Syreeta Wright, de ex van Stevie Wonder, hij wilde me alleen zien als huisvrouw.

Syreeta Wright werd geboren in 1946 in Pittsburgh en begon al op vierjarige leeftijd met zingen.

Haar jeugd werd getekend door het verlies van haar vader, Lordian Wright, die sneuvelde in de Koreaanse Oorlog.

Samen met haar zus Kim werd ze opgevoed door haar moeder Essie en haar grootmoeder.

Het gezin verhuisde regelmatig tussen Detroit en South Carolina, om zich uiteindelijk definitief in Detroit te vestigen toen Syreeta naar de middelbare school ging.

Hoewel ze droomde van een carrière in het ballet, zorgden financiële problemen ervoor dat ze haar focus verlegde naar de muziek.

Na bij verschillende zanggroepen te hebben gezongen, vond ze in 1965 een baan als receptioniste bij Motown. Binnen een jaar klom ze op tot secretaresse van Mickey Stevenson.

Mickey Stevenson was een cruciale figuur binnen Motown als de allereerste A&R-directeur van het label.

Hij was verantwoordelijk voor het vormen van de artistieke richting en stelde de beroemde studioband de Funk Brothers samen.

Stevenson schreef en produceerde talloze hits, waaronder Dancing in the Street, en hielp bij het opzetten van de carrières van grote namen als Marvin Gaye en Martha Reeves.

Voor Syreeta was het werken als zijn secretaresse, net zoals Martha Reeves dat voor haar had gedaan, een directe ingang in de creatieve kern van het bedrijf.

Haar zangtalent bleef niet onopgemerkt; Edward Holland van het beroemde schrijversteam Holland-Dozier-Holland hoorde haar zingen en zette haar in voor demo’s van nummers voor de Supremes.

In deze periode bij Motown in Detroit ontmoette ze Stevie Wonder. De twee vonden elkaar in een diepe artistieke harmonie en stapten op 14 september 1970 in het huwelijksbootje.

Syreeta bood hem niet alleen vocale steun, maar ook zakelijk en muzikaal advies, terwijl hij haar hielp haar talent aan de wereld te tonen.

Hoewel ze in 1972 na een huwelijk van achttien maanden als vrienden uit elkaar gingen, bleef hun professionele band ijzersterk.

Samen met Stevie Wonder schreef Syreeta mee aan grote successen zoals Signed, Sealed, Delivered (I’m Yours) en If You Really Love Me, beide grote hits voor Stevie zelf.

Ook It’s A Shame, een hit voor de Spinners, kwam van hun hand. Stevie produceerde haar eerste twee soloalbums en schreef mee aan nummers als Your Kiss Is Sweet, Spinnin’ And Spinnin’ en Harmour Love.

Ondanks deze successen kende hun huwelijk een moeizame dynamiek door de verwachting dat zij zich zou schikken in de rol van traditionele huisvrouw, wat botste met haar eigen ambities.

Midden jaren zeventig woonde ze korte tijd in Ethiopië, waar ze werkte als lerares in transcendente meditatie.

Syreeta trouwde in totaal drie keer en kreeg vier kinderen.

Na haar huwelijk met Stevie Wonder trouwde ze met bassist Curtis Robertson Jr., met wie ze twee kinderen kreeg: Jamal en Hodari.

Dit huwelijk eindigde in 1982 in een scheiding.

Haar muzikale carrière bleef echter bloeien, met als absoluut hoogtepunt het duet With You I’m Born Again met Billy Preston uit 1980, dat internationaal grote successen behaalde in de hitlijsten.

In totaal nam ze zes soloalbums op bij Motown en bracht ze duetalbums uit met Billy Preston en G.C. Cameron.

In 1983 verscheen haar laatste album, waarna ze de showbusiness verliet om zich volledig op haar gezin te richten in Los Angeles. Syreeta Wright overleed op 6 juni 2004 op 58-jarige leeftijd aan hartfalen, een gevolg van de behandelingen tegen borst- en botkanker.

In maart 1981 ontmoetten Mireille Mathieu en de Nederlandse band B.Z.N. elkaar persoonlijk.

De basis voor dit contact lag in het jaar 1980, toen de Franse zangeres besloot het nummer Pearlydumm van de Volendamse formatie op te nemen.

De Franse vertaling kreeg de titel Jusqu’à Pearlydam en verscheen dat jaar op haar album Un Peu… Beaucoup… Passionnément.

Naast deze Franse interpretatie bracht ze in 1980 via het label Ariola ook een Duitse versie van het lied uit in Duitsland.

Deze verschillende talen onderstreepten de brede Europese belangstelling voor het repertoire van de Nederlandse groep, die op dat moment al tot de absolute top in de Benelux behoorde.

De internationale aantrekkingskracht van hun muziek bleek ook uit het feit dat het originele Mon Amour zelfs in landen als Australië, Brazilië en Nieuw-Zeeland op single is uitgebracht.

De waardering voor dit specifieke werk bleef bovendien jarenlang bestaan, wat bleek toen Demis Roussos in 1995 een vertolking van Mon Amour opnam samen met Anny Schilder.

Tijdens de ontmoeting bij een televisieshow in het voorjaar van 1981 kregen de oorspronkelijke vertolkers en componisten uit Volendam de kans om de zangeres te spreken over deze diverse vroege uitvoeringen van hun hit.

Teach-In valt uiteen en Getty op de solotoer

In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.

Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.

Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.

Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.

Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.

Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.

De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.

Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.

Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.

Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.

Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.

Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.

Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.

Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.

De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.

Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.

De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.

In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.

Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.

De Vlaamse groep Madou, geen volksmuziek, maar muziek van nu voor het volk van nu

45 jaar geleden, de Vlaamse groep Madou staat voor een opvallende breuk met de traditionele volksmuziek.

Hoewel de kernleden hun sporen verdienden in de formatie Rum, kiezen zij voor een geluid dat volledig geworteld is in de moderne tijd.

De band presenteert zich toen als een collectief dat muziek maakt voor de mensen van nu, wars van de brave en voorspelbare paden die de folkwereld vaak kenmerken.

De muziek van Madou vormde begin jaren tachtig een unieke combinatie in het Nederlandstalige muzieklandschap.

In de melodieën waren de folkinvloeden nog sterk te horen, maar de teksten behandelden het, vaak bittere, leven van nu.

Gebroken relaties en de harde dagelijkse werkelijkheid vormden de thematiek, waaraan de stem van Vera Coomans nog een extra tragische toets toevoegde.

Een derde element was het eerder moderne instrumentarium waarmee de nummers waren gearrangeerd, waardoor de associatie met traditionele folk moeilijk te maken viel.

Wegens het uitblijven van commercieel succes bleef het destijds bij die ene plaat.

Het duurde tot de hernieuwde populariteit van de folk vanaf omstreeks 2000, voordat de muziek van Madou een echte cultstatus kreeg.

In 2005 bracht Vera Coomans met de muzikanten van Jaune Toujours het oude repertoire al eens opnieuw onder de naam Madouce.

Veertig jaar na het ontstaan van de groep kreeg de band echter een definitieve doorstart onder impuls van Thomas Devos en Louis Van de Leest.

In februari 2021 verscheen de nieuwe single Ronquières, in september van dat jaar gevolgd door hun tweede album ‘Is Er Iets?’.

Na een Rewind-concert in de Ancienne Belgique en de single Mooie Dag verscheen op 22 november 2024 hun derde album ‘Engel’.

Tijdens de daaropvolgende tournee door Vlaanderen was vrijwel de volledige bezetting uit 1981 weer van de partij.

Jan Devos zorgde voor heropgevist en nieuw tekstmateriaal, terwijl Wiet Van de Leest de toetsen, viool en strijkersarrangementen voor zijn rekening nam.

Vera Coomans schitterde met een stem die doorheen de jaren alleen maar aan patina heeft gewonnen.

Ook Thomas Devos, zoon van Jan en Vera en bekend van projecten als Rumplestitchkin en Tommigun, sloot zich aan.

Hij bracht vers materiaal aan dat het vuur liet heropflakkeren en maakte nieuwe arrangementen voor de oude songs.

De herwaardering voor de groep bereikte een hoogtepunt in februari 2026, toen Vera Coomans de Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen.

In diezelfde maand behaalde hun nummer ‘Niets is voor Altijd’ de vierendertigste plaats in de Belpop 100.

Het succes zet zich voort in 2027 met drie grote concerten: op 27 januari in De Roma in Antwerpen, op 29 januari in de Handelsbeurs in Gent en op 31 januari in Le Botanique in Brussel.

De ticketverkoop voor de concerten in Antwerpen en Brussel is inmiddels van start gegaan (Joepie 1 maart 1981)

50 jaar geleden, KC & The Sunshine Band en hun hit That’s The Way (I Like It .

Casey ontmoette Finch begin jaren 70 in de platenzaak waar Harry werkte.

Wanneer ze een Caraïbische band aan het werk zien, besluiten ze een discogroep op te richten met Caraïbische invloeden.

De eerste single flopt, maar met ‘Queen Of Clubs’ scoren ze een eerste top 10-hit, merkwaardig genoeg wel enkel in de UK.

Op dat moment is er ook nog geen echte Sunshine Band. Harry en Richard nemen alles zelf op in de studio.

‘Get Down Tonight’ wordt in de zomer van 1975 de eerste wereldhit voor het kleurrijke gezelschap uit Miami, meteen goed voor een eerste Amerikaanse n°1.

Ondertussen was er al een echte Sunshine Band samengesteld waarmee op tournee kon worden gegaan. Met ‘That’s The Way I Like It’ scoort KC & The Sunshine Band in het najaar van 1975 zijn voorlopig grootste hit.

Naast de Billboard Hot 100 bereikte de single ook in Nederland de top van de Top 40.

In Ultratop houdt ‘I’m On Fire’ van 5000 Volts hen van de top. Hierna wordt ‘Queen Of Clubs’ in januari 1976 alsnog een top 10-hit in Vlaanderen en Nederland.

KC & The Sunshine Band scoorde tot 1980 nog hits.

Na ‘Please Don’t Go’ was het vet van de soep. In 1983 volgde een verrassende comeback met ‘Give It Up’, een Britse n°1.

Alhoewel de naam KC & The Sunshine Band behouden bleef, ging het om een soloproject van Harry W. Casey.

‘Queen Of Clubs’ werd in het najaar van 1995 weer een klein Ultratop-hitje (n°38) in de versie van het Vlaamse danceproject Timeshift (Joepie 17 december 1975 en met dank aan Denis Michiels).

40 jaar geleden, Kris De Bruyne, de tijd van holle dromen en braspartijen is voorbij.

De carrière van Kris De Bruyne start in 1968, wanneer hij doorbreekt met een bluesversie van ‘Klein klein kleutertje’.

Tijdens zijn studies aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel, enkele jaren later, leert hij in de kantine Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen.

Dit leidt al snel tot de vorming van het absurde trio Lamp, Lazerus en Kris. Ze nemen samen een plaat op, die onder meer de hits ‘De Peulschil’ en ‘De Onverbiddelijke Zoener’ bevat.

Hierna kiest De Bruyne voor een solocarrière.

In 1973 neemt hij met zijn eerste begeleidingsband, waar ook Raymond van het Groenewoud deel van uitmaakt, een titelloze debuutelpee op.

Hoewel de plaat helaas flopt, wordt ze vandaag algemeen erkend als de allereerste, echte Nederlandstalige rockplaat.

Twee jaar later, in 1975, brengt hij de single ‘Vilvoorde City’ uit, een lied over de stad die toen zijn thuishaven was.

Het nummer schetst een grauw beeld en is aanvankelijk omstreden in Vilvoorde.

In datzelfde jaar verschijnt ook de single ‘Amsterdam’, met muziek van Jo Muyllaert en tekst van De Bruyne.

Beide nummers zijn terug te vinden op het album ‘Ook Voor Jou’ uit 1975.

Met het nummer ‘Je Suis Gaga’ staat hij op 7 december 1985 op de eerste plaats in de Vlaamse Top 10.

Nadat zijn liedjes eind jaren 80 en ’90 wat uit de gratie raken, volgt de echte erkenning pas deze eeuw.

In 2007 wordt ‘Amsterdam’ opgenomen in de Eregalerij van de Vlaamse Klassiekers.

In 2021 krijgt het de ultieme bekroning als het allerbeste Nederlandstalige lied, met een nummer 1-positie in de Lage Landenlijst.

Kris De Bruyne overleed op 3 februari 2021, op 70-jarige leeftijd.