James Brown in de Joepie van 22 januari 1975)

James Brown, geboren op 3 mei 1933 in Barnwell, Georgia, Tennessee, kende een moeilijke jeugd.

Als enig kind in een arm gezin verhuisde hij op zijn vijfde naar Augusta, Georgia, waar hij bij zijn tante in een bordeel ging wonen.

Hij verdiende geld door te dansen en zingen voor soldaten, katoen te plukken, schoenen te poetsen en soldaten te ronselen voor het bordeel.

Na een mislukte overval op zijn negentiende belandde hij in de gevangenis. Dankzij Bobby Byrd kwam hij voorwaardelijk vrij en sloot zich aan bij Byrd’s gospelgroep Starlighters, die zich later zou transformeren tot James Brown & The Famous Flames, met Brown als energieke frontman.

In 1955 namen ze hun eerste single “Please, Please, Please” op. Brown’s drang naar een eigen stijl botste met de heersende platenindustrie, maar zijn doorzettingsvermogen en de ontwikkeling van zijn kenmerkende geluid tijdens talloze optredens leidden uiteindelijk tot de hit “Try Me” in 1958.

Dit was net op tijd, want zijn platenmaatschappij stond op het punt hem te laten vallen.

Daarna werd Brown een vaste gast in de top tien met nummers als “Think” en “Nighttrain”.

Zijn energieke dans en opzwepende kreten werden berucht. “Out Of Sight” betekende zijn definitieve doorbraak, al werd het uitgebracht door een concurrerende platenmaatschappij, wat leidde tot een jaar lang juridisch getouwtrek.

Terug bij zijn oude label kreeg Brown meer artistieke vrijheid.

Zijn teksten evolueerden, met evenveel geschreeuw als gezongen woorden, en het aantal blazers in de band nam toe. Funk kreeg steeds meer vorm, met “Papa’s Got A Brand New Bag” (1965) en “I Got You” als voorbeelden.

“The Godfather of Soul” werd een van de populairste en rijkste artiesten ter wereld. Hij bezat radio- en televisiestations, een restaurantketen, een eigen platenmaatschappij en een uitgeverij.

Zijn grootste hits, waaronder “It’s a Man’s Man’s Man’s World”, “I Feel Good”, “Say It Loud – I’m Black and I’m Proud”, “The Popcorn”, “(I Feel Like Bein’ a) Sex Machine”, “Hey America”, “Hot Pants” en “Sexy, Sexy, Sexy”, bezorgden hem wereldfaam.

Naast zijn eigen optredens bood hij ook podium aan talenten als Lynn Collins en Maceo & The Macks. Sinds enkele maanden noemde hij zichzelf “New minister of super heavy funk”.

Brown was ook een gewaardeerde muzikant, hij speelde orgel, drums en gitaar, en bracht verschillende instrumentale albums uit.

Zijn begeleidingsband, The J.B.’s, maakten ook solo-albums en werden beschouwd als een van de beste instrumentale formaties ter wereld.

Zijn discografie omvat minstens zestig albums en meer dan 150 singles.

Met de komst van disco in de jaren zeventig stagneerde Brown’s platenverkoop.

Hij bleef succesvolle soulnummers uitbrengen, maar haalde de top van de pophitlijsten niet meer.

Financiële problemen en problemen met de belastingdienst volgden.

Af en toe scoorde hij nog een hit, zoals in 1975 met een heruitgave van “Sex Machine”, maar eind jaren zeventig zat hij zonder platencontract.

Een gastrol in de film “The Blues Brothers” (1980) bracht weinig verandering.

De opkomst van rap, met veelvuldig gebruik van zijn kreten in samples, hielp enigszins.

Maar pas in 1985 scoorde hij weer een internationale hit met “Living In America” uit de film “Rocky IV”.

In 1988 belandde hij opnieuw in de gevangenis na een wilde autoachtervolging, veroordeeld voor drugsbezit, mishandeling van zijn vrouw, diverse verkeersovertredingen en bedreiging met een pistool.

Na drie jaar van zijn zesjarige straf kwam hij in 1991 vrij.

“The Hardest Working Man In Showbusiness” bleef optreden tot op hoge leeftijd, inclusief een optreden tijdens Live 8 in Parijs in 2005.

In de nacht van 24 op 25 december 2006 overleed James Brown op 73-jarige leeftijd aan een longontsteking.