40 jaar geleden, Julien Schoenaerts, het theater heeft goden nodig

Julien Schoenaerts wordt door publiek, pers en vakgenoten unaniem beschouwd als een van de grootste naoorlogse acteurs in Vlaanderen en Nederland.

Zijn filmdebuut maakte hij in 1955, met de hoofdrol in ‘Meeuwen sterven in de haven’ van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers.

Later in zijn carrière speelde hij nog vele memorabele rollen, waaronder Pieter de Coninck in ‘De Leeuw van Vlaanderen’ (1983) in de regie van Hugo Claus.

In 1992 vertolkte hij de rol van monseigneur Stillemans in de filmklassieker ‘Daens’, geregisseerd door Stijn Coninx.

In zijn privéleven trouwde Schoenaerts met kunstschilderes Bérénice Devos (1922-1993). Samen kregen ze drie kinderen: Bruno (°1953), die advocaat werd, Sara (1958-2013) en Helga (1961-1982).

Het leven van Julien werd echter zwaar beïnvloed door een bipolaire stoornis.

Tijdens de periodes waarin de ziekte het hem ondraaglijk maakte, trad zijn zoon Bruno op als zijn wettelijke voogd.

Het huwelijk met Bérénice Devos liep uiteindelijk uit op een echtscheiding.

Later kreeg Julien een relatie met zijn vriendin Dominique Wiche.

Met haar kreeg hij een zoon, de nu bekende filmacteur Matthias Schoenaerts.

Opmerkelijk is dat de film ‘Daens’ niet alleen een belangrijke rol was voor Julien, maar ook het debuut van zijn toen vijftienjarige zoon Matthias, die de rol van Wannes Scholliers speelde.

Julien Schoenaerts overleed op 81-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, Guido Claus in de Post van 2 november 1990

Johan Claus (1938-2009) richtte in dat jaar het pand op de hoek van de Hoogstraat en de Oude Houtlei in, geïnspireerd door de gelijknamige club van Al Capone in het Chicago van de jaren dertig.

Nog datzelfde jaar liet hij de exploitatie over aan zijn broer Guido, die van de zaak zijn levenswerk zou maken.

Samen met zijn levensgezellin Motte gaf Guido het artiestencafé een renommee die tot ver buiten de grenzen reikte.

Het unieke interieur, de gezelligheid en de persoonlijkheden van het koppel maakten van de ‘Hotsy Totsy’ een begrip.

Het werd een pleisterplaats voor kunst- en cultuurliefhebbers, waar ook Guido’s broer Hugo Claus en Jan Hoet graag geziene gasten waren.

Hugo legde er regelmatig een kaartje met zijn broer en literaire vrienden.

Aan de zijmuur in de Oude Houtlei hangt zijn lofgedicht ‘Achter deze gevel hier’, opgedragen aan Guido en het café.

De club was ook het decor voor een memorabel literair moment: op 17 maart 1983 stelde Hugo Claus er zijn langverwachte meesterwerk ‘Het verdriet van België’ voor aan pers en publiek, wat in de Belgische pers een ongekende hype veroorzaakte.

Guido Claus was zelf ook artistiek actief. Van 1986 tot 1991 vormde hij met Jan Albert De Bruyne (alias ‘Prof. Arnoldus Goedbier’) het muzikaal straattheater-duo ‘Twee Wezen’.

Daarnaast speelde hij in de toneelbewerking van ‘Lijmen & Het been’ (naar Willem Elsschot) en vertolkte hij rollen in films als ‘De Loteling’ (1973), ‘Vrijdag’ (1981) en ‘Hector’ (1987).

In november 1991 kwam er een abrupt einde aan een tijdperk door het plotse overlijden van Guido Claus.

De Groep Druwel kocht de zaak en het nabijgelegen pand.

Na een restauratie werd het café overgenomen door Patrick De Graeve, die de zaak een nieuwe boost gaf met Motte Claus als deel van zijn team.

