Machines wonnen de finale, waar ze het opnamen tegen onder andere Red Zebra, The Employees, The Singles en De Brassers.

Dit leverde hen een platencontract op bij EMI, een van de grootste labels van die tijd.

Hun eerste album, ‘A World of Machines’, verscheen in 1982 en was meteen een schot in de roos.

Het album bevatte hits als ‘Don’t Be Cruel’, ‘Yellow Lights’ en ‘(I See) the Lies in Your Eyes’, die allemaal hoog scoorden in de Vlaamse hitlijsten.

De platenhoes werd ontworpen door Bob De Moor, een bekende striptekenaar die samenwerkte met Hergé, de geestelijke vader van Kuifje.

Het tweede album, ‘Dots & Dashes’, kwam uit in 1983 en borduurde voort op het succes van het eerste.

Met een meer eigentijdse productie en nummers als ‘Local Radio DJ’ en ‘Frozen Faces’ wist de band opnieuw het publiek te bekoren.

De band toerde intensief door België en Nederland en speelde ook in Frankrijk en Duitsland.

Helaas kwam er in 1984 een abrupt einde aan de samenwerking met EMI, die besloot om zich terug te trekken uit de Belpopmarkt.

Veel Belgische bands verloren hun contract en moesten op zoek naar een ander label.

The Machines vonden onderdak bij Antler Records, een kleiner en onafhankelijker label dat zich specialiseerde in new wave en alternatieve muziek.

Bij Antler brachten The Machines nog een paar singles uit, zoals ‘The Lion Sleeps Tonight’ en ‘Money in My Wallet’, maar het succes van de vorige albums bleef uit.

In 1989 verscheen hun laatste album, ‘Jungle!’, dat een meer experimentele kant van de band liet horen.

Het album kreeg weinig aandacht en werd slecht ontvangen door de pers en het publiek.

Na ‘Jungle!’ besloten The Machines om ermee te stoppen. Paul Despiegelaere ging verder als producer en werkte samen met artiesten als Soulsister, Clouseau en Raymond van het Groenewoud.

Joris Angenon richtte samen met Alain Tant (Luna Twist) het duo Onygo op, dat later evolueerde naar The Dinky Toys, een succesvolle popgroep in de jaren 90.

In 2006 kreeg The Machines nog een eerbetoon toen hun nummer ‘Take Me Away’ gebruikt werd in de film Windkracht 10: Koksijde Rescue, een actiethriller over reddingswerkers op zee.

In 2013 overleed Paul Despiegelaere na een lange strijd tegen kanker. Hij werd 54 jaar oud.

The Machines wordt beschouwd als een van de pioniers van de Belpop, een term die gebruikt wordt om de rijke en diverse muziekscene in België aan te duiden.

Vandaag 90 jaar geleden, het Christen werkverbond (Katholieke Vlaamsche Landsbond) houden hun congres in het nieuwe Circus gebouw in Gent.

Het Nieuw Circus in Gent heeft een lange en boeiende geschiedenis.

Het gebouw dateert van 1895 en was oorspronkelijk bedoeld als een multifunctionele zaal voor circus, theater, concerten en bals.

Het was ontworpen door architect Emile De Weerdt (1858-1938) in een eclectische stijl met neobarokke elementen.

Het had een ronde piste met een diameter van 13 meter en een capaciteit van 2500 personen.

In 1920 werd het Nieuw Circus getroffen door een zware brand die het interieur volledig verwoestte.

Alleen de buitenmuren bleven overeind. Drie jaar later begon de wederopbouw onder leiding van architect Oscar Ledoux (1866-1935).

Hij maakte van het Nieuw Circus een modern en luxueus gebouw met tal van technische innovaties, zoals geluidsbeheersing, brandwerende elementen, centrale verwarming, bijzondere licht- en geluidsinstallaties en elektriciteit.

De zaal kon nu 3400 personen ontvangen en werd beschouwd als het mooiste circus van Europa.

Het Nieuw Circus trok vele grote internationale circussen en wereldberoemde artiesten aan.

Na 1924 werden er heel wat spectaculaire acts opgevoerd, zoals het ‘Circus onder water’ van het Duitse Circus Busch in 1933, waarvoor de piste werd gevuld met 500 000 liter water.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het circusgebouw in verval. De laatste voorstelling werd gespeeld door Circus De Jonghe in 1944.

In 1947 werd het gebouw omgevormd tot een garage door de nieuwe eigenaar Mahy.

Deze sloot in 1978 en het gebouw werd een opslag- en restauratieplaats voor oldtimers.

In 2005 kocht het stadsontwikkelingsbedrijf Sogent het gebouw met het oog op renovatie en integratie in een volledig vernieuwd stadsdeel De Krook.

De renovatiewerken zijn ondertussen afgerond.

Binnenkort zal het gebouw de nieuwe hotspot van Gent worden.

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat Billy Joel met zijn album 52nd Street de nummer één positie bereikte op de Billboard-albumlijst.

Dit was zijn zesde studioalbum en de opvolger van het succesvolle The Stranger.

Het album is vernoemd naar de A&R studio’s in New York, waar het grotendeels is opgenomen.

De titel is ook een eerbetoon aan Abbey Road van The Beatles, een van de grote inspiratiebronnen van Joel.

Daarnaast heeft 52nd Street een rijke jazzgeschiedenis, want veel beroemde jazzmuzikanten hebben er gespeeld in de vele clubs. Daarom wordt 52nd Street ook wel Swing Street genoemd.

De producer van het album was Philip Ramone, die ook al met Joel had samengewerkt aan The Stranger.

Op 52nd Street zijn de jazzinvloeden duidelijk te horen, bijvoorbeeld in de titeltrack en in Zanzibar, waarop jazztrompetist Freddie Hubbard meespeelt.

Het album was nog succesvoller dan zijn voorganger en bleef acht weken lang bovenaan de Amerikaanse albumlijst staan.

Het was het bestverkochte album van Joel ooit. Het album bevatte drie hitsingles: het vrolijke My Life (met Chicago-zanger Peter Cetera als achtergrondzanger), het gevoelige Honesty en het rockende Big Shot.

Het nummer Rosalinda’s Eyes is een ode aan zijn moeder Rosalind.

Het nummer Until The Night (dat in Engeland een kleine hit werd) is een hommage aan The Righteous Brothers.

Billy Joel won twee Grammy’s voor 52nd Street: beste zanger en album van het jaar.

Vandaag is het precies 74 jaar geleden dat de Slag om het Gravensteen plaatsvond in Gent.

Een groep van 138 studenten, onder wie één vrouw, bezette het Gravensteen, een middeleeuws kasteel in het centrum van de stad, uit protest tegen de verhoging van de bierprijs.

De studenten hadden hun actie goed gepland en mobiliseerden hun medestudenten via briefjes in de universiteitslokalen.

Ze namen een kar vol bedorven fruit en groenten mee en barricadeerden de ingangen van het kasteel.

Ze hingen spandoeken op met leuzen als Uylenspiegel is nog niet dood en Bier aan drie frank de pot.

Gisteren nog vandaag

Het protest verliep aanvankelijk vreedzaam, tot de studenten twee voorbijrijdende politieagenten bekogelden met fruit.

Daarop werd een grote politiemacht, rijkswacht en brandweer opgetrommeld om de studenten uit het kasteel te halen.

Maar de studenten verdedigden zich met fruit en graszoden die ze vanaf de kantelen naar beneden gooiden.

Pas na enkele uren slaagden de ordediensten erin om via een onbewaakte toren boven de poort het kasteel binnen te dringen.

Met hun wapenstokken maakten ze een einde aan het studentenfeest.

De studenten werden niet vervolgd, omdat ze veel sympathie genoten bij het publiek.

De Gentse studenten vieren elk jaar op 16 november de heldhaftige bezetting van hun voorgangers.

Niet met rot fruit, maar wel met trompetten, vlaggen en liters Rodenbach.

In 2012 werd er aan de ingang van het Gravensteen een gedenkplaat onthuld om de Slag om het Gravensteen te herinneren.

Gisteren nog vandaag

Een aanrader, het boekje ’t Spookhuis van Gent van onze vriend Rudy Chatelet.

Het vertelt het verhaal van Angélique, een jong meisje dat in 1757 overleed aan de pokken en door haar vader werd gebalsemd en tentoongesteld in hun huis aan de Nederscheldestraat.

Het huis kreeg al snel de bijnaam ’t Spookhuis, omdat er allerlei geruchten en legendes ontstonden over het lot van Angélique en haar familie.

Het boek volgt de levens van verschillende generaties die met het spookhuis te maken kregen, tot het in 1883 werd afgebroken om plaats te maken voor het Laurentplein en het Provinciehuis.

Hij baseert zich op archiefbronnen, krantenartikelen, getuigenissen en foto’s om een levendig beeld te schetsen van het Gent van de 18de en 19de eeuw.

Het boek is niet alleen een spannend verhaal, maar ook een interessante kijk op de geschiedenis en de cultuur van een stad die voortdurend verandert.

Gisteren nog vandaag

Burt Reynolds, zijn carrière en zijn relaties in de Joepie van 5 november 1978

Burt Reynolds begon zijn carrière in de jaren 50 als televisiester en werd later een van de grootste filmsterren van Hollywood.

Hij speelde in films als Deliverance, Smokey and the Bandit, The Longest Yard, The Cannonball Run en Boogie Nights.

Hij werd zes keer genomineerd voor een Golden Globe en won er een voor zijn rol in Boogie Nights.

Hij kreeg ook een Oscarnominatie voor dezelfde film.

Reynolds had veel relaties met bekende vrouwen, zoals Dinah Shore, Sally Field en Dolly Parton.

Hij trouwde twee keer, eerst met Judy Carne en later met Loni Anderson.

Hij had een zoon, Quinton, met Anderson.

Hij adopteerde Quinton toen hij drie dagen oud was. Reynolds zei dat zijn zoon zijn grootste prestatie was.

Reynolds was een fervent American football-fan en speelde zelf ook in zijn jeugd.

Hij had een eigen museum, het Burt Reynolds and Friends Museum, waar hij zijn memorabilia tentoonstelde.

Reynolds had ook een eigen theatergezelschap, het Burt Reynolds Dinner Theatre, waar hij jonge acteurs opleidde.

Reynolds overleed op 6 september 2018 op 82-jarige leeftijd aan een hartaanval.

Gisteren nog vandaag