Al meer dan 50 jaar is de ‘Hotsy Totsy’ een authentiek Gents artiestencafé.

Vandaag de dag is de uitbating al enkele jaren in de goede handen van Lara, die de unieke sfeer van deze historische plek verderzet.

35 jaar geleden, Hugo Van Den Berghe, pannellid in de Wies Andersen Show.

Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.

In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.

Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).

Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.

Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.

Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).

Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.

Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.

Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.

“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.

Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.

Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).

Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.

Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.

Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”

Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.

Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.

In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.

Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.

Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.

Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.

Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.

“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.

Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.

De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.

Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.

Kan een afbeelding zijn van 3 mensen en tekst

Vandaag 50 jaar geleden, première van de Nederlandse film “Het jaar van de kreeft”

De film van regisseur Herbert Curiel, met Willeke van Ammelrooy als Toni en Rutger Hauer als Pierre, is een bewerking van de gelijknamige roman van Hugo Claus.

Claus baseerde het intense liefdesverhaal op zijn eigen, turbulente relatie met actrice Kitty Courbois.

Interessant is het verschil in symboliek: in het boek sterft Toni aan kanker (kreeft in het Duits is ‘Krebs’), terwijl de film zich volledig richt op de eigenschappen van haar sterrenbeeld.

De rol van Pierre werd Hauer aangeboden nadat Rijk de Gooyer had geweigerd.

De Gooyer vond het boek maar niets en had geen vertrouwen in de regisseur.

Criticus Gerrit Komrij beschreef de film als een verhaal over “psychische verwarring” en “Allesverslindende Liefde”, waarin Pierre ontroerd wordt door de onvolkomenheden van Toni, een vrouw die hem zowel tederheid als ergernis bezorgt en in seksueel opzicht frigide blijkt te zijn.

Steef Verwée rijpt als een goede wijn; zijn creativiteit lijkt met de jaren alleen maar te groeien.

Na zijn succesvolle cd’s “Oudenaarde een Hymne” (2014) en “Oudenaarde een Idioticon” (2022), die beide rijk zijn aan unieke teksten en muzikale composities, bracht hij verleden jaar een nieuwe cd uit met liederen in de Zuid-Oost-Vlaamse streektaal.

Deze keer richt Verwée zich op het fascinerende taalgrensgebied rond de stad Ronse, “Koningin der Vlaamse Ardennen” en “Le Pays des Collines”.

Opnieuw bracht hij erfgoed, sagen, mythen, folklore en lokale verhalen tot leven in zijn muziek.

Steef Verwée (1951), van jongs af aan gepassioneerd door het Oudenaards dialect, groeide op in een familie waar “ouwenors” de voertaal was.

Zijn familiewortels gaan terug tot het midden van de 16e eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.

Op zijn achttiende schreef Steef zijn eerste Oudenaardse liederen, waarmee hij lokaal optrad.

Na zijn studies aan het conservatorium van Gent in 1973 begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.

Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen en Amsterdam.

Zijn succesvolle producties, waaronder “Claus on the Rocks”, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV, een welkome bron van inkomsten voor de jonge vader.

In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij “De Cirkel” op.

Na zijn periode bij Theater Arena startte hij “Applied Promotions Intermed nv”, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.

Ondertussen bleef hij eigen werk creëren, met als hoogtepunt de première van “The Erotic Opera” in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.

Zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling.

In 2012, voor de retrospectieve tentoonstelling “Beatles, Bombardons en Buuneklakkers”, werd Steef gevraagd om zijn jaren 60 liedjes in het Oudenaards dialect opnieuw uit te voeren.

Deze liederen trokken de aandacht van het stadsbestuur, wat resulteerde in de cd “Oudenaarde een Hymne” (2014), een drieluik met 20 Oudenaardse liederen.

Zijn live optreden bij de cd-release in CC De Woeker werd bekroond met de titel “Ambassadeur van het Oudenaards Dialect”.

Na een ernstig ongeval in 2015 volgde een rustperiode, waarin Steef zich weer aan het componeren en schrijven zette.

Dit resulteerde in nieuwe cd’s en drie theatercreaties, waaronder “Oudenaarde een Idioticon” (2022), geïnspireerd op Isidoor Teirlincks “Zuid-Oostvlaandersch Idioticon” (1905).

Op deze cd brengt Steef oude woorden en uitdrukkingen tot leven, vaak met een knipoog naar de lokale geschiedenis.

Zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip “Largootje voor mijn prinsesje”, geregisseerd door het team van de film “Adam en Eva”.

Momenteel werkt hij aan “Tour de Chant Ronse, parel van de Vlaamse Ardennen”, een nieuwe audiovisuele theatercreatie die op 3 mei 2025 in Ronse in première gaat.

Vandaag 25 jaar geleden, Hugo Claus geëerd met de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse gemeenschap.

Zijn werk en invloed blijven resoneren in de literaire wereld, recentelijk versterkt door de publicatie van een sterke biografie door Mark Schaevers.

In een uitgebreid interview in het weekblad Humo in februari van dit jaar, werd Schaevers uitgelicht om zijn diepgaande biografische werk over Claus te bespreken.

Het gesprek vond plaats in de bekende Hotsy Totsy in Gent, een locatie die past bij de culturele statuur van Claus (foto 1: Ann Van Den Sompel)

Vanaf vandaag 35 jaar geleden, De Krimson-crisis van Suske en Wiske dagelijks te lezen in De Standaard en Het Nieuwsblad tot en met 12 maart 1988.

De eerste albumuitgave was in september 1988.

Dit verhaal speelt zich af op de volgende locaties: café ‘n Bolleke, theater ’t Peertje, café het Verdriet van Vlaanderen, kasteel Hertoginnedal, een fort en het stadspark.

“Het Verdriet van Vlaanderen” is een allusie op Hugo Claus’ boek Het Verdriet van België (1983).

“Vlaanderen leeft” was in 1987-1988 een culturele campagne in Vlaanderen om het Vlaamse zelfbewustzijn aan te wakkeren.

Anna Plan is een allusie op het Sint-Annaplan van de regering-Martens VI.

Er wordt verwezen naar veel Bekende Vlamingen of Vlaamse historische figuren zoals Lutgart Simoens, Freddy Sunder, Armand Pien, Toots Thielemans, Raymond van het Groenewoud, Peter Benoit, Jacob van Artevelde,….

Volgende mensen komen echt in beeld: Gaston en Leo, Will Tura, Johan Verminnen, Urbanus, Eddy Wally en De Strangers.

Op pagina 55, strook 216 vechten alle bekende Vlamingen tegen Krimsons troepen. Tijdens de vechtpartij worden er verschillende uitspraken gedaan:

– Urbanus: “Wreed accident!” (“ernstig ongeluk”), een verwijzing naar een bekende sketch waarin hij een zogenaamde kettingbotsing heeft veroorzaakt.

– “Amaai m’n voeten ze kloppen op menne kop!”

– “’t Is v’r mee te doen aan het speil” verwijst naar het radio-typetje Vercruusse, bekend uit Radio Deprimo.

– “Hoger! Nee lager!” is een verwijzing naar het destijds populaire televisieprogramma Hoger, lager.

– “Allez, Tootske, blazen jong”, verwijst naar Toots Thielemans

– “Zo’n rettepetet die mé lullen heure tijd verschet” is een verwijzing naar het nummer “’n Rettepetet” (1987) door De Strangers.

– “Je veux de l’amour” verwijst naar het gelijknamige lied van Raymond van het Groenewoud

– “Ik voel me goed” verwijst naar het gelijknamige lied van Johan Verminnen

– “Oep m’n mansarde” verwijst naar Wannes Van de Veldes lied Mijn mansarde

– “Gordelen moet je doen” verwijst naar de slogan van De Gordel.

– “Heila Van ’t Groenewoud, in ’t Vlaams, hé zotteke!”

Aan het einde van het album wordt verwezen naar Marc Sleen en zijn reeks Nero, waar de hoofdpersonages van Suske en Wiske aan de wafelenbak bij Nero deelnemen.

Verschillende historische figuren in het album speelden ook al in vroegere Suske en Wiske-albums een belangrijke rol.

Zo dook Pieter Breughel de Oude al op in Het Spaanse spook en zijn gelijknamige schilderij in De dulle griet.

Naar Ambiorix werd al verwezen in het album Lambiorix.Peter Paul Rubens dook al eerder op in het album De raap van Rubens en Emmanuel Jozef Van Gansen in De gladde glipper.

Vandersteen maakte ooit twee stripalbums rond Tijl Uilenspiegel en De Geuzen is een andere stripreeks van hem.

In het verhaal is Schanulleke ineens verdwenen.

In andere albums gebeurt dat ook weleens, maar wordt ze altijd teruggevonden.

In dit verhaal echter niet.

Dit album is het enige Suske en Wiske-verhaal dat niet naar het Frans vertaald is.

Dit wegens de thematiek van het verhaal (Vlaams-nationalisme) dat ongeschikt bevonden werd voor een Waals publiek, alsook de vele referenties naar Vlaamse figuren en zaken die onbekend zijn in Wallonië.

In de plaats daarvan verscheen album 215 met twee gebundelde kortverhalen: De dappere duinduikers en Het monster van Loch Ness (Frans: “Les plongeurs des dunes” – “Le monstre du Loch Ness”) (Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag is het ook al 10 jaar geleden dat de Nederlandse actrice Sylvia Kristel is overleden.

Vandaag is het ook al 10 jaar geleden dat de Nederlandse actrice Sylvia Kristel is overleden
Vandaag is het ook al 10 jaar geleden dat de Nederlandse actrice Sylvia Kristel is overleden.
Vandaag is het ook al 10 jaar geleden dat de Nederlandse actrice Sylvia Kristel is overleden.

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee bij Madam in Kluisbergen om 18u30 en op vrijdag 25 maart om 20 u in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

Steef Verwée (1951) was reeds van kindsbeen – samen met zijn vader José – gepassioneerd door het Oudenaards intermuros dialect.

De gehele familie sprak generaties lang het ouwenors.

De familieroots gaan terug tot midden 16° eeuw.

De eerste brief tussen voorvader Jozef Verwée en zijn zonen stamt uit 1730.

Rond zijn 18 jaar schrijft Steef zijn meeste Oudenaardse liederen waar hij plaatselijk mee optreedt.

Rond 1973 – na zijn studies aan het conservatorium te Gent – begon zijn musical- en theater loopbaan in NTG, Arca, Arena, theater poëzien e.a.

Om zijn eigen creatie’s op een professioneel niveau te brengen schoolt hij zich bij in script-writing en lighting design ( Londen, A’dam…).

Mede door zijn succesvolle creaties ( o.a.Claus on the Rocks) in professionele theaters kan hij daardoor tijdelijk aan de slag bij het KNTV als artistieke begeleiding bij amateurgezelschappen in Vlaanderen.

Dit was een dankbare broodwinning voor de toen jonge vader van twee kinderen.

In die periode richt hij als auteur-componist zijn eigen uitgeverij De Cirkel op.

Na zijn werkzaamheden in Theater Arena sticht hij zijn firma Applied Promotions Intermed nv, die instaat voor cultuurspreiding intern de bedrijfswereld.

Hij blijft ondertussen actief met het creëren van eigen werk met als belangrijke ervaring de première van zijn The Erotic Opera (25-en 26 juni 1985) in de stadsschouwburg van A’dam.

Een dichte vriendschap met Hugo Claus zal eveneens een groot deel van zijn verdere creatief werk beïnvloeden.

Door toeval of niet wordt Steef gevraagd ifv de retrospectieve tentoonstelling Beatles, Bombardons en Buuneklakkers (2012 in de oude brandweerkazerne) zijn jaren-60 liedjes in het Oudenaards dialect nog eens uit te voeren.

Steefs liedjes trekken de aandacht van het Oudenaards stadsbestuur, die hem vragen om deze liedjes op cd vast te leggen.

Dit resulteert in ‘Oudenaarde een Hymne’, een drieluik-uitgave met booklet en een selectie van 20 Oudenaardse liederen, composities.

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

De live uitvoering van de liederen bij de cd-release vindt plaats in het CC De Woeker (2014).

Steefs prestatie wordt door het Stadsbestuur bekroond met de eervolle titel ‘Ambassadeur van het Oudenaards Dialect’.

Na een ernstig ongeval in 2015 dring zich een onvermijdelijke rustperiode op en Steef zet zich terug aan de componeer- en schrijftafel met als resultaat enkele nieuwe CD-uitgaven en drie theatercreaties, maar ook vooral 18 nieuwe liederen in de Oudenaardse streektaal met als belangrijke thematieken geschiedenis, erfgoed, emotie en plezier.

Voor de nieuwe CD ‘ Oudenaarde een idioticon’ naar analogie met ‘Isidoor Teirlincks Zuid-Oostvlaandersch idioticon’ (1905) laat Steef zich inspireren door Oudenaarde en verhalen en sagen uit de deelgemeenten, maar ook door het Horebeke van de Geuzen.

In tegenstelling tot ‘ Oudenaarde een Hymne ‘ (2014) worden in de nieuwe cd (2022) heel wat uitdrukkingen, oude woorden, woordvormen en zegswijzen aangewend die in onze omgangstaal dreigen te verdwijnen. Aldus een idioticon waardig.

Verwee wil met de cd mensen laten genieten van zijn dialect, maar ook wat geschiedenis meegeven.

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

Zijn goede vriend Marijn Devalck zal te zien zijn in de videoclip ‘Largootje voor mijn prinsesje’.

Deze videoclip werd geregisseerd en opgenomen door het professioneel team van de Vlaamse film Adam en Eva die al heel wat nominaties in de wacht sleepten, en waarin Marijn Devalck en Bob De Moor samen met een klein meisje van acht jaar de hoofdrollen speelden.

De regisseur was Nicolaas Rahoens. De cameraman was Piet Meerschaut.

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

De cd is te koop bij Music House, Krekelput in Oudenaarde, ‘De Standaard’ boekhandel, Nederstraat in Oudenaarde en Het Mou (toeristische dienst) in Oudenaarde. Prijs: 16,50 euro.

Zaterdag 23 april om 20 uur officiële première van het album op het Wereld Erfgoed Weekend in het in het CC van Oudenaarde. (Diverse bronnen, Patrick Depypere en AVS)

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

45 jaar geleden, Hugo Claus verliefd op Marja Habraken (De Post 6 maart 1977)

De verzwegen zelfdoding van de geliefde van Hugo Claus (voor Marja Habraken (1939 – 1989))

Je had een liefdesrelatie met Hugo Claus en na je zelfdoding is dat met opzet weinig bekend gemaakt, omdat Hugo’s reputatie en verkoopcijfers daar onder zouden kunnen lijden.

Hugo zelf vond zichzelf niet schuldig aan jouw zelfdoding, maar wel medeplichtig.

Op 7 april 1989 heb je in Amsterdam zelfdoding gepleegd door jezelf op te hangen. Je werd 49 jaar.

Je laatste rustplaats is op begraafplaats/crematorium Westgaarde.

Na je zelfdoding schreef Hugo Claus in het gedicht ‘M.’ o.a.: ‘God geve dat je dronken was, straal, ladderzat waar geen ladder was, men haalde er een, men knoopte je los en ook toen was ik er niet, ook toen liet ik jou in de benauwde koude.’ (Joanan Rutgers en De Post 6 maart 1977)

45 jaar geleden, Hugo Claus verliefd op Marja Habraken (De Post 6 maart 1977)

Vanaf vandaag 20 jaar geleden de film De film De Verlossing van Hugo Claus te zien in de Vlaamse bioscoop (14 november 2001)

Vanaf vandaag 20 jaar geleden de film De film De Verlossing van Hugo Claus te zien in de Vlaamse bioscoop (14 november 2001)
Vanaf vandaag 20 jaar geleden de film De film De Verlossing van Hugo Claus te zien in de Vlaamse bioscoop (14 november 2001)
Vanaf vandaag 20 jaar geleden de film De film De Verlossing van Hugo Claus te zien in de Vlaamse bioscoop (14 november 2001)
Vanaf vandaag 20 jaar geleden de film De film De Verlossing van Hugo Claus te zien in de Vlaamse bioscoop (14 november 2001)
Vanaf vandaag 20 jaar geleden de film De film De Verlossing van Hugo Claus te zien in de Vlaamse bioscoop (14 november 2001)

Vandaag 90 jaar geleden, de geboorte van Pim De Rudder.

Eigenlijk wilde Pim De Rudder beeldhouwer worden, maar de paters van het Sint-Barbaracollege hadden hem dat afgeraden.

Hij ging dan maar architectuur studeren in Sint-Lucas in Gent.

Later keerde hij terug naar zijn geboortehuis in zijn dorp tussen de Oost-Vlaamse polders.

De Rudder maakte in de culturele wereld naam als galeriehouder.

Zijn kunstgalerij in de Hoogstraat lokte heel wat grote namen naar een ‘boerengat’ als Assenede.

Zo vond de eerste kunstexpositie van Hugo Claus plaats in zijn galerij. Maar ook Roger Raveel. Floris Jespers, Pjeroo Roobjee, Jan Decleir, Drs. P., Jan Hoet en zelfs voormalig eerste minister Théo Lefèvre behoorden tot Pims kennissenkring.

Dit jaar zijn er heel wat activiteiten rond ’60 Years of Gallery’ in de galerij Stichting Pim De Rudder in Assenede. (Diverse bronnen en foto’s Hans de Greve)

30 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse stripauteur, kunstschilder en illustrator Jan Bosschaert.

Op 16-jarige leeftijd verscheen er al een publicatie van Bosschaert in het stripblad Robbedoes. Vervolgens studeerde hij Vrije Grafiek aan het Sint-Lucasinstituut in Brussel.

Zijn eerste stripverhaal Icarus kwam uit in 1981. In 1983 verscheen Pest in ’t Paleis, een persiflage op de Belgische politiek, naar een scenario van Humo-journalist Guido Van Meir.

In 1998 tekende hij voor Urbanus het eerste album van een nieuwe stripreeks: De Geverniste Vernepelingskes.

In 2012 stopte hij tijdelijk met de reeks om zich meer bezig te houden met andere projecten.

Ander bekend werk van Bosschaert zijn de reeksen Sam en Jaguar.

Naast zijn stripverhalen is Jan Bosschaert bekend als kunstschilder en als illustrator. Dit laatste doet hij eerst en vooral voor de VRT, nadien voor een grote hoeveelheid uitgeverijen (onder andere Averbode, Uitgeverij Lannoo …), tijdschriften (Panorama) en schrijvers (onder anderen Marc de Bel, Katie Velghe). Ook enkele platenhoezen (onder anderen voor Pitti Polak, Plastic Bertrand, The Paranoiacs) en affiches (Saint-Amour) van zijn hand zijn verschenen.

Ter gelegenheid van 70 jaar Suske en Wiske tekende hij het stripverhaal De verwoede verzamelaar geschreven door Jan Verheyen.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 11 januari 1991)

30 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse stripauteur, kunstschilder en illustrator Jan Bosschaert